Vragen van lezers
◼ Gaf de apostel Paulus blijk van etnisch vooroordeel door in te stemmen met een algemene afkeuring van de Kretenzers?
Nee, Paulus zwichtte niet voor de gewoonte generaliserende denigrerende opmerkingen te maken over mensen met een andere etnische of nationale achtergrond.
Deze vraag spruit voort uit opmerkingen in Paulus’ brief aan de discipel Titus. Paulus had hem op het grote, in de Middellandse Zee gelegen eiland Kreta achtergelaten om ’de dingen waaraan wat ontbrak, in orde te brengen en in stad na stad oudere mannen aan te stellen’. Paulus noemde enkele vereisten voor gemeenteouderlingen, maar stelde Titus van het volgende op de hoogte: „Er zijn vele weerspannigen, zinloze praters en bedriegers van de geest, vooral zij die aan de besnijdenis vasthouden. Het is noodzakelijk hun de mond te snoeren, daar juist deze personen voortdurend hele huisgezinnen ondersteboven keren.” — Titus 1:5, 10, 11.
Vervolgens zei Paulus in 1 vers 12: „Iemand van hen, hun eigen profeet, heeft gezegd: ’Kretenzers zijn altijd leugenaars, schadelijke wilde beesten, werkeloze veelvraten.’” In 1 vers 13 voegde hij hieraan toe: „Dit getuigenis is waar. Blijf hen juist om die reden streng terechtwijzen, opdat zij gezond mogen zijn in het geloof.”
Veel bijbelvertalers laten Paulus’ opmerking „dit getuigenis is waar” onmiddellijk volgen op de woorden die hij van een Kretenzische profeet had aangehaald. Anderen laten bij vers 13 een nieuwe paragraaf beginnen.a Waar stemde Paulus, in beide gevallen, enigermate mee in?
Hij stemde beslist niet in met een generaliserende raciale of etnische denigrerende opmerking over de Kretenzers. Wij kunnen hier zeker van zijn, aangezien Paulus wist dat er op Kreta goede christenen woonden die Gods goedkeuring genoten en door Hem met Zijn heilige geest waren gezalfd (Handelingen 2:5, 11, 33). Er woonden genoeg toegewijde christenen om in „stad na stad” gemeenten te kunnen vormen. Hoewel zulke christenen niet volmaakt waren, kunnen wij er zeker van zijn dat zij geen leugenaars en luie veelvraten waren; anders zouden zij niet Jehovah’s goedkeuring hebben behouden (Filippenzen 3:18, 19; Openbaring 21:8). En evenals dit in deze tijd in alle natiën het geval is, woonden er op Kreta waarschijnlijk rechtgeaarde mensen die bedroefd waren over de lage morele maatstaven om hen heen en bereid waren gunstig op de christelijke boodschap te reageren. — Ezechiël 9:4; vergelijk Handelingen 13:48.
Anderzijds woonden er op Kreta ook mensen die geen hoge morele maatstaven hadden. Paulus vond het passend de woorden te citeren die blijkbaar afkomstig waren van Epimenides, een Kretenzische dichter (profeet of spreker) uit de zesde eeuw v.G.T. Paulus stemde echter met die beschrijving in voor zover ze betrekking had op een speciaal deel van de Kretenzische bevolking.
Dit waren de „zinloze praters en bedriegers van de geest” die in contact stonden met getrouwe christenen en trachtten ’hele huisgezinnen ondersteboven te keren’. De beschrijving „leugenaars, schadelijke wilde beesten”, was werkelijk op zulke omverwerpende bedriegers van toepassing, evenals dit elders van dit soort mensen gezegd kon worden (2 Timótheüs 3:6, 13). Bovendien moest iedereen die zich reeds in een van de gemeenten bevond en tot het volgen van een dergelijke handelwijze misleid werd, ’streng terechtgewezen’ worden. Degenen die voordeel trokken van de terechtwijzing, zouden aldus geholpen kunnen worden voorbeeldig te worden in voortreffelijke werken en „gezonde spraak, die niet veroordeeld kan worden”. — Titus 2:6-8.
Wij dienen ons ervan bewust te zijn dat hierin een waarschuwing voor ons allen ligt opgesloten. Misschien viert etnisch of nationaal vooroordeel wel hoogtij om ons heen. (Vergelijk Johannes 7:47-52.) Waarschijnlijk horen wij buren, medescholieren of collega’s generaliserende opmerkingen over andere mensen maken, zoals: ’O, die noorderlingen zijn allemaal koud en ongevoelig’, ’Je weet toch hoe trots die zuiderlingen zijn’ of ’Het is riskant die mensen van over de grens te vertrouwen.’
Wij moeten ernaar streven niet te zwichten voor algemene typeringen die waarschijnlijk ongefundeerd of zeer overdreven zijn. Sommige mensen zijn nu eenmaal vlotter en expressiever, andere gereserveerder of minder snel hartelijk voor vreemdelingen. Toch moeten wij in gedachte houden dat er zich onder de mensen van die etnische groep of nationaliteit ongetwijfeld enkele christelijke broeders en zusters van ons zullen bevinden, alsook vele anderen die nog geen ware christenen zijn geworden maar die bewonderenswaardige eigenschappen bezitten en hongeren naar rechtvaardigheid.
De apostel Petrus beklemtoonde dat „God niet partijdig is, maar in elke natie is de mens die hem vreest en rechtvaardigheid beoefent, aanvaardbaar voor hem” (Handelingen 10:34, 35). Wij kunnen er absoluut zeker van zijn dat Paulus het daarmee eens was, aangezien hij in zijn geschriften en spraak dezelfde kijk weerspiegelde. Dit dient ook van ons gezegd te kunnen worden.
[Voetnoten]
a Zie The New Berkeley Version, alsook de vertalingen door R. F. Weymouth, F. A. Spencer, K. S. Wuest en Abner Kneeland.