Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w89 15/3 blz. 26-29
  • Het Koninkrijk verkondigen in het gevarieerde Maleisië

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het Koninkrijk verkondigen in het gevarieerde Maleisië
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
  • Onderkopjes
  • Het hoofd bieden aan de religieuze uitdaging
  • Het probleem van de talen en gewoonten
  • In het „land van de koppensnellers”
  • ’De kleine wordt tot duizend’
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1989
w89 15/3 blz. 26-29

Het Koninkrijk verkondigen in het gevarieerde Maleisië

MOSKEEËN met vergulde koepels, heiligdommen met bogengalerijen, kerken met hoge torenspitsen en tempelzigurrats die versierd zijn met beelden. Dit is Maleisië, een land waar de vier belangrijkste godsdiensten van de wereld elkaar ontmoeten. De bevolking van 16.000.000 inwoners bestaat uit Maleiers, Chinezen, Indiërs, Euraziërs, Ibans, Kadazans en verscheidene inheemse stammen. Waarschijnlijk zal men nergens anders een grotere verscheidenheid in religie, cultuur, gewoonten, tradities en talen aantreffen als hier.

Maleisië, dat even ten noorden van de equator aan de Zuidchinese Zee gelegen is, bestaat uit twee geografische delen: het vroegere Malaya op het schiereiland Malakka in het westen en de staten Sabah en Sarawak op het eiland Borneo in het oosten. Van de moerassige kustvlakten, via het dichte, vaak ondoordringbare oerwoud tot aan de hoge bergtoppen — met inbegrip van de 4101 meter hoge Kinabalu in Sabah — is het land al net zo gevarieerd als zijn bevolking en cultuur.

Binnen deze omlijsting trachten Jehovah’s Getuigen „dit goede nieuws van het koninkrijk” te prediken (Matthéüs 24:14). Hoe spelen zij het klaar om de bewoners, met hun vele talen, gewoonten en religieuze ideeën, te bereiken? Hoe gaat de prediking van de Koninkrijksboodschap in dit land eigenlijk in zijn werk? Bovenal, wat hebben de Getuigen tot stand kunnen brengen?

Het hoofd bieden aan de religieuze uitdaging

Om mensen met verschillende religieuze achtergronden te bereiken, moeten verkondigers van het goede nieuws leren het huis van moslims van dat van hindoes en de woning van boeddhisten of taoïsten van die van protestanten of katholieken te onderscheiden. Hoe kan dit worden gedaan?

Er zijn duidelijke aanwijzingen. Ziet men in of bij een huis bijvoorbeeld een felrood altaar staan, dan weet men met net zoveel zekerheid dat daar taoïsten of boeddhisten wonen als een beeldje van Maria of Jezus te kennen geeft dat men met katholieken te doen heeft. Even karakteristiek zijn de mangobladeren van hindoehuisgezinnen of de Arabische teksten uit de koran boven de ingang van moslimwoningen.

De religieuze achtergrond van een huisbewoner te weten komen, is één ding; bij hem belangstelling opwekken voor het goede nieuws, is iets heel anders. Een typische reactie, gewoonlijk in een mengelmoes van Chinees, Maleis en Engels uitgesproken, is: „Semua agama sama lah.” Dit wordt dan gevolgd door: „Sorry, ik geen belangstelling heb.” Met een brede glimlach heeft de huisbewoner u zojuist verteld dat naar zijn mening alle religies gelijk zijn en dat hij geen belangstelling heeft.

Veel Maleiers die van huis uit boeddhist, taoïst of hindoe waren, hebben zich aangetrokken gevoeld tot de snelle bekering die door de zendingsgenootschappen van de christenheid wordt aangeboden en hebben zich bij een van de vele protestantse sekten aangesloten. Door hun geestelijken daartoe overgehaald, hebben velen van hen hun oren voor het goede nieuws gesloten. Toch worden Jehovah’s grootse naam en voornemen gestadig in dit gevarieerde land bekendgemaakt.

Dank zij het geduld en het begrip dat Jehovah’s Getuigen aan de dag leggen, reageren veel rechtgeaarde mensen gunstig op de Koninkrijksboodschap. Beschouw bijvoorbeeld Patrick eens, vroeger een roker met lang, onverzorgd haar. Hij was in Chinese vechtsporten opgeleid en werd gewelddadig wanneer men hem provoceerde. Hoewel hij geen doel in het leven had, werd hij getroffen door de woorden „de dood zal niet meer zijn”, die een Koninkrijksverkondiger hem uit Openbaring 21:4 voorlas. Patrick aanvaardde daarom een bijbelstudie. Verrukt over de schriftuurlijke waarheid die hij leerde, begon hij deze al gauw aan zijn moeder door te geven, zowel via het schrijven van brieven als persoonlijk wanneer hij thuiskwam. Maar zij was er erg op tegen.

Op zekere dag bestraften Patrick en zijn moeder zijn jongere broer, ook een karate-expert. Toen de broer begon te slaan en te trappen, was de moeder stomverbaasd te zien dat Patrick niets terugdeed en rustig bleef. Zij kreeg veel belangstelling voor het onderricht dat haar zoon ontving en dat zo’n hervormende kracht had. Zijn moeder maakte snelle vorderingen en werd binnen zes maanden gedoopt. Zij gaf op haar beurt getuigenis aan haar 73-jarige moeder, een fervent boeddhist. Ook deze vrouw had waardering voor het vooruitzicht eeuwig te leven. Hoewel zij analfabeet was, begon zij het boek U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven te bestuderen, waarbij zij zo veel mogelijk Chinese karakters onthield. Nu is ook zij een verkondigster van het goede nieuws.

Het probleem van de talen en gewoonten

Om aan de veeltalige situatie het hoofd te bieden, heeft men bij de prediking van huis tot huis een goedgevulde lectuurtas nodig. Maar hiermee is het probleem niet altijd opgelost.

Wanneer een Getuige bijvoorbeeld een Chinees is en Chinese lectuur bij zich heeft, wil dit nog niet automatisch zeggen dat hij met een Chinese huisbewoner van gedachten kan wisselen. Spreken zij hetzelfde dialect? Als de Getuige Hokkien spreekt en de huisbewoner Kantonees, zou dit een probleem kunnen vormen. Aangezien het Chinese dialect tonaal is, kan de kleinste variatie in uitspraak een totaal andere boodschap overbrengen. Ter illustratie: Het was bijvoorbeeld heel amusant een Hokkiensprekende pionierster in een Kantonees gebied aan de mensen te horen vertellen dat zij een „maffe studente” was toen zij wilde zeggen dat zij een „bijbelstudente” was.

Ook al wordt het juiste woord gebruikt, dan hoeft dit voor iedereen nog niet hetzelfde te betekenen. Aangezien de Maleiers in een multiraciale gemeenschap leven, zijn zij over het algemeen hoffelijk en waken zij ervoor iemand te beledigen. Zij vinden het vooral moeilijk nee te zeggen tegen vreemdelingen. Zo leert men niet al te enthousiast te zijn wanneer een huisbewoner ingaat op het aanbod van een bijbelstudie of op de uitnodiging naar christelijke vergaderingen te komen. Waarom niet? Omdat dit niet noodzakelijkerwijs betekent dat hij iets aanvaardt. Het kost tijd en ervaring om te bepalen wie werkelijk belangstelling hebben.

Maleisië behoort tot de landen met het grootste aantal nationale en religieuze feestdagen. Op dit soort dagen zijn de mensen druk in de weer met het bezoeken van vrienden en familieleden. Ook de Maleisische Getuigen voeren hun activiteit op en gebruiken zulke feestdagen om het goede nieuws bekend te maken. Maar willen zij resultaten boeken, dan moeten zij tact gebruiken en begrip tonen.

Het Chinese Nieuwjaar is zo’n dag. Om zich voor de rest van het jaar van voorspoed te verzekeren, geloven de taoïsten dat zij het nieuwe jaar met vriendelijke woorden en goede daden moeten beginnen. Op die dag zal een Getuige het vermijden woorden als „dood”, „ziekte” en „pijn” te gebruiken. Hij zal veeleer blijven stilstaan bij aangename thema’s, zoals „eeuwig in goede gezondheid en met blijvende vrede en voorspoed in een nieuwe wereld leven”. Deze feestdag is geen tijd om mensen aan hun narigheid te herinneren.

In het „land van de koppensnellers”

Aangezien de „grote schare” uit personen bestaat die afkomstig zijn „uit alle natiën en stammen en volken en talen”, kunnen wij niet nalaten te denken aan de vele inheemse stammen van Oost-Maleisië (Openbaring 7:9). Het is bemoedigend te zien dat steeds meer bewoners van Sarawak — eens bekend als het „land van de koppensnellers” — gunstig op de Koninkrijksboodschap reageren.

Zo waren er vier jaar geleden in de aan de kust gelegen oliestad Miri, in Sarawak, slechts drie Koninkrijksverkondigers. Thans willen velen graag meer over de bijbel vernemen. Een pionierster rapporteert zeventien bijbelstudies, en sommigen van haar bijbelstudenten leiden zelf een studie bij andere geïnteresseerde personen. Er is nu een bloeiende gemeente in het stadje Miri.

Een specifiek kenmerk van de Ibans van Sarawak is het longhouse. Dit galerijbouwwerk op palen wordt vervaardigd uit hardhout en palmbladeren. Men bouwt het gewoonlijk aan een rivieroever aan de rand van het oerwoud, en het bestaat uit een rij van dertig tot veertig of meer woningen die aan een gemeenschappelijke voorgalerij zijn gelegen. Veel van ons predikingswerk wordt in zulk gebied verricht.

Bij een zekere gelegenheid zou er in een van deze longhouses een bijbellezing gehouden worden over het onderwerp „Welke hoop bestaat er voor de doden?” De tuai rumah, of het dorpshoofd, liet alle mensen samenkomen in de ruai of gemeenschappelijke gang. Iedereen luisterde beleefd en in volmaakte stilte totdat de lezing was afgelopen. Toen vroeg een man: „Hoe kan het nu dat de doden niets weten?” Een ander beweerde met klem dat de goeden reeds in de hemel zijn en de slechten in een brandende hel. Maar sommigen vonden het vooruitzicht om eeuwig op een paradijsaarde te leven, aantrekkelijk en wilden er meer over weten. Het was net als toen Paulus op de Areópagus tot de Atheners sprak. — Handelingen 17:32-34.

In een ander longhouse woonde Juing Insoll, een 72-jarige Iban die tot de Anglicaanse Kerk behoorde. Als jongeman zat hij al met vragen als: Hoe kan een liefdevolle God doden eeuwig in een brandende hel pijnigen? Als er een God is, waarom is er dan zoveel onrecht? Niemand kon hem bevredigende antwoorden geven. Op zekere dag kocht een vriend van hem, die in de stad woonde, het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt. Aangezien deze vriend opmerkte dat dit boek wel eens de antwoorden op Juings vragen zou kunnen bevatten, leende hij het aan hem uit. Wat was Juing opgetogen! Na zestig jaar gezocht te hebben, had hij eindelijk de waarheid over God gevonden!

Juing was vastbesloten zelf een exemplaar van het boek te pakken te krijgen. Hij reisde de 240 kilometer naar Kuching, de hoofdstad van Sarawak, en speurde de boekwinkels af. Geen spoor van het boek. Die avond hoorde hij in het huis van een familielid dat een ander familielid een exemplaar bezat. Hij werd naar de plaatselijke Koninkrijkszaal gestuurd en schafte zich vijftien verschillende publikaties aan die hij meenam naar zijn longhouse.

Na al dat materiaal gelezen te hebben, ging Juing weer terug naar de stad, met het verzoek gedoopt te worden. De ouderlingen glimlachten en schudden het hoofd. Tot hun verbazing ontdekten zij echter al gauw dat hij er ten volle voor in aanmerking kwam. En dus werd hij gedoopt! Terug in zijn longhouse en in het bezit van nog veel meer bijbelverklarende lectuur begon Juing tot zijn buren te prediken. In het begin verbaasde hij zich erover waarom zijn vrienden de waarheid niet onmiddellijk aanvaardden na de boeken gelezen te hebben. Maar hij besefte al gauw dat hij de bijbel met hen moest bestuderen. Juings velddienstbericht was altijd in de vorm van een dagboek gesteld!

Uit het geïsoleerde stadje Lahad Datu, in de staat Sabah, kwam dit verslag: Een jonge gehuwde vrouw met drie kinderen leerde de waarheid kennen door middel van een bijbelstudie die een zuster in Kota Kinabalu, de hoofdstad van de staat, per brief met haar leidde. Ten slotte besloot de vrouw zich op een kringvergadering te laten dopen. Maar halverwege de dooplezing kwam haar man binnenstormen en eiste hij dat zij met hem meeging naar huis.

Toen zij thuis waren, probeerde de man het weer goed te maken met haar, maar zonder resultaat. Ten slotte riep hij uit: „Maar wat wil je dan eigenlijk?” „Ik wil gedoopt worden”, antwoordde zijn vrouw. „Is dat zo belangrijk voor je?”, vroeg hij. „Ja, het is de belangrijkste gebeurtenis in mijn leven.” „Goed dan”, antwoordde hij ten slotte. „Laat je ouderling hier komen. Ik zal een zwembad voor je bouwen, zodat je hier gedoopt kunt worden.”

De man deed wat hij gezegd had. En zijn vrouw werd tijdens het volgende bezoek van de kringopziener gedoopt — in het zwembad dat haar man voor haar gebouwd had! Maar wat had deze vrouw zo vastberaden gemaakt? Welnu, hoewel zij ver van de gemeente woonde, bereidde zij zich geregeld voor op al het materiaal dat op de verschillende vergaderingen behandeld werd. Als zij ooit een „vergadering” miste, had zij het gevoel alsof zij een maaltijd had overgeslagen. Deze zuster onderwijst nu haar kinderen en leidt drie huisbijbelstudies.

’De kleine wordt tot duizend’

Het Koninkrijkswerk in Maleisië werd gestart door Alfred en Thelma Wicke, die daar in 1939 vanuit Australië naar toe zijn gegaan. Zij verrichten nu al bijna vijftig jaar getrouw zendingsdienst, en wat heeft Jehovah hun krachtsinspanningen wonderbaarlijk gezegend! Sinds de oprichting van het bijkantoor in Penang in 1972, met broeder Wicke als bijkantooropziener, is het predikingswerk in Maleisië vooruitgegaan. Destijds waren er 207 Koninkrijksverkondigers. Tien jaar later was het aantal verdrievoudigd. Daarom werd het bijkantoor in juli 1983 overgeplaatst naar Klang, een havenstad in de buurt van de federale hoofdstad, Kuala Lumpur. Het nieuwe bijkantoor bestaat uit een rij van drie gebouwen, elk twee verdiepingen hoog, die uitstekend in de huidige behoeften voorzien. (Zie blz. 26.)

Enkele jaren geleden werd er een extra krachtsinspanning in het werk gesteld om meer Chinees- en Tamilsprekende leden van de bevolking met de Koninkrijksboodschap te bereiken. Nu zijn er, behalve twee Chinese gemeenten, ook groepjes Chinees- en Tamilsprekende personen in verscheidene andere gemeenten, terwijl er ook een bloeiende Japanse groep van 20 personen is.

Het hele gebied telt nu 20 gemeenten, met bijna 900 Koninkrijksverkondigers. Dit betekent een verhouding van ongeveer 1 verkondiger op 18.500 bewoners. Er moet dus nog veel werk worden verzet. Dat er goede mogelijkheden voor groei zijn, blijkt wel uit het feit dat in 1988 2633 personen naar de Gedachtenisviering kwamen. De Maleisische Getuigen waren hier opgetogen over en steeds meer van hen stellen zich de volle-tijdbediening ten doel. Ja, en Jehovah’s Getuigen in Maleisië zien er verlangend naar uit het doel van 1000 verkondigers te bereiken. Zij denken terecht aan Jehovah’s belofte: „De kleine zelf zal tot duizend worden, en de geringe tot een machtige natie. Ikzelf, Jehovah, zal het te zijner tijd bespoedigen.” — Jesaja 60:22.

[Kaart op blz. 26]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

THAILAND

MALEISIË

Penang

Kuala Lumpur

Klang

Singapore

SCHIEREILAND MALAKKA

SUMATRA

EVENAAR

Zuidchinese Zee

FILIPPIJNEN

SABAH

Kota Kinabalu

Kinabalu

Lahad Datu

BRUNEI

Miri

MALEISIË

SARAWAK

Kuching

BORNEO

600 km

400 mijl

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen