Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w88 15/11 blz. 21-24
  • „Geestelijke woorden” voor de zwaarmoedigen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „Geestelijke woorden” voor de zwaarmoedigen
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ’Vlug om te horen’
  • Hulp schenken „zonder verwijt”
  • Met een wijze tong genezing schenken
  • Vergaderingen en velddienst
  • Het gezin helpen
  • Rechtschapenheid bewaren
  • Zwaarmoedigheid — Wanneer een christen erdoor getroffen wordt
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Bekommert God zich om degenen die aan een geestesziekte lijden?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • Hoe iemands geestelijke gezondheid het beste kan worden hersteld
    Ontwaakt! 1975
  • Liefdevol opzicht bouwt op
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1976
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
w88 15/11 blz. 21-24

„Geestelijke woorden” voor de zwaarmoedigen

ZELFS sommige getrouwe dienstknechten van God worden door geestesstoornissen gekweld. En hoewel het soms noodzakelijk en passend kan zijn dat ernstig zwaarmoedige of depressieve personen professionele hulp zoeken, kunnen zij ook baat hebben bij de hulp en aanmoediging van de christelijke gemeente. Toen bijvoorbeeld de getrouwe christen Epafrodítus ernstig terneergeslagen was, werden medegelovigen in Filippi aangespoord niet zo maar voorbij te gaan aan zijn zwaarmoedigheid maar hem ’met alle vreugde op de gebruikelijke wijze in de Heer te ontvangen en dat soort van mannen dierbaar te blijven achten’. — Filippenzen 2:25-29.

Jehovah’s Getuigen in deze tijd zijn eveneens verplicht ’elkaar te blijven vertroosten’ en ’de zwakken te ondersteunen’ (1 Thessalonicenzen 5:11, 14). Christelijke ouderlingen dienen hierin voor te gaan. — Jesaja 32:2.

Ouderlingen zijn vanzelfsprekend niet bevoegd om als arts op te treden of zich te bedienen van de begrippen en terminologie van de psychiatrie. Dit zou ongepast en zelfs gevaarlijk kunnen zijn (Spreuken 11:2). Evenals de apostel Paulus moeten zij „niet met woorden [spreken] die door menselijke wijsheid worden geleerd, maar met woorden die door de geest worden geleerd, daar [zij] geestelijke zaken met geestelijke woorden combineren” (1 Korinthiërs 2:13). Deze „geestelijke woorden” omvatten de begrippen en beginselen die in de bijbel worden aangetroffen. Wanneer ze juist worden toegepast, kunnen ze zwaarmoedige personen ten zeerste vertroosten en opbouwen. — 2 Timótheüs 3:16.

’Vlug om te horen’

Allereerst echter moeten ouderlingen „vlug zijn om te horen, langzaam om te spreken” (Jakobus 1:19). ’Antwoord geven op een zaak alvorens die gehoord te hebben’, kan gemakkelijk tot gevolg hebben dat men ondeugdelijke raad geeft (Spreuken 18:13). Zo schreef een groep ouderlingen die de aard van de depressiviteit van een broeder niet onderkende, zijn ziektetoestand toe aan geestelijke zwakte. „Bid meer”, zeiden zij tot hem — een raad waarmee hij wegens zijn depressieve gemoedsstemming niet veel kon beginnen.

Alvorens raad te geven, dienen ouderlingen dus te luisteren naar alles wat de zwaarmoedige persoon te vertellen heeft. Misschien heeft hij een goede luisteraar nodig. Tracht door geduld en onderscheidingsvermogen ’naar boven te halen’ wat er in zijn hart is (Spreuken 20:5). Als hij er moeite mee heeft zijn gevoelens onder woorden te brengen, breng u dan te binnen hoe Elkana vriendelijke maar ter zake dienende vragen stelde over de sombere stemming van zijn vrouw. „Hanna,” zo vroeg hij, „waarom weent gij, en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart droevig gestemd?” (1 Samuël 1:8) Vriendelijk gestelde tactvolle vragen kunnen een depressieve broeder vaak helpen de bron van zijn „angstige bezorgdheid” vast te stellen (Spreuken 12:25). In één geval bijvoorbeeld bleken huwelijksproblemen aan de depressiviteit van een broeder ten grondslag te liggen.

Hulp schenken „zonder verwijt”

Zwaarmoedige personen hebben niet altijd een rationele verklaring voor hun gevoelens. Eén lijder aan een geestesziekte schrijft: „Toen ik ziek werd, begreep ik het niet, en soms gaf ik Jehovah de schuld.” Dergelijke patiënten kunnen dan ook ongegronde klachten uiten en zeggen dat de gemeente hen onheus heeft behandeld of heeft verstoten. Hoe reageren de ouderlingen hierop?

Jehovah geeft het voorbeeld door „aan allen edelmoedig en zonder verwijt” te geven (Jakobus 1:5). Degenen die aan zwaarmoedigheid lijden, dient niet het gevoel gegeven te worden dat zij dom of dwaas zijn omdat zij zich zo down voelen. Hun gevoelens — ook al zijn die nog zo onlogisch — zijn zeer reëel voor hen. Zij hebben „medegevoel” nodig, geen kritiek (1 Petrus 3:8). Ouderlingen dienen er ook zorgvuldig op toe te zien dat zij de emotionele last van een zwaarmoedige niet verzwaren door hem van kwaaddoen te betichten. De rechtvaardige man Job was zo terneergeslagen dat hij klaagde: „Mijn ziel walgt stellig van mijn leven” (Job 10:1). Maar zijn drie metgezellen vertroostten hem niet. Een van hen zei zelfs: „Is niet uw eigen slechtheid reeds te groot, en zal er geen eind zijn aan uw dwalingen?” — Job 22:5.

Soms evenwel vormt wangedrag de oorzaak van de emotionele ontreddering of draagt het tot de ernst ervan bij. „Toen ik bleef zwijgen [over kwaaddoen], teerden mijn beenderen weg door mijn gekerm de gehele dag”, zei de psalmist David (Psalm 32:3). Zo werd ook een broeder door zulke hevige psychische angsten gekweld dat hij niet meer kon werken. De oorzaak van zijn gekwelde gemoed? Een daad van overspel die hij verborgen had gehouden. Als er dus reden bestaat voor het vermoeden dat er kwaaddoen in het spel is, kunnen ouderlingen onderzoeken of dit misschien aan zijn depressiviteit ten grondslag ligt. Maar zij moeten dit op een vriendelijke manier doen en de persoon niet verwijtend van kwaaddoen betichten.

Met een wijze tong genezing schenken

Nadat de ouderlingen al het mogelijke hebben gedaan om de aard van iemands probleem vast te stellen, dienen zij in overeenstemming te handelen met Spreuken 12:18, waar staat: „De tong van de wijzen is genezing.” Nee, de ouderlingen kunnen niet de ziekte op zich genezen. Maar door zorgvuldig gekozen woorden te gebruiken, kunnen zij zwaarmoedige personen misschien van onnodige bezorgdheid en stress bevrijden. De ouderlingen zouden allereerst Wachttoren- en Ontwaakt!-artikelen over geestesstoornissen en emotionele problemen kunnen opzoeken. Deze kunnen met zwaarmoedige personen besproken worden ten einde hen te helpen hun toestand beter te begrijpen. Vaak schenkt het hun verlichting te weten dat hun probleem te wijten is aan fysieke onvolmaaktheid en niet aan een verlies van Jehovah’s gunst.

Het is waar dat personen met een geestesstoornis moeilijk in de omgang kunnen zijn en zich in sommige gevallen zelfs behoorlijk kunnen opwinden. Maar een wijze ouderling zal zich te binnen brengen dat ’een zacht antwoord de woede afkeert’ (Spreuken 15:1). Door zich ervan te vergewissen dat zijn spreken altijd minzaam is, zal hij de situatie niet nodeloos verergeren (Kolossenzen 4:6). Een broeder die aan schizofrenie lijdt, kan bijvoorbeeld met stelligheid beweren dat hij stemmen hoort.a Dr. E. Fuller Torrey merkt hierover op: ’Te trachten de waanideeën van aan schizofrenie lijdende personen weg te redeneren, heeft alleen maar een averechtse uitwerking. Pogingen om dit te doen, leiden vaak tot misverstanden en boosheid. Maak, in plaats van er dwars tegenin te gaan, eenvoudig een opmerking dat u er anders over denkt.’ Met andere woorden, de ouderlingen kunnen geduldig uitleggen dat alhoewel die stemmen reëel lijken, deze gewaarwording naar alle waarschijnlijkheid te wijten is aan het feit dat zijn geest hem parten speelt.

Een doeltreffend gebruik van de bijbel kan eveneens goede resultaten afwerpen (Hebreeën 4:12). Als een zieke bijvoorbeeld uiting geeft aan de ongerijmde vrees dat God hem in de steek gelaten heeft, kunt u er op vriendelijke wijze blijk van geven dat u begrip heeft voor zijn angstgevoelens. Herinner hem tegelijkertijd echter geduldig aan de kracht van de losprijs, waarbij u teksten gebruikt als Psalm 103:8-14 en 1 Johannes 2:1, 2. Eén Petrus 5:6, 7 en Romeinen 8:26, 27 kunnen hem helpen beseffen dat God ’voor hem zorgt’ en zijn gebeden verhoort, ook als hij er moeite mee heeft zijn gevoelens onder woorden te brengen. In overeenstemming met het beginsel in Jakobus 5:14 kunnen de ouderlingen dan met de terneergeslagen persoon bidden.

Wat te doen als een zwaarmoedige persoon geneigd is zich over onbelangrijke kwesties op te winden? Hij kan worden herinnerd aan de bijbelse raad niet „al te rechtvaardig” te zijn (Prediker 7:16). Een ander kan voordeel trekken van de aanmoediging in Filippenzen 4:8, een tekst die hem kan helpen de strijd aan te binden tegen immorele gedachten. Weer een ander kan zich misschien niet neerleggen bij zijn beperkingen en is misschien ontmoedigd omdat zijn ziekte hem in zijn christelijke activiteiten beknot. Teksten als Matthéüs 13:23 en Lukas 21:1-4 kunnen gebruikt worden om hem te helpen beseffen dat hoewel onze omstandigheden ons kunnen beperken in wat wij kunnen doen, Jehovah onze krachtsinspanningen zeer waardeert.

Ja, toegerust met een door de bijbel geoefende tong kunnen ouderlingen veel doen om zwaarmoedige medegelovigen te helpen en te vertroosten. Eén zuster die aan geestesstoornissen leed, zei: „Ik ben werkelijk dankbaar voor wat Jesaja 32:2 over de ouderlingen in de gemeente zegt. Zij waren er altijd om mij met praktische raad bij te staan wanneer ik hen nodig had.”

Vergaderingen en velddienst

Iemand die aan ernstige zwaarmoedigheid lijdt, heeft nog steeds geestelijke behoeften (Matthéüs 5:3). Ja, geestelijk sterk blijven, heeft voor sommigen het verschil tussen leven en dood betekend. Irene, die dertig jaar aan schizofrenie heeft geleden, herinnert zich: „Soms was ik erg verward. Maar de waarheid was altijd in mijn geest — daar viel niet aan te tornen. Dit weerhield mij ervan mij van het leven te beroven!”

Daarom dient de depressieve persoon, voor zover dit praktisch is, aangemoedigd te worden aan het predikingswerk deel te nemen en de vergaderingen te bezoeken, zodat hij zich niet „afzondert” (Spreuken 18:1). Door een geestesziekte had een zuster het volgende gevoel: ’Ik was ervan overtuigd dat ik tegenover onze God, Jehovah, een onvergeeflijke zonde had begaan. Als gevolg hiervan haalde ik alles wat ik op de vergaderingen hoorde, uit zijn verband. Wat veroordelend was, bracht ik op mijzelf van toepassing.’ Maar zij bleef de vergaderingen bezoeken en hoorde uiteindelijk een lezing die haar hielp haar waandenkbeeld dat zij door God verworpen was, kwijt te raken.

Wat echter te doen als een ernstig depressieve persoon opgewonden raakt en de gemeentevergaderingen of de velddienst verstoort? Naar alle waarschijnlijkheid is de patiënt niet kwaadaardig doch alleen maar van streek omdat hij zo verward denkt. Toch kan dit voor alle betrokkenen een ware beproeving zijn. Als de verstoring niet ernstig is of zelden voorkomt, zal de gemeente naar alle waarschijnlijkheid lankmoedigheid tentoonspreiden (Kolossenzen 3:12, 13). Anderszins kan het noodzakelijk zijn de persoon aan te raden op een plaats te gaan zitten waar een mogelijke verstoring de minste afleiding zal veroorzaken. Er kunnen ook liefdevolle regelingen worden getroffen om hem actief in het predikingswerk te houden en er misschien op toe te zien dat hij altijd door een rijpe verkondiger met onderscheidingsvermogen wordt vergezeld of dat hij meegaat naar een bijbelstudie bij personen die zijn toestand begrijpen en tolereren.

Soms wordt iemands gedrag echter schokkend, schandelijk of gevaarlijk onbeheerst. Misschien is hij ermee opgehouden zijn voorgeschreven medicijnen in te nemen en moet hij krachtig worden aangemoedigd zijn medicijnen weer geregeld te gebruiken. Maar als hier niet gunstig op wordt gereageerd of zijn gedrag storend blijft, kan het ter wille van het handhaven van de orde noodzakelijk zijn hem vergaderingbezoek en velddienst te ontzeggen (1 Korinthiërs 14:40). De ouderlingen dienen de zieke persoon vriendelijk te vertellen dat hij niet wordt beschouwd als iemand die ontrouw is maar dat zijn ziekte hem eenvoudig beperkt in wat hij kan doen. ’God is niet onrechtvaardig, zodat hij zijn werk zou vergeten’, en Hij heeft begrip voor zijn beperkingen (Hebreeën 6:10). Geregelde herderlijke bezoeken zullen de persoon helpen zijn geestelijke gezindheid te bewaren totdat zijn toestand verbetert.

Het gezin helpen

Een geestesziekte kan gezinnen totaal ontwrichten. „De uitwerking is verwoestend”, zegt een broeder wiens volwassen zoon ernstig geestesziek is. „Dag aan dag blijft verlichting in de situatie uit”, voegt zijn vrouw hieraan toe. „De ziekte oefent invloed uit op ons huwelijk, aangezien wij soms gewoon met elkaar aan het kibbelen zijn.” Stelt u zich ook eens de pijn voor die iemand ervaart wanneer zijn huwelijkspartner door een geestesziekte wordt getroffen. Eén broeder zegt: „Mijn vrouw lijdt aan wat ’paranoïde schizofrenie’ wordt genoemd. Zij hoort stemmen en weigert zich te laten behandelen omdat zij gelooft dat het haar zal ’vergiftigen’. Zij gelooft niet dat ik haar man ben en weigert in de dienst of naar de vergaderingen te gaan.” Hoe kunnen wij hulp bieden aan gezinnen waarin zich personen bevinden die aan een geestesziekte lijden?

Paulus zei: „Spreekt bemoedigend tot de terneergeslagen zielen” (1 Thessalonicenzen 5:14). Het zou wreed zijn zich van medechristenen die zich inspannen om voor een geestesziek gezinslid te zorgen, te distantiëren of zich niets van hen aan te trekken. „Aanvaardt elkaar”, zei Paulus (Romeinen 15:7). Christelijke vergaderingen stellen ons in de gelegenheid dit op een hartelijke wijze te doen en liefde en waardering tot uitdrukking te brengen voor degenen die ’in hun huisgezin godvruchtige toewijding beoefenen’. — 1 Timótheüs 5:4.

Tijdens herderlijke bezoeken kunnen de ouderlingen zulke personen verder aanmoedigen om geregeld als gezin te blijven studeren, de vergaderingen te bezoeken en actieve Koninkrijkspredikers te blijven. Met betrekking tot hun stoffelijke en praktische behoeften dient de gemeente echter meer te doen dan te zeggen: „Houdt u warm en goed gevoed” (Jakobus 2:16). Misschien heeft het gezin hulp nodig om naar de vergaderingen te gaan. Sommige personen zijn misschien in de gelegenheid hen te helpen met hun stijgende doktersrekeningen (1 Johannes 3:17, 18). Wat wordt zo’n liefdevolle bezorgdheid gewaardeerd! De echtgenoot van een geesteszieke zuster zei: „De gemeenteleden zijn op de hoogte van ons probleem en tonen op bijzonder liefdevolle wijze dat zij zich om ons bekommeren.”

Rechtschapenheid bewaren

Paulus zei dat „de gehele schepping tot nu toe voortdurend te zamen zucht en te zamen pijn lijdt” (Romeinen 8:22). En ernstige zwaarmoedigheid is slechts een van de pijnlijke erfenissen van onvolmaaktheid. Artsen kunnen een mate van verlichting bieden. Maar velen die hun hulp hebben gezocht, hebben een soortgelijke ervaring opgedaan als die van de vrouw in Jezus’ tijd, over wie wordt gezegd dat „vele geneesheren . . . haar veel pijn [hadden] bezorgd en zij had haar gehele vermogen uitgegeven, maar zonder er baat bij te vinden; het was eerder nog erger met haar geworden”. — Markus 5:26.

Velen moeten derhalve met hun problemen leren leven, terwijl zij voor werkelijke verlichting naar Gods nieuwe wereld uitzien (Openbaring 21:3, 4). „Zegen Jehovah, . . . die al uw kwalen geneest”, riep de psalmist uit (Psalm 103:2, 3). Intussen moet het niet onze voornaamste zorg zijn een volmaakte geestelijke of fysieke gezondheid te bezitten, doch onze rechtschapenheid te bewaren (Psalm 26:11; vergelijk 1 Korinthiërs 7:29-31). Voor iemand die aan een geestesstoornis lijdt, kan dit moeilijk zijn. Maar veel dienstknechten van God hebben net zoals Paulus ondanks „een doorn in het vlees” getrouw dienst verricht (2 Korinthiërs 12:7). „Ik heb geleerd dat geen enkele arts mij kan genezen en dat zelfs de broeders dit niet kunnen”, zegt een geesteszieke patiënt. „Maar ik heb geleerd mij op Jehovah te verlaten.” Ernstig zwaarmoedige personen kunnen zich ook verlaten op liefdevolle broeders en zusters die geduldig „geestelijke woorden” spreken om hen te vertroosten en te ondersteunen.

[Voetnoten]

a In het artikel „Zwaarmoedigheid — Wanneer een christen erdoor getroffen wordt”, in De Wachttoren van 15 oktober 1988, worden richtlijnen gegeven voor de aanpak van situaties waarin vermoed wordt dat er demonische invloed in het spel is.

[Illustratie op blz. 21]

„Geestelijke woorden” van liefdevolle ouderlingen kunnen zwaarmoedige personen ten zeerste helpen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen