Onze onvergetelijke reis naar Vanuatu
TOEN ons vliegtuig van het vliegveld van Port Vila opsteeg om ons terug te brengen naar Nouméa (Nieuw-Caledonië), begon het tot ons door te dringen dat er tijdens onze reis veel dingen waren gebeurd die wij totaal niet hadden verwacht. Niet alleen het natuurschoon en de geluiden van de prachtige eilanden van Vanuatu met hun hartelijke bewoners waren diep in onze geest gegrift, maar ook de schokkende ervaring een verwoestende cycloon op een tropisch eiland doorgemaakt te hebben.
Vanuatu is een Y-vormige groep van ongeveer 80 eilanden in het zuidwesten van de Grote Oceaan, ongeveer 400 kilometer ten noordoosten van Nieuw-Caledonië. Verspreid over de eilanden wonen 84 van onze medegetuigen van Jehovah, die in twee gemeenten zijn ondergebracht. Mijn vrouw en ik waren heel enthousiast toen er regelingen werden getroffen voor ons bezoek aan hen. Natuurlijk kwamen er veel vragen in onze geest op. Wat voor toestanden zouden wij er aantreffen? Wat zijn de eilandbewoners voor mensen? En, wat nog het belangrijkste was, hoe zouden zij op het goede nieuws van het Koninkrijk reageren?
Congres in Port Vila
Wij maakten ons wat zorgen toen wij hoorden dat er in weerwil van het feit dat de meeste bewoners Melanesiërs zijn, in de archipel toch meer dan honderd talen worden gesproken. Maar tot onze opluchting vernamen wij dat een soort Pidgin Engels, Bislama genaamd, algemeen als voertaal wordt gebruikt. Het zou dus niet al te veel moeilijkheden opleveren om met de bevolking van gedachten te wisselen.
Onze eerste stop was Port Vila, de hoofdstad van Vanuatu. Hier zouden wij het „Goddelijke vrede”-districtscongres bijwonen. De plaatselijke Getuigen werkten hard om alles in gereedheid te brengen. Het was hartverwarmend om afgevaardigden van afgelegen eilanden te ontmoeten die maanden hadden moeten sparen om de reis te kunnen maken.
De vergaderzaal was vanaf de eerste dag van het congres afgeladen. Er kwamen meer dan 300 mensen naar de bijbelse drama’s kijken die door middel van videotapes werden vertoond. Dit was heel bijzonder wanneer in aanmerking wordt genomen dat er verspreid over alle eilanden slechts 84 Koninkrijksverkondigers zijn. Jehovah treft beslist voorbereidingen voor een goede oogst op deze kleine stipjes in het midden van de Grote Oceaan.
De „kleine Namba’s” ontmoeten
De volgende dag gingen een inlandse broeder en ik met een vliegtuigje naar het eiland Malekula. Na een ruwe en onrustige vlucht landden wij aan de Zuidwestbaai. Mijn metgezel ging op zoek naar zijn neef, opdat hij een boot voor ons zou kunnen bemachtigen. Het was de enige manier om het dorpje Letokas, onze eindbestemming, te bereiken.
Toen wij per boot vertrokken en de kustlijn volgden, kwam ik onder de indruk van de natuurlijke schoonheid van het eiland. De steile kliffen, die loodrecht in de oceaan uitkomen, waren werkelijk ontzagwekkend. Overal was een weelderige plantengroei, en daartussen prijkten schitterende bloemen of was de bodem bedekt met klimplanten, varens en tere orchideeën. Van boom tot boom repten zich kleurrijke vogels, zoals kokoslori’s.
Vanuit onze boot konden wij ook de rijkdom van de zee zien — het koraalrif, de traditionele provisiekast van de eilanders. Uit alle delen van de wereld komen mensen hier duiken om de schoonheid van het koraal en de tropische vissen te bewonderen. Schaaldieren en kreeften zijn er ook in overvloed, en de met netten en speren toegeruste inboorlingen vissen ze voor consumptie.
Het duurde niet lang of wij zagen van een kokosplantage in de verte rook opstijgen. Dat was onze eindbestemming, een prachtige inham vlak bij de Bamboebaai. Toen wij de kust naderden, schoten er een aantal dolfijnen toe om bij ons in de buurt te spelen. Toen zagen wij enkele met pijl en boog gewapende mannen druk en opgewonden gebaren. Te midden van hen ontdekten wij onze broeders, die blij waren ons te zien.
Zij zijn de kleine Namba’s van Zuid-Malekula, een van de meest geïsoleerde stammen in het zuiden van de Grote Oceaan. Zij wonen in dorpjes hoog in de bergen, dagenlang lopen van de kust vandaan. De mannen droegen vroeger altijd de „namba”, een lendenbedekking van bladeren die aan een riem van boombast waren bevestigd. De vrouwen dragen korte grasrokjes. In elk dorpje is gewoonlijk een ceremonieel centrum waar offerandelijke dansen en andere rituelen plaatsvinden. Hoewel veel dorpsbewoners de westerse levenswijze hebben aangenomen, komen er nog veel bijgelovige en spiritistische gebruiken voor.
Het was een genoegen de broeders en zusters te ontmoeten en te begroeten. De mannen waren klein van stuk maar erg sterk. Hun natuurlijke verlegenheid en hun vriendelijkheid ontroerden mij. Sommige kinderen waren bang voor mij omdat de blanke mannen die zij kenden, voornamelijk artsen waren en de kinderen zich de injecties nog goed konden herinneren!
Het dorp was door een kleine kokosplantage, die zich in het midden bevond, in tweeën verdeeld. Eén helft van het dorp is gereserveerd voor degenen die de waarheid hebben aanvaard, en ik vernam al gauw de reden hiervoor. Om een standpunt voor de waarheid te kunnen innemen en hun bijbelstudie te kunnen voortzetten, moeten sommigen apart van de andere dorpelingen wonen.
De hutten zijn op bamboepalen gebouwd. Toen wij een van de hutten binnengingen, kreeg ik meteen last van de dichte rook van een vuur in het midden van het vertrek. Mijn ogen prikten van de rook, maar deze zorgde er op zijn minst ook voor dat de muskieten en vliegen uit de buurt bleven. Vlakbij, in een ander hutje, bereidde een vrouw een stuk buluk, of biefstuk, dat op laplap-bladeren lag en zwart zag van de vliegen.
Wij nodigden de mensen uit om op woensdagavond een diaprogramma bij te wonen. Het zou handelen over de geschiedenis van Jehovah’s Getuigen en was getiteld: Wereldwijd voorwaarts ondanks vervolging. Een van de verkondigers had een dagreis gemaakt om enkele dorpelingen in de bergen uit te nodigen. Ik was benieuwd of zij zouden komen. Bij het invallen van de avond verscheen er een jonge man met zijn boog en pijlen. Hij werd door verscheidene andere personen gevolgd. Ik was enthousiast te zien dat de afstand hen niet had belet deze vergadering bij te wonen.
Al gauw waren wij omringd door pijlen en bogen. Er waren ongeveer tachtig mensen gekomen en wij begonnen met het programma. Het was vermakelijk het geluid te horen dat zij met hun tong voortbrachten als zij verbaasd waren door iets wat zij op de dia’s zagen.
Na het diaprogramma handelde de discussie over de gewoonten en praktijken van de inlandse bevolking. De dorpelingen luisterden aandachtig en reageerden gunstig op de bijbelse waarschuwing tegen demonisme in 1 Korinthiërs 10:20, 21. Zij hadden zich een tijdlang verzet tegen pogingen van de zendelingen van de kerken van de christenheid, die hadden getracht hen ertoe te brengen de zogenaamde christelijke levenswijze te volgen. Dit kwam ten dele doordat zij het niet eens waren met enkele van de door de zendelingen onderwezen leerstellingen en ten dele omdat zij geschokt waren door het gedrag van enkelen die christenen beweerden te zijn. Nu waren de dorpelingen blij meer te vernemen over Gods voornemen een aards paradijs te herstellen en de doden op te wekken. Ik moest onwillekeurig denken aan Jezus’ woorden in Johannes 8:32: „Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken.”
Het geloof van deze mensen en hun liefde voor de bijbel hadden ook tegenstand voor hen tot gevolg gehad. Sommige religieuze dorpshoofden hadden de inboorlingen gedwongen onze brochures aan hun deur te spijkeren als teken dat ’wij deze hier niet wensen’. Maar dit soort van druk had er alleen maar toe geleid dat sommigen van de huisbewoners een bijbelstudie wilden hebben om meer over de waarheid te weten te komen. Ik vond het erg moeilijk deze lieve mensen, die de waarheid liefhebben, te verlaten. Ik beloofde dat ik zou terugkomen en hun dorp in de bergen zou bezoeken.
De cycloon Uma overleven
Onze reis omvatte een oponthoud op Espíritu Santo, nog een eiland in het noorden van Vanuatu. Daar bezochten wij de gemeente Luganville. Hoewel er slechts één ouderling in die gemeente is, heerst er een fijne geest onder de broeders en zusters. Op de bijbellezing op zondag waren wij allen aangenaam verrast 150 mensen te zien, driemaal het aantal Koninkrijksverkondigers.
Wij moesten naar Port Vila terugkeren om met het vliegtuig mee te kunnen dat ons weer naar Nouméa, in Nieuw-Caledonië, zou brengen. Toen wij in Port Vila waren, hoorden wij op vrijdagmiddag het nieuws dat de cycloon Uma onderweg was. De mensen waren niet al te verbaasd, aangezien een dergelijke weersactiviteit heel gewoon is in die tijd van het jaar. Toen werd bericht dat de cycloon omstreeks 7.00 uur n.m. zou arriveren. Via het plaatselijke radiostation maakten wij snel bekend dat onze vergaderingen uitgesteld zouden worden. Ik maakte mij wel wat zorgen over de mogelijkheid op zondag naar Nouméa terug te vliegen.
Tegen 5.30 uur n.m. was de wind zo krachtig geworden dat enkele ruiten het begaven. Wij beseften dat wij de ramen en deuren moesten barricaderen, zodat de wind niet kon binnendringen en het dak kon wegrukken. Matrassen, bedden, bureaus en tafels werden tegen de ramen en muren opgestapeld. Wij konden de kracht voelen waarmee de wind tegen het huis sloeg, maar gelukkig bleef alles overeind staan. Later hoorden wij dat er die nacht windstoten waren geweest van 240 kilometer per uur.
Al gauw kwam er een korte windstilte. Wij maakten hier gebruik van en renden naar buiten om te zien hoe de Getuigen die naast ons woonden, het maakten. Het verbijsterde ons te zien dat de bomen in hun tuin waren omgewaaid en de wand van een kamer was ingestort. De drie zusters waren in een andere kamer bijeen en wachtten op hulp. Wij begonnen ons af te vragen hoe het met onze andere broeders en zusters zou gaan. Wij baden allen tot Jehovah of hij hen wilde behoeden.
Tegen middernacht, na bijna acht uitputtende uren, trok de cycloon in zuidelijke richting weg. Maar het bleef weerlichten en regenen. Tijdens de herhaaldelijke lichtflitsen zagen wij overal golfplaten daken langsvliegen. En al gauw begon het in te regenen. Het was nu 2.30 uur v.m. en wij besloten op pad te gaan om te zien hoe onze broeders en zusters het maakten.
De nasleep
De straten lagen vol bladeren en takken, brokstukken van meubels, golfplaten daken en huishoudelijke artikelen. Metalen lantaarnpalen waren omgebogen en op de grond gesmeten. Wij moesten ons door al het puin een weg banen en kregen een verschrikkelijk beeld van verwoesting te zien. Toen ontdekten wij de plaatselijke presiderende opziener en zijn gezin, die huiverend van de kou in hun kleine auto zaten. Het dak van hun huis was door de cycloon weggeblazen en het huis was verwoest. Het was een hele opluchting hen ongedeerd aan te treffen.
Die cycloon bleek de meest verwoestende wervelstorm te zijn die Vanuatu in 25 jaar had getroffen. De ruwe zeeën hadden alle schepen doen stranden en wij hoorden dat 46 mensen de dood hadden gevonden of vermist werden, vooral onder degenen die zich op de schepen bevonden. Bijna 4000 personen waren dakloos geworden en de schade aan de oogst en aan eigendommen werd op $200 miljoen geschat. Wij waren blij te horen dat geen van onze broeders gestorven of gewond was.
Er werd snel een hulpcomité opgericht. Jehovah’s Getuigen in Nieuw-Caledonië zonden meer dan 450 kilo aan voorraden, met inbegrip van voedsel, kleding en materiaal om de broeders te helpen hun huis te herbouwen. Een groep geïnteresseerde personen aan de andere kant van het eiland omhelsde ons toen zij ons zagen. Hun oogst was verwoest en slechts één hut van het oude bouwtype had de storm doorstaan. Wij vergewisten ons ervan dat zij genoeg voedsel voor twee dagen hadden en keerden toen naar Port Vila terug.
De plaatselijke autoriteiten begonnen ook bij te springen en er begon hulp te komen uit naburige landen. Toen er een rottingslucht begon op te stijgen, gaf de regering de bevolking de raad de stad zo snel mogelijk te reinigen. Wij gaven enkele suggesties over het gebruik van water, ten einde de verspreiding van ziekten zoals tyfus en cholera te voorkomen.
Tot grote vreugde van iedereen slaagden wij er de volgende donderdag in het diaprogramma te vertonen. Na de vergadering hoorden wij een druk geroezemoes van stemmen onder de broeders en zusters. Velen van hen waren nog niet over de schok heen dat zij al hun bezittingen waren kwijtgeraakt. Maar iedereen toonde een wonderbaarlijke bereidwillige geest om hulp te bieden en in de behoeften van anderen te voorzien. Wat een demonstratie van christelijke eenheid!
Ten slotte was de tijd aangebroken dat wij onze geliefde broeders en zusters moesten verlaten. Hun liefde en ijver hadden ons zeer aangemoedigd. De ontberingen die wij hadden geleden, hadden ons alleen maar dichter tot elkaar gebracht. Toen ons vliegtuig van Port Vila opsteeg, was het onze oprechte wens te kunnen terugkeren om hen allen weer te zien. — Ingezonden.
[Kaart/Illustraties op blz. 26]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
VANUATU
ESPÍRITU SANTO
Luganville
MALEKULA
EFATE
Port Vila
NIEUW-CALEDONIË
Nouméa
[Illustraties]
Port Vila, hoofdstad van Vanuatu
Tot een plaatselijke bewoner prediken
Een karakteristiek dorpje
[Illustratie op blz. 29]
Blij het goede nieuws te horen