„Christus, de Zoon van de levende God”
NADAT Jezus’ discipelen hadden bericht wie hij volgens de mensen was, vroeg hij: „’Wie zegt gij echter dat ik ben?’ Simon Petrus gaf ten antwoord: ’Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.’” — Matthéüs 16:15, 16.
Was Petrus de enige die tot deze conclusie kwam? Beslist niet! Merk op wie nog meer dezelfde gedachte waren toegedaan en neem er nota van op grond waarvan zij hem als zodanig beschouwden.
VROEGE AANHANGERS: Johannes de Doper, de discipelen Nathanaël en Martha, en Saulus van Tarsus behoorden tot de anderen die Jezus allen Gods Zoon noemden (Matthéüs 14:33; Johannes 1:33, 34, 49; 11:27; Handelingen 9:20). Zij werden in hun overtuiging gesterkt doordat zij zagen hoe profetieën die ten doel hadden de beloofde Messías te identificeren, in Jezus werden vervuld.
VROEGE TEGENSTANDERS: Joden die Jezus wilden doden, noemden hem Gods Zoon, evenals soldaten die aanwezig waren bij zijn terechtstelling aan de paal (Matthéüs 27:54; Johannes 19:7). Hoewel hierdoor niet per se te kennen wordt gegeven dat zulke tegenstanders dat geloofden, laat het op zijn minst zien dat zij op de hoogte waren van wat anderen omtrent Jezus beweerden; en de bovennatuurlijke gebeurtenissen die plaatsvonden bij zijn terechtstelling aan de paal, hebben klaarblijkelijk sommigen van hen ertoe gebracht de kwestie van zijn identiteit opnieuw te beschouwen.
ENGELEN: Toen de engel Gabriël Jezus’ geboorte aankondigde, noemde hij hem Gods Zoon (Lukas 1:32, 35). Zelfs door demonen bezeten personen riepen onder invloed van goddeloze engelen uit: „Wat hebben wij met u te maken, Zoon van God?” (Matthéüs 8:28-32) Gezien Jezus’ voormenselijke bestaan in de hemel ligt het voor de hand dat zowel goede als slechte engelen wisten wie hij was.
JEZUS ZELF: Jezus liet zich er nooit op voorstaan dat hij Gods Zoon was om te trachten bij anderen in de gunst te komen of zich te verlustigen in het prestige dat deze verwantschap bood. Integendeel, in de meeste gevallen duidde hij zichzelf nederig aan als „de Zoon des mensen” (Matthéüs 12:40; Lukas 9:58). Maar bij verscheidene gelegenheden heeft hij wel toegegeven dat hij Gods Zoon was. — Johannes 5:24, 25; 10:36; 11:4.
JEHOVAH GOD: Door wie zou Jezus Christus met meer gezag geïdentificeerd kunnen worden dan door Jehovah God zelf? Tweemaal getuigde Jehovah vanuit de hemel: „Dit is mijn Zoon, de geliefde, die ik heb goedgekeurd.” — Matthéüs 3:17; 17:5.
God bezag Jezus met welgevallen — u ook?
In de eerste eeuw aanvaardden duizenden mensen Jezus als wat hij was: de beloofde Messías of Christus, die naar de aarde was gezonden om Jehovah’s soevereiniteit te rechtvaardigen en zijn leven aan te bieden als losprijs voor de mensheid (Matthéüs 20:28; Lukas 2:25-32; Johannes 17:25, 26; 18:37). Met het oog op de bittere tegenstand die werd geboden, zouden de mensen zich stellig niet geroepen hebben gevoeld volgelingen van Jezus te worden als zij in het onzekere hadden verkeerd omtrent zijn identiteit. IJverig en moedig namen zij het werk op zich dat hij hun opdroeg, namelijk „discipelen [te maken] van mensen uit alle natiën”. — Matthéüs 28:19.
In deze tijd weten miljoenen christelijke discipelen dat Jezus geen mythe is. Zij aanvaarden hem als de in de hemel op de troon geplaatste Koning van Gods opgerichte koninkrijk, die thans progressief de macht over de aarde en haar aangelegenheden overneemt. De komende goddelijke regering is welkom nieuws omdat ze verlichting van de wereldproblemen belooft. Deze ware christenen tonen hun van ganser harte gegeven steun aan Gods uitverkoren Regeerder door „dit goede nieuws van het koninkrijk” aan anderen bekend te maken. — Matthéüs 24:14.
Degenen die de Koninkrijksregeling in handen van „Christus, de Zoon van de levende God” ondersteunen, zullen zich in eeuwige zegeningen verheugen. Die zegeningen kunnen ook u ten deel vallen!
[Inzet op blz. 8]
Miljoenen die eens in het onzekere verkeerden omtrent Jezus’ identiteit steunen hem thans eensgezind als de Regeerder van Gods koninkrijk
[Illustratie op blz. 7]
Petrus identificeerde Jezus als „Christus, de Zoon van de levende God”. Meer dan 3.000.000 getuigen van Jehovah doen dat thans eveneens