Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w88 15/5 blz. 28-31
  • Een open deur naar de San Blas Eilanden

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een open deur naar de San Blas Eilanden
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Onderkopjes
  • Een audiëntie bij de Sahilas
  • Een bezoek aan Achutupu
  • Van hut tot hut op Achutupu
  • Kleurrijke Cuna-klederdracht
  • Onze zending volbracht!
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
w88 15/5 blz. 28-31

Een open deur naar de San Blas Eilanden

HET tweemotorige vliegtuigje cirkelde boven de kleine landingsbaan langs het strand. De piloot maakte bekend dat de landingsbaan was ondergelopen en dat het niet veilig zou zijn om te landen. Maar toen hij voor de tweede keer de landingsmanoeuvre inzette, besloot hij het vliegtuigje toch aan de grond te zetten. Zodra het vliegtuig de grond raakte, hobbelde het over de grindbaan en sproeide een grote hoeveelheid water de lucht in. Toen het ten slotte stilstond, slaakten wij een zucht van verlichting. Onze bezorgdheid sloeg om in vreugde toen wij ontdekten dat onze vrienden ons opwachtten.

Zij waren van Ustupu gekomen, een eilandje dat ongeveer anderhalve kilometer uit de kust is gelegen. Het is een van de San Blas Eilanden, een keten van ongeveer 350 eilandjes waarmee de noordoostelijke kustlijn van Panama, tot aan de grens van Colombia, bezaaid is. Deze eilandjes worden bewoond door ongeveer 50.000 inheemse Indianen van de Cuna-stam. Wij hadden een zending te vervullen.

Een audiëntie bij de Sahilas

San Blas is een comarca, of territoriaal gewest, van de republiek Panama. Elk eiland wordt bestuurd door zijn eigen Sahilas, een soort van plaatselijke raad die is samengesteld uit oudere mannelijke leden van de gemeenschap. Vertegenwoordigers van de Sahilas vormen een lichaam dat Caciques wordt genoemd, dat over de gehele comarca regeert.

Sinds 1969 prediken Jehovah’s Getuigen het goede nieuws van het Koninkrijk in de comarca San Blas, en ongeveer vijftig personen bezoeken nu onze vergaderingen (Matthéüs 24:14). Op sommige eilanden wordt het ons door de plaatselijke autoriteiten echter niet toegestaan te prediken. Onlangs nodigde de Sahilas van Ustupu, het op één na dichtstbevolkte eiland in de groep, Jehovah’s Getuigen uit voor een onderhoud, ten einde te overwegen ons al dan niet officiële erkenning te verlenen. Het ziet ernaar uit dat Jehovah ’de deur voor ons opent’. — 1 Korinthiërs 16:9.

Op een voorbereidende vergadering werd duidelijk wat de belangrijkste zorg van de plaatselijke autoriteiten was. Zij zetten uiteen dat er al vier religies in de gemeenschap waren — de katholieken, de baptisten, de lidmaten van de Kerk van God en de mormonen. Elk heeft een groot kerkgebouw, waarvan sommige al enige tijd niet meer gebruikt worden. Aangezien het eiland over zeer weinig land beschikt, waren de functionarissen huiverig een nieuwe religieuze groepering toe te laten.

Via een tolk legden wij uit dat Jehovah’s Getuigen in ruim tweehonderd landen in de hele wereld tot het welzijn van de gemeenschap bijdragen doordat zij zulke hoge morele maatstaven handhaven. Wij gaven de functionarissen de verzekering dat de bijeenkomsten voorlopig in de huizen van plaatselijke Getuigen gehouden zouden worden en dat als er eventueel later een vergaderplaats gebouwd zou moeten worden, deze niet in onbruik zou geraken, omdat onze vergaderingen goed bezocht worden.

Na ongeveer een uur gediscussieerd te hebben, besloten de functionarissen de kwestie op de volgende Sahilas-vergadering, die later in de week gehouden zou worden, te behandelen. Wij zouden het antwoord moeten afwachten.

Een bezoek aan Achutupu

In plaats van alleen maar te wachten, besloten wij het eiland Achutupu met de Koninkrijksboodschap te bezoeken. Onze boot, La Torre del Vigia (De Wachttoren) genoemd, is fris opgeschilderd in rood en blauw en is uitgerust met een buitenboordmotor. De boot steekt scherp af bij de vele andere cayucos, of kano’s van uitgeholde boomstammen, die aan de kade lagen. Een tochtje van 45 minuten door een nogal ruwe zee bracht ons naar Achutupu.

Achutupu is een typisch tropisch eilandje, met wuivende palmbomen en zandstranden. Maar met een bevolking van ongeveer tweeduizend bewoners leek het er nogal vol. Overal stonden lange rijen inlandse hutten, die slechts door smalle, ongeplaveide paden van elkaar gescheiden waren. De hutten zagen er allemaal eender uit. De slechts ongeveer anderhalve meter hoge muren waren van bamboestengels vervaardigd die in een raamwerk van dunne boomstammen waren gevat, en het hoge dak was met een dikke laag palmbladeren afgedekt. Binnen bevond zich slechts één open ruimte voor het hele gezin. Er waren geen ramen, maar de kieren tussen de bamboestengels lieten voldoende licht en lucht door.

Voordat wij de mensen met onze bijbelse boodschap bezochten, besloten wij, overeenkomstig de plaatselijke gewoonte, eerst de dorpshoofden te bezoeken ten einde hen om toestemming te vragen. Wij gingen dus naar het gemeenschapscentrum, een groot gebouw in het midden van het stadje.

Het was donker in het gebouw, maar toen onze ogen aan de duisternis gewend raakten, konden wij rijen houten banken zien die rondom een open ruimte in het midden stonden. Overal hingen portretten van belangrijke Sahilas uit het verleden. Door de duisternis, de portretten en de stilte, had de plaats van binnen veel weg van een kerk. In het midden van dit alles bevonden zich vijf mannen, van wie sommigen het zich gemakkelijk hadden gemaakt in hangmatten en anderen op banken zaten. Zij waren kennelijk de dorpshoofden.

Een van de Getuigen, die met ons uit Ustupu was gekomen, Bolivar, zette in de plaatselijke taal het doel van ons bezoek uiteen. Wij werden direct al vriendelijk bejegend en kregen toestemming de dorpsbewoners te bezoeken.

Van hut tot hut op Achutupu

De Cuna-Indianen zijn een blijmoedig en vriendelijk volk. Toen wij door de straten liepen, renden de kinderen naar ons toe en riepen „Mergui! Mergui!” wat „vreemdelingen” betekent. Zij wilden ons een hand geven. Er waren weinig mannen op het eiland, en wij kregen te horen dat de meesten van hen weg waren om hun lapjes grond op het vasteland te bebouwen.

In elk huis werden wij binnengenodigd. De vrouw des huizes liet ons in een zware, met houtsnijwerk versierde stoel plaatsnemen en de rest van het gezin verzamelde zich om ons heen om aandachtig te luisteren. Voordat wij weggingen, werd ons een drank aangeboden die van cacao, koffie of plaatselijke vruchten was gemaakt. Hierna kregen wij een glas water om de mond te spoelen. Volgens de plaatselijke gewoonte was het volkomen juist het water op de vloer uit te spuwen. Wij leerden al gauw op elk adres een klein teugje te nemen, in gedachte houdend dat wij nog veel meer huizen te bezoeken hadden.

Bij één hut zagen wij opzij van de ingang ongeveer vijftig uit hout gesneden beelden van verschillende afmetingen op een rij staan. Bolivar legde uit dat deze dienden om boze geesten af te weren. Toen de vrouw naar de deur kwam en ons vertelde dat haar man ziek was, begrepen wij waarom de beelden zich daar bevonden, want ziekte wordt vaak aan demonen toegeschreven.

Nadat wij waren binnengenodigd, zagen wij de echtgenoot in een hangmat liggen. Aan een koord boven hem hingen tientallen miniatuurbogen met op de pees een roodgepunte pijl die op de zieke man gericht was. Men verwachtte hiervan dat ze de boze geesten zouden afschrikken. Op de grond stonden verscheidene ronde kalebassen waarin zich beeldjes, tabakspijpen en smeulende cacaobonen bevonden. Hiervan werd verwacht dat ze de geesten gunstig zouden stemmen. Bolivar deed zijn best de gezinsleden te vertroosten door hun te vertellen over Gods belofte om alle ziekte uit te wissen, en zij namen bijbelse lectuur. Opnieuw werd ons de traditionele drank en het glas water aangeboden.

Kleurrijke Cuna-klederdracht

Een ongewone bezienswaardigheid op de eilanden is de kleurrijke klederdracht van de Cuna-Indianen. Hoewel de mannen tegenwoordig meestal westerse kleding dragen, geven de vrouwen nog altijd de voorkeur aan hun traditionele dracht, die bestaat uit een rode hoofddoek, een blouse met korte mouwen en een rok tot op de knieën. Het bovenste gedeelte van de blouse is gewoonlijk felgekleurd. Het middelste gedeelte staat bekend als een mola, die toeristen vaak kopen en als muurdecoratie gebruiken. Het is een soort patchwork op kleurige stof in traditionele dessins van vogels, vissen en andere dieren. De rok is eenvoudig een rechthoekige lap donkere stof met vrolijke patronen, die om het lichaam wordt gewikkeld en in de taille naar binnen wordt geslagen. De meeste Cuna-vrouwen dragen hun haar kort, hoewel sommige jongere ongehuwde meisjes hun haar laten groeien.

De vrouwen schijnen graag veel sieraden te dragen. Gouden oorringen, kettingen, armbanden en neusringen zijn heel populair. Vaak worden alle kostbaarheden van het gezin, die een bedrag kunnen vertegenwoordigen dat tot in de duizenden dollars loopt, op deze wijze door de vrouwen gedragen. Ook de been- en armbanden zijn kenmerkend. Ze worden van oranje, gele en anderskleurige kraaltjes gemaakt en kunnen vijf tot vijftien centimeter breed zijn. De vrouwen rijgen de kraaltjes aan een lange draad en winden die dan strak om hun ledematen. Op knappe wijze weet men dessins te verkrijgen door de kleur van de kraaltjes aan de draad af te wisselen. De banden worden zo strak gespannen, dat ze maanden achtereen gedragen kunnen worden zonder verwijderd te hoeven worden, zelfs niet voor het nemen van een bad. Ter completering van hun opsmuk wordt er een verticale zwarte streep over het midden van het voorhoofd en de neus, tot op de bovenlip, geschilderd of getatoeëerd.

Ons interessante bezoek aan Achutupu moest worden afgebroken, omdat wij naar Ustupu moesten terugkeren om op tijd de vergadering met de Sahilas bij te wonen. Op de kade stonden veel mensen ons op te wachten om bijbelse lectuur van ons te nemen. Wij lieten graag datgene wat wij nog hadden, bij hen achter.

Onze zending volbracht!

Toen wij weer terug waren op Ustupu was het gemeenschapscentrum vol met honderden mensen die graag wilden weten of Jehovah’s Getuigen al dan niet officieel erkend zouden worden. Wij waren ook zeer benieuwd. Nadat een deel van de agenda was afgehandeld, deed de voorzitter het voorstel een motie aan te nemen waarbij Jehovah’s Getuigen werden gemachtigd als religie op het eiland werkzaam te zijn. Toen hij de aanwezigen vroeg hun mening kenbaar te maken, klopte ons hart sneller. Slechts twee personen stemden tegen; de meesten reageerden welwillend.

Ten slotte stemde de volksvertegenwoordiging om ons officiële toestemming te verlenen vergaderingen te houden en van huis tot huis te prediken en de beslissing in de notulen op te nemen. Aldus zijn Jehovah’s Getuigen de eerste religie op het eiland geworden die een schriftelijke machtiging bezitten om hun aanbidding uit te oefenen. Alle andere religies bezitten slechts een mondelinge goedkeuring. Wat zijn wij blij en dankbaar voor deze overwinning!

Het is te hopen dat deze beslissing de deur zal openen voor de mogelijkheid het goede nieuws van het Koninkrijk op alle San Blas Eilanden te prediken. Er is alle reden om er net zo over te denken als de psalmist toen hij zei: „Jehovah zelf is koning geworden! Laat de aarde blij zijn. Laten de vele eilanden zich verheugen.” — Psalm 97:1.

[Kaart op blz. 28]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

PANAMA

Panama

San Blas Eilanden

Golf van Panama

Caribische Zee

COLOMBIA

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen