Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w88 15/1 blz. 21-23
  • Bent u eens verbonden geweest met Jehovah’s organisatie?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bent u eens verbonden geweest met Jehovah’s organisatie?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bent u tot struikelen gebracht?
  • Was u het oneens met een leerstelling?
  • Keer nu terug
  • Help hen zo snel mogelijk terug te komen!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Bent u tot struikelen gebracht door wat anderen hebben gedaan?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • Een hartelijk welkom voor degenen die terugkeren
    Overleving en daarna een nieuwe aarde
  • „Jehovah, een God barmhartig en goedgunstig”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
w88 15/1 blz. 21-23

Bent u eens verbonden geweest met Jehovah’s organisatie?

DE JONGEMAN schaamde zich en voelde zich diep ongelukkig. Aan zijn gehavende en gescheurde kleren was te zien dat ze eens modieus geweest waren. Nu lieten ze er geen twijfel over bestaan dat hij in grote problemen was geraakt. Terwijl zijn gedachten hem als vanzelf weer terugvoerden naar zijn verre vaderland, begon hij een intense walging te voelen voor het liederlijke leven dat hij had geleid en de manier waarop hij de erfenis, die hij met alle geweld op stel en sprong had willen hebben, had verkwist. Zijn lege maag vergrootte zijn ellende en hij had heimwee. Ja, zelfs de dienstknechten bij zijn vader thuis waren er veel beter aan toe dan hij! O, wat zou hij graag in hun schoenen staan!

Maar wat voor ontvangst kon hij van zijn vader verwachten als hij nu terugging? Hij kon bezwaarlijk verwachten hartelijk begroet of zelfs binnengelaten te worden na de schandelijke manier waarop hij de goedheid van zijn vader had misbruikt. Maar toch werden zijn geest en hart door een intens gevoel beheerst: Hij moest naar huis.

Wat begreep deze jongeman weinig van de gevoelens die zijn vader voor hem koesterde! Wat wachtte hem een verrassing toen hij in de buurt van zijn ouderlijk huis kwam! Ja, „terwijl hij nog ver weg was, werd zijn vader hem gewaar en werd door medelijden bewogen, en hij snelde op hem toe en viel hem om de hals en kuste hem teder”. — Lukas 15:20.

Bent u, net als de verloren zoon, van huis weggegaan? Bent u van uw Vader, Jehovah, en zijn organisatie afgedreven? Koestert u nu ook het verlangen ’thuis te komen’?

In de meeste gevallen zijn degenen die van Jehovah’s organisatie zijn afgedreven, niet precies als de verloren zoon geweest. In het geval van velen was het eenvoudig een kwestie van geleidelijk, bijna onmerkbaar, afdrijven — net als een bootje dat is losgeraakt en langzaam steeds verder van de kant af drijft. Sommigen hebben zo te kampen gehad met financiële moeilijkheden of gezinsproblemen, met ziekte of zelfs met pogingen om vooruit te komen in de wereld, dat er geen tijd overbleef voor geestelijke zaken. Anderen hebben toegelaten dat zij tot struikelen werden gebracht door personen die met de christelijke gemeente verbonden waren of zijn weggegaan omdat zij het niet eens waren met een bepaald inzicht dat Jehovah’s organisatie met betrekking tot een schriftuurlijk punt had. Weer anderen hebben toegelaten dat zij ontmoedigd raakten en zijn weggegaan toen dit huidige samenstel van dingen niet eindigde op de tijd dat zij dit verwachtten.

Als u tot degenen behoort die niet langer actief met Jehovah’s organisatie verbonden zijn, zullen naar alle waarschijnlijkheid één of meer van deze redenen op uw omstandigheden van toepassing zijn. Maar wàt de oorzaak ook moge zijn, is het nu niet de hoogste tijd om aan terugkeren te denken? — Matthéüs 18:12-14.

Bent u tot struikelen gebracht?

Wanneer wij beschouwen hoe ver de mensheid van de volmaaktheid verwijderd is geraakt, is het te verwachten dat er zich van tijd tot tijd persoonlijkheidsconflicten zullen voordoen. Dit heeft ertoe geleid dat sommigen tot struikelen werden gebracht. Anderen zijn gestruikeld toen iemand voor wie zij veel respect hadden, plotseling op de een of andere onbezonnen of onchristelijke manier handelde of betrokken raakte bij kwaaddoen.

Is dit u overkomen? Wàt u ook tot struikelen heeft gebracht, er kan beslist niet gezegd worden dat Jehovah de struikeling heeft veroorzaakt. (Vergelijk Galaten 5:7, 8.) Heeft het dus eigenlijk wel zin om onze verhouding met hem te verbreken wegens iets wat een ander heeft gedaan? Moeten wij hem niet veeleer getrouw blijven dienen, in het volste vertrouwen dat Jehovah weet wat er gebeurt en ons liefdevol zal bejegenen? — Kolossenzen 3:23-25.

Met het verstrijken van de tijd hebben sommigen gemerkt dat wat hen oorspronkelijk tot struikelen heeft gebracht, nu lang niet zo belangrijk meer lijkt of misschien zelfs helemaal niet meer bestaat. Tijdens een rustige beschouwing van de kwestie komen zij nu misschien zelfs tot de conclusie dat zíj in werkelijkheid degenen waren die verkeerd hebben gehandeld. Dit blijkt vaak het geval te zijn wanneer iemand het oneens is geweest met de een of andere raadgeving of met streng onderricht dat hem werd gegeven, en erover is gestruikeld. Achteraf bezien beseft hij misschien dat dit strenge onderricht gegeven werd in echte liefde en om zijn bestwil (Hebreeën 12:5-11). Wat is het daarom passend om in overeenstemming met de raad van de apostel Paulus te handelen! Hij schreef: „Richt de neerhangende handen en de verslapte knieën op, en blijft rechte paden voor uw voeten maken, opdat wat kreupel is niet ontwricht raakt, maar veeleer gezond gemaakt wordt.” — Hebreeën 12:12, 13.

Was u het oneens met een leerstelling?

Misschien hebt u Jehovah’s organisatie verlaten omdat u een andere mening had over een schriftuurlijk punt. Evenals de uit Egypte geredde Israëlieten al snel ’de werken vergaten’ die God ten behoeve van hen had gedaan en ’niet op zijn raad wachtten’, kwam u misschien haastig tot de conclusie dat aangezien de organisatie niet de zienswijze voorstond die u als juist beschouwde, u de banden met haar moest verbreken (Psalm 106:13). Misschien is het punt sindsdien opgehelderd, hetzij veranderd of, door verder schriftuurlijk onderzoek onder leiding van Gods geest, gestaafd. Zou het niet beter geweest zijn gewoon bij de organisatie te blijven en op Jehovah te wachten?

Het is goed in gedachte te houden dat Jehovah altijd via slechts één organisatie heeft gewerkt. In onze tijd deelt „de getrouwe en beleidvolle slaaf” „te rechter tijd” geestelijk voedsel uit. Merk op dat deze slaaf ’bij de aankomst van de Meester hiermee bezig gevonden’ zou worden (Matthéüs 24:45-47). En wie zijn het in deze tijd die echt beseffen dat de Meester reeds gekomen is? Wie zijn druk bezig met het bewuste werk? Alleen degenen die verbonden zijn met Jehovah’s organisatie van christelijke getuigen!

Toen anderen Jezus in de steek lieten, zei de apostel Petrus: „Heer, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven.” Voor Petrus bestond er geen twijfel dat Jezus de Messías was. Dus toen veel discipelen enkele woorden van Jezus aanstootgevend vonden, besefte Petrus dat het onverstandig zou zijn de bron van „woorden van eeuwig leven” te verlaten. Te zijner tijd zou elke twijfel of elk misverstand worden opgehelderd (Johannes 6:51-68; vergelijk Lukas 24:27, 32). En zo gaat het nog steeds, ook in deze tijd waarin Jehovah zijn dienstknechten progressief op de weg der waarheid voortleidt. — Spreuken 4:18.

Keer nu terug

„Laten wij toch onze wegen doorzoeken en doorvorsen, en laten wij toch terugkeren, ja, tot Jehovah”, zei de profeet Jeremia met klem (Klaagliederen 3:40). Toch zullen sommigen nog steeds terughoudend zijn, misschien omdat zij vrezen dat de gemeente hen bij hun terugkeer koel zal ontvangen. Maar hoe was de reactie toen de verloren zoon naar huis terugkeerde? ’Wij moesten ons wel verheugen’, legde de vader uit, „want deze broer van u was dood en is tot leven gekomen, en hij was verloren en werd gevonden” (Lukas 15:32). Een soortgelijk hartelijk welkom wacht degenen die ’tot Jehovah terugkeren’ met het oprechte verlangen zijn wil te doen. — Vergelijk Lukas 15:7.

Maar de christelijke gemeente is niet met de armen over elkaar blijven wachten totdat ze zulke personen kon verwelkomen indien en wanneer zij de beslissing namen om ’thuis te komen’. In Jezus’ illustratie holde de vader naar buiten om zijn zoon te ontmoeten toen „hij nog ver weg was”. Evenzo beschouwen Jehovah’s Getuigen het als een persoonlijke verplichting degenen die eens met de organisatie verbonden zijn geweest, op te zoeken en te helpen in Jehovah’s organisatie terug te komen.

Maar als iemand zich nu schuldig heeft gemaakt aan ernstig kwaaddoen in de periode dat hij van Jehovah’s organisatie gescheiden was? Of als iemand wegens ernstig kwaaddoen de omgang met Gods volk moest worden ontzegd, maar hij er sindsdien mee is opgehouden zich aan onchristelijk gedrag over te geven? De ouderlingen zullen weten hoe zij hem op een vriendelijke en liefdevolle manier kunnen helpen om de kwestie met Jehovah in orde te brengen. Iedereen die thans graag wil terugkeren en weer in overeenstemming met de wil van God wil leven, wordt er daarom toe aangespoord dit verlangen aan de ouderlingen kenbaar te maken. „’Komt nu, en laten wij de zaken rechtzetten tussen ons’, zegt Jehovah. ’Al zouden uw zonden als scharlaken blijken te zijn, ze zullen zo wit worden gemaakt als sneeuw.’” — Jesaja 1:18.

Wat is onze hemelse Vader goed, hartelijk en liefdevol! En wat is hij geduldig en heeft hij veel belangstelling voor een ieder van ons persoonlijk! Hij wil beslist niet dat wij met dit goddeloze samenstel van dingen worden vernietigd (2 Petrus 3:9). Jehovah was Degene die zijn volk in de oudheid aanspoorde: „Keert tot mij terug, en ik wil tot u terugkeren.” Diezelfde uitnodiging geldt ook in deze tijd. — Maleachi 3:7.

De tijd loopt ten einde, dus stel het niet uit. Geniet met Jehovah’s volk weer de ’overvloedige vrede die hun toebehoort die Gods wet liefhebben’. „Voor hen is er geen struikelblok”, zei de psalmist (Psalm 119:165). Hebt u, diep in uw hart, Jehovah’s wet lief? Als u een opgedragen dienstknecht van God bent, is dit de reden waarom u zich aan hem hebt opgedragen. Niets — ja, absoluut niets — kan belangrijker zijn dan het herstellen van de verhouding die u met Jehovah hebt gehad. Keer hem niet de rug toe. Denk ernstig en onder gebed over de kwestie na. Als u de eenheid en hartelijkheid van Jehovah’s volk hebt gemist, is het niet te laat naar Jehovah’s organisatie terug te keren. Doe dit zonder uitstel.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen