Jehovah bouwt een huis
ZATERDAG 21 maart 1987 was een dag die de werkers op het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Zuid-Afrika nooit zullen vergeten. Het was een historische gebeurtenis. Het nieuwe complex in Roodekrans werd ingewijd — het hoogtepunt van zes jaren noeste arbeid. Maar de eer gaat naar Jehovah. Zoals Salomo het uitdrukte: „Als Jehovah zelf het huis niet bouwt, is het tevergeefs dat de bouwers ervan er hard aan hebben gewerkt.” — Psalm 127:1.
Laten wij eens een korte beschouwing wijden aan de groei van Jehovah’s Getuigen in Zuid-Afrika. In 1902 begonnen de eerste twee personen van de plaatselijke bevolking de publikaties van het Genootschap te bestuderen en tot anderen te prediken. In 1910 kreeg Will Johnston van broeder Russell de opdracht een eenmansbijkantoor te openen in Durban. Het daaropvolgende jaar werd in het nabijgelegen Ndwedwe een van de eerste Afrikaanse gemeenten georganiseerd. Gedurende het gewichtige jaar 1914 werd in Durban het eerste congres gehouden, dat door vijftig personen werd bezocht. Het bijkantoor verhuisde in 1923 naar Kaapstad en het jaar daarop werd een eenvoudige drukpers in gebruik genomen. In 1933 werd een groter pand betrokken, maar er was geen Bethelhuis.
Nog een andere belangrijke verhuizing vond plaats in 1952, en wel naar Elandsfontein — ongeveer 1500 kilometer ten noorden van Kaapstad en circa 20 kilometer ten oosten van Johannesburg. Het was het eerste gebouw in Zuid-Afrika dat door het Genootschap zelf ontworpen was, zodat er meer dan voldoende ruimte was voor zowel een drukkerij als een Bethelhuis of woongedeelte. Intussen ging het Koninkrijkswerk van start in verscheidene landen die onder het toezicht van het Zuidafrikaanse bijkantoor vielen. Daarom moest het bijkantoor in 1959, en nog eens in 1971 en 1978 worden uitgebreid. Toen was er op die plaats geen ruimte meer voor verdere uitbreiding.
De oorspronkelijke twee verkondigers in Zuid-Afrika waren tot ongeveer 28.000 uitgegroeid. De tijd was aangebroken om uit te kijken naar een nieuwe plaats, hetgeen een lange zoektocht met zich bracht. Uiteindelijk werd er in Roodekrans, zo’n 60 kilometer van Elandsfontein, een prachtige boerderij met 87 hectare land gevonden. Bij het zoeken naar en de uiteindelijke koop van deze geweldig fijne plaats bleek duidelijk Jehovah’s leiding en hulp.
Problemen overwinnen
Toch moesten er aanzienlijke problemen overwonnen worden. De aanvangskosten leken reusachtig en om een fabriek, kantoren en woonappartementen in een stadsgebied te mogen bouwen, moesten speciale vergunningen worden verkregen. Een bijkomende complicatie was de wenselijkheid zwarte Getuigen die als vertalers werkten, in hetzelfde gebouw te laten wonen. De manier waarop deze hindernissen werden overwonnen, leek wonderbaarlijk, waardoor bewezen werd dat Jehovah het huis bouwde. Nog een probleem was een aanzienlijk tekort aan vakmensen. Maar vrijwillige werkers, inclusief de zusters, leerden de verscheidene ambachten snel. Eén opziener merkte op: „Fijngebouwde jonge meisjes die niet op een bouwplaats thuishoren, werden bedreven tegelzetters. Ik heb nooit betere gezien.”
Aanvankelijk verliepen de bouwwerkzaamheden langzaam. Toen kwamen drommen vrijwilligers naar Roodekrans — zwarten, blanken, kleurlingen en Indiërs. Er kwamen zelfs broeders uit andere landen, zoals Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten. Dit was heel ongebruikelijk in Zuid-Afrika. „Het is schitterend om broeders en zusters van verschillende nationaliteiten en rassen en met verschillende achtergronden te zien samenwerken”, zei één vrijwilliger. Velen gaven goede banen op of namen langdurig verlof om bij de bouw in Roodekrans te helpen. Onder hen waren ervaren werktuigkundigen, een architect, een ingenieur, bekwame ontwerpers en bouwopzichters. Veel kostbare machines werden geschonken of geleend.
Hoe stond het met de enorme kosten die erbij betrokken waren? Het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen had een zeer aanzienlijke lening toegekend en plaatselijke Getuigen van alle rassen en leeftijden gaven edelmoedig bijdragen. Een meisje van zes schreef: „Ik heb dit geld gespaard om een pop te kopen, maar ik stuur het jullie. Ik hoop dat jullie met dit geld Roodekrans kunnen afmaken. Als ik groot ben, wil ik ook naar Roodekrans gaan en daar werken.” Een vijf jaar oude Indiase jongen droeg zijn zakgeld van de voorgaande zes maanden bij!
In de weekeinden kwamen honderden Getuigen meer om een handje te helpen aan dit zo noodzakelijke project. Andere vrijwilligers kwamen een dagje helpen en vaak waren hierbij echte opofferingen en grote krachtsinspanningen betrokken. Bezoekers die geen Getuigen waren, schudden hun hoofd in ongeloof bij het zien van de massale en enthousiaste ondersteuning. Veel mensen uit de omgeving waren diep onder de indruk. Plaatselijke firma’s wedijverden om zaken te doen in Roodekrans en hun vertegenwoordigers maakten vaak opmerkingen over de atmosfeer van vrede en eenheid.
Een majestueus gebouw in een prachtige omgeving
Rotsachtige heuvels aan de zuidkant van het bouwterrein zien uit over een lieflijk dal met een riviertje. Hoewel het perceel in de buurt van een aantrekkelijke voorstad ligt, zijn er nog steeds wilde dieren, zoals parelhoenders en hazen. Zwarte arenden en jakhalzen komen ook vaak een kijkje nemen. Het woongebouw, dat over een lengte van ongeveer 360 meter tegen de lagere hellingen van de heuvels aanleunt, is van rode baksteen. Het heeft drie verdiepingen vanwaar men prachtige vergezichten heeft. In het midden bevindt zich een dienstruimte met een eetzaal, een keuken, een wasserij en een ziekenafdeling. Hier vlakbij liggen het kantoorgebouw en een kolossale drukkerij, die ruwweg de omvang van Noachs ark heeft. Hierin is de grote TKS-vierkleurenoffsetpers ondergebracht.
Ten westen van het woongebouw ligt een landbouwterrein met een grote boerenschuur, die tijdens de bouw werd gebruikt als eetzaal en keuken. Velden met gras en luzerne vormen grazige weiden voor een kudde melkkoeien. Er staan honderden protea’s („suikerbossies”) op de heuvels achter het woongebouw. Naast de bestaande hoge eucalyptusbomen zijn er niet alleen vele nieuwe bomen geplant, maar ook kleurrijke bloembedden en grote grasvelden aangelegd.
Het inwijdingsprogramma
De inwijding op zaterdagmiddag 21 maart 1987 werd bijgewoond door een menigte van ongeveer 4000 personen, die in een open ruimte bij het woongebouw waren bijeengekomen. Vanaf een tijdelijk podium had men het gezicht op de heuvels, wat het effect gaf van een amfitheater. De voorzitter, broeder R. F. Stow, las aanmoedigende berichten uit 17 landen voor. Het meest roerende was dat van Maud Johnston, de vrouw van de eerste bijkantooropziener in Durban. Op 92-jarige leeftijd dient zij nog steeds in het Australische Bethelhuis.
P. J. Wentzel, opziener van de Dienstafdeling, was de eerste spreker en gaf een korte samenvatting van de geschiedenis van het Koninkrijkswerk in Zuid-Afrika. Hij vergeleek het aantal van vijftig personen die de eerste vergadering in 1914 bezochten, met het aantal aanwezigen van 99.000 tijdens de congressen van 1986. Vervolgens beschreef drukkerijopziener J. H. Kikot wat er betrokken was bij het drukken van lectuur in vele talen en het werk van meer dan vijftig vertalers. Hij memoreerde ook dat er in 1979 een grote TKS-pers werd geïnstalleerd, een geschenk van het Japanse bijkantoor, maar dat die slechts in twee kleuren drukte. Onlangs werden nog twee drukeenheden, ook een gift van Japan, aan de pers toegevoegd. Daarom was iedereen er verrukt over te vernemen dat De Wachttoren van 1 april 1987 in vierkleurendruk was uitgevoerd.
C. F. Muller, coördinator van het bijkantoorcomité, beschreef hoe door Jehovah’s hulp was voorzien in de bouwplaats, de gelden, de deskundigen en de bekwame werkers. Gods geest bracht ook fijne harmonie teweeg tussen de verscheidene rassen. Hoewel het er in één fase op had geleken dat het onmogelijk was een drukkerij te bouwen in een voornamelijk als woongebied bestemde omgeving en om in hetzelfde gebouw ook zwarten te laten wonen, heeft Jehovah de weg geopend, dus hij was de werkelijke Meesterbouwer!
De volgende spreker was Carey Barber, een lid van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen. Zijn mooie lezing was gebaseerd op Jesaja 65:17-19, waarin wordt voorzegd dat Jehovah’s volk zich ’uitbundig zal verheugen en blij zal zijn voor eeuwig’. De spreker legde uit dat ’uitbundige verheuging’ betekent dat men ’opspringt van vreugde’ en dat het de meest verheven vorm van geluk is. Het was zeker een heel gelukkige dag voor hen die aanwezig waren. De inwijdingstoespraak werd gehouden door Milton Henschel, eveneens een lid van het Besturende Lichaam. Hij zond een bijzonder gebed op tot Jehovah, waarin hij hem dankte voor de voorziening van het gebouw dat nu aan hem werd opgedragen.
De volgende dag kwamen 28.250 Getuigen en geïnteresseerde personen bijeen in het Rand Stadium in Johannesburg, waar zij een korte samenvatting van het programma in Roodekrans te horen kregen. In een toespraak die in het Zoeloe werd vertaald, toonde broeder Henschel hoe Jehovah’s Getuigen, geleid door Jehovah en Jezus, overal in een triomftocht oprukken en „een welriekende geur van Christus” alsook andere bijbelkennis verspreiden (2 Korinthiërs 2:14-17). Hij besloot met vele aanmoedigende ervaringen, waarvan de grote menigte aanwezigen met volle teugen genoot.
Gedurende enkele daaropvolgende dagen werden soortgelijke bijeenkomsten gehouden in Durban en Kaapstad. Dit waren onvergetelijke gelegenheden voor Jehovah’s Getuigen in Zuid-Afrika. De Bethelfamilie in Roodekrans zal stellig nog lang terugdenken aan de inwijding van hun nieuwe huis. Aangezien er op dit moment ruim 40.000 actieve Getuigen in Zuid-Afrika zijn, in plaats van de 28.000 toen het werk in Roodekrans begon, wordt door het ’huis dat Jehovah heeft gebouwd’ in een uitermate belangrijke behoefte voorzien.