Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w87 1/12 blz. 4-7
  • Is gebedsgenezing van God afkomstig?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is gebedsgenezing van God afkomstig?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1987
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Kardinale verschillen
  • ’U schiet te kort in geloof!’
  • Genezen — een gave die is voorbijgegaan
  • Reden om op onze hoede te zijn
  • Wanneer een christen ziek is
  • Wordt gebedsgenezing door God goedgekeurd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • ’Wonderbare genezingen’ in deze tijd — Van God afkomstig?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2008
  • Moderne „genezers” — Werktuigen van God?
    Ontwaakt! 1975
  • De wonderbare genezing van de mensheid is nabij
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1997
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1987
w87 1/12 blz. 4-7

Is gebedsgenezing van God afkomstig?

DE MAN was al 38 jaar ziek. „Wilt gij gezond worden?” vroeg Jezus. Als u deze man was geweest, zou u dan niet gretig „ja!” hebben geantwoord? Jezus zei tot hem: „Sta op, neem uw draagbed op en loop.” Welke uitwerking hadden deze woorden? „Onmiddellijk werd de mens gezond, en hij nam zijn draagbed op en ging lopen.” — Johannes 5:5-9.

Dit voorbeeld van goddelijke genezing was slechts een van de vele genezingen die Jezus gedurende zijn aardse bediening bewerkstelligde (Matthéüs 11:4, 5). Gebedsgenezers in deze tijd beweren dat God nog steeds zulke genezingen tot stand brengt, en zij worden gesteund door de getuigenissen van duizenden mensen die beweren dat zij door hen zijn genezen.

Kardinale verschillen

Een studie van de bijbel brengt verscheidene kardinale verschillen aan het licht tussen de genezingen die in de bijbel vermeld staan en die welke door gebedsgenezers in deze tijd worden gemeld. Jezus en zijn discipelen vroegen bijvoorbeeld nooit betaling voor hun genezingen. „Gij hebt om niet ontvangen, geeft om niet”, leerde Jezus (Matthéüs 10:8). Daarmee volgden zij het voorbeeld dat Elisa had gegeven toen hij een geschenk weigerde van een man, Naäman geheten, die hij van melaatsheid had genezen (2 Koningen 5:1, 14-16). Wanneer gebedsgenezers betaling voor hun diensten verlangen, handelen zij dus in strijd met dit schriftuurlijke precedent.

Ook is het opmerkelijk dat de genezingen die in bijbelse tijden verricht werden, hetzij onmiddellijk plaatsvonden of binnen een heel kort tijdsbestek tot stand kwamen. Toen de apostel Petrus een man zag „die van de schoot van zijn moeder af kreupel was”, zei hij tegen de man: „In de naam van Jezus Christus de Nazarener, loop!” Het verslag onthult: „Ogenblikkelijk werden [de] voetzolen [van de kreupele man] en de beenderen van zijn enkels stevig, en met een sprong stond hij overeind en ging lopen” (Handelingen 3:1-8). Lees voor uzelf eens andere voorbeelden in Handelingen 5:15, 16 en 14:8-10.

Met de gebedsgenezingen in deze tijd zijn echter dikwijls dagen, weken of zelfs maanden gemoeid! Ook is het opmerkelijk dat gebedsgenezers de neiging hebben het zwaartepunt te leggen op functionele gebreken zoals blindheid, verlamming of doofheid — ziekten die soms een psychologische oorzaak hebben. De chirurg Paul Brand merkt op: „Wanneer een organisch gebrek eenmaal een onomstotelijk feit is geworden — ontbrekende benen, ogen of haarzakjes — doen zich zelden wonderen voor.” Maar Jezus genas „elke soort van kwaal en elk soort van gebrek”, met inbegrip van afwijkingen die kennelijk organisch waren, zoals een verschrompelde hand. — Matthéüs 9:35; Markus 3:3-5.

’U schiet te kort in geloof!’

Het tragische feit doet zich voor dat veel ernstig zieke mensen aan ’genezingskruistochten’ deelnemen maar er net zo ziek weer vandaan komen. Gebedsgenezers verklaren zulke mislukkingen door te beweren: ’Zij schieten te kort in geloof!’ Dit riekt echter naar bedrog. Zoals dr. William Nolen opmerkt: „In tegenstelling tot de reguliere arts hoeft een bovennatuurlijke genezer nooit de verantwoordelijkheid te dragen voor het mislukken van zijn therapie. Ik moet bekennen dat ik best graag de mogelijkheid zou hebben mijn toevlucht te nemen tot zo’n excuus als ik een patiënt tref die ik niet kan genezen.”

Noch Gods profeten of Jezus, noch Jezus’ discipelen hebben ooit het excuus hoeven aanvoeren dat de zieke niet genezen werd omdat hij in geloof te kort schoot. Zeker, het is mogelijk dat het aantal mensen die zich aandienden om genezen te worden, wegens een gebrek aan geloof beperkt bleef. Maar degenen die zich wel aandienden, werden altijd volledig genezen! — Markus 6:5, 6.

Ja, in sommige gevallen werden zelfs mensen genezen die kennelijk te kort schoten in geloof. De Syrische legeroverste Naäman bijvoorbeeld geloofde niet van harte dat hij van zijn melaatsheid kon worden genezen op de wijze die de profeet Elisa aangaf. Pas na zijn genezing erkende hij: „Zie toch, ik weet stellig dat er op de gehele aarde geen God is behalve in Israël” (2 Koningen 5:11-13, 15). De doorzichtige uitvluchten van gebedsgenezers zijn dus niet steekhoudend.

Genezen — een gave die is voorbijgegaan

Maar is het niet waar dat onder de vroege christenen veelvuldig gaven van gezondmakingen voorkwamen? (1 Korinthiërs 12:9) Ja, maar er was een goede reden voor de wonderen die destijds plaatsvonden. Vijftienhonderd jaar lang was de vleselijke natie Israël Gods uitverkoren volk geweest; maar in de eerste eeuw van onze gewone tijdrekening werd Israël verworpen omdat het de natie aan geloof ontbrak en werd ze vervangen door de nieuwe christelijke gemeente. Die vroege christenen hadden buitengewone steun nodig om hun geloof te versterken en de buitenwereld bewijzen te leveren dat Jehovah God achter hen stond.

Daarom werden aan de prille christelijke gemeente wonderbare gaven, waaronder de gave van gezondmaking, geschonken. Deze dienden als „een teken” voor ongelovigen en als middel om het geloof op te bouwen van hen die reeds gelovigen waren (1 Korinthiërs 14:22). Bijna tweeduizend jaar later staat het christendom echter niet meer in de kinderschoenen. (Vergelijk 1 Korinthiërs 13:9-13.) De bijbel is reeds lang voltooid en er zijn miljoenen exemplaren van in omloop. Ware christenen in deze tijd kunnen ongelovigen dus zonder moeite verwijzen naar de bladzijden van de bijbel om te ondersteunen wat zij onderwijzen. Wonderbare manifestaties zijn niet meer nodig.

Bovendien gaf Paulus te kennen dat bovennatuurlijke gaven zouden „worden weggedaan” (1 Korinthiërs 13:8). Die gaven werden uitsluitend rechtstreeks door of in bijzijn van de apostelen van Christus Jezus doorgegeven (Handelingen 8:18-20; 10:44-46; 19:6). Na de dood van de apostelen hielden de wonderbare manifestaties op.

De Cyclopedia of Biblical, Theological, and Ecclesiastical Literature door McClintock en Strong (Deel VI, blz. 320) merkt op dat het „een onbetwiste uitspraak [is] dat wij gedurende de eerste honderd jaar na de dood van de apostelen weinig of niets vernemen over het verrichten van wonderen door de vroege christenen”.

Reden om op onze hoede te zijn

Jezus Christus waarschuwde dat er een tijd zou komen waarin velen tot hem zouden zeggen: „Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, en in uw naam demonen uitgeworpen, en in uw naam vele krachtige werken verricht?” En toch zou Jezus tot hen zeggen: „Ik heb u nooit gekend! Gaat weg van mij, gij werkers der wetteloosheid” (Matthéüs 7:22, 23). Wat is dan de verklaring voor hun schijnbare succes in het verrichten van „krachtige werken” als Gods geest er niet de verklaring voor vormt?

In sommige gevallen blijkt er regelrecht bedrog bij betrokken te zijn. Zo bracht The Herald, een in Zimbabwe verschijnende krant, bericht uit betreffende drie personen over wie een welbekende gebedsgenezer vol trots had rondgebazuind dat zij genezen waren. De krant ontmaskerde dit als bedrog: „Eén kind kan nog steeds niet horen of spreken, één kind was nooit doof of stom geweest en een vrouw, die alleen maar doof was, kan nog steeds niet horen.”

Soms schijnt gebedsgenezing een placebo-effect op de patiënt te hebben. In andere gevallen — vooral als er een lange tijdsperiode verstrijkt voordat de genezing aan het licht treedt — schijnt het natuurlijke genezingsmechanisme van het lichaam in het spel te zijn. In het boek Science and the Paranormal beweert dr. William Nolen dat „ongeveer 80 procent van de patiënten die bij [een reguliere arts] komen, . . . ziekten [hebben] waarvan zij spontaan zullen genezen”. Met het verstrijken van de tijd kan een gebedsgenezer dus gemakkelijk met de eer voor de genezing gaan strijken.

En tot slot waarschuwt de bijbel: „Satan zelf blijft zich veranderen in een engel des lichts” in een poging mensen te misleiden (2 Korinthiërs 11:14). In 2 Thessalonicenzen 2:9, 10 legde Paulus verder uit: „De tegenwoordigheid van de wetteloze is overeenkomstig de werking van Satan met elk krachtig werk en leugenachtige tekenen en wonderen en met elk onrechtvaardig bedrog voor degenen die vergaan.” Wees dus op uw hoede! Bij gebedsgenezing zijn dikwijls demonische krachten betrokken! „Ik wil niet dat gij deelhebbers met de demonen wordt”, waarschuwde Paulus. „Gij kunt niet de beker van Jehovah en de beker van de demonen drinken.” — 1 Korinthiërs 10:20, 21.

Wanneer een christen ziek is

Zeker, voor iemand die ziek is, kan een wonderbare genezing een aantrekkelijke mogelijkheid lijken. Merk echter op dat Epafrodítus, een medewerker van de apostel Paulus, zo ziek werd dat hij op het punt stond te sterven (Filippenzen 2:25-27). Paulus’ intieme metgezel Timótheüs leed eveneens aan „veelvuldige ziektegevallen” (1 Timótheüs 5:23). Toch heeft Paulus geen van deze beide mannen door middel van een wonder genezen. En als Paulus zelf medische hulp nodig had, heeft hij misschien gebruik gemaakt van de diensten van Lukas, „de geliefde geneesheer”, die met hem mee reisde. — Kolossenzen 4:14.

Zo kan ook een christen die in deze tijd ziek is, de hulp inroepen van een bevoegd geneesheer of therapeut en zal hij zich verre houden van elk geliefhebber in door demonen geïnspireerde genezingen of in de kwakzalverij die in veel landen tegenwoordig hoogtij viert. Ook kan hij om wijsheid bidden, niet om een wonderbare genezing, zodat hij zijn ziekte aankan (Jakobus 1:5). Bovendien kan hij smeken of Jehovah hem wil „schragen op een divan van ziekte”. — Psalm 41:3.

Toegegeven, het kan zeer ontmoedigend zijn wanneer de medische wetenschap niet in staat is een bepaalde aandoening te genezen. Niettemin moet een christen zelfs wanneer hij ziek is zijn best doen zich „van de belangrijker dingen [te] vergewissen” en mag hij niet toelaten dat zorgen over zijn gezondheid de zorg voor zijn geestelijke belangen geheel overschaduwen (Filippenzen 1:10). Hij kan zich optrekken aan de hoop onder Gods koninkrijk te leven, wanneer „geen inwoner zal zeggen: ’Ik ben ziek.’” — Jesaja 33:24; 65:17-19.

Deze hoop op een rechtvaardige nieuwe wereld is werkelijk van veel grotere waarde dan de loze beloften van gebedsgenezers. Kijk eens naar Peter, een blinde man in Akumadan (Ghana). Hij had in totaal 26 jaar doorgebracht in kerken die zich toeleggen op gebedsgenezing, in de hoop dat hij van zijn blindheid genezen zou worden. Maar geen enkele gebedsgenezer had zijn ogen geopend. Toen, terwijl hij nog behoorde tot een kerk die zich op gebedsgenezing toelegde, kwam hij in contact met Jehovah’s Getuigen.

De Getuigen legden aan de hand van de bijbel uit dat onder Gods koninkrijk een algehele genezing van alle gebreken tot stand zal komen. Dit opende voor Peter de ogen van zijn verstand. Vol waardering voor de schitterende bijbelse waarheden, werd hij een volle-tijdverkondiger van Gods koninkrijk, en in die hoedanigheid dient hij al meer dan drie jaar! Hij ziet uit naar de tijd waarin, letterlijk, „de ogen der blinden geopend [zullen] worden, en zelfs de oren der doven . . . ontsloten [zullen] worden”. — Jesaja 35:5, 6.

Geholpen door Gods Woord hebben duizenden anderen zich eveneens bevrijd van misplaatst vertrouwen in gebedsgenezers.

[Illustratie op blz. 5]

Gebedsgenezers genezen zelden mensen met organische problemen

[Illustraties op blz. 7]

Een zieke christen bidt om kracht om te volharden. Ook ziet hij uit naar de nieuwe wereld, waar „geen inwoner zal zeggen: ’Ik ben ziek’”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen