Is religie een morele kracht ten goede?
IN ANTWOORD op deze vraag zouden miljoenen mensen instemmen met George Bernard Shaw, die schreef: „Religie is een grote kracht — de enige werkelijk motiverende kracht ter wereld.” Lijnrecht in tegenspraak hiermee schreef de negentiende-eeuwse Engelsman John Ruskin in satirische trant over de basis voor eerlijkheid: „Het beroerdste aan een schurk is altijd zijn religie.” Welke zienswijze benadert de waarheid volgens u het meest?
Als bewijs voor de morele kracht van religie zou iemand kunnen wijzen op een persoon die een „ander mens” werd toen hij ’zijn leven aan Jezus Christus wijdde’. Zo beschreef een internationaal tijdschrift de „bekering” van Charles Colson, die bij het Watergateschandaal betrokken was geweest. Iemand anders zou misschien wijzen op degenen die beweren dat hun religie hen heeft gered van prostitutie of alcoholisme. In niet-christelijke landen zijn miljoenen bijbels verspreid, wat ongetwijfeld veel mensen heeft geholpen in moreel opzicht hun leven te beteren. Klaarblijkelijk heeft religie op zulke mensen een goede morele invloed uitgeoefend.
De negatieve kant
Aan de andere kant heeft Hitler zich door zijn religie niet bepaald laten afschrikken. Dit heeft oprechte mensen ertoe gebracht zich af te vragen waarom paus Pius XII nooit gereageerd heeft toen er een beroep op hem gedaan werd om Hitler te excommuniceren. De Catholic Telegraph-Register uit Cincinnati (Ohio) meldde onder de kop „Katholiek opgevoed maar negeert geloof, luidt telegram aan paus”: „Er is een beroep gedaan op Pius XII om Reichsführer Adolf Hitler te excommuniceren.” Indien deze maatregel genomen was, zou dat dan invloed hebben gehad op de uitslag van de oorlog en ertoe hebben bijgedragen de mensheid veel leed te besparen? Het is droevig te moeten zeggen dat de paus nooit heeft gereageerd.
In sommige katholieke Zuidamerikaanse landen is het concubinaat heel gewoon. En in Noord-Amerika schreef een monseigneur het redactionele artikel: „Legaliseer prostitutie — het is verreweg de beste oplossing” (Philadelphia Daily News). Kijk ook eens even naar de toestanden in sommige protestantse landen, waar partnerruil, voorechtelijke seks en seks zonder huwelijk de gewoonste zaak van de wereld zijn. Een reden hiervoor wordt geopperd in de krantekop: „Predikanten zwijgen over voorechtelijke seks”. In het artikel werd gezegd: „Amerika’s predikanten hebben in zondig stilzwijgen het onderwerp voorechtelijke seks niet aangeroerd in hun preken . . . Zij zijn bang sommigen van hun gemeenteleden te verliezen” (Telegraph van North Platte, Nebraska). Is dus alle religie een morele kracht ten goede?
In de religies van de christenheid blijkt het gebrek aan morele kracht het duidelijkst in oorlogstijd. Zie eens wat u van de volgende fraai klinkende uitspraken vindt. In 1934 schreef Walter W. Van Kirk, de toenmalige secretaris van een afdeling van de Federale Raad van Kerken van Christus in Amerika: „Predikanten en leken hebben een plechtig standpunt ingenomen tegen oorlog . . . Deze vredeskruistocht van de kerken is een uitvloeisel van de overtuiging dat oorlog absoluut in strijd is met de prediking en de daden van Jezus” (Religion Renounces War [Religie zweert de oorlog af]). Na verscheidene kerken en geestelijken te hebben aangehaald, besloot het boek: „Over het algemeen hebben de kerken duidelijk verklaard dat ze in de kwestie van het doden en verminken van mensen niet langer als bondgenoten beschouwd moeten worden. De predikanten . . . wassen het bloed van hun medemensen van hun handen af, zij nemen afscheid van caesar.”
Doch deze optimistische voorspellingen zijn helaas niet uitgekomen. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, nam niet één van de grote religies van de christenheid een krachtig standpunt in om ’oorlog af te zweren’. Heeft de kerk in uw omgeving dat gedaan?
Omvergehaalde morele omheiningen
Vindt u ook niet, nu u enig bewijsmateriaal van twee zijden hebt beschouwd, dat in al te veel gevallen de populaire religies van de wereld geen sterke morele kracht ten goede zijn geweest? Het tijdschrift Look verklaarde: „De kerken . . . zijn in gebreke gebleven morele leiding te verschaffen en omdat hun verantwoordelijkheid het grootst is, is hun nalatigheid het ernstigst.” The Courier-Mail van Brisbane (Australië) verklaarde betreffende het verzuim van de religies der christenheid om paal en perk te stellen aan seksuele immoraliteit: „Wanneer het zover komt dat bisschoppen en kanunniken . . . schrijven dat buitenechtelijke geslachtsgemeenschap een daad van naastenliefde kan zijn waardoor ’Gods heerlijkheid wordt verkondigd’, . . . dat hoererij op zichzelf niet slecht is en overspel niet noodzakelijkerwijs verkeerd behoeft te zijn, dan weten de gewone man en vrouw, en vooral de jongen en het meisje in hun puberteit, niet meer wat goed en wat kwaad is. Het gevolg van al deze propaganda voor de nieuwe moraal is dat de morele omheiningen zijn omvergehaald.”
Nee, over het geheel genomen zijn de religies van de wereld geen werkelijke morele kracht ten goede. Integendeel, ze moeten mede de verantwoordelijkheid dragen voor de droevige toestand waarin de moraal thans verkeert. Zou religie echter, aangezien de betekenis ervan feitelijk „dienst voor God en aanbidding van hem of het bovennatuurlijke” inhoudt, geen kracht ten goede moeten zijn in alle landen waar ze de overhand heeft? Wat ontbreekt er? Hoe kan uw religie in deze tijd zo’n kracht uitoefenen?