De reformatiewateren barsten los
„PLOTSELING hoorde ik een ander geluid, snel aanrollende donder leek het wel. . . . We [ons hele gezin] liepen zo hard we konden naar een nabijgelegen heuvel. We werden door het schuimende water van de sokken geslagen en zwommen zoals we nog nooit gezwommen hadden. We kregen heel wat zeewater naar binnen, maar . . . hebben het leven er afgebracht.”
Zo beschreef één Filippino een vreselijke ervaring die zijn wereld veranderde. U bent vermoedelijk nooit door een natuurramp, zoals een overstroming of een andere ramp, getroffen. Maar een blik op de geschiedenis onthult dat miljoenen levens door allerlei vreselijke rampen een andere wending hebben gekregen.
Religie is ook getuige geweest van een aantal grote omwentelingen, die een totale ommekeer hebben gebracht in de dagelijkse levensomstandigheden van talloze mensen, onder wie hindoes, boeddhisten, moslims, joden en christenen. Is uw leven ook door zo’n beroering getroffen? Dit is, ongeacht waar u woont, bijna zeker het geval. Laten wij dit eens illustreren door ongeveer 400 jaar in de geschiedenis terug te gaan naar de zestiende eeuw. Allereerst richten wij onze aandacht op Europa, dat toen in een steeds sneller draaiende maalstroom van verdeeldheid was terechtgekomen.
Een aanzwellende golf
Eeuwenlang, tot aan wat wij de Reformatie noemen, hadden de Rooms-Katholieke Kerk en Europese vorsten met elkaar gewedijverd, waarbij elke partij er aanspraak op maakte autoriteit over de ander en over de bevolking te bezitten. Een groep mensen op het vasteland van Europa verhief hiertegen hun stem en maakte bezwaar tegen wat zij zagen als misbruiken waaraan de kerk zich schuldig maakte.
Wat voor misbruiken zagen zij? Hebzucht, schandelijke immoraliteit en inmenging in de politiek. Het gewone volk was verbolgen op de mannen en vrouwen die enerzijds aanspraak maakten op speciale privileges wegens hun geloften van armoede en kuisheid, maar terzelfder tijd de wet trotseerden door openlijk corrupt en immoreel te zijn. Edelen in Engeland waren gebelgd over de nogal ongewone situatie dat zij schatting moesten betalen aan een paus die de zijde van Frankrijk koos, het land waarin hij destijds woonde maar waarmee Engeland in oorlog was.
De corruptie in de Katholieke Kerk sijpelde van de top tot in alle gelederen door. De geschiedschrijfster Barbara W. Tuchman schrijft in haar boek De mars der dwaasheid dat de zes pausen die vanaf 1471 het primaatschap uitoefenden, zich schuldig hebben gemaakt aan „een buitensporige omkoopbaarheid, amoraliteit, hebzucht en een opvallend rampspoedige machtspolitiek”. Barbara Tuchman beschrijft verder hoe paus Sixtus IV, ten einde zijn tot op die tijd arme familie te verhogen en te verrijken, vijf neven en een achterneef als kardinalen en een andere achterneef als bisschop aanstelde en voor zes van zijn andere familieleden een huwelijk arrangeerde met personen uit regentenfamilies. Van Alexander VI is bekend dat hij ten tijde van zijn verkiezing tot paus verscheidene maîtresses en zeven kinderen had. In zijn vastberadenheid tot paus verkozen te worden, kocht hij zijn twee belangrijkste rivalen om, van wie er één „vier muilezels bepakt met ongemunt goud” ontving, aldus Barbara Tuchman. Later trad hij op als gastheer tijdens een in het Vaticaan gegeven banket dat „in de annalen van de pornografie beroemd is geworden”. Hetzelfde werk vermeldt vervolgens hoe de beroemde beeldhouwer Michelangelo in opdracht van paus Julius II een standbeeld van hem moest maken. Toen de kunstenaar hem vroeg of hij met een boek in de hand afgebeeld moest worden, antwoordde de strijdlustige paus: „Doe er een zwaard in, van letteren weet ik niets.”
Een breuk in de dam
De Europeanen in het algemeen hadden echter nog steeds behoefte aan geestelijke leiding. Toen zij zagen hoe de verschillende machtsgroeperingen vastgelopen waren in een waanzinnige jacht naar bevrediging van eigen genot, wendden deze nederiger personen zich tot een andere bron van autoriteit, een bron die zij hoger achtten dan alle andere — de bijbel. Volgens de schrijver Joel Hurstfield was de Reformatie „in wezen een autoriteitscrisis”. Ontzet over de corruptie in de kerk begonnen predikheren en monniken in Italië openlijk over de noodzaak van hervormingen te spreken. Maar nergens bruisten de wateren van ontevredenheid onstuimiger dan in Duitsland.
In heidense tijden hadden Germaanse stammen een traditie die inhield dat zij geld konden betalen om vrijgesteld te worden van straf voor misdaden. Met de uitbreiding van het Roomse geloof werd dit gebruik in de kerk opgenomen in de vorm van aflaten. Hierdoor werd het een zondaar vergund om van de paus de waarde van de verdiensten van overleden „heiligen” te kopen en aldus kwijtschelding te krijgen van tijdelijke straffen die hij voor begane zonden moest uitboeten. Wegens financiële druk als gevolg van oorlogen tegen Frankrijk en uitgebreide bouwwerkzaamheden in Rome bekrachtigde paus Leo X de verkoop van aflaten, waarbij algehele kwijtschelding van tijdelijke straffen voor zonde werd beloofd. Een verontwaardigde Maarten Luther publiceerde zijn nu beroemde 95 stellingen over de valse leerstellingen van de kerk. De reformatiebeweging, die enkele generaties voordien druppelsgewijs was begonnen, veranderde in een stortvloed naarmate steeds meer mensen er hun steun aan gaven.
In de zestiende eeuw kregen personen zoals Luther in Duitsland, Zwingli en Calvijn in Zwitserland en Knox in Schotland, aanhang van velen die een mogelijkheid zagen om het christendom te zuiveren en tot de oorspronkelijke waarden en maatstaven van de bijbel terug te keren. In Duitsland werd een nieuw woord gesmeed om degenen te beschrijven die weigerden de door rooms-katholieke vorsten opgelegde beperkingen inzake geloof te erkennen en die openlijk beleden God boven ieder ander trouw te zijn. Dit woord ging later allen omvatten die steun gaven aan de reformatiebeweging. Het woord luidde „protestant”.
Het protestantisme overspoelde Europa met adembenemende snelheid, waardoor het religieuze landschap werd veranderd en nieuwe theologische grenzen werden afgebakend. Duitsland en Zwitserland gingen voorop, snel gevolgd door Schotland, Zweden, Noorwegen en Denemarken. Er waren reformatiebewegingen in Oostenrijk, Bohemen, Polen, Transsylvanië, Nederland en Frankrijk.
In Engeland had ontevredenheid al meer dan een eeuw, sinds de dagen van John Wycliffe en de lollarden, de kop opgestoken. Maar toen de breuk met de Katholieke Kerk zich ten slotte voltrok, gebeurde dit wegens meer wereldse redenen. De koning besloot niet een andere religie maar een andere vrouw te nemen. In 1534 riep Hendrik VIII zich tot hoofd van de nieuwe Kerk van Engeland uit. Zijn beweegredenen verschilden van die van de andersdenkenden op het vasteland van Europa, maar door zijn optreden werden niettemin de sluisdeuren geopend waardoor de wateren van religieuze verandering Brittannië konden binnenstromen. In geheel Europa werden deze wateren snel rood getint door het bloed van de duizenden die op de pijnbank van religieuze polarisatie werden uitgerekt.
Overal waar de hervormingsdrang aansloeg, viel het oog op kerkelijke eigendommen en landgoederen. In slechts vier jaar tijd confisqueerde de Engelse regering 560 kloosters, waarvan sommige enorme inkomsten genoten. In andere landen gebeurde het dat niet alleen koningen maar ook leken kerkelijke landerijen overnamen. Toen Rome zelf werd geplunderd, kende de onmenselijkheid geen grenzen. „De wreedheid en bloeddorstigheid van de aanvallers zouden . . . ’een steen tot medelijden hebben gebracht’”, schrijft Barbara Tuchman. „Gegil en gekreun vulde elke wijk; in de Tiber dreven dode lichamen.” Zowel katholieke als protestantse minderheden werden beestachtig vervolgd. In Bohemen werden de protestanten onteigend, terwijl in Ierland de katholieken hetzelfde lot beschoren was. De protestantse Franse hugenoten werden achtervolgd, evenals Schotse presbyterianen en Engelse puriteinen. Het leek wel alsof er een zinloze mallemolen van moordpartijen in beweging was gekomen, en religie vormde het belangrijkste smeermiddel. Zou er ooit een eind komen aan de wreedheden?
De kerk had geen olijftak aan te bieden. Maar de vorsten, die de uitputtende burgeroorlog moe waren, bereikten overeenkomsten waardoor de grenzen tussen elkaar bestrijdende geloven formeel werden vastgelegd. De vrede van Augsburg in 1555 en de vrede van Westfalen in 1648 brachten religieuze en nationale grensgeschillen tot een oplossing doordat het de plaatselijke vorst werd toegestaan vast te stellen welk geloof zijn onderdanen zouden aanhangen. Europa begon aldus aan een nieuw tijdperk, een tijdvak dat ongeveer 300 jaar zou duren. Pas aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zou de invloed in Europa weer geheel opnieuw gedefinieerd worden door de destijds zegevierende geallieerden.
De hunkering naar religieuze vrijheid en hervorming had de dam van kerkelijke beteugeling geleidelijk onder druk gezet. Na eeuwen van onbuigzame beperkingen barstten de wateren ten slotte los en stortten als een waterval door de valleien van Europa, in hun kielzog een verwoest landschap achterlatend. Toen de vloedgolf bedaarde, was de leiding in geloofszaken die in protestantse landen bij de geestelijken berustte, uit hun handen weggeslagen en waren de leken op de kusten van de wereldlijke machten gestrand. Europa was echter nog steeds ondergedompeld in religieuze onverdraagzaamheid en vluchtelingen zochten in het ene na het andere land een veilig heenkomen. Het vasteland kon de losgebarsten wateren niet langer vasthouden. Ze begonnen al gauw over te stromen naar gebieden buiten Europa. De zeventiende eeuw verschafte een kanaal waardoor de overlopende wateren werden weggeleid. De Nieuwe Wereld werd gekoloniseerd.
De overlopende wateren worden buiten Europa geleid
„Een van de voornaamste oorzaken van de vroege migratie naar Amerika”, schrijft A. P. Stokes in Church and State in the United States, „was het verlangen naar religieuze vrijheid.” Men was de aanhoudende vervolging beu. Baptisten, quakers, rooms-katholieken, hugenoten, puriteinen, doopsgezinden en anderen waren allen bereid de ontberingen van de reis te trotseren en de sprong in het duister te wagen. Stokes citeert een van hen, die zei: „Ik verlangde hartstochtelijk naar een land waar ik God vrij kon aanbidden in overeenstemming met wat ik uit de bijbel leerde.” De mate van onverdraagzaamheid die deze emigranten achter zich lieten, kan worden afgemeten naar de ontberingen die zij bereid waren te verduren. Volgens de geschiedkundige David Hawke in The Colonial Experience werd het hartverscheurende afscheid van het vaderland waarschijnlijk gevolgd door „twee, drie of vier maanden waarin men elke dag verwachtte door de golven verzwolgen of door wrede piraten gedood te worden”. Daarna zou de door stormen geteisterde reiziger „belanden tussen de barbaarse Indianen, die puur berucht waren wegens hun wreedheid . . . [en zou hij] lange tijd een kwijnend bestaan leiden”.
Individuele personen zochten vrijheid, de koloniale machten zochten rijkdom. Ongeacht hun motief namen de kolonisten hun eigen godsdienst met zich mee. Duitsland, Nederland en Brittannië maakten Noord-Amerika tot een protestants bolwerk. De Britse regering in het bijzonder wilde „voorkomen dat het rooms-katholicisme . . . in Noord-Amerika de overhand zou krijgen”. Canada kwam zowel onder Franse als Britse invloed. Het beleid van de Franse regering was erop gericht „het Nieuwe Frankrijk voor het rooms-katholieke geloof te behouden”, waarbij het de hugenoten zelfs niet werd toegestaan naar Quebec te immigreren. Zuid-Afrika en delen van West-Afrika kwamen onder protestantse invloed. Deze invloed breidde zich nog uit toen na verloop van tijd Australië, Nieuw-Zeeland en veel eilanden in de Grote Oceaan aan de protestantse geloofsgemeenschap werden toegevoegd.
Spanje en Portugal waren er al mee bezig Zuid- en Midden-Amerika tot het katholieke geloof te bekeren. De Fransen en Portugezen hesen de katholieke vlag in Centraal-Afrika. In India stond Goa onder Portugese invloed, dus ook daar schoot het katholicisme wortel.
In de zestiende eeuw werd de Sociëteit van Jezus (jezuïeten) opgericht om de katholieke zaak te bevorderen. Tegen het midden van de achttiende eeuw waren er over de hele wereld meer dan 22.000 jezuïeten werkzaam, en zij verstevigden zelfs de katholieke invloed in China en Japan.
Het nieuwe panorama
Losgebroken water heeft een enorme kracht, zoals de in het begin van dit artikel aangehaalde getuige bevestigde. Het egaliseert landschappen, slijt nieuwe valleien en ravijnen uit en verbrijzelt obstakels die zijn pad kruisen. Een woest kolkende vloedgolf kent geen meester en laat zich niet bedwingen of in banen leiden. Zo was het ook met de reformatievloedgolf.
„Wat er plaatsvond . . . was daarom niet zozeer de triomf van een nieuw, afgescheiden geloof,” verklaart G. R. Elton in The Reformation Crisis, „als wel de algemene en geleidelijke aanvaarding van een verdeeld christendom dat niemand gewild had.” Het christendom was uiteengevallen, door stormen geteisterd en van zijn kracht ontdaan. Men gaf zijn trouw voortaan eerder aan plaatselijke vorsten en kleinere staatskerken. Het reeds lang gevestigde gezag van Rome was ondermijnd. Het nationalisme schoot wortel in het doorweekte landschap van het protestantisme. Engeland en de Verenigde Staten, stevig in de greep van protestantse wereldlijke leiders, vormden samen de zevende wereldmacht in de bijbelse geschiedenis doordat ze in de achttiende eeuw het roer in handen namen.
De reformatiebeweging bewerkstelligde echter niet datgene waar men zozeer op gehoopt had. Wat dan wel? Met het verstrijken van de tijd werden de basisleerstellingen van de protestantse kerken, of dit nu staatskerken waren of niet, grotendeels in overeenstemming gebracht met die van Rome. De vroege hervormers hadden gedroomd van een terugkeer naar de bijbelse maatstaven, naar het zuivere christendom. Toen de golf van steun in omvang en kracht toenam, zette de verwarring over de te volgen koers eenvoudig een domper op die enthousiaste dromen.
De zware deining van de reformatiewateren heeft zelfs in onze twintigste eeuw diepe geulen nagelaten. Zou u enkele daarvan kunnen opnoemen? Nog belangrijker is dat wij vlak voor een laatste wereldomvattende religieuze omwenteling staan. Het verleden van de religie zal haar achterhalen. Zult u dan in leven blijven om de nieuwe horizon af te turen? Deze vragen zullen in een novemberuitgave van dit tijdschrift beantwoord worden.