Getuigenis geven in het land van 700 talen
KENT u een staat met een landoppervlak kleiner dan dat van Spanje, maar waar de bevolking van nog geen vier miljoen bijna een kwart van de talen van de wereld spreekt? Kunt u de naam noemen van het land dat bijna de helft van het op één na grootste eiland ter wereld beslaat? Het eiland is Nieuw-Guinea, het land is Papoea Nieuw-Guinea en het aantal talen dat door de inwoners gesproken wordt, bedraagt meer dan 700! Hoe is deze taalkundige smeltkroes ontstaan?
Een enorme smeltkroes
Papoea Nieuw-Guinea is een eilandstaat pal ten noorden van Australië en slechts enkele graden ten zuiden van de evenaar. Het land bestaat uit ongeveer zeshonderd tropische eilanden, verspreid over een afstand van 1600 km. Maar meer dan vier vijfde van het totale landoppervlak van Papoea Nieuw-Guinea ligt op het reusachtige eiland Nieuw-Guinea, dat de natie deelt met het ten westen ervan gelegen Indonesië.
Naar men zegt, zijn de vroegste inwoners van Papoea Nieuw-Guinea via Indonesië uit Azië gemigreerd. Later kregen zij gezelschap van Melanesiërs en Polynesiërs. De mensen variëren in huidkleur van lichtbruin tot gitzwart en in postuur van kort en zwaargebouwd tot lang en tenger. Wegens het ruige karakter van een groot deel van het binnenland met zijn dichte wouden en hoge bergen leefden de vele stammen nagenoeg geïsoleerd van elkaar en ontwikkelden hun eigen talen. De meeste van deze Papoeatalen hebben een uiterst ingewikkelde grammatica. Ja, Papoea Nieuw-Guinea is het land van ongeveer 700 talen, geen dialecten!
In 1975 werd Papoea Nieuw-Guinea een onafhankelijke natie binnen het Britse Gemenebest. Het is een parlementaire democratie met de Britse monarch als staatshoofd, maar met een plaatselijke premier. Hoewel Engels thans de officiële taal is, spreekt een groot aantal van degenen die tot de 700 taalgroepen behoren, één van de twee grote talen, Hiri Motu of Nieuw Guinea Pidgin.
Nog een taal erbij
Toch, u kunt het geloven of niet, ontbrak er een aantal jaren geleden in dit land van 700 talen nog altijd één „taal”. Welke was dat? Het was de „zuivere taal” — de bijbelse waarheid omtrent God en zijn koninkrijk (Zefanja 3:9). Deze nieuwe taal werd in Papoea Nieuw-Guinea pas omstreeks het midden van de jaren dertig ingevoerd.
Het begon allemaal in 1935, toen de Lightbearer, een gemotoriseerd zeilscheepje met een bemanning van Jehovah’s Getuigen, uit Australië vertrok en uiteindelijk aanlegde in Port Moresby, aan de zuidoostkust van Papoea Nieuw-Guinea. Het was de eerste keer dat de bevolking de klank van de „zuivere taal” hoorde — letterlijk hoorde hoe de boodschap van Gods koninkrijk via een geluidsinstallatie aan boord van de Lightbearer werd uitgebazuind.
Maar pas in 1951 raakte deze „zuivere taal” beter bekend en meer in gebruik. Van dat jaar af boden Getuigen uit Australië, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland, Engeland en Nieuw-Zeeland zich aan om als vrijwilliger naar het Territory of Papua and New Guinea te gaan, zoals het toen heette. Na tot de Europeanen daar gepredikt te hebben, vonden zij al spoedig wegen en middelen om met de inheemse Papoea’s over Gods koninkrijk te spreken. Dit betekende dat zij ook van huis tot huis moesten gaan, wat extra inspanning vereiste omdat sommige huizen op palen boven het water of boven het land waren gebouwd.
Natuurlijk moesten de Getuigen uit het buitenland, om deze veeltalige bevolking de „zuivere taal” bij te brengen, ten minste één van de twee handelstalen leren. Daarmee waren niet al hun problemen opgelost, want geen van deze beide talen was de moedertaal van de inwoners; het waren slechts mengtalen waardoor mensen die tot verschillende taalgroepen behoorden, met elkaar konden communiceren. En zelfs deze twee werden niet door iedereen op de eilanden gesproken. Dus betekende prediken dikwijls een omstandig proces, waarbij het woord tot iemand werd gericht in een van de handelstalen en de boodschap vervolgens door hem ten behoeve van de andere aanwezigen werd vertaald.
Ook namen de Getuigen hun toevlucht tot het gebruik van originele onderwijsmethoden, zoals eenvoudige plaatjes tekenen op een schoolbord of ander beschikbaar materiaal. Na verloop van tijd kwamen er bijbelse publikaties en tijdschriften beschikbaar in de handelstalen Hiri Motu en Nieuw Guinea Pidgin. De in deze beide talen gepubliceerde brochure Geniet voor eeuwig van het leven op aarde! is bijzonder nuttig om de eilanders de „zuivere taal” te onderwijzen.
Vorstelijk personage hoort de „zuivere taal”
Jezus Christus zei dat zijn discipelen ’voor bestuurders en koningen terecht zouden staan ter wille van hem, tot een getuigenis voor hen’ (Markus 13:9). Op 9 augustus 1984 kregen enkele zendelingen van Jehovah’s Getuigen op het eiland Manus de gelegenheid getuigenis te geven aan een vorstelijk personage, zij het onder aangenamere omstandigheden. Op die dag bracht prins Charles, de troonopvolger van Groot-Brittannië, een bezoek aan het eiland.
Leden van de Titanstam escorteerden prins Charles in hun versierde kano’s vanaf zijn schip naar het strand vlak tegenover het zendelingenhuis, aan de overkant van de weg. Nadat hij door honderd dansers was begroet en als „hoofdman” was gekroond, woonde hij een lunch bij waarvoor de premier van het eiland Manus de zendelingen had uitgenodigd. Toen de prins hun vroeg wat zij op het eiland deden, gaven zij hem heel graag een korte uiteenzetting van hun werk. Zij waren opgetogen dat zij hem konden inlichten dat Jehovah God ook op het verre Manus Getuigen heeft.
Terloops zij vermeld dat de functionaris die de zendelingen aan prins Charles voorstelde, zelf het boek U kunt voor eeuwig in een paradijs op aarde leven heeft gelezen. Af en toe komt zij ook in het zendelingenhuis aanwippen voor een praatje onder het genot van een kopje koffie met koek.
Een nieuwe taal voor een politicus
Een zakenman op Nieuw-Guinea was niet alleen betrokken bij de politiek maar was ook lid van de Lutherse Kerk. De plaatselijke kerk die hij bezocht, was echter zo verdeeld dat de twee strijdende voorgangers twee groepen vormden die elkaar bijna een jaar lang met pijl en boog, speren en oorlogsschilden bevochten. Bij de gevechten kwamen negen mensen om en vielen er vele gewonden. De man besloot uit de Lutherse Kerk te treden maar wist niet waar hij werkelijk verenigde christenen moest zoeken. ’Jehovah’s Getuigen kunnen het niet zijn, want dat zijn valse profeten’, dacht hij.
Die mening was hij nog steeds toegedaan toen een plaatselijke groep getuigen van Jehovah verzocht zijn bus te mogen huren om een districtscongres bij te wonen. Uit zakelijke overwegingen ging hij hierop in en hij bestuurde de bus zelfs in eigen persoon. Hij woonde het zondagprogramma bij en was diep onder de indruk van de vrede en rust, de gespannen aandacht van de toehoorders — zowel volwassenen als kinderen — die de sprekers in hun bijbel volgden. Nog dieper raakte hij onder de indruk tijdens de middagpauze, toen hij zag hoe de gelukkige Getuigen geduldig in de rij gingen staan voor hun maaltijd, de blanken en de sprekers net als de anderen hun beurt afwachtten en hetzelfde voedsel aten. Tijdens de zes uur durende terugreis hoorde hij de Getuigen opgewekte Koninkrijksliederen zingen. ’Wat een verschil met die oorlogvoerende lutheranen!’ dacht hij.
Deze man stemde erin toe met een plaatselijke Getuige de bijbel te bestuderen, maar in het geheim, om zijn medelutheranen geen aanstoot te geven. Al snel verkreeg hij echter voldoende geestelijke kracht om zowel uit de kerk te treden als zijn politieke functies neer te leggen. Hij en zijn vrouw zijn ’tot een zuivere taal overgegaan’ en zijn ’de naam van Jehovah gaan aanroepen, ten einde hem schouder aan schouder met Zijn verenigde getuigen te dienen’. — Zefanja 3:9.
Nog heel wat onderwijs te geven
Wat een schitterend werk is er verricht door de zendelingen en andere Getuigen die zich vrijwillig hebben aangeboden om uit andere landen naar Papoea Nieuw-Guinea te komen ten einde de „zuivere taal” te onderwijzen! Van slechts twee verkondigers in 1951 is het aantal predikende en onderwijzende getuigen van Jehovah gestegen tot meer dan 1800, van wie de meesten nu tot de plaatselijke bevolking behoren.
Deze plaatselijke Getuigen zijn een bron van aanmoediging voor degenen die uit andere landen zijn gekomen om hier te dienen. Een Engelse broeder die op het eiland Bougainville woont, schrijft: „Een van de meest aanmoedigende dingen die ons motiveren om Jehovah hier te blijven dienen, is te zien hoe onze broeders van Papoea Nieuw-Guinea Jehovah getrouw blijven dienen, vaak onder zeer moeilijke omstandigheden. Velen van hen hebben geen eigen huis maar moeten bij familie inwonen. Dikwijls moeten zij in zeer heet weer of bij hevige regen lange afstanden lopen om naar de vergaderingen te gaan of in de velddienst uit te trekken. Een van onze plaatselijke zusters woont een eind weg in het oerwoud. Om tijd te besparen als zij naar ons toekomt om aan het straatwerk deel te nemen, peddelt haar man haar samen met haar dochtertje en baby in een grote binnenband over een rivier.”
Er valt nog heel wat onderwijzingswerk te doen onder de plaatselijke bevolking. De belangstelling is er. Dat blijkt uit het feit dat 10.235 personen in 1987 de Gedachtenisviering van Christus’ dood hebben bijgewoond. Maar er is meer hulp nodig om al deze belangstelling voor de „zuivere taal” te behartigen. Zoals het uitgedrukt werd door een buitenlandse Getuige, die hierheen kwam om te dienen waar de behoefte sterker werd gevoeld: „Het bedroeft mijn hart te denken aan de vele geïnteresseerden in de verafgelegen oerwoudgebieden van Papoea Nieuw-Guinea. Wij hebben hier gewoon niet genoeg werkers in het veld. Er bestaat in dit deel van de wereld beslist een grote behoefte. Wij weten dat Jehovah hiervan op de hoogte is en dat hij voorzieningen zal treffen om voor deze naar waarheid hongerende mensen te zorgen.”
Hoe staat het met u? Zou u graag een aandeel hebben aan het onderwijzen van de „zuivere taal” in dit land van 700 talen?
[Kaart op blz. 21]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
AUSTRALIË
PAPOEA NIEUW-GUINEA
Manus
Port Moresby
Bougainville