Koninkrijksverkondigers brengen verslag uit
Door bijbelse waarheid van spiritisme bevrijd
JEHOVAH’S zienswijze ten aanzien van het spiritisme werd goed tot uitdrukking gebracht toen hij tot Israël zei: „Gij moogt geen voortekens zoeken, en gij moogt geen magie beoefenen” (Leviticus 19:26). Maar hoe kan iemand die bij magie en spiritisme betrokken is, bevrijd worden uit de macht van de demonen? Jezus zei: „Gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken” (Johannes 8:32). Dit werd bevestigd door de volgende ervaring van een Getuige in Frankrijk.
„Ik was naar een nieuwe woning verhuisd en had mij juist ingericht toen een vriendelijke buurvrouw langskwam en aanbood mijn horoscoop te trekken. Ik besloot onmiddellijk dat ik niets meer met haar te maken wilde hebben, wat niet meeviel, want zij was werkelijk een echt gezelligheidsmens.
In november 1980 werd ik ziek, en daar kwam zij aanzetten om hulp te bieden. Ik leerde haar goedhartigheid waarderen. Ik voelde mij des te meer tot haar aangetrokken toen zij mij toevertrouwde dat zij dikwijls stikkend van angst wakker werd. Toen besefte ik dat zij niet zo gelukkig was als ik had gedacht. Maar hoe moest dit probleem dat met spiritisme verband hield, aangepakt worden? Omdat ik vond dat ik niet langer mocht wachten, besloot ik met haar over de waarheid te spreken.
Wij begonnen met een gesprek over de financiële problemen waarmee wij ongehuwde vrouwen te maken hebben. Toen zei ze: ’Ik heb daar een oplossing voor. Ik verdien geld door de tarotkaarten te lezen.’ En dus pakte ik mijn bijbel en liet haar zien hoe gevaarlijk het was zich in te laten met machtige boze krachten.
Dit leidde tot een serieus gesprek over het spiritisme. Zij vertelde dat alles wat zij voorspelde, uitkwam. Ik probeerde haar te helpen de kwestie te beredeneren. Vervolgens liet ik haar Mozes’ woorden in Deuteronomium 18:10, 11 zien: ’Er dient onder u niemand te worden gevonden die . . . aan waarzeggerij doet, geen beoefenaar van magie, noch iemand die voortekens zoekt, . . . noch iemand die een geestenmedium of beroepsvoorzegger van gebeurtenissen raadpleegt, noch iemand die de doden ondervraagt.’ Toen ik wegging, zei ze: ’En dan te bedenken dat ik geloofde dat ik de oplossing voor mijn problemen gevonden had.’ Wat voelde ik mij aangemoedigd door die woorden, want daar praatte zij na één gesprek al in de verleden tijd over het spiritisme! Voor mij betekende dit dat zij diep in haar hart al had begrepen waar het om ging.
Omdat zij een onverzadigbare honger naar geestelijk voedsel had, las zij altijd tot drie of vier uur ’s nachts in de bijbel. Om te beginnen hielden wij tweemaal per week een studie. Zij bezocht vergaderingen en maakte snel vorderingen. Natuurlijk verdiepten wij ons grondig in het onderwerp spiritisme aan de hand van de bijbel en de publikaties van het Wachttorengenootschap, en zij nam persoonlijk de beslissing al haar bezittingen die met demonisme te maken hadden, te verbranden.
De dame zette door en trok al spoedig in de velddienst uit om het ’goede nieuws’ tot anderen te prediken. Van tijd tot tijd werd zij opgebeld door vroegere klanten, en nadat zij had uitgelegd dat zij haar spiritistische activiteiten beëindigd had, nodigde zij hen uit om bij haar thuis iets veel interessanters te vernemen. Zij werd gedoopt en is nu een zuster van ons.”