Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w87 1/8 blz. 26-29
  • De geest die door Jehovah wordt gezegend

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De geest die door Jehovah wordt gezegend
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1987
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Christenen spreiden de juiste geest tentoon
  • De goedgekeurde geest die thans kenbaar is
  • De juiste geest tentoonspreiden op andere levensterreinen
  • Geluk dat voortspruit uit een „gewillige geest”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Ons gewillig aanbieden voor ieder goed werk
    Onze Koninkrijksdienst 1995
  • Heilige geest
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Heilige geest
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1987
w87 1/8 blz. 26-29

De geest die door Jehovah wordt gezegend

„DE HEER zij met de geest die gij aan de dag legt. Zijn onverdiende goedheid zij met ulieden.” Met deze woorden besloot Paulus zijn tweede brief aan Timótheüs (2 Timótheüs 4:22). Wat moet het Timótheüs en degenen die bij hem waren, blij gestemd hebben deze prijzende woorden te horen — te weten dat zij de geest aan de dag legden die door Jehovah wordt gezegend!

Maar wat is nu precies de geest die door Jehovah wordt gezegend? Waardoor worden degenen die deze geest bezitten, eigenlijk gekenmerkt? En hoe kunnen ook wij deze geest aan de dag leggen en Jehovah’s zegen ontvangen?

Laten wij, om het antwoord op deze vragen te weten te komen, eens teruggaan naar de tijd van Mozes. De Israëlieten bevinden zich in de wildernis. Jehovah heeft zojuist het Wetsverbond met hen gesloten en onderricht hen nu in de manier waarop zij hem moeten aanbidden. Hiertoe behoort ook de bouw van een verplaatsbare tent der samenkomst, waarvoor grote hoeveelheden goud, kostbare materialen en vaardig vakmanschap nodig zijn. De gelegenheid om vrijwillige offergeschenken te geven ten einde ervoor te zorgen dat er voldoende materialen en werkkrachten beschikbaar zijn, wordt de natie als volgt voorgehouden: „Iedereen met een gewillig hart brenge [zijn bijdrage] als een bijdrage voor Jehovah, namelijk goud en zilver en koper en blauw draad en roodpurpergeverfde wol . . . En laten alle wijzen van hart onder u komen en alles vervaardigen wat Jehovah geboden heeft, namelijk de tabernakel met zijn tent en zijn bedekking.” — Exodus 35:5-19.

Hoe reageerde de natie op deze gelegenheid? In de resterende verzen van hoofdstuk 35 wordt ons verteld dat degenen ’wier hart hen drong’ en ’wier geest hen aandreef’, bijdragen schonken en aan het werk gingen met een ijver waaruit bleek dat zij de gelegenheid die hun hier geboden werd, op prijs stelden (35 vers 21, 22, 26). Hun reactie was van dien aard dat, zoals ons in hoofdstuk 36 vers 6 wordt verteld, „Mozes [gebood] dat men een aankondiging door het kamp moest laten gaan, luidend: ’Mannen en vrouwen, vervaardigt geen materiaal meer voor de heilige bijdrage.’ Zo werd het volk ervan afgehouden het te brengen.” Ja, zij moesten ervan worden weerhouden nog meer te schenken! Jehovah had geen pressie uitgeoefend toen hij liet bekendmaken: „Iedereen met een gewillig hart brenge . . . ” Het resultaat was dat de natie een bereidwillige geest aan de dag legde, en dit leidde tot zegeningen in de vorm van grote vreugde en tot Jehovah’s bescherming en leiding in alles wat zij ondernamen.

Jaren later werd dezelfde geest opnieuw tentoongespreid. Dit gebeurde toen koning Hizkía de zuivere aanbidding in Israël herstelde. Het verslag licht ons erover in dat de gemeente, toen ze hiertoe in de gelegenheid werd gesteld, „slachtoffers en dankoffers [bracht], en ook iedereen die gewillig van hart was, bracht brandoffers”. Het resultaat? „Dientengevolge verheugden Hizkía en heel het volk zich over het feit dat de ware God voorbereidingen had getroffen voor het volk, want de zaak was plotseling geschied.” — 2 Kronieken 29:31-36.

Christenen spreiden de juiste geest tentoon

Merken wij in christelijke tijden dezelfde geest van bereidwillige zelfopoffering op? Merk op wat Paulus in Filippenzen 1:3-5 over de christenen te Filippi schreef: „Ik [dank] mijn God altijd in al mijn smekingen voor u allen, terwijl ik mijn smeking met vreugde opzend, wegens de bijdrage die gij van de eerste dag af tot dit ogenblik toe aan het goede nieuws hebt geschonken.” In welke opzichten muntten de christenen te Filippi uit in hun ’bijdrage aan het goede nieuws’? De volgende verzen laten duidelijk uitkomen dat zij ter bevordering van het goede nieuws niet alleen bereidwillig hun levenswijze in overeenstemming brachten met bijbelse beginselen, maar het goede nieuws ook ijverig tot anderen predikten en onderwezen.

Dat alle christenen in deze opzichten een bereidwillig aandeel aan het predikingswerk dienen te hebben, wordt in Hebreeën 13:15 beklemtoond: „Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken.” De prediking van het goede nieuws door elke individuele christen is dus een uiterst belangrijke manier om de bereidwillige geest te tonen waardoor de ware aanbidders van Jehovah in deze tijd worden gekenmerkt. Bovendien worden christenen eraan herinnerd dat zij nooit moeten ’vergeten goed te doen en anderen met zich te laten delen, want zulke slachtoffers zijn God welgevallig’. — Hebreeën 13:16.

De broeders en zusters te Filippi spreidden deze bereidwillige geest op nog een andere manier tentoon. In hoofdstuk 4 noemt Paulus verscheidene gelegenheden waarbij zij hem in financieel opzicht te hulp kwamen, opdat de prediking van het goede nieuws bevorderd kon worden (Filippenzen 4:14-17). Zo volgden zij het voortreffelijke voorbeeld na van die vroegere aanbidders van Jehovah. Het was duidelijk dat zij „Jehovah met [hun] waardevolle dingen” eerden (Spreuken 3:9). Leggen wij dezelfde geest aan de dag wanneer ons soortgelijke gelegenheden worden geboden?

De goedgekeurde geest die thans kenbaar is

In Psalm 110 wordt aangetoond dat in de laatste dagen van dit huidige samenstel, waarin de meerderheid van de mensen alleen maar belangstelling heeft voor het eigen „ik”, velen deze zelfde voortreffelijke geest van bereidwillige zelfopoffering aan de dag zouden leggen. In 110 vers 3 wordt ons verteld dat nadat de Messías in 1914 de heerschappij in het Koninkrijk zou hebben aanvaard, Gods volk „zich gewillig [zou] aanbieden” en dat degenen die dit zouden doen, zo talrijk zouden zijn als „dauwdruppels”. Blijkt dit inderdaad zo te zijn?

In april 1881 werd in The Watchtower een oproep gedaan voor 1000 predikers die als volle-tijdwerkers zouden dienen. In de uitgave van mei 1881 werd beklemtoond dat degenen die aan dit werk zouden deelnemen, personen moesten zijn die „voor hemels loon zouden werken”. Binnen vier jaar tijd hadden ruim 300 personen hier gunstig op gereageerd — een schitterend aantal gezien het kleine groepje opgedragen christenen dat destijds met het Wachttorengenootschap verbonden was.

Thans is deze zelfde geest nog steeds kenbaar. In 1986 waren er gemiddeld bijvoorbeeld 391.294 pioniers (volle-tijdbedienaren), die elke maand bericht inleverden. Dat was een toename van 21,2 procent, of 68.473 pioniers meer dan in het voorgaande jaar! Deze bereidwillige geest is echter niet beperkt tot degenen die in staat zijn al hun tijd aan het predikingswerk te besteden.a

Velen met andere schriftuurlijke verantwoordelijkheden — zoals de zorg voor een gezin, voor hulpbehoevende of bejaarde ouders — en personen die wegens hun gezondheid geen aandeel kunnen hebben aan de christelijke volle-tijdbediening, leggen ook zo’n geest van bereidwillige zelfopoffering, die Jehovah zo behaagt, aan de dag. Dit wordt duidelijk wanneer men beseft dat het leeuwedeel van de Koninkrijksprediking in de meeste landen in werkelijkheid wordt verricht door bedienaren die het grootste deel van hun tijd moeten gebruiken om werelds werk te doen of zich van gezinsverplichtingen of andere schriftuurlijke verantwoordelijkheden te kwijten. Werkelijk een prijzenswaardige tentoonspreiding van de geest die door Jehovah wordt gezegend.

De juiste geest tentoonspreiden op andere levensterreinen

Evenals in de dagen van Mozes en Hizkía doen zich thans gelegenheden voor om een bereidwillige geest aan de dag te leggen wanneer plaatselijke gemeenten een Koninkrijkszaal of andere soortgelijke faciliteiten bouwen. Is dezelfde geest in zulke gevallen kenbaar? Ja, zeer zeker!

Dit is vooral gebleken in verband met een hedendaagse methode voor het bouwen van Koninkrijkszalen, vaak snelbouw-projecten genoemd. Vele honderden Getuigen komen bijeen om van zaterdagmorgen vroeg tot zondagavond te werken — en sommigen werken de hele nacht door — om datgene te bewerkstelligen wat kranten een „weekend-wonder” hebben genoemd. Waar op vrijdag niets anders dan een betonnen plaat had gelegen, wordt zondagavond een voltooide Koninkrijkszaal gebruikt voor een vergadering!b

Zelfs nog grotere gelegenheden om een bereidwillige geest aan de dag te leggen, doen zich voor in verband met de bouw van bijkantoorfaciliteiten in verscheidene landen. De hoeveelheid arbeid die in verband met deze verschillende projecten geheel vrijwillig wordt verricht, gaat het voorstellingsvermogen te boven. Behalve de bijdragen die worden geschonken in de vorm van arbeid, worden er natuurlijk ook financiële bijdragen gegeven, die het mogelijk maken de noodzakelijke materialen te kopen. Heel vaak schenken Getuigen spontaan benodigde artikelen, waardoor de kosten van de bouw extra laag gehouden kunnen worden.

Een voorbeeld hiervan deed zich voor tijdens de bouw van het nieuwe bijkantoor in Sydney (Australië). Daar hebben broeders die in het verre noorden van Queensland wonen, timmerhout gezaagd en vier opleggerladingen vol, voor een geschatte waarde van tussen de ƒ 120.000 en ƒ 140.000, naar het bouwterrein gezonden. Tijdens de bouw van het bijkantoor kwamen Getuigen met bussen tegelijk helemaal uit het 4000 kilometer verder gelegen West-Australië om vier weken achtereen vrijwilligerswerk te doen. Een groot aantal bekwame vaklieden heeft maandenlang vrijwillig op het bouwterrein gewerkt, verscheidenen van hen zelfs een jaar of langer. Dit was werkelijk een manifestatie van dezelfde geest die Jehovah in de afgelopen eeuwen zo overvloedig heeft gezegend en die thans opnieuw zo vaak te zien is in andere landen.

Verdere gelegenheden om een bereidwillige geest aan de dag te leggen, doen zich voor wanneer Getuigen op grote vergaderingen en congressen bijeenkomen. Op al deze grote vergaderingen zijn veel vrijwilligers nodig, vaak maanden vóór de vergadering zelf, om ervoor te zorgen dat alles soepel en goed georganiseerd verloopt. En wanneer de vergadering eenmaal aan de gang is, verricht soms één op de vier aanwezige Getuigen vrijwilligersdienst om mee te helpen de vele noodzakelijke werkzaamheden te verrichten die een congres aangenaam en succesvol maken. Het werk kan bestaan in het verschaffen van voedsel of in schoonmaakwerkzaamheden. Het kan een taak zijn die door de meeste aanwezigen niet eens wordt opgemerkt. Maar Jehovah ziet het wel! Hij beloont degenen die zich bereidwillig aanbieden om de noodzakelijke werkzaamheden te verrichten. Oogst ook u de beloning die christenen ten deel valt wanneer zij ’elkaar door middel van de liefde als slaven dienen’ door tijdens grote vergaderingen vrijwillig uw diensten aan te bieden? Hebt u overwogen dit als gezin te doen? — Galaten 5:13.

Terwijl deze speciale projecten ons schitterende gelegenheden bieden om onszelf met deze bereidwillige geest aan te bieden, zijn er veel andere gelegenheden om dag in dag uit en week in week uit dezelfde geest aan de dag te leggen. Verleent u bijvoorbeeld, wanneer de Koninkrijkszaal eenmaal is gebouwd, uw volledige medewerking om de zaal schoon te maken en te onderhouden? Ondersteunt u de exploitatie ervan door financiële bijdragen te geven in de mate dat Jehovah u in materieel opzicht zegent? Ondersteunt u het predikingswerk in uw land door bijdragen te schenken aan het plaatselijke bijkantoor? En wat nog belangrijker is, hebt u een geregeld aandeel aan de prediking van het goede nieuws en het maken van discipelen van mensen in uw omgeving? Ons persoonlijke aandeel aan dit werk dat Jezus als het belangrijkste werk heeft aangeduid dat in de tegenwoordige tijd, vóór het einde van dit samenstel, verricht moet worden, kan in werkelijkheid door niets anders worden vervangen. — Matthéüs 24:14; 28:19, 20; Handelingen 1:8.

Allen die deze geest, die zo rijkelijk door Jehovah wordt gezegend, aankweken, hebben bemerkt hoe waar het is dat Jehovah „niet onrechtvaardig [is], zodat hij uw werk en de liefde die gij voor zijn naam hebt getoond doordat gij de heiligen hebt gediend en blijft dienen, zou vergeten”. Door deze geest van bereidwillige opofferingsgezindheid aan de dag te leggen, kunt ook u bewijzen dat „de zegen van Jehovah . . . rijk [maakt], en hij voegt er geen smart bij”. — Hebreeën 6:10; Spreuken 10:22.

[Voetnoten]

a Zie voor enkele hartverwarmende en inspirerende voorbeelden van personen die zich bereidwillig hebben gegeven om als volle-tijdpredikers te dienen, de Wachttoren-artikelen van 1/7/55, blz. 195; 1/9/62, blz. 534-539; 1/10/63, blz. 581-586; 1/2/71, blz. 90-94; 15/6/71, blz. 379-384; 15/9/80, blz. 24-27 en het Ontwaakt!-artikel van 8/3/77, blz. 19-24. Zie achter in de Wachttoren-jaargangen de Index van onderwerpen onder het kopje „Levensgeschiedenissen” voor verdere voorbeelden.

b Zie De Wachttoren van 1/11/82, blz. 8-11 en Ontwaakt! van 8/11/81, blz. 16-19.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen