Hulp bij het nemen van verstandige beslissingen
ALICE nam een onverstandige beslissing, met rampspoedige gevolgen. „Ik trok mij van Jehovah en zijn organisatie terug”, geeft zij toe. Hoewel zij uiteindelijk terugkeerde, heeft zij hier ruim dertien jaar voor nodig gehad — „ellendige jaren” noemt zij ze.
Een christen dient het gevaar van het nemen van onverstandige beslissingen in verband met zijn dienst voor God niet te onderschatten. Het is niet zo dat men welbewust verkeerde beslissingen neemt, na een beschouwing van de ter zake dienende feiten. Soms worden ze eenvoudig genomen op grond van instinctieve reacties. Wanneer emoties de kwestie eenmaal hebben vertroebeld en een onvolmaakt hart een te grote invloed op het denkvermogen is gaan uitoefenen, kan dit allerlei schadelijke en droevige gevolgen hebben.
Ja, „het hart is verraderlijker dan iets anders” (Jeremia 17:9). De bijbel zegt ons echter hoe wij ons kunnen beschermen. „Wanneer wijsheid haar intrede doet in uw hart”, staat hierin, „zal het denkvermogen zelf de wacht over u houden” (Spreuken 2:10, 11). Maar hoe kunnen wij ervoor zorgen dat wijsheid haar intrede doet in ons hart?
Leer van het verleden
Probeer het volgende eens: Stel u in de positie van vroegere dienstknechten van God die het hoofd moesten bieden aan net zulke beproevingsvolle situaties als die van u. Veronderstel bijvoorbeeld dat een situatie in de plaatselijke christelijke gemeente u zorgen baart. Probeer dan te denken aan een parallelle situatie die in de bijbel wordt vermeld.
Wat zou u zeggen van de eerste-eeuwse christelijke gemeente te Korinthe? Stelt u zich eens voor dat u een lid bent van de gemeente Korinthe. U bent al twee of drie jaar lang een christen. Wat een vreugde was het om gedurende Paulus’ achttien maanden durende verblijf aldaar tot een kennis van de waarheid te komen! Maar nu ziet de situatie er niet zo goed uit.
Een neiging om kliekjes en groepjes te vormen, veroorzaakt verdeeldheid in de gemeente en vormt een bedreiging voor haar eenheid (1 Korinthiërs 1:10, 11). Een toegeeflijke houding ten opzichte van immoreel gedrag brengt haar geest in gevaar (1 Korinthiërs 5:1-5). In het openbaar voor wereldse rechtbanken geuite meningsverschillen tussen de leden van de gemeente brengt haar voortreffelijke reputatie schade toe. — 1 Korinthiërs 6:1-8.
Terwijl u zich nog steeds in het oude Korinthe waant, maakt u zich er bezorgd over dat sommige leden van de gemeente altijd ruzie maken over kwesties die in werkelijkheid van slechts ondergeschikt belang zijn. (Vergelijk 1 Korinthiërs 8:1-13.) De twist, jaloezie, toorn en wanorde die u ziet, stemmen u verdrietig (2 Korinthiërs 12:20). U bent werkelijk verontrust door de arrogante houding van een paar gemeenteleden die de christelijke levenswijze onnodig moeilijk maken (1 Korinthiërs 4:6-8). Het doet u pijn te horen dat enkelen zelfs de positie en autoriteit van de apostel Paulus in twijfel trekken, onbillijke beschuldigingen uiten en hem wegens zijn gebrek aan welsprekendheid belachelijk maken (2 Korinthiërs 10:10; 12:16). U maakt u er zorgen over dat degenen die openlijk persoonlijke meningen propageren, het door de gemeente gekoesterde geloof in fundamentele leerstellingen zullen ondermijnen. — 1 Korinthiërs 15:12.
Met een beslissing geconfronteerd
’Dit is helemaal niet zoals het behoort te zijn’, verzucht u. ’Waarom doen de ouderlingen niet iets om hier verandering in te brengen? Er is iets ernstig mis.’
Zult u de gemeente in Korinthe verlaten en de conclusie trekken dat u beter af zult zijn wanneer u God ergens anders dient? Of zult u misschien zelfs de beslissing nemen dat u het beste alle contact met medechristenen kunt verbreken? Zult u toelaten dat deze problemen een domper zetten op uw vreugde en afbreuk doen aan uw vertrouwen dat Jehovah God en Jezus Christus de volledige supervisie hebben? Zult u een kritische, klagende geest gaan ontwikkelen, als gevolg waarvan u de beweegredenen van medechristenen in twijfel trekt? Zult u het langzamer aan gaan doen in het predikingswerk, omdat u tot de slotsom bent gekomen dat het weinig zin heeft geïnteresseerden naar zo’n gemeente te leiden?
Wanneer u de situatie objectief vanuit onze huidige positie bekijkt, zult u misschien vlot zeggen dat u de beslissing zou nemen om loyaal te zijn en dicht bij Gods organisatie te blijven, ondanks de onvolmaaktheden die eraan kleven. Maar zou u, als u thans met een soortgelijke situatie geconfronteerd zou worden, een heldere geest en een kalm hart kunnen bewaren? Zou u thans dezelfde beslissing nemen als u naar uw mening genomen zou hebben als u toen geleefd had?
Voordeel trekken van wijze raad
De christenen in Korinthe die de gemeente trouw bleven, waren degenen die een verstandige beslissing namen. Zij voelden zich net zoals Petrus zich jaren voordien had gevoeld. Toen sommigen van de discipelen ermee ophielden met Jezus om te gaan, zei Petrus: „Heer, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven; en wij hebben geloofd en zijn te weten gekomen dat gij de Heilige Gods zijt” (Johannes 6:68, 69). Het is duidelijk dat wij alleen voordeel kunnen trekken van de raad die via Gods organisatie wordt gegeven, als wij nauw met de organisatie verbonden blijven.
In nieuwe gemeenten, zoals destijds de gemeente in Korinthe, is het niet ongewoon wanneer door menselijke onvolmaaktheid een probleem ontstaat in verband waarmee krachtige raad gegeven moet worden. Maar toen Paulus de christenen in Korinthe raad gaf, besefte hij terdege dat verreweg de meesten van hen nog steeds „geliefden” waren (1 Korinthiërs 10:14; 2 Korinthiërs 7:1; 12:19). Hij vergat niet dat Jehovah onverdiende goedheid en vergeving schenkt aan degenen die gunstig op Zijn leiding reageren. — Psalm 130:3, 4.
Aangezien de christelijke gemeente allerlei mensen aantrekt, spreekt het vanzelf dat sommigen er meer tijd voor nodig hebben om gunstig op deze leiding te reageren dan anderen. Hier bestaan verscheidene oorzaken voor. Sommige veranderingen zijn moeilijker aan te brengen dan andere. Ook verschillen mensen van elkaar in fysieke en mentale gesteldheid en wat milieu, achtergrond en omstandigheden betreft. Het is derhalve heel verstandig het te vermijden overkritisch te worden en in gedachte te houden dat ’liefde een menigte van zonden bedekt’! (1 Petrus 4:8) Indien Jehovah en zijn Zoon bereid zijn menselijke onvolmaaktheid en onrijpheid in hun gemeente te verdragen, dienen wij dan eigenlijk niet dezelfde geest aan de dag te leggen? — 1 Korinthiërs 13:4-8; Efeziërs 4:1, 2.
Indien u in de gemeente van het oude Korinthe was geweest, zou u, door naar Paulus’ liefdevolle maar krachtige raad te luisteren, herinnerd zijn aan het feit dat Christus, als hoofd van de christelijke gemeente, een levendige belangstelling voor haar welzijn heeft (Matthéüs 28:20). U zou meer vertrouwen hebben gekregen in Jezus’ belofte zijn volgelingen verenigd te houden door hun gunstige reactie op de hulp die door „de getrouwe en beleidvolle slaaf” werd geboden (Matthéüs 24:45-47; Efeziërs 4:11-16). Ja, en Paulus’ woorden zouden u geholpen hebben zelfs onder moeilijke omstandigheden vreugdevol en evenwichtig te blijven. U zou het vertrouwen hebben gehad dat God u de kracht zou geven om opgewassen te zijn tegen elke moeilijkheid die hij tijdelijk zou laten bestaan.
Dit wil niet zeggen dat een christen niets moet doen als zich in een gemeente een slechte toestand ontwikkelt. Destijds in Korinthe traden rijpe mannen zoals Stéfanas, Fortunátus en Acháïkus en sommige huisgenoten van Chloë handelend op. Zij lichtten Paulus klaarblijkelijk over de situatie in (1 Korinthiërs 1:11; 5:1; 16:17). Maar toen zij dat eenmaal hadden gedaan, lieten zij de kwestie vol vertrouwen in zijn handen. IJver voor rechtvaardigheid bracht hen er niet toe het vertrouwen in Christus’ leiding als hoofd van de gemeente te verliezen of ’woedend te worden op Jehovah’. — Spreuken 19:3.
Onze ijver voor rechtvaardigheid in deze tijd zal ons ervoor behoeden zelfs maar te overwegen onze door God geschonken toewijzing om het goede nieuws te prediken, minder grondig te behartigen. Een dergelijke handelwijze zou blijk geven van een gebrek aan bezorgdheid voor het welzijn van anderen en zou erop neerkomen dat wij nalatig zijn in het doen van wat Christus van ons verlangt. „Dientengevolge, mijn geliefde broeders,” luidde Paulus’ raad, „wordt standvastig, onwrikbaar, altijd volop te doen hebbend in het werk van de Heer, wetend dat uw arbeid niet tevergeefs is in verband met de Heer.” — 1 Korinthiërs 15:58.
Wees niet onwetend van Satans bedoelingen
Moeilijkheden die zich in een gemeente kunnen voordoen, zoals die welke in Korinthe bestonden, kunnen soms moeilijker te verwerken zijn dan rechtstreekse vervolging. Satan buit zulke situaties uit in een poging ons ertoe te brengen verkeerde beslissingen te nemen die ons van Jehovah zullen wegtrekken. Maar ’wij zijn niet onwetend van Satans bedoelingen’. — 2 Korinthiërs 2:11.
Paulus zei tot de christenen in Korinthe dat het nuttig voor hen zou zijn het verslag omtrent vroegere dienstknechten van God aan een onderzoek te onderwerpen. „Deze dingen nu bleven hun overkomen als voorbeelden”, zei hij over de Israëlieten, „en ze werden opgeschreven tot een waarschuwing voor ons, tot wie de einden van de samenstelsels van dingen gekomen zijn” (1 Korinthiërs 10:11). Evenzo kan het ons in deze tijd tot voordeel strekken wanneer wij het verslag over de vroege christenen nauwkeurig zouden onderzoeken. Wij kunnen bijvoorbeeld beschouwen wat er in Korinthe gebeurde. Wanneer wij erover nadenken hoe wij in die tijd juiste beslissingen genomen zouden hebben, zal dit ons helpen het te vermijden nu verkeerde beslissingen te nemen.
Na dertien „ellendige jaren” weggeweest te zijn, zegt Alice over haar eerste vergadering in de Koninkrijkszaal: „Ik durfde niet te praten, omdat ik bang was dat ik zou gaan huilen. Ik was thuis — echt thuis. Ik kon het niet geloven.” Wees dus vastbesloten om ondanks problemen die zouden kunnen rijzen, vast te houden aan uw verstandige besluit Jehovah’s organisatie nooit te verlaten! Dan zult u zich, samen met Gods volk, in veel zegeningen verheugen. En die zullen eeuwig voortduren. — Spreuken 2:10-15, 20, 21.