Blijk geven van ’ijver voor voortreffelijke werken’ in Kenia
„HIER heb ik mijn hele leven naar gezocht!” zei een man met een hindoe-achtergrond enthousiast nadat hij onlangs in Kenia (Afrika) een congres van Jehovah’s Getuigen had bijgewoond. „Dit is heel bijzonder.”
Wat bewoog hem ertoe dat te zeggen? „Dat mensen met zoveel huidkleuren en achtergronden en uit zoveel landen, allemaal met een duidelijke genegenheid voor elkaar ongedwongen met elkaar omgaan”, zei hij. Maar hoe was dit mogelijk in een wereld die zo vol onenigheid en raciaal vooroordeel is? Wat heeft in Kenia tot zo’n eenheid en geestelijke harmonie geleid?
Vroege pioniers banen de weg
In 1931 hadden Frank en Gray Smith veertig volle boekendozen bij zich toen zij per schip van Zuid-Afrika naar Mombasa gingen. Van daar uit maakten zij een uitputtende en gevaarlijke reis naar Nairobi, waar zij hun hele lectuurvoorraad in ongeveer een maand verspreidden. Beiden liepen malaria op en Frank stierf hieraan. Tot het einde toe is hij getrouw gebleven. Later in datzelfde jaar maakten Robert Nisbet en David Norman een soortgelijke reis en verspreidden tweehonderd dozen met lectuur in Oost-Afrika. Aldus werden de eerste waarheidszaadjes in Kenia gezaaid.
In 1935 begonnen Gray Smith en zijn vrouw, samen met Robert Nisbet en zijn broer George, de aangetroffen belangstelling te behartigen. Deze keer liep Robert tyfus op. De anderen kregen malaria en zwartwaterkoorts. Tegenstand van de zijde van de koloniale regering en de door haar uitgevaardigde deportatiebevelen verergerden de problemen nog. Ondanks dit alles verspreidden deze vroege ijverige pioniers echter een enorme hoeveelheid lectuur, waardoor een fundament werd gelegd voor groei. Ongeveer dertig jaar later bijvoorbeeld trof een Getuige die in een afgelegen landgebied in Kenia werkte, tot zijn verbazing een man aan die een exemplaar van het boek Verzoening bezat. Zijn broer had het in 1935 gekocht. Deze man maakte vorderingen en is nu een van Jehovah’s Getuigen.
Verdere groei
Pas in 1949 kwam de eerste Getuige, Mary Whittington, in Nairobi, de hoofdstad van Kenia, te wonen. Zij was slechts één jaar voordien in Engeland gedoopt. Zij had geen besef van de eenzaamheid, de belemmeringen en de tegenstand die haar te wachten stonden. Toch heeft zij de vreugde mogen smaken te zien dat de ’kleine tot duizend werd’ (Jesaja 60:22). Nu, op de leeftijd van 73 jaar, is zij nog steeds een trouwe pionierster.
Bill en Muriel Nisbet, de eerste afgestudeerden van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead die aan Kenia werden toegewezen, kwamen in 1956 aan. Er bestond destijds rassenscheiding, en het koloniale bestuur had wetten uitgevaardigd waardoor de predikingsactiviteit aan restricties onderhevig was en de bijeenkomsten het aantal van negen personen niet mochten overschrijden. Het werk van de Nisbets was dus beperkt tot het Europese veld en informele gesprekken met Afrikaanse mensen. Toch kwam er groei.
In 1962 werd het werk van Jehovah’s Getuigen wettelijk erkend. Kort daarna, in 1963, eindigde het koloniale bestuur, met het gevolg dat er een deur tot verdere expansie van ons christelijke werk werd geopend. Nu konden publikaties in het Swahili worden gedrukt en werden ouderlingen van Jehovah’s Getuigen er door de regering toe gemachtigd huwelijken te voltrekken. Sindsdien hebben Jehovah’s Getuigen bijna tweeduizend echtparen geholpen hun huwelijk wettelijk te laten registreren.
In 1972 werd er op een gunstig gelegen plaats in Nairobi een prachtig nieuw bijkantoor ingewijd. (Het is sindsdien uitgebreid.) Kenia was nu beter toegerust om toezicht uit te oefenen op het Koninkrijkswerk in de tien aan Kenia’s zorg toevertrouwde Oost-Afrikaanse landen en in de behoefte aan publikaties in de verschillende inheemse talen te voorzien.
Schitterende voorbeelden van ijver
De bekendmakers van het goede nieuws in Kenia leggen dezelfde ’ijver voor voortreffelijke werken’ aan de dag die de eerste-eeuwse christenen kenmerkte (Titus 2:14). Zij laten zich er niet door moeilijkheden van afhouden anderen te helpen een nauwkeurige kennis van de bijbel te verwerven.
In één geval ontving een Getuige het verzoek van het bijkantoor een bezoek te brengen aan een geïnteresseerde blinde man die 26 kilometer verder woonde. De Getuige ging geregeld op de fiets naar deze man toe om een bijbelstudie bij hem te leiden. Hoewel deze man af en toe aan een negatieve denkwijze ten prooi viel en soms depressief was, is hij nu zelf een Getuige die ijverig met anderen spreekt over Gods belofte van het herstelde Paradijs, waarin zelfs de ogen van de blinden geopend zullen worden. — Jesaja 35:5.
In sommige gebieden moet men veel moeite doen om christelijke vergaderingen bij te wonen. Een zeventigjarige vrouw loopt geregeld ongeveer tien kilometer om de wekelijkse vergaderingen te bezoeken. Onderweg waadt zij door een van Kenia’s grootste rivieren, ook al liggen er vlak bij krokodillen op de loer. Soms wordt de stroom zo krachtig dat die haar dreigt mee te slepen. Toch vindt zij het geestelijke feest zo waardevol dat zij er al deze moeite graag voor over heeft. Wat een in het oog springend voorbeeld van ijver!
Nog een schitterend voorbeeld van ijver en waardering werd gegeven door een Getuige die negen uur liep om de kringvergadering bij te wonen. Waarom deed hij dit, terwijl hij genoeg geld had om de busreis te betalen? Door liefde gedreven, gaf hij zijn geld aan degene met wie hij de bijbel bestudeerde, zodat ook hij van het congresprogramma kon genieten! Ja, liefde en ’ijver voor voortreffelijke werken’, gebaseerd op nauwkeurige bijbelkennis, treden in Kenia duidelijk aan het licht.
Pioniersgeest
Deze ijver wordt op een in het oog springende wijze aan de dag gelegd in de pioniersdienst. Velen putten ondanks moeilijke omstandigheden vreugde uit deze dienst. Een jonge pionier verricht dienst in de hete en vochtige havenstad Mombasa. Enkele jaren geleden moesten zijn beide benen geamputeerd worden als gevolg van een vrachtauto-ongeluk. Toen hij in het ziekenhuis lag, overwoog hij zelfmoord en smeekte de verpleegster hem een dodelijke injectie te geven. Maar zij weigerde dit te doen. Na zijn ontslag uit het ziekenhuis vond hij de Getuigen en begon hij de bijbel met hen te bestuderen. Dit leidde tot zijn doop en een nieuw leven in de volle-tijddienst. Nu vloeit hij over van ijver en dankbaarheid.
Veel moeders met gezinsverantwoordelijkheden zijn ook in de gewone pioniersdienst gegaan. Een van hen heeft drie kinderen. Zij heeft een veel te hoge bloeddruk en een spraakgebrek. Zij moet hele dagen werken en haar man is geen Getuige. Toch is zij een gelukkige pionierster. Natuurlijk nemen niet alleen moeders aan de gewone pioniersdienst deel; onlangs heeft ook een vader, die de zorg heeft voor acht kinderen en in ploegendienst werkt, dit dienstvoorrecht op zich genomen.
Velen die niet in de gewone pioniersdienst kunnen, zijn bezield met de pioniersgeest. Zij zien uit naar gelegenheden om als hulppionier een aandeel te hebben aan de volle-tijdbediening door elke maand zestig uur aan het predikingswerk te besteden.
In zowel 1984 als 1985 nam in de maand april meer dan een derde van alle verkondigers in Kenia aan de een of andere tak van de volle-tijddienst deel. In één gemeente waren in die maand 73 verkondigers in de hulppioniersdienst en zij werkten met de vijf gewone pioniers samen. De andere 28 gemeenteleden besteedden gemiddeld 64,6 uur aan de velddienst, hoewel velen van hen nog niet gedoopt waren. Als gevolg hiervan werden er in totaal 233 bijbelstudies geleid!
Leeftijd blijkt geen belemmering te zijn. Een 99-jarige grootmoeder ging in de hulppioniersdienst. Ondanks haar fysieke beperkingen laat zij moedig haar licht schijnen tegenover jong en oud (Matthéüs 5:16). Als gevolg van haar krachtsinspanningen zijn een aantal anderen geholpen Koninkrijksverkondigers te worden, en zij hebben dierbare herinneringen aan de toewijding en pioniersgeest van deze lieve oma. Ja, zo’n ’ijver voor voortreffelijke werken’ heeft velen ertoe gebracht de pioniersgeest aan te kweken.
Lof uit de mond van „kleine kinderen”
Ook kleine kinderen, die nog niet gedoopt zijn, gaan blij en ijverig met hun ouders mee om het goede nieuws dat van de ware God afkomstig is, aan anderen te brengen (Matthéüs 21:16). Tijdens een speciale veldtocht werkte een meisje van vier en half jaar met haar ouders in geïsoleerd gebied. Zij besteedde in die maand 160 uur aan de velddienst en verspreidde 27 boeken, 66 brochures en 47 tijdschriften bij mensen die belangstelling hadden voor de bijbel!
Deze ’ijver voor voortreffelijke werken’ openbaart zich ook op de scholen. In een landelijk gebied buiten Nairobi kon een lagere-schoolleerling, wiens moeder de bijbel met Jehovah’s Getuigen bestudeert, zijn onderwijzeres helpen de weg naar het eeuwige leven te gaan bewandelen. Toen de onderwijzeres in de klas het onderwerp van leven na de dood ter sprake bracht, zei deze jonge jongen beleefd dat zijn moeder hem iets anders had geleerd, wat op de bijbel was gebaseerd. Dit maakte de onderwijzeres nieuwsgierig. Zij nam contact op met de moeder van de jongen, die haar naar een meer ervaren Getuige verwees. Nu verbreidt de onderwijzeres zelf bijbelse waarheid aan anderen, dank zij de moed van deze jongen. Wat een voortreffelijk voorbeeld van de ijver waarvan christelijke kinderen in deze tijd blijk geven!
Meer groei verwacht
Meer dan de helft van Kenia’s bevolking heeft het goede nieuws van het Koninkrijk nog niet gehoord. Wegens de grote afstanden kunnen sommige geïsoleerde gebieden slechts eens per jaar worden bewerkt. Wanneer Getuigen in zulke gebieden arriveren, worden zij vaak begroet met de woorden: „Waar zijn jullie gebleven? Wij hebben jullie gemist.” En wanneer de tijd aanbreekt om te vertrekken, nadat men er enkele dagen of weken lang getuigenis heeft gegeven, is het roerend uitingen te horen als: „Gaan jullie nu al weer weg? Hoe moeten wij nu vorderingen maken?” Gelukkig zijn er regelingen getroffen om de meesten van deze geestelijk hongerige personen opnieuw te bezoeken.
Er zijn op het ogenblik 3686 Koninkrijksbedienaren in Kenia. In 1986 werd de Gedachtenisviering door 13.067 personen bijgewoond. Dat was bijna viermaal het aantal Getuigen! Vroegere alcoholisten, vechtersbazen, bendeleiders, afpersers, spiritisten en anderen hebben grote veranderingen in hun leven aangebracht en bewandelen nu de weg der waarheid. Wat onthult dit ons over de toekomst?
Het is duidelijk dat er meer groei verwacht kan worden. Ja, mensen in Kenia reageren gunstig op het „goede nieuws van het koninkrijk” (Matthéüs 24:14). Velen hebben zich aangesloten bij de gelederen van Jehovah’s Getuigen — een volk „ijverig voor voortreffelijke werken”. Door deze werken onderscheiden zij zich als een uniek volk dat vrij is van raciale barrières en andere belemmeringen voor ware eenheid. Dit is inderdaad „heel bijzonder”.
[Kaarten op blz. 22]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
KENIA
Nairobi
Mombasa
[Illustratie op blz. 23]
Duizenden Swahili-sprekende afgevaardigden bezochten in december 1985 het „Rechtschapenheidbewaarders”-congres
[Illustratie op blz. 24]
Bijbelse drama’s die in het Swahili en Engels werden opgevoerd, bouwden de aanwezigen op
[Illustratie op blz. 25]
De doop in het openbaar vormde een bewijs van Jehovah’s zegen