Een vreugdevol volk — Waarom?
WARE christenen in deze tijd zijn een vreugdevol volk. Wij dienen immers „de gelukkige God”, Jehovah (1 Timótheüs 1:11). Hij geeft ons zijn geest, en vreugde is een vrucht van die geest. — Galaten 5:22.
Zo’n diepgewortelde vreugde is veerkrachtig en tegen druk bestand. Jezus Christus bijvoorbeeld onderging een pijnlijke dood aan de martelpaal en moest de schande dragen als een godslasteraar terechtgesteld te worden. Toch heeft hij „wegens de hem in het vooruitzicht gestelde vreugde . . . een martelpaal verduurd” (Hebreeën 12:2). Jezus wist dat hem grootse mogelijkheden en voorrechten met betrekking tot zijn dienst voor Jehovah wachtten. Door zich op deze toekomstige voorrechten te concentreren, werd hij geholpen zijn vreugde te bewaren op momenten dat hij lijden onderging.
Jezus ziet graag dat ook zijn discipelen vreugdevol zijn. Hij zei: „Deze dingen heb ik tot u gesproken, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden” (Johannes 15:11). Dit is waar gebleken voor Jehovah’s Getuigen in deze tijd. Wij hebben veel redenen om een vreugdevol volk te zijn. Wij kennen de waarheid, die ons bevrijd heeft uit de greep van bijgeloof en vals-religieuze overtuigingen (Johannes 8:32). Ook weten wij waar wij ons in de stroom des tijds bevinden en verheugen wij ons in de hoop op redding, die nu binnenkort verwezenlijkt zal worden (Lukas 21:28). Wij worden ook beschermd tegen veel van de problemen — waaronder seksueel overdraagbare ziekten — waarmee degenen te kampen hebben die zich niet aan de bijbelse moraal houden. Wij verheugen ons in de allerbeste omgang met mensen die erin geïnteresseerd zijn Jehovah’s wil te doen. En bovendien hebben wij het schitterende voorrecht een aandeel te hebben aan de prediking van het goede nieuws van het Koninkrijk en het tot discipelen maken van zachtmoedige mensen. — Matthéüs 24:14; 28:19, 20.
Maar al geldt dit voor Jehovah’s Getuigen als groep, de vraag is hoe het met u persoonlijk staat. Waarom kan er gezegd worden dat u reden hebt u samen met de rest van Jehovah’s volk te verheugen?
Vreugde vinden in het evangelisatiewerk
Sommigen vinden het moeilijk om aan het predikingswerk van huis tot huis deel te nemen. Naar vreemden toe te gaan en een gesprek te beginnen, geeft hun misschien een gevoel van onbehagen. Of wellicht denken zij dat zij niet bekwaam genoeg zijn om anderen te onderwijzen. Hebt u zo nu en dan dat gevoel? Als dat zo is, hoe kunt u dan vreugde vinden in het evangelisatiewerk?
Behoud allereerst een positieve instelling. Veel mensen zouden het fantastisch vinden om bij de een of andere beroemdheid of een bekende politicus in dienst te zijn. Hoeveel meer vreugde moet het ons dan niet schenken in dienst te staan van „de Koning der eeuwigheid”, Jehovah God zelf! — 1 Timótheüs 1:17.
Bedenk ook dat dit predikingswerk nooit herhaald zal worden. Sta daar eens bij stil! De engelen zelf leiden de pogingen die christenen hier op aarde in het werk stellen om met schapen te vergelijken personen te vinden (Openbaring 14:6). Geeft dit u geen innerlijk gevoel van vreugde?
Vreugde putten uit de Koninkrijkstoename
Nog een reden om een positieve kijk te hebben op het predikingswerk, is het voortreffelijke resultaat ervan. De bijbel heeft voorzegd: „De kleine zelf zal tot duizend worden, en de geringe tot een machtige natie. Ikzelf, Jehovah, zal het te zijner tijd bespoedigen” (Jesaja 60:22). Deze belofte van Jehovah is vooral in deze tijd vervuld. Gedurende het dienstjaar 1986 werden bijvoorbeeld 225.868 personen gedoopt als een symbool van het feit dat zij zich van ganser harte aan Jehovah hebben opgedragen. Het gemiddelde aantal verkondigers van de bijbelse waarheid was met 6,9 procent toegenomen.
Ongetwijfeld is deze toename ook in uw eigen gemeente of kring zichtbaar. Nieuwelingen bezoeken de vergaderingen en brengen de noodzakelijke veranderingen in hun leven aan ten einde God te kunnen dienen. Duidt dit er niet op dat Jehovah’s zegen op het predikingswerk rust? Dat u een bijdrage levert aan deze toename kan voor u derhalve een bron van grote vreugde zijn. Het kan weliswaar zo zijn dat u niet persoonlijk met iemand gestudeerd hebt die zich uiteindelijk liet dopen. Maar wanneer wij iemand in de waarheid brengen, kunnen wij het toch nooit als onze verdienste beschouwen. ’God geeft het wasdom’, zei Paulus (1 Korinthiërs 3:6-9). Alle leden van de gemeente hebben er een aandeel aan nieuwelingen te helpen. Hoe? Door aanwezig te zijn op de vergaderingen, commentaar te geven, nieuwelingen gastvrij te begroeten en zich te gedragen op een wijze die de waarheid aantrekkelijk maakt.
U kunt echter grotere vreugde verwerven als u een directer aandeel hebt aan de van-huis-tot-huisprediking en het huisbijbelstudiewerk. Vorig jaar werden er gemiddeld elke week 2.726.252 bijbelstudies geleid. Waarom zou u er niet meer moeite voor doen een aandeel aan dit vreugdevolle werk te hebben? Bied een kennis, misschien een buurman of iemand bij wie u lectuur hebt achtergelaten, een bijbelstudie aan. Vraag Jehovah om hulp bij het vinden van zo’n met een schaap te vergelijken persoon.
Belemmeringen voor vreugde overwinnen
Wanneer iemand zich niet voldoende bekwaam voelt om anderen te onderwijzen, kan dit voor hem natuurlijk een werkelijke belemmering zijn om vreugde te putten uit de velddienst. Bedenk echter het volgende: „Dat wij voldoende bekwaam zijn, komt van God” (2 Korinthiërs 3:5). En door middel van zijn organisatie heeft Jehovah in veel voortreffelijke hulpmiddelen voorzien om ons te helpen doeltreffende bedienaren te worden.
In de eerste plaats zijn er veel personen in ons midden die God al lange tijd dienen en veel ervaring hebben in de velddienst. Wij kunnen met deze ervaren bedienaren samenwerken in de dienst en van hen leren. Bovendien verschijnen er elke maand goede suggesties in Onze Koninkrijksdienst. Dan is er de publikatie Redeneren aan de hand van de Schrift, die een schat aan informatie bevat om onze predikingsbekwaamheid te vergroten. Maak een goed gebruik van deze hulpmiddelen en bereid u grondiger op de velddienst voor. Denk na over nieuwe en interessante manieren om uzelf aan de deur in te leiden. Of overdenk verschillende manieren om de huisbewoners bij het gesprek te betrekken. Wanneer u doeltreffender wordt in het veld, zullen uw enthousiasme en vreugde in de prediking ongetwijfeld toenemen.
De bediening schenkt meer vreugde wanneer het ons lukt met mensen te praten. Wij geven toe dat dit in sommige gebieden een probleem is. Kunt u het misschien zo regelen dat u in de velddienst uittrekt op een tijd dat er meer mensen thuis zijn, zoals vroeg in de avond? Velen vinden dit heel doeltreffend. U kunt ook het initiatief nemen en met mensen spreken waar u hen maar aantreft — op straat, op een bankje in het park of wanneer zij hun auto wassen. Bedenk dat mensen de waarheid nodig hebben en dat er levens op het spel staan. Dit kan een hulp zijn om u ertoe te motiveren elke neiging tot verlegenheid te overwinnen. Hoewel het waar is dat de overgrote meerderheid van de mensen niet gunstig zal reageren, bezorgen degenen die dit wel doen ons veel vreugde.
Het gebed is echter een van de belangrijkste hulpmiddelen om onze vreugde te bewaren. Vraag Jehovah om zijn geest om u te sterken en te bemoedigen. Paulus zei: „Voor alle dingen bezit ik de sterkte door hem die mij kracht verleent” (Filippenzen 4:13). Ook wij kunnen daar zo over denken indien wij leren ons vollediger op Jehovah te verlaten.
Als een vreugdevol volk volharden
Veel personen stellen ons werk niet op prijs. Jezus besefte dat dit het geval zou zijn. Toen hij zijn volgelingen uitzond om te prediken, gaf hij hun daarom de raad: „Als iemand u ergens niet ontvangt of niet naar uw woorden luistert, verlaat dan dat huis of die stad en schudt het stof van uw voeten. . . . Ziet! Ik zend u uit als schapen te midden van wolven; geeft er daarom blijk van zo omzichtig als slangen en toch zo onschuldig als duiven te zijn.” Jezus zei ook: „Zelfs de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Vreest daarom niet.” — Matthéüs 10:11-16, 30, 31.
Deze woorden helpen ons om vreugdevol te volharden. Ze helpen ons te beseffen dat wanneer wij mensen treffen die onze inspanningen ten behoeve van hen niet op prijs stellen, wij toch Jehovah’s naam bekendmaken; wij loven hem dan toch (Psalm 100:4, 5). Het is interessant dat men huisbewoners die weigeren de deur open te doen, soms tegen anderen kan horen zeggen: „Dat waren Jehovah’s Getuigen.” Ja, zelfs zonder dat wij een woord hebben gezegd, is Jehovah’s naam verheerlijkt, en mensen hebben de gelegenheid gekregen de waarheid te aanvaarden of te verwerpen (Matthéüs 25:31, 32). Dus zelfs wanneer de mensen in bepaalde gebieden ongunstig reageren, kan dat vreugdevol verduurd worden.
Bovendien weten wij nooit wanneer zulke personen misschien van houding veranderen. Op een dag vroeg een vrouw die bij een aantal gelegenheden een christelijke zuster van de deur gestuurd had, aan de zuster of zij wat nieuwe lectuur bij zich had. De zuster was verbaasd en maakte de opmerking dat de vrouw nooit eerder bijbelse lectuur had genomen. De vrouw legde uit dat haar man een collega had die met Jehovah’s Getuigen de bijbel bestudeerde. Hij had haar en haar man een van de publikaties van het Wachttorengenootschap gegeven. Uit nieuwsgierigheid had de vrouw de publikatie gelezen en zij had de boodschap als de waarheid herkend. Dus nam zij op dat moment het besluit dat zij de volgende Getuige die bij haar aan de deur kwam, zou binnenlaten. Er werd een huisbijbelstudie opgericht en de vrouw werd later een opgedragen getuige van Jehovah!
Wij hebben derhalve een geweldig voorrecht — een vreugdevol voorrecht — om de enige boodschap van hoop in de wereld bekend te maken. En het predikingswerk is de taak die God ons voor deze laatste dagen heeft opgedragen. Het moet gedaan worden voordat het einde komt (Matthéüs 24:14). Hoeveel tijd rest ons nog vóór het einde van Satans goddeloze samenstel? Wij weten dat het einde niet te laat zal komen. (Vergelijk Habakuk 2:3.) Ondertussen hebben anderen nog de tijd de waarheid te leren kennen. Laten wij deze overgebleven tijd benutten en ijverig zijn in ons predikingswerk. En laten wij een positieve instelling hebben, terwijl wij hard werken om ’zowel onszelf te redden als hen die naar ons luisteren’ (1 Timótheüs 4:16). Door dit te doen, zullen wij een vreugdevol volk blijven dat een aandeel heeft aan de Koninkrijkstoename.
[Illustratie op blz. 23]
Ons evangelisatiewerk is een bron van ware vreugde — zelfs wanneer mensen niet gunstig op de Koninkrijksboodschap reageren