Kerstmis — een feesttijd voor oosterlingen
REUSACHTIGE kerstbomen, vrolijke lichtjes, bonte slingers — in ieder winkelcentrum en elk warenhuis zijn ze te zien. Uit de luidsprekers schetteren melodieën van kerstliederen, en reclameboodschappen moedigen mensen aan meer te kopen. Als kerstmannetjes verklede mannen en vrouwen drentelen de straat op en neer om minzaam cadeautjes uit te delen. Is dit een tafereel in een „christelijk” land? Neen, dit is in Japan, waar minder dan 1 procent van de bevolking er aanspraak op maakt christelijk te zijn.
Ook op het naburige eiland Taiwan vieren zowel „christenen” als niet-christenen Kerstmis met hun traditionele uitwisseling van geschenken. En in de Chinese gemeenschappen van Maleisië verlenen zevenklappers en voetzoekers een extra dimensie aan de feestelijkheden van de „christelijke” kersttijd.
Waarom vieren deze mensen Kerstmis? Geloven zij in Kerstmis? Of geloven zij in de feestelijkheden rondom Kerstmis? De bewijzen tonen dat „eten, drinken en vrolijk zijn” de boodschap is die zij uit de kerstvieringen afleiden. Velen beoefenen „christendom” op 24 en 25 december, maar keren de dag daarop terug tot hun eigen levenswandel — boeddhisme, sjintoïsme, taoïsme of wat het ook zij. Hoe ter wereld is het echter mogelijk dat mensen van zulke uiteenlopende religieuze achtergronden deelnemen aan een „christelijk” feest?
Toen aan een jongetje in Japan werd gevraagd of hij in de kerstman geloofde, antwoordde hij: ’Ik geloof in de kerstman want hij heeft me een heleboel spelletjes gegeven.’ Zijn antwoord weerspiegelt het denken van velen in de Oriënt: ’Wees ruim van geest. Wees niet te star als het om religie gaat. Als er iets uit te halen valt, geniet er dan van. Maar maak het niet te bont, zodat andere terreinen van je leven er niet onder te lijden hebben.’
Deze denkwijze spreekt duidelijk uit een enquête die door een grote Japanse krant werd gehouden. Een van de vragen luidde: „In Japan is het heel gewoon dat een en dezelfde persoon deelneemt aan verscheidene religieuze gebeurtenissen zoals omijamairi [een sjinto-evenement om de groei van kinderen te vieren], ohigan [een halfjaarlijks boeddhistisch ritueel om de gestorvenen te herdenken] en Kerstmis. Vindt u dit laakbaar?” Slechts 19 procent antwoordde „laakbaar”. Zelfs onder degenen die beweren christen te zijn, was 60 procent van mening dat er niets verkeerds in stak feesten van verschillende religies te vieren.
Het gevolg van deze mentaliteit is een eigenaardig religieus verschijnsel — velen beweren aanhangers van meer dan één religie te zijn. Volgens het Bureau voor Culturele Aangelegenheden bedroeg eind 1982 het totale aantal aanhangers van religieuze groeperingen in Japan 207.080.000, terwijl de geschatte bevolking van Japan in 1982 slechts 118.600.000 bedroeg. Dit betekent dat het gezamenlijke ledental van de religies in Japan neerkwam op 170 procent van de totale bevolking!
„Onmogelijk!” zouden mensen in monotheïstische culturen kunnen uitroepen. Maar ook de westerse kerstviering wordt gekenmerkt door een zelfde tweeslachtige religieuze houding. Hoe kan dat dan? En als het zo is, behoort u dan Kerstmis te vieren?
[Illustratie op blz. 3]
Totale ledental van religies in Japan: 207.080.000
Totale bevolking van Japan: 118.600.000