Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w86 15/11 blz. 3-4
  • Het handschrift op de muur — Ziet u het?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Het handschrift op de muur — Ziet u het?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1986
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Van het toppunt van macht
  • Tot volledige ondergang
  • Een vervulling die niet lang op zich liet wachten
  • Een even plotselinge vernietiging
  • Vier woorden die de wereld veranderden
    Schenk aandacht aan Daniëls profetie!
  • Het handschrift op de muur
    Mijn boek met bijbelverhalen
  • Door vier woorden een verandering in wereldheerschappij
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1965
  • Vragen van lezers
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1986
w86 15/11 blz. 3-4

Het handschrift op de muur — Ziet u het?

„Zijn eigen pen beschrijft zijn laatste uur . . .

Het is gelijk het handschrift op de muur.”

ZO BESCHREEF de achttiende-eeuwse Ierse schrijver Jonathan Swift een bankier. Belegerd door cliënten die hun geld wilden terughebben, besefte hij dat zijn einde ophanden was. Al eeuwenlang duidt de uitdrukking „het handschrift op de muur” op naderend onheil.

Maar het oorspronkelijke „handschrift op de muur” verscheen meer dan 2500 jaar geleden. En de snel erop volgende vervulling heeft de loop der geschiedenis veranderd. Om ons verder te verdiepen in de oorsprong van de uitdrukking „het handschrift op de muur”, moeten wij ons tot het bijbelboek Daniël wenden. Dit zal ons helpen inzien hoe waardevol de in de Schrift vervatte waarschuwingen zijn en dient ons ertoe te bewegen acht te slaan op een ernstige waarschuwing die in onze tijd wordt gegeven.

Van het toppunt van macht

De nacht van 5 oktober 539 v.G.T. is aangebroken. Babylons inwoners drinken en dansen. Hoewel de Medo-Perzische vijand voor de stadspoorten gelegerd is, waant de stad zich veilig. De stadsmuren zijn onneembaar; laat iedereen dus vrolijk zijn. Ja, het feestgedruis zal de belegeraars er vast goed van doordringen dat de stad lang kan standhouden!

In de grote zaal van zijn paleis overziet koning Belsazar, ongetwijfeld met veel trots, het gezelschap van belangrijke persoonlijkheden die hij voor deze gelegenheid heeft bijeengeroepen. Hij laat zijn dienaren de gouden en zilveren vaten binnenbrengen die zijn grootvader, koning Nebukadnezar, tientallen jaren eerder uit Jehovah’s tempel in Jeruzalem had weggehaald. ’Laten wij uit deze vaten wijn drinken om onze goden te loven!’ kan Belsazar heel goed hebben uitgeroepen. — Daniël 5:1-4.

Tot volledige ondergang

Plotseling verbleekt Belsazars gezicht van angst. Daar, tegenover de vlak bij de muur staande lampestandaard, verschijnt een hand die vier eenvoudige maar raadselachtige woorden schrijft. Op dat moment houden de muziek en het dansen op. De koning is dodelijk verschrikt en zijn knieën stoten tegen elkaar. Wat heeft dit voorteken te beduiden? Roep de wijze mannen en de astrologen! Wie dit handschrift kan uitleggen, zal met eer worden overladen. — Daniël 5:5-7.

Iedereen wacht nerveus tot de wijze mannen iets zullen zeggen. Maar zij zijn verbijsterd. Wat is de diepe betekenis van dat „handschrift op de muur”? Niemand durft zich aan een uitleg te wagen, en de ontsteltenis van de koning neemt nog toe. — Daniël 5:8, 9.

Als de koningin hoort wat er gebeurt, komt zij de feestzaal binnen. Zij herinnert Belsazar eraan dat er in het koninkrijk een uit het buitenland afkomstige wijze man is die van zijn bekwaamheid blijk heeft gegeven. Bijgevolg wordt Daniël geroepen. Moedig herinnert hij de koning aan hetgeen Nebukadnezar jaren voordien was overkomen. Vervolgens vertelt Daniël Belsazar wat hem te wachten staat. Hij zegt:

„Dit is het schrift dat werd opgetekend: MENE, MENE, TEKEL en PARSIN.

Dit is de uitlegging van het woord: MENE, God heeft de dagen van uw koninkrijk geteld en er een eind aan gemaakt.

TEKEL, gij zijt op de weegschaal gewogen en te licht bevonden.

PERES, uw koninkrijk is verdeeld en aan de Meden en de Perzen gegeven.” — Daniël 5:10-28.

Een vervulling die niet lang op zich liet wachten

Zal Belsazar lang moeten wachten om te zien of Daniëls woorden nauwkeurig zijn? Laten wij eens zien wat er vervolgens gebeurt en voorvallen beschouwen die van meer dan slechts historisch belang zijn.

De Medo-Perzische legers hebben kanalen gegraven om de rivier de Eufraat, die door de stad Babylon stroomt, om te leiden. Koning Cyrus heeft op deze avond gewacht om zijn plan te volvoeren, in de hoop dat de Babyloniërs hun waakzaamheid wegens het vallen van de avond zullen laten verslappen. Nu worden de kanalen geopend. Als het water van de omgeleide rivier eenmaal laag genoeg is, gaan de aan de rivieroevers opgestelde soldaten achter elkaar de rivierbedding in.

Deze nacht zijn de stadspoorten die toegang geven tot de rivier opengelaten, misschien wel uit overmoed. Het Medo-Perzische leger dringt de stad onverhoeds binnen. Een detachement slaagt erin het koninklijk paleis binnen te gaan, en Belsazar wordt gedood. Het grote Babylonische Rijk is gevallen. — Daniël 5:30.

Een even plotselinge vernietiging

De nauwkeurigheid van Daniëls uitleg illustreert de ernst van de bijbelse waarschuwingen. Latere woorden, die door de apostel Paulus zijn geschreven, tonen aan dat er nog andere plotselinge en belangrijke gebeurtenissen zullen plaatsvinden. In zijn eerste geïnspireerde brief aan de christenen in Thessaloníka schrijft hij: „Wanneer zij zeggen: ’Vrede en zekerheid!’ dan zal een plotselinge vernietiging [afkomstig van God] ogenblikkelijk over hen komen zoals het barenswee over een zwangere vrouw, en zij zullen geenszins ontkomen.” —1 Thessalonicenzen 5:3.

Maar evenals Daniël en de joden werden gered toen Babylon viel, is het mogelijk deze komende van God afkomstige vernietiging te overleven. Hoe? Door geestelijk waakzaam te blijven en aldus Jehovah’s bescherming te genieten. „Maar gij, broeders,” zei Paulus, „gij zijt niet in duisternis, zodat die dag u zo zou overvallen gelijk hij dieven zou overvallen.” —1 Thessalonicenzen 5:4.

Paulus doelde op „Jehovah’s dag”, een tijd waarin God door middel van zijn Messiaanse koninkrijk in de menselijke aangelegenheden zal ingrijpen (1 Thessalonicenzen 5:2). Wanneer dienen wij dit „handschrift op de muur” — de aanwijzingen die ons voor dit ingrijpen waarschuwen — te verwachten? Een eerder gegeven profetie, die in Daniël hoofdstuk 2 staat opgetekend, beantwoordt onze vraag.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen