Guadeloupe — „Het eiland van het heerlijke water”
GUADELOUPE is een eilandengroep ongeveer in het midden van de eilandengordel van de Kleine Antillen, zo’n 480 km ten zuidoosten van Porto Rico. Op de kaart hebben de twee grootste eilanden iets weg van een vlinder met uitgespreide vleugels. Het bergachtige Basse-Terre, met zijn sluimerende vulkaan de Soufrière, is het westelijke en het laaggelegen Grande-Terre het oostelijke eiland. De twee zijn van elkaar gescheiden door een smalle stroom, de Rivière Salée. Te zamen met nog vijf kleinere eilanden en enkele heel kleine eilandjes vormen ze dit Franse overzeese département of administratieve district.
Voordat Christophorus Columbus het eiland in 1493 ontdekte en het de huidige naam Guadeloupe gaf, noemden de inheemse Cariben het Karukera — eiland van het heerlijke water. Ongetwijfeld hadden zij daarbij de talrijke rivieren, stromen en watervallen op de eilanden in gedachten. Die naam is thans zelfs nog toepasselijker vanwege het overvloedige waarheidswater dat naar de 328.000 bewoners stroomt. Hoewel zij overwegend katholiek zijn, nemen velen van deze hoffelijke en gastvrije mensen het zuivere waarheidswater uit Gods Woord, de bijbel, gretig in zich op.
Het waarheidswater begon te stromen
Het eerste dunne straaltje waarheidswater begon in 1938, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in Guadeloupe te stromen. Cyril Winston en zijn gezin kwamen van het buureiland Dominica en begonnen het goede nieuws tot de eilandbewoners te prediken. Al snel begonnen vijf personen geregeld bijeen te komen en in juni 1940 werd de eerste gemeente opgericht, met ongeveer 15 aanwezigen op de wekelijkse Wachttoren-studie, die in het Frans werd gehouden.
De Tweede Wereldoorlog bracht echter zware druk met zich mee van de onder Duits bewind staande Franse regering. Gedurende die tijd werd een hele zending lectuur uit Brooklyn bij aankomst op de kade verbrand en de verbindingen met het hoofdbureau in Brooklyn werden verbroken. Broeder Winston werd ernstig ziek en moest terugkeren naar Dominica, waar hij drie maanden later stierf. Het waarheidswater stroomde nauwelijks meer; het was een moeilijke tijd voor het kleine groepje christenen.
Na de oorlog hervatten de broeders hun werk naar beste vermogen. Ten einde zoveel mogelijk mensen te bereiken, deden zij moeite om ’s avonds op openbare plaatsen bijbelse toespraken te houden. De spreker hield zijn toespraak staande op een of andere verhoging, terwijl de mensen er in een kring omheen stonden. Een andere broeder zorgde voor de verlichting door een zelfgemaakte toorts omhoog te houden. Voorbijgangers en buren vonden het heerlijk om op zoele zomeravonden naar een bespreking van Gods Woord in de open lucht te luisteren.
Maar tijdens een van die toespraken dook er plotseling een troep katholieke padvinders op. Zij omsingelden de spreker en begonnen op hun horens te blazen en op een paar grote ketels te slaan in een poging de spreker te overstemmen. De spreker besefte wat er aan de hand was en zette bedaard zijn toespraak voort, maar alleen met gebaren en door zijn lippen te bewegen. Al gauw waren de padvinders buiten adem, gaven het op en bliezen de aftocht. En de broeder vervolgde zijn toespraak volgens plan.
Stroomversnelling
In de loop der jaren werd er een aantal zendelingen naar Guadeloupe gestuurd om het groepje ijverige plaatselijke verkondigers bij te staan. Aanvankelijk beperkte de taalbarrière hen in hun mogelijkheden. Maar omstreeks het midden van de jaren ’50 begonnen er Franssprekende zendelingen te arriveren en kwam er schot in het werk.
Wegens de krachtige tegenstand van religieuze zijde moesten echter velen die de bijbelse waarheid aanvaardden, hun standpunt met ongewone vastberadenheid innemen. Dit was het geval met een vrouw die om 5 uur ’s ochtends onder dekking van de duisternis in zee gedoopt moest worden. Deze vrouw en haar man waren samen begonnen de bijbel te bestuderen. Maar toen buren hen onder druk zetten, gaf de man de studie op uit angst dat hij hen als klant voor zijn kleine kruidenierszaak, een familiebedrijfje, zou verliezen. De vrouw ging door en maakte voortreffelijke vorderingen. Weldra werd de situatie echter zo gespannen dat haar man dreigde haar te zullen vermoorden.
Op een avond vond zij een mes onder het hoofdkussen van haar man verborgen en zij voelde dat zijn houding geen twijfel meer aan zijn bedoelingen liet bestaan. Omdat zij besefte dat haar leven in gevaar was, nam zij de vlucht en liep 16 km door oerwoud en bananenplantages naar het huis van een gezin van Getuigen. Terwijl zij zich voor haar man verborgen hield, vroeg zij gedoopt te mogen worden en zei: „Als ik wegens mijn geloof de dood onder de ogen moet zien, wil ik tot Jehovah’s volk gerekend worden!” Later nam deze getrouwe zuster de volle-tijddienst op zich en nu is zij al 24 jaar een speciale pionierster. Hoewel zij omwille van haar geloof haar vleselijke familie heeft verloren, heeft zij een grote geestelijke familie teruggevonden, zoals door Jezus in Matthéüs 19:29 was beloofd. Zij heeft ongeveer 35 personen geholpen tot opdracht en de doop te komen.
Het waarheidswater volgt soms een onverwachte loop. Twee katholieke mannen in een afgelegen dorp in het noorden kwamen in het bezit van een bijbel. Zij begonnen er dagelijks in te lezen en waren op zoek naar iemand die hen kon helpen begrijpen wat zij lazen. Een buurman vertelde hun dat hij wel in contact kon komen met een neef, een „Jehovah’s”, die hen vast wel graag zou helpen. Dat was de eerste keer dat zij ooit van Gods naam hoorden.
De neef stuurde hun enkele exemplaren van het tijdschrift Ontwaakt!, die zij niet alleen zelf gretig lazen maar ook onder dorpsgenoten verspreidden. Toen zij hoorden dat er in de buurt van Pointe-à-Pitre een grote vergadering werd gehouden, gingen zij erheen en zeiden tegen de kringopziener: „Wij zijn naar deze vergadering gekomen en zouden graag gedoopt willen worden.” Natuurlijk werden zij hartelijk welkom geheten, maar zij werden ook geholpen te begrijpen dat er bepaalde stappen moesten worden gedaan en veranderingen moesten worden aangebracht voordat zij voor de doop in aanmerking kwamen. Daarom werden er regelingen getroffen om hen te helpen, en op de volgende grote vergadering werden zij gedoopt.
Dergelijke ervaringen waren voor de broeders een bron van grote vreugde en aanmoediging. Het waarheidswater bleef stromen en begin 1960 waren er in totaal 251 Koninkrijksverkondigers in Guadeloupe.
Een uitdaging aangenomen
Het is op dit kleine eiland een groot probleem geweest faciliteiten te vinden die toereikend waren voor het houden van grote vergaderingen. Lange tijd waren er slechts twee lokaliteiten beschikbaar. De broeders verlangden er vurig naar overal op het eiland grote vergaderingen te houden opdat het waarheidswater meer mensen zou kunnen bereiken.
Ten slotte besloten de broeders hun eigen accommodatie te bouwen. Zij maakten een ontwerp en droegen voldoende geld bij voor een draagbaar gebouw van stalen buizen en metaalplaat, dat ruimte bood aan 700 personen. Toen zij in januari 1966 voor het eerst hun eigen „congreshal” op Basse-Terre gebruikten, kwam er een enthousiaste menigte van 907 personen opdagen. De „hal” was van meet af aan te klein!
Met deze nieuwe voorziening is het mogelijk geworden zelfs op enkele afgelegen eilanden grote vergaderingen te houden. Dit heeft het uitreiken van het waarheidswater in veel gebieden versneld. Stel u de reactie eens voor van de plaatselijke bevolking in Grand Bourg, een stadje met ongeveer 6000 inwoners op het eiland Marie Galante, toen zij een „invasie” kregen van drie boten met ongeveer duizend congresgangers plus hun bagage en andere uitrusting. Het was een nooit eerder vertoond schouwspel — een lange stoet van mensen die van de kade af de stad door marcheerden naar het congresterrein. Hierdoor werd een voortreffelijk getuigenis gegeven aan de plaatselijke bevolking, en thans zijn er op dit eiland drie ijverige gemeenten.
Door de jaren heen was de „hal” vele malen vergroot. Uiteindelijk werd het een bouwwerk van 27 ton, dat een oppervlakte besloeg van zo’n 3000 m2 en plaats bood aan 5000 personen. Het is duidelijk dat het een enorm karwei was om elke keer dat er een grote vergadering werd gehouden alle onderdelen te vervoeren, op te zetten en af te breken. Om de zaak nog gecompliceerder te maken, werd het steeds moeilijker geschikte plaatsen te vinden voor het opzetten van de draagbare „hal”, aangezien het braakliggende land in hoog tempo door bouwprojecten werd opgeslokt. De enige oplossing leek een permanente plek voor de „hal” te zoeken.
Eens te meer voorzag Jehovah in de behoeften van de broeders. Er kwam een centraal gelegen terrein van meer dan 50.000 m2 beschikbaar. Met edelmoedige bijdragen van alle gemeenten op de eilanden werd dat terrein in 1979 aangekocht. Het werd een permanent centrum voor de ware aanbidding in Guadeloupe.
Voortdurend wassend waarheidswater
Toen indertijd in 1954 het bijkantoor in Guadeloupe werd gevestigd, waren er 128 Koninkrijksverkondigers. Nu is dat aantal uitgegroeid tot meer dan 4500. Dit betekent dat ongeveer één op de 72 personen in Guadeloupe een getuige van Jehovah is. En in Pointe-à-Pitre, de voornaamste stad, is de verhouding één op 29 — ongetwijfeld een van de beste ter wereld!
Deze getrouwen zijn ijverig bezig geweest het waarheidswater uit te reiken, want zij leiden meer dan 7300 huisbijbelstudies met geïnteresseerden in het hele gebied. Hun inspanningen werden gezegend toen in 1986 in totaal 12.553 personen bijeenkwamen om de dood van de Heer Jezus Christus te herdenken. Ja, de broeders in Guadeloupe voelen beslist dat Jehovah God hun eilanden ’schudt’ om „de begeerlijke dingen” bijeen te brengen. — Haggaï 2:7.
Het wordt op het „eiland van het heerlijke water” in geestelijk opzicht heerlijker dan ooit. Velen reageren gunstig op de roep: „Kom!” en nemen het „water des levens om niet”. — Openbaring 22:17.
[Kaarten op blz. 27]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
GUADELOUPE
GRANDE-TERRE
Pointe-à-Pitre
Soufrière
Rivière Salée
BASSE-TERRE
MARIE GALANTE
Grand Bourg