Bewaar een positieve instelling
VROEG op een zomerochtend, toen de zon in het Midden-Oosten al stralend scheen, ontving een vader een droevig bericht. Zijn oudste zoon, 22 jaar oud, was in de voorbijgegane nacht bij een auto-ongeluk om het leven gekomen.
Hoe zou u op zo’n bericht hebben gereageerd? Omdat de gezinsleden elkaar zo na stonden, zoals dat in het Midden-Oosten gebruikelijk is, waren zij werkelijk zeer ontdaan. Het zou heel natuurlijk hebben geschenen wanneer zij als reactie op deze plotselinge tragedie erg verbitterd waren geworden. Maar tot verbazing van hun omgeving gaven zij zelfs die eerste dag al blijk van een positieve instelling. Hoewel zij diepbedroefd waren, hadden zij het volste vertrouwen in Jehovah’s vermogen hun zoon op Zijn vastgestelde tijd uit de dood op te wekken. Zij zagen uit naar Gods beloofde nieuwe samenstel, waar ’de dood niet meer zal zijn’ (Openbaring 21:4). Zelfs nu, jaren later, praten mensen die dat gezin kennen nog over de houding van de ouders en over hun voorbeeldige geloof.
Wat wil het zeggen een positieve instelling te hebben? Iemand die positief is, bewaart zijn evenwicht in weerwil van veranderende omstandigheden. Zelfs onder zware beproevingen wordt hij niet bitter doordat hij negatieve gedachten de overhand laat krijgen. Hoe is dat mogelijk? Laten wij om enige antwoorden te vinden eens enkele bijbelse voorbeelden beschouwen.
Geconfronteerd met mensenvrees
In het jaar 1512 v.G.T., toen de natie Israël zich in de wildernis van Paran bevond, zond Mozes twaalf verspieders uit om het Beloofde Land te verkennen (Numeri 13:17-20). Alle verspieders waren oversten in hun stam — invloedrijke mannen, van wie verondersteld werd dat zij een goed voorbeeld waren (Numeri 13:1). Maar hoe beschamend! Na veertig dagen brachten tien van hen zo’n ongunstig bericht uit dat de Israëlieten in opstand kwamen tegen Jehovah’s leiding en naar Egypte wilden terugkeren! „Het volk dat in het land woont, [is] sterk”, zeiden de verspieders. „Wij kunnen niet optrekken tegen dat volk.” — Numeri 13:28, 31.
Wat een negatieve instelling! En wat een tegenstelling met de positieve instelling van Jozua en Kaleb, de overige twee verspieders: „Het land dat wij zijn doorgetrokken om het te verspieden, is een zeer, zeer goed land. Indien Jehovah behagen in ons heeft gevonden, dan zal hij ons stellig in dit land brengen en het ons geven, een land dat vloeit van melk en honing” (Numeri 14:7, 8; 13:30). Beide groepen zagen dezelfde dingen toen zij het land verspiedden. Maar wat een verschil van instelling! De negatieve instelling van de tien verspieders tastte de hele natie aan, en het hele volk begon te murmureren. Het gevolg was dat allen die ouder dan twintig jaar waren, in de wildernis omkwamen. Alleen Jozua en Kaleb kregen wegens hun positieve vertrouwen in Jehovah het voorrecht het Beloofde Land binnen te gaan (Numeri 14:22-30). Hun voorbeeld dient ons in deze tijd aan te moedigen om getrouw te blijven en een positieve instelling te bewaren wanneer vervolging of tegenstand zich voordoet of in hevigheid toeneemt.
In een land waar al vele jaren verbodsbepalingen heersen, werd een speciale pionier gevangengezet en zeer slecht behandeld. Hij vertelt: „Hoe harder de beambten werden, des te dichter voelde ik mij bij Jehovah. Ik zong Koninkrijksliederen. Ik bracht mij alle schriftplaatsen die ik kende weer te binnen. Ik besefte dat Jehovah, hoewel hij toeliet dat dit gebeurde, op elk moment in staat was mij te bevrijden. Dit alles hielp mij een positieve instelling te hebben. Net als de apostelen was ik verheugd dat ik geslagen werd ter wille van Jehovah’s almachtige naam. Ik bad voortdurend of Jehovah mij wilde sterken. Hij kwam mij te hulp, zodat telkens alleen maar de eerste klap pijn deed. Ik benutte iedere gelegenheid om tot de andere gevangenen te prediken.”
Deze christen zei na zijn vrijlating uit de gevangenis: „Aangezien wij ons leven aan Jehovah hebben opgedragen en beloofd hebben hem trouw te blijven, moeten wij hem ondanks alle mogelijke moeilijkheden blijven dienen. Hij verdient onze aanbidding en volledige toewijding.”
Ook wij zullen in de toekomst misschien met soortgelijke tegenstand te maken krijgen. Laten wij even vastbesloten zijn geen mensenvrees te hebben. Indien wij een positieve instelling bewaren, zullen wij net als Jozua en Kaleb veel zegeningen en beloningen ontvangen.
Wanneer iemand zijn dienstvoorrechten kwijtraakt
Mozes had, als leider van de natie Israël, de twaalf verspieders uitgezonden. Hij had de natie uit Egypte geleid en verwachtte ongetwijfeld dat hij hen het Beloofde Land zou binnenleiden. Maar Mozes raakte dat voorrecht kwijt toen hij in een ogenblik van ergernis naliet Jehovah’s naam te verheerlijken (Numeri 20:2-13). Hoe reageerde Mozes hierop? In een lied dat hij later componeerde, zei hij: „Ik zal de naam van Jehovah uitroepen . . . De Rots, volmaakt is zijn activiteit, want al zijn wegen zijn gerechtigheid. Een God van getrouwheid, bij wie geen onrecht is; rechtvaardig en oprecht is hij” (Deuteronomium 32:3, 4). Wat een positieve instelling had Mozes, hoewel hij een belangrijk dienstvoorrecht kwijtgeraakt was!
Indien wij ooit voor een soortgelijke situatie komen te staan, zal het ons helpen als wij aan deze ervaring van Mozes terugdenken. Misschien doet een lichaam van ouderlingen in een gemeente de aanbeveling een ouderling of dienaar in de bediening van zijn ambt te ontheffen, mogelijk omdat hij te kort geschoten is in een of meer van de schriftuurlijke vereisten voor dit dienstvoorrecht. De broeder kan van mening zijn dat hij geen ontheffing heeft verdiend, en hij kan van streek raken en onnodige onrust veroorzaken. Als hij een negatieve instelling heeft, zou hij ertoe kunnen komen te murmureren, aanmerkingen op anderen te maken of zelfs te roddelen. Uiteindelijk blijft hij misschien weg van de vergaderingen en neemt hij niet meer aan het predikingswerk deel. Wat een ernstige situatie om in terecht te komen! Hoeveel beter is het een positieve instelling te behouden en de ontheffing te beschouwen als streng onderricht of als een vorm van opleiding om een betere dienstknecht van Jehovah te worden! Zo iemand zou de gelegenheid heel goed te baat kunnen nemen om Gods Woord te bestuderen en erover te mediteren met het doel de hoedanigheden te herwinnen die nodig zijn om Hem volledig te dienen. Velen die zo gehandeld hebben, zijn later met nog grotere dienstvoorrechten gezegend. — Hebreeën 12:11.
Wanneer zich onverwachte veranderingen voordoen
Het leven is vol onverwachte veranderingen waardoor sommigen wellicht teleurgesteld raken en een negatieve instelling ontwikkelen. Hoe hebt u de laatste keer gereageerd toen er iets niet zo goed ging als u had gehoopt? Zelfs kleine voorvallen kunnen ons ontmoedigen als wij ze de kans geven. Maar vergeet nooit dat het bewaren van een positieve instelling u zal helpen het hoofd te bieden aan de veranderde situatie.
Een goed voorbeeld om aan te denken, is dat van Ruth. Nadat zij al vroeg in haar leven weduwe was geworden, keerde zij met Naomi, haar schoonmoeder, terug naar Israël toen de hongersnood daar voorbij was. Zonder een echtgenoot die haar zelfs maar van de allernoodzakelijkste levensbehoeften kon voorzien, behield Ruth toch een positieve instelling. Opgewekt ging zij eropuit om aren te lezen achter de oogsters, opdat zij en haar schoonmoeder te eten zouden hebben. Het zware werk ontmoedigde haar niet. Zij ontwikkelde geen negatieve instelling en jammerde niet over het feit dat zij haar man verloren had en nu ver van haar familie en vrienden was. En zoals het verslag aantoont, heeft Jehovah haar wegens haar voortreffelijke handelwijze rijkelijk beloond. — Ruth 4:13-17.
Hoe wij een positieve instelling kunnen bewaren
Voor sommigen is het moeilijk een positieve instelling te bewaren. De zorgen van het leven, vooral in de moeilijke tijden waarin wij leven, kunnen iemand van zijn vreugde beroven — in het bijzonder wanneer er maar geen eind wil komen aan nijpende problemen. Doch zelfs onder ongunstige omstandigheden kan men een positieve instelling bewaren. Velen hebben dat onder de meest beproevingsvolle omstandigheden gedaan. Hoe kunnen wij dat ook?
Doe uw best om niet bij negatieve dingen stil te blijven staan. Zelfs tijdens grote moeilijkheden zijn er wel positieve kanten te ontdekken. De apostelen werden dikwijls vervolgd of in de gevangenis geworpen, maar toch waren zij verheugd Jehovah te kunnen loven (Handelingen 13:50-52; 14:19-22; 16:22-25). Wij kunnen mediteren over wat zij en andere getrouwe dienstknechten van Jehovah in tijden van beproeving hebben gedaan en er voor onszelf levenslessen uit putten. Waarom waren zij opgewekt en positief? Omdat zij een volledig vertrouwen en geloof in Jehovah hadden. Zij vertrouwden op zijn vermogen hen uit de dood op te wekken en te belonen (Openbaring 2:10). Houd evenzo uw hoop op Jehovah’s rechtvaardige nieuwe samenstel duidelijk voor ogen. — Vergelijk Hebreeën 12:2.
Wij dienen ook scherp op onszelf te letten, opdat er geen negatieve denkwijze binnensluipt en wortel schiet in ons hart. Hoe heilzaam is het dicht bij Jehovah te blijven en hem om hulp te bidden als wij ontmoedigd raken! (Psalm 62:8) Ook kunnen wij opbouwende hulp zoeken bij de ouderlingen. Kweek de geest van nederigheid en gehoorzaamheid aan (Psalm 119:69, 70). Stel uzelf gezonde, haalbare doeleinden. Al deze suggesties zullen ons helpen een positieve instelling te bewaren en de „vrede van God” te hebben, die ’ons hart en onze geestelijke vermogens zal behoeden’. — Filippenzen 4:6, 7.
Zeker, het is niet altijd gemakkelijk een positieve instelling te hebben. Maar door ons ijverig in te spannen en gemotiveerd door een krachtig geloof, kunnen wij die instelling aankweken. Wat onze omstandigheden derhalve ook mogen zijn, laten wij allen vastbesloten zijn een positieve kijk te bewaren. Dat zal nooit een verlies voor ons betekenen, maar zal daarentegen heerlijke beloningen afwerpen, zowel nu als in de toekomst.
[Illustratie op blz. 29]
Bewaar een positieve instelling, dan zullen u veel zegeningen en beloningen ten deel vallen