Vrucht dragen op het „Specerijeneiland”
IN HET warme, glinsterende water van de Caribische Zee ligt het minuscule „Specerijeneiland”. De oppervlakte van het eiland, dat in de regel Grenada heet, bedraagt slechts 311 vierkante kilometer. Ja, zelfs met de buiteneilandjes Carriacou en Petit Martinique meegerekend, bedraagt het oppervlak in totaal slechts 344 vierkante kilometer. Grenada dankt de bijnaam „Specerijeneiland” aan het veelvuldig voorkomen van aromatische kruiderijen zoals kaneel, kruidnagelen, tonkabonen en notemuskaat.
Van noord naar zuid strekt zich over het eiland een bergketen uit die vooral aan de westkant steil naar de zee afloopt. Rivieren en beken met helder water stromen omlaag naar de zee, en er is een overvloed aan weelderig tropenwoud. Gedurende het droge seizoen zijn de hellingen en nauwe dalen overdekt met de stralend rode en gele bloesems van de wilde koraal- en poui-bomen. Dit kleurrijke schouwspel wordt nog verfraaid door een verscheidenheid aan bloeiende planten zoals bougainvillea, hibiscus, witte wolfsmelk en de zwaargeurende nachtschonen.
Een opvallend kenmerk van Grenada is de palmenkust met prachtige witte zandstranden. De economie wordt van oudsher geruggesteund door de exportgewassen bananen, cacao en notemuskaat en aangevuld met toerisme en de aanzienlijke bedragen die worden gestuurd door familieleden die zijn geëmigreerd naar oorden als Aruba, Curaçao, Engeland, Trinidad, de Verenigde Staten en Venezuela. De 112.000 innemende inwoners van Grenada glimlachen graag en zijn bijzonder spits in het ombouwen van halve uitspraken tot geestige actuele commentaren.
Waarheidszaden planten
Het waarheidszaad werd in 1914, het jaar waarin de Eerste Wereldoorlog uitbrak, op dit kleurrijke eiland geplant. Destijds keerde een inwoner van Grenada, Elias James, uit Panama terug. Hij had daar als gastarbeider de boodschap van Gods koninkrijk aanvaard en was een opgedragen en gedoopte bedienaar geworden. Hij verlangde er vurig naar het waarheidszaad onder de innemende bevolking van dit specerijeneiland uit te zaaien. Het duurde niet lang of hij kwam in contact met een zekere heer Briggs, die afkomstig was van Barbados maar op Grenada woonde. Briggs aanvaardde al snel de Koninkrijksboodschap en werd daarmee de eersteling van de oogst op het „Specerijeneiland”. Omdat Briggs de noodzaak van een vergaderplaats inzag, stelde hij de eerste verdieping van zijn huis beschikbaar als de eerste vergaderplaats van Jehovah’s Getuigen in de hoofdstad St.-George’s.
Elias James, die een toegewijde bedienaar en een goed van de tongriem gesneden spreker was, heeft veel oprechte mensen geholpen. Tot hen behoorde zijn schoonzuster, Chriselda James. Zij is thans, op 88-jarige leeftijd, de enige op het eiland die belijdt een gezalfde christen te zijn. Zij heeft een gezin van negen kinderen grootgebracht, en ondanks de hardnekkige tegenstand van haar man zijn zij alle negen gedoopte Getuigen geworden. Drie van hen zijn inmiddels gestorven, maar de anderen zijn nog altijd actieve bedienaren, twee van hen in de pioniersdienst en één als speciale pionier en ouderling.
Toen Elias James zijn aardse loopbaan beëindigde, had hij een stevige pioniersbijdrage geleverd aan het planten van het waarheidszaad op Grenada. Thans zijn daar zes gemeenten en is er ook één op Carriacou, met een hoogtepunt van in totaal 353 Koninkrijksverkondigers.
Tijdens de jaren van trage maar gestadige groei hebben de loyale Getuigen verscheidene politieke veranderingen beleefd — van kroonkolonie via zelfbestuur tot onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1974. Gedurende die periode is er geen tegenstand van betekenis tegen het goede nieuws geweest en waren de mensen, al was het maar uit beleefdheid, over het algemeen bereid te luisteren. In 1979 leidde een verandering in de politieke opvattingen van sommigen tot een revolutie die de Revolutionaire Volksregering aan de macht bracht. Hoewel velen dachten dat de nieuwe socialistisch georiënteerde regering paal en perk zou stellen aan religieuze activiteiten, is dit niet gebeurd en ging het voortbrengen van Koninkrijksvruchten door.
Op 19 oktober 1983, een datum die de inwoners van Grenada nog lang zal heugen, vond er een dramatische verandering plaats. De RMC (Revolutionaire Militaire Raad) maakte zich toen meester van de regering. Verscheidene regeringsfunctionarissen werden doodgeschoten, evenals een niet bekendgemaakt aantal burgers.
Kort daarop werd er een totaal uitgaansverbod ingesteld, dat vier volle etmalen duurde, en waarbij zonder waarschuwing op overtreders werd geschoten. Deze woelige gebeurtenissen, een nieuwe ervaring voor de vreedzame eilanders, veroorzaakten wijd en zijd angst en onzekerheid. Aangezien allen huisarrest hadden, kregen vooral de zieken en de bejaarden het zwaar te verduren.
In de vroege ochtend van 25 oktober 1983 werden veel inwoners van Grenada gewekt door het ongebruikelijke geronk van vliegtuigen, af en toe vergezeld van daverende explosies en de ratelende salvo’s van zwaar geschut. Later zouden zij via het plaatselijke radiostation vernemen dat er buitenlandse troepen op het eiland waren geland. De verenigde strijdkrachten van de OECS (Organisatie van Oost-Caribische Staten) en de marine van de Verenigde Staten hadden ingegrepen, volgens de berichten nadat de gouverneur-generaal om hulp had gevraagd. Binnen enkele uren waren de beide luchthavens (Pearls en Point Salines) in handen van de Caribische en Amerikaanse strijdkrachten. Halverwege de ochtend werd Grenada een brandpunt in het wereldnieuws.
Er braken felle gevechten uit tussen de buitenlandse strijdkrachten en de troepen die trouw bleven aan de RMC. Ze vonden echter voornamelijk plaats in het gebied van St.-George’s. Velen daar hebben die woelige dagen onder hun bed doorgebracht. Sommigen waren zelfs zo bang dat zij niet naar de keuken durfden te gaan om eten voor hun gezin klaar te maken. Gelukkig raakte tijdens de gevechten geen van Jehovah’s Getuigen op het eiland gewond. Enkelen kwamen echter de dood wel gevaarlijk nabij.
Christelijke moed te midden van beroering
Een vrouwelijke Getuige heeft, zoals een plaatselijke ouderling het beschreef, „oog in oog met de dood gestaan”. Hij berichtte: ’Deze zuster zocht toevlucht in het huis van de buurman, in de mening dat zij daar veiliger zou zijn. Zij en de andere aanwezigen hoorden schoten afvuren vanaf een heuvel die uitzag op het huis. De Amerikaanse marine begon het huis te beschieten in de veronderstelling dat de schoten daarvandaan gekomen waren. Haastig lieten allen die in het huis waren zich op de grond vallen. Tijdens een pauze in deze beschieting holde de huiseigenaar zenuwachtig naar buiten met een wit beddelaken in zijn hand. Allen die zich in het huis bevonden, volgden hem naar buiten, met inbegrip van onze angstige zuster. Terwijl zij op het erf stonden, werd er weer een salvo op hen afgevuurd, maar ditmaal vanaf de heuvel waar het schieten begonnen was. Terwijl de kogels hun om de oren floten, sleepten de mariniers hen allen weg naar een veilige plaats. Merkwaardigerwijs raakte niemand gewond. De mariniers vertelden hun later dat zij enorm veel geluk hadden gehad, aangezien zij juist op het punt hadden gestaan het huis op te blazen omdat zij dachten dat de soldaten van de RMC daarbinnen op hen zaten te schieten. Toen alle opwinding geluwd was, ontdekte onze lieve zuster een vijf centimeter lange doorn in haar voet. Zij had de pijn niet eens gevoeld toen de doorn in haar vlees drong!’
Tijdens de gevechten viel het vijfjarige dochtertje van een andere ouderling thuis en brak haar arm. Het was onmogelijk op dat moment medische hulp te krijgen. Het enige wat de ouders konden doen, was het kind een paar pilletjes tegen de pijn geven. Toen enige dagen later de rust hersteld was, gingen zij met het kind naar een orthopedist. Bij onderzoek bleek het een meervoudige breuk te zijn. De beenderen zaten echter alweer op hun plaats en het genezingsproces was in volle gang, zonder dat er sprake was van enige complicatie. Onnodig te zeggen dat de bezorgde ouders overgelukkig waren.
Een teergebouwde zuster ontdekte zeer tot haar verbazing over hoeveel fysieke kracht zij beschikte. Haar man, een diabeticus en bijna tweemaal zo zwaar als zij, verloor tijdens het uitgaansverbod het bewustzijn en viel op de grond. Zij was de enige volwassene in huis en kon geen hulp van buiten krijgen. Dus wat nu? Zij berichtte: „Ik riep tot Jehovah en smeekte om hulp. Ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat Jehovah mijn vurige bede heeft verhoord. Met inspanning van al mijn krachten slaagde ik erin mijn man van de vloer te krijgen en in een zittende houding neer te zetten totdat hij weer bijkwam. Ik zou alleen maar kunnen zeggen dat de kracht die ik daar toen kreeg, van Jehovah afkomstig was.”
Gedurende de korte maar hevige gevechten kregen de aangestelde ouderlingen volop gelegenheid te bewijzen dat zij ’schuilplaatsen voor de slagregen’ waren (Jesaja 32:1, 2). Om fysieke en geestelijke hulp te bieden, riskeerden zij hun veiligheid en zelfs hun leven door veel broeders en zusters te bezoeken, vooral in gebieden waar felle gevechten woedden.
Een ouderling en zijn gezin behoorden tot de honderden die uit hun huis werden geëvacueerd en in een vluchtelingenkamp werden ondergebracht. Zij kregen de oorverdovende explosies van de grote kanonnen te verduren. Door een van die explosies werden de ouderling, zijn vrouw en zijn dochter letterlijk tegen de grond geslagen. Toen hem gevraagd werd hoe hij onder die beproeving zijn kalmte had kunnen bewaren, zei hij: „Mijn onbevreesdheid en kalmte waren het resultaat van jarenlange diepgaande studie van Gods Woord, waardoor ik geestelijk opgebouwd en op zo’n ongewone situatie voorbereid was.” Zo kon deze ouderling de Getuigen in dat kamp kalmeren en vertroosten.
Toen enkele weken later de Amerikaanse en Caribische strijdkrachten het hele eiland in handen hadden, werd er een interimbestuur ingesteld. Hierdoor ontstond er een min of meer stabiele periode voor het houden van een algemene verkiezing. Deze vond plaats op 3 december 1984. Onder de Nieuwe Nationale Partij, met Herbert Blaize als eerste minister, schijnt de tijd van onlusten tot het verleden te zijn gaan behoren en zien velen uit naar een stralende toekomst.
Gesterkt voor het toekomstige werk
De recente gebeurtenissen hebben ertoe gediend al Jehovah’s Getuigen op Grenada te sterken. Zij hebben Jehovah’s reddende kracht ervaren en zijn vastbesloten zich nog intenser in te spannen in hun Koninkrijksprediking. Veel oprechte en rechtgeaarde mensen die grote belangstelling voor de Koninkrijksboodschap aan de dag leggen, behoorden tot de 914 aanwezigen tijdens de op 4 april 1985 gehouden Gedachtenisviering ter herdenking van Christus’ dood. Op elk van de 350 Getuigen op het eiland waren er bij die gelegenheid ongeveer twee geïnteresseerden aanwezig. Wat een prachtige mogelijkheden voor toekomstige groei!
De natuurlijke schoonheid van Grenada vormt een kleine aanwijzing hoe de beloofde Paradijsaarde eruit zal zien. Dat wereldomvattende Paradijs is een verzekerde belofte die gedaan is door de Schepper van de aarde, Jehovah. Weldra zullen de rechtvaardigen „de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven” (Psalm 37:10, 11, 29). Al Jehovah’s Getuigen willen deze opwindende boodschap heel graag vol vreugde bekendmaken aan medebewoners van dit „Specerijeneiland” Grenada.
[Kaart/Illustratie op blz. 26]
GRENADA
PETIT MARTINIQUE
CARRIACOU