Hoe kunnen wij Jehovah ’volledig behagen’?
WAT zijn er in deze tijd toch weinig mensen die zich erom bekommeren of hun gedachten, woorden en daden God behagen! Zelfs degenen die belijden zich hier wel om te bekommeren, schijnen voor het merendeel God louter lippendienst te bewijzen. Ja, van de grote meerderheid kan gezegd worden dat ’zij God niet behagen’. — 1 Thessalonicenzen 2:15.
Sommigen die zich christenen noemen, zijn van mening dat zij God behagen zolang zij maar niet de Tien Geboden overtreden. Maar zo is het niet! Ons Grote Voorbeeld, Jezus Christus, zei met betrekking tot God: „Ik [doe] altijd de dingen . . . die hem behagen” (Johannes 8:29). Ja, hij behaagde zijn Vader door bepaalde dingen te doen. Er is positief handelen vereist, zoals ook blijkt uit het gebed van de apostel Paulus ten behoeve van zijn medegelovigen te Kolosse. Hij bad dat zij mochten ’wandelen op een wijze die Jehovah waardig was, ten einde hem volledig te behagen, terwijl zij in ieder goed werk vrucht bleven dragen’. — Kolossenzen 1:9, 10.
Maar is het werkelijk mogelijk Jehovah „volledig te behagen”? Welnu, aangezien christenen onvolmaakt zijn, kunnen zij God thans niet volmaakt behagen. Maar zij kunnen daar wel ernstig hun best voor doen, met het doel hem „volledig te behagen”. Daar Paulus de aanmoediging gaf „in ieder goed werk vrucht [te] dragen”, zijn er positieve werken bij betrokken. Natuurlijk kunnen wij hier niet al zulke activiteiten beschrijven. Maar wij kunnen wel enige stof tot nadenken verschaffen. Indien deze punten te kennen geven dat er bepaalde levensterreinen zijn waarop u enige verbetering zult moeten aanbrengen, kunt u ervan verzekerd zijn dat Jehovah uw krachtsinspanningen om hem te behagen, zal zegenen. Het is namelijk zo dat Jehovah ’volledig behagen’ werkelijk vereist dat wij onze gedachten, woorden en daden behoeden.
Hoe staat het met onze gedachten?
Gods Woord zegt ons: „Geen schepping is voor zijn ogen niet openbaar, maar alle dingen liggen naakt en openlijk tentoongesteld voor de ogen van hem aan wie wij rekenschap hebben af te leggen” (Hebreeën 4:13). Noch mensen, noch demonen kunnen onze gedachten lezen, maar God kan dat wel. Aangezien dit zo is, willen wij dat zelfs onze gedachten hem behagen. Wij doen er dus goed aan ons af te vragen: Waar denk ik graag aan als ik mijn geest niet met mijn werk hoef bezig te houden? Wat is om zo te zeggen de pool waarheen de kompasnaald van mijn geest van nature uitzwaait?
Wij zouden ons ook kunnen afvragen: Houd ik ervan luchtkastelen te bouwen en te dromen van rijkdom, roem of lof wegens mijn geweldige prestaties? Denk ik negatief, bijvoorbeeld door grieven te blijven koesteren en ze mij telkens weer voor de geest te halen? Ben ik geneigd mijn geest bijna voortdurend te laten mijmeren over seksuele genoegens? Of vul ik mijn geest altijd met plannen en ideeën om geld te verdienen?
Beschouw eens het volgende: Kunnen wij Jehovah ’volledig behagen’ door onze geest met zulke gedachten te vullen? Natuurlijk niet! Verdrijf ze dus door middel van ernstig gebed en met Gods hulp door uw geest te vullen met goede, positieve, heilzame, eerbare en liefelijke gedachten (Filippenzen 4:8). Hoeveel beter is het onze geest te corrigeren en te richten op het nadenken over dingen die verband houden met onze aanbidding van Jehovah! Denk aan Gods koninkrijk, dat zo nabij is. Roep u punten voor de geest die u onlangs uit Gods Woord hebt geleerd. Neem de stof door die op de eerstkomende gemeentevergaderingen zal worden beschouwd, en vooral de programmaonderdelen waaraan u eventueel een aandeel hebt. Overdenk hoe u uw velddienst zou kunnen verbeteren. Bedenk dat u in de allereerste plaats een christelijke bedienaar bent.
Sommigen hebben baat gevonden bij het doornemen van schriftplaatsen die zij uit het hoofd hebben geleerd en ook bij het neuriën van Koninkrijksliederen. Eén christelijke bedienaar vond het nuttig bij wijze van herinnering het volgende rijmpje te maken en te overdenken:
„O help mij, God, te doen wat gij
Zo liefdevol verlangt van mij.
O laat mij u toch nooit weerstaan
Want wat gij doet is welgedaan.”
Ja, blijf bidden zoals koning David lang geleden deed: „[Laat] de meditatie van mijn hart welgevallig worden” — dat wil zeggen behaaglijk zijn — „voor uw aangezicht, o Jehovah.” — Psalm 19:14.
Hoe staat het met onze woorden?
David bad ook het volgende: „Laten de woorden van mijn mond . . . welgevallig worden voor uw aangezicht, o Jehovah” (Psalm 19:14). Zoals wij uit Jakobus 3:2-12 leren, kan alleen een volmaakt mens zijn tong volledig in toom houden. Maar wij moeten er beslist ernstig moeite voor doen onze tong te beheersen, willen wij Jehovah ’volledig behagen’.
Wij spreken iedere dag heel wat woorden uit en wij kunnen natuurlijk niet verwachten dat wij onze uitspraken zullen beperken tot bijbelse onderwerpen. Maar ongeacht waarover wij spreken, wij kunnen erop bedacht zijn Jehovah te behagen. Wij weten bijvoorbeeld dat godslastering en obscene of grove en vulgaire taal onze hemelse Vader onmogelijk kunnen behagen. Dat soort spraak dienen wij dus te vermijden. — Efeziërs 5:3, 4.
Verder moeten wij, willen wij onze Maker volledig behagen wat onze spraak betreft, er zorgvuldig op toezien dat wij geen lasterlijke, negatieve dingen over anderen zeggen. Er dient over ons gezegd te kunnen worden: „Hij heeft met zijn tong niet gelasterd. Zijn metgezel heeft hij niets kwaads aangedaan, en geen smaad heeft hij opgenomen tegen zijn intieme kennis.” Ook al lijden wij misschien onrecht, wij moeten er zorgvuldig op letten „over niemand nadelig te spreken”. — Psalm 15:3; Titus 3:2.
Wat een prachtige gelegenheden om Jehovah met onze spraak „volledig te behagen” hebben wij tijdens de maaltijden! Natuurlijk is dit niet de tijd voor boze woorden of kwetsende spraak. Er zijn zoveel voortreffelijke dingen om te bespreken! Vooral als wij ergens te gast zijn of zelf gasten hebben, dienen wij op zulke gelegenheden attent te zijn. Maar al te dikwijls wordt de conversatie beheerst door de meest spraakzame in plaats van door de rijpe christenen. Krijgt u een christelijke gast met vele jaren ervaring in de volle-tijddienst? Heeft hij grote kennis van Gods Woord? Gebruik dan onderscheidingsvermogen om hem ertoe te bewegen zich te uiten. „Raad in het hart van een man is als diepe wateren, maar de man van onderscheidingsvermogen, díe zal hem naar boven halen”, tot nut van alle aanwezigen. — Spreuken 20:5.
Om Jehovah in onze spraak „volledig te behagen”, dienen wij tevens alert te zijn op gelegenheden voor informeel getuigenis omtrent Gods naam en koninkrijk. Een christelijke bedienaar kan door zulk informeel getuigenis soms zelfs veel tot stand brengen. Maar de voornaamste manier om Jehovah door onze spraak te behagen, waardoor bovendien anderen gezegend worden, is van huis tot huis te gaan met de Koninkrijksboodschap. — Handelingen 20:20.
Willen onze woorden Jehovah ’volledig behagen’ wanneer wij aan de christelijke velddienst deelnemen, dan moeten wij ernaar blijven streven onze aanbieding van de Koninkrijksboodschap te verbeteren. Daar ons het „goede nieuws” is toevertrouwd, willen wij, net als de apostel Paulus, „spreken . . . niet om mensen te behagen, maar God, die ons hart beproeft”. En wat niet over het hoofd gezien mag worden, is de verplichting onze lippen te gebruiken om in het openbaar ons geloof te belijden op christelijke vergaderingen, waar wij anderen kunnen aansporen tot liefde en voortreffelijke werken. — 1 Thessalonicenzen 2:4; Hebreeën 10:23-25.
Jehovah ’volledig behagen’ door ons gedrag en onze daden
Willen wij Jehovah ’volledig behagen’, dan moeten wij ook zorgvuldig aandacht schenken aan ons dagelijks gedrag, met inbegrip van onze ontspanning. Ja, zelfs wanneer wij ontspanning zoeken, kunnen wij het ons niet veroorloven God buiten beschouwing te laten. Lijkt dat extreem? Allerminst, want Paulus zei: „Hetzij gij . . . eet of drinkt of iets anders doet, doet alle dingen tot Gods heerlijkheid.” Wij moeten de waarschuwing in gedachte houden dat „zij die in overeenstemming met het vlees zijn, God niet [kunnen] behagen”. Onze ontspanning moet dus allereerst heilzaam zijn. — 1 Korinthiërs 10:31; Romeinen 8:8.
Ook mogen wij niet voorbijgaan aan de factoren gematigdheid en tijdsbepaling. Om Jehovah „volledig te behagen”, moeten wij onze ontspanning binnen de perken houden, als iets bijkomstigs, en niet als iets van het allergrootste belang. Nooit mogen wij zover gaan in het najagen van ontspanning, hetzij het kijken naar een speciaal tv-programma of het bezoeken van een sportevenement, dat wij ons er daardoor van laten weerhouden christelijke vergaderingen te bezoeken of geregeld aan de velddienst deel te nemen. — Matthéüs 6:33.
Jehovah ’volledig behagen’, houdt ook in dat wij onze christelijke broeders en zusters goeddoen al naar gelang de gelegenheid en de noodzaak zich voordoen. Wij lezen in dit verband: „Vergeet . . . niet goed te doen en anderen met u te laten delen, want zulke slachtoffers zijn God welgevallig.” De apostel Paulus noemde de vriendelijkheid die de christelijke Filippenzen hem bewezen „een aanvaardbaar slachtoffer, dat God welgevallig is”. — Hebreeën 13:16; Filippenzen 4:18.
Hoe kunnen kinderen Jehovah ’volledig behagen’ wat hun gedrag betreft? Paulus toont aan dat het voor hen heel belangrijk is hun ouders „in eendracht met de Heer” te gehoorzamen. Hij zegt ook: „Gij kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in alles, want dit is de Heer welgevallig.” — Efeziërs 6:1-3; Kolossenzen 3:20.
Alle opgedragen dienstknechten van God hebben zoveel liefderijke goedheid van Jehovah en van zijn aardse kanaal ondervonden, dat wij uit louter liefde en dankbaarheid er altijd op uit dienen te zijn hem „volledig te behagen”. Liefdevolle dankbaarheid vereist beslist dat wij niet „de onverdiende goedheid van God . . . aanvaarden en dan het doel ervan . . . missen” (2 Korinthiërs 6:1). Het is ook rechtvaardig en juist er moeite voor te doen Jehovah volledig te behagen, want hij is de Universele Soeverein. Bovendien is trachten Jehovah „volledig te behagen” de verstandigste handelwijze, omdat ze thans nuttig voor ons is en tevens een belofte inhoudt voor het toekomende leven. — 1 Timótheüs 4:8.
Ja, wij willen onze gedachten, onze woorden, ons gedrag en onze daden behoeden. Met Jehovah’s hulp zullen wij dit zo doen dat wij hem steeds vollediger gaan behagen. En laten wij het niet opgeven dit te doen. Mogen wij veeleer voortdurend acht slaan op de raad die de apostel Paulus aan christenen in Thessaloníka gaf: „Tenslotte, broeders, verzoeken en vermanen wij u bij de Heer Jezus dat gij, gelijk gij van ons het onderricht hebt ontvangen omtrent de wijze waarop gij behoort te wandelen en God moet behagen, zoals gij in feite reeds wandelt, het in vollediger mate blijft doen.” — 1 Thessalonicenzen 4:1.
[Illustratie op blz. 23]
Laat ontspanning geen inbreuk maken op christelijke activiteiten