Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w86 15/2 blz. 27-30
  • Een nieuw lied langs de „Rivier van de vogels”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een nieuw lied langs de „Rivier van de vogels”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1986
  • Onderkopjes
  • De komst van het ’nieuwe lied’
  • Zendelingen versnellen de groei
  • Groei en expansie
  • Een nieuwe uitbreiding van het bijkantoor
  • Vooruitzien
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1986
w86 15/2 blz. 27-30

Een nieuw lied langs de „Rivier van de vogels”

DE INDIANEN spraken van de Rivier van de vogels. Tot op de huidige dag kan men langs de oevers van deze rivier nog genieten van het prachtige lied van de leeuwerik, het gekoer van tortelduiven, de vijftonige melodie van de op een spreeuw lijkende chincol en de parafraseringen van de geelbuikige benteveo. Maar in de loop der tijden kwam ook het land ten oosten van de rivier bekend te staan onder de naam Rivier van de vogels, of, zoals het in de Indiaanse Tupí-taal heet — URUGUAY.

Thans wordt er echter „een nieuw lied” gezongen in de Rivier van de vogels. Jesaja heeft dit lang geleden als volgt voorzegd: „Zingt Jehovah een nieuw lied, zijn lof van het uiteinde der aarde, gij die afdaalt naar de zee en naar dat wat haar vult, gij eilanden en gij die ze bewoont” (Jesaja 42:10). Maar hoe heeft dit ’nieuwe lied’ omtrent de oprichting van Gods koninkrijk Uruguay bereikt?

De komst van het ’nieuwe lied’

De machtige Koninkrijksboodschap werd voor het eerst in 1923 zwakjes in Uruguay vernomen. In dat jaar kwam een getuige van Jehovah op doorreis door het land en verspreidde honderd brochures. In september 1924 arriveerde Juan Muñiz. Hij was een voormalige katholieke priester uit Spanje, die teleurgesteld was geraakt in zijn religie en uitgetreden was. Nadat hij echter naar de Verenigde Staten verhuisd was, werd zijn liefde voor de bijbel in 1916 weer aangewakkerd door de Koninkrijksboodschap die hij hoorde van de mensen die thans bekend staan als Jehovah’s Getuigen. Muñiz keerde naar Spanje terug om wat hij geleerd had met anderen te delen. Maar hij stuitte op zo’n hevige tegenstand dat hij op aanraden van de president van het Wachttorengenootschap naar Zuid-Amerika verhuisde. Juan Muñiz werd belast met de verantwoordelijkheid voor de Koninkrijksprediking in Argentinië, Paraguay en Uruguay.

Broeder Muñiz was een opmerkelijk bekwaam spreker. Naar verluidt wist hij zijn gehoor urenlang geboeid te houden door alleen maar de bijbel te gebruiken, zonder aantekeningen of schema. Toen Juan Muñiz zag dat de mensen in Uruguay met grote belangstelling reageerden, vroeg hij het Genootschap meer hulp te zenden.

Als gevolg van dit verzoek vertrok Carlos Ott in 1925 uit Duitsland en kwam na enige tijd in Uruguay aan. Daar zette hij zich de eerstvolgende acht jaar volledig in. Omdat broeder Ott zich bewust was van de noodzaak zoveel mogelijk mensen te bereiken, maakte hij een goed gebruik van de radio. Eén station stemde er zelfs in toe op de grammofoonplaat opgenomen voordrachten kosteloos uit te zenden. Vanaf dit kleine begin heeft het werk zich tot alle negentien departementen (provincies) van Uruguay uitgebreid.

Enkele waarheidszaden kwamen onder buitenlandse immigranten terecht. In het noorden van Uruguay woonden bijvoorbeeld een aantal Russische families die hun geboorteland hadden verlaten toen de Eerste Wereldoorlog woedde. Een van hen, Nikifor Tkachenco, ontving de brochure Waar zijn de doden? en herkende de heldere klank van de waarheid. Zonder aarzeling spande hij zich in om zijn nieuwgevonden geloof met andere Russen te delen. Vrij velen van hen aanvaardden de waarheid en zij vormden het fundament voor gemeenten in Salto en Paysandú, twee grote steden.

In 1939 werden er zes Duitse pioniers aan Uruguay toegewezen. Het duurde echter zes jaar voordat zij hun toewijzing bereikten; zij waren het slachtoffer geworden van een door nazi-vervolgers georganiseerde langdurige drijfjacht door heel Europa. Maar toen zij eindelijk in Uruguay aankwamen, togen zij onmiddellijk aan het werk. Eerst probeerden zij Duitse families op te sporen en tot hen te prediken. Vervolgens, toen zij de inheemse taal aan het leren waren, gingen zij op stap met een Spaanse „getuigeniskaart” bij zich waarop hun zending in het kort werd uiteengezet.

Dit groepje heeft per fiets ijverig het hele land bewerkt, waarbij zij lectuur ruilden tegen voedsel en in kleine tenten langs de weg sliepen als niemand hun onderdak wilde verlenen. Hun fietsen waren bepakt met voldoende kleding voor de tijd van het jaar, een primusstelletje om te koken, keukengerei en een grammofoon met op de plaat gezette bijbellezingen. Zij trotseerden koude, hitte, wind en overstromingen, maar op deze manier werden er over het hele land waarheidszaden uitgestrooid. Weldra voegden anderen hun stem bij het koor van degenen die het ’nieuwe lied’ zongen.

Zendelingen versnellen de groei

In maart 1945 brachten N. H. Knorr en F. W. Franz, bestuursleden van het Wachttorengenootschap, voor het eerst een bezoek aan Uruguay. Behalve dat zij opbouwende raad verschaften, gaven zij Uruguay ook zijn eerste gegradueerde van Gilead, Russell S. Cornelius. Hoewel hij aanvankelijk slechts enkele woorden Spaans sprak, was hij na anderhalve maand al in staat een openbare toespraak te houden. Hij bleef vorderingen maken en is een grote hulp geweest bij het leiden van het Koninkrijkswerk. Weldra arriveerden er meer jonge zendelingen, tot er 27 van hen — bijna evenveel zendelingen als er verkondigers waren — opgepropt zaten in een gehuurd bijkantoor-zendelingenhuis. Natuurlijk baarde de aanwezigheid van vrouwelijke buitenlandse zendelingen het nodige opzien in de gemeenschap. Eén krant zei zelfs gekscherend dat er „blonde engelen” in Montevideo waren geland!

Een van hen was Mabel Jones. Toen zij in 1950 een congres in Salto bezocht, stelde zij Carola Beltramelli en Catalina Pomponi, twee vriendelijke buurvrouwen, op de hoogte van de Koninkrijkshoop. Beiden kwamen naar dat congres en reisden een maand later vijfhonderd kilometer naar Montevideo om nog een congres te bezoeken. Zij maakten snel geestelijke vorderingen. Carola’s zonen reageerden ook gunstig op de waarheid. Een van die zonen, Delfos, ging in de volle-tijddienst en gradueerde in 1965 van Gilead. Hij dient thans als coördinator van het bijkantoorcomité. De jongste zoon, Luis, is ouderling in een gemeente. Zuster Pomponi is in 1953 in de pioniersdienst gegaan en heeft meer dan tachtig personen geholpen hun leven aan Jehovah op te dragen.

Al met al hebben er 82 gegradueerden van Gilead in Uruguay gediend. Hoewel het voor sommigen noodzakelijk bleek om een of andere reden naar huis terug te keren, hebben zij een bericht van vruchtbare activiteit nagelaten. Nu nog kan men oudgedienden onder de Uruguayaanse broeders en zusters horen zeggen: „Mijn kinderen waren jonger dan mijn kleinkinderen nu zijn toen Mary Batko mij de bijbel kwam onderwijzen”, of: „Ik zat nog op de lagere school toen Jack en Jane Powers mij ’s zondags mee uit prediken namen.”

Groei en expansie

Het ’nieuwe lied’ klonk in veel ontvankelijke oren. In 1949 werd Gerardo Escribano, een jonge atheïst, uitgenodigd voor een bijbelse bijeenkomst. Hij nam de uitnodiging aan op voorwaarde dat hij, als er beelden waren of als hij religieuze gebeden moest opzeggen, nooit meer terug zou komen. Hij raakte onder de indruk van wat hij hoorde, werd uiteindelijk gedoopt en dient nu als districtsopziener en lid van het bijkantoorcomité.

De in 1956 vervaardigde film De Nieuwe-Wereldmaatschappij in actie is in vrijwel alle grote en kleine steden gedraaid. Broeder Liber Berrueta heeft deze film honderden keren vertoond in Koninkrijkszalen, particuliere huizen, openbare parken en geïmproviseerde zalen. Ook heeft hij een groot aandeel gehad aan de oprichting van de wettelijke corporatie van het Genootschap in Uruguay en heeft hij tot aan zijn dood als eerste president van die corporatie gediend.

Eind 1961, toen er 1570 Getuigen in het land waren, vormde de inwijding van een nieuw Bethelhuis een belangrijke stap voorwaarts in het werk. Toen het klaar was, voelde de architect, Justino Apolo, zich ertoe bewogen door de waterdoop te symboliseren dat hij zich aan God had opgedragen. Later is hij ouderling geworden en heeft hij edelmoedig meegeholpen aan de bouw van zo’n veertig Koninkrijkszalen in Uruguay.

Zo nam ook Avelino Filipponi, een bouwexpert, na de voltooiing van het bouwproject samen met zijn vrouw de volle-tijddienst op zich. Hij is nu kringopziener. Ook hij heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt bij de bouw van vele Koninkrijkszalen. Nog niet zo lang geleden is hij een van de opzichters geweest bij de bouw van een nieuw gedeelte aan het Uruguayaanse Bethel.

Een nieuwe uitbreiding van het bijkantoor

Het nieuwe gedeelte is een gebouw van twee verdiepingen met een ruime onderkeldering. Het is met zijn vloeroppervlak van 790 vierkante meter zelfs groter dan het oorspronkelijke gebouw. De bijbouw herbergt een drukkerij, de expeditie, de tijdschriftenafdeling, het lectuurmagazijn, een garage en een prachtige Koninkrijkszaal. Veel bouwmateriaal werd door de broeders geschonken en al het werk werd verricht door zo’n vijfhonderd vrijwilligers. Getuigen die bedreven zijn in metselwerk, metaalwerk, timmeren en vele andere ambachten schonken hun tijd en bekwaamheid om het hele bouwwerk te ontwerpen, te bouwen, af te werken en in te richten.

Op 4 februari 1985 begon het inwijdingsprogramma van de bijbouw met Grant Miller, een lid van het bijkantoorcomité, die een kort overzicht gaf van de geschiedenis van Uruguay en de groei van het Koninkrijkswerk in het land aan de Rivier van de vogels. Hierna volgden kostelijke ervaringen en bijzonderheden in verband met het nieuwe gebouw. Ten slotte luisterden de 250 aanwezigen vol waardering naar de inwijdingstoespraak, „Een gelukkig volk met een doel”, die gehouden werd door Delfos Beltramelli. Het was werkelijk een gedenkwaardige dag!

Vooruitzien

Maar wat houdt de toekomst in voor het werk in Uruguay? Kijk eens naar de snelle groei die wij tot onze vreugde hebben beleefd. In 1964 hadden wij 2000 Getuigen. In 1974 was dat aantal verdubbeld. In de loop van 1985 bereikten wij een hoogtepunt van 5329. Dat er verdere groeimogelijkheden zijn, bleek overduidelijk toen er in 1985 15.243 personen — ongeveer één op elke 190 inwoners van het land — naar de Gedachtenisviering van Christus’ dood kwamen.

Maar nog opwindender is de kwaliteit van het christendom die onze broeders en zusters in Uruguay tentoonspreiden. Verscheidene jaren achtereen moesten zij bijvoorbeeld voor hun jaarlijkse congressen naar Brazilië reizen omdat de regering van Uruguay hun geen toestemming gaf om congressen te houden. In 1982 bepaalde de regering dat alle burgers en ingezetenen die het land uitreisden een heffing moesten betalen. Dit legde veel broeders en zusters een zware financiële last op. Maar Getuigen met ruimere middelen stonden de armere gezinnen bij. Eén groep ging zelfs in hun vrije tijd reparatiewerkzaamheden aan huizen uitvoeren om in de kosten van anderen te kunnen bijdragen. Zo konden er ongeveer 3500 Uruguayanen naar het congres in Brazilië reizen!

Toen kregen de broeders door een verrassende wending plotseling toestemming om in de week vóór de inwijding van het nieuwe gedeelte van het bijkantoor een congres in Montevideo te houden. In twintig dagen moest alles geregeld worden, met inbegrip van de toewijzingen voor de onderdelen van het programma, het organiseren van de afdelingen en het herstellen en reinigen van de niet meer gebruikte en vervallen Hippodroom. Maar wat een vreugde ondervonden de 6245 personen die daar bijeenkwamen!

Wij kunnen daarom het vertrouwen hebben dat Jehovah de inspanningen van onze broeders en zusters zal blijven ondersteunen, terwijl zij verenigd werken om de glorierijke boodschap van Gods koninkrijk te zingen langs de Rivier van de vogels — Uruguay!

[Kaarten/Illustratie op blz. 27]

(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)

URUGUAY

Salto

Paysandú

Montevideo

[Kaart]

Zuid-Amerika

[Illustratie op blz. 29]

De Koninkrijkszaal van de bijbouw aan het bijkantoorcomplex in Uruguay.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen