Nieuwe zendelingen streven werkelijk succes na
ZONDAG, 8 september 1985, was een historische dag voor de 4351 personen die de prachtige Congreshal van Jehovah’s Getuigen in Jersey City (VS) vulden om de graduatie van de 79ste klas van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead bij te wonen.
De dag was historisch omdat de Congreshal voor het eerst na de officiële inwijding werd gebruikt. Bovendien was het ook de eerste keer sinds 1970 dat vrijwel de gehele Bethelfamilie van de Verenigde Staten onder één dak bijeen was. Deze familie, die is samengesteld uit werkers in Brooklyn en op de boerderijen van het Genootschap, bestaat nu uit meer dan 3500 leden. Nu de Congreshal in Jersey City klaar is, is er eindelijk een zaal die ruimte biedt aan hen allemaal.
De dag was vooral historisch voor de 24 jonge dienstknechten van Jehovah uit tien verschillende landen die de 79ste klas hadden gevormd. De voorgaande vijf maanden hadden zij een intensieve bijbelstudiecursus en opleiding voor zendelingen gevolgd. Om de woorden van Albert Schroeder, de voorzitter van de dag, aan te halen, waren zij nu geen Gileadstudenten meer, maar afgestudeerden van Gilead.
In de gerieflijke, van airconditioning voorziene Congreshal werd voor deze 24 nieuwe zendelingen een afscheidsbijeenkomst gehouden die zij niet gauw zullen vergeten. De voorzitter herinnerde hen eraan dat zij op Gilead veel feiten hadden geleerd. Maar Gilead had de nadruk gelegd op iets wat belangrijker is: geestelijke gezindheid. Vervolgens leidde de voorzitter een aantal sprekers in die enkele laatste woorden tot de afgestudeerden richtten.
Carey Barber, een lid van het Besturende Lichaam, sprak over de speurtocht naar geluk. Hij herinnerde de afgestudeerden eraan dat Salomo had ontdekt dat de genoegens van deze wereld geen geluk schenken (Prediker 2:1-11, 17). Vandaar dat Jezus in verband met het zoeken naar geluk de nadruk legde op de noodzaak van geestelijke dingen (Matthéüs 5:3). De afgestudeerden zouden er daarom goed aan doen Jezus’ raad op te volgen. Ook al zouden zij als zendelingen dan enkele aardse gerieven moeten opgeven, zij zouden toch succes kunnen hebben.
De volgende spreker, John Booth, ook een lid van het Besturende Lichaam, herinnerde de aanwezigen eraan dat de oudere zendeling Paulus de jongere zendeling Timótheüs had aangemoedigd vorderingen te blijven maken in christelijk gedrag, persoonlijke studie en gebed (1 Timótheüs 2:1, 8; 4:12-16). Om succesvol te kunnen zijn, zouden de nieuwe zendelingen net zulke vorderingen moeten maken. Vervolgens zei de secretaris-penningmeester van het Genootschap, Lyman Swingle, dat hij onlangs aan zendelingen in Brazilië had gevraagd welke raad zij nieuwe zendelingen zouden willen geven om hen te helpen succes te hebben. „Vertel hun”, werd hem met klem gezegd, „dat zij, als zij in hun toewijzing zijn, de bijbel moeten blijven lezen en bijbels naslagwerk moeten blijven doen.”
David Olson, van het Dienstafdelingcomité, vertelde de ervaring van een man die de leiding had gehad over een onderdeel van het project dat erin slaagde een man op de maan te brengen. Later verdiende deze zelfde man zijn brood met het aanvegen van parkeerplaatsen. Hij vond dat zijn tweede baan een groter succes was. Waarom? Omdat zijn nieuwe werk hem tijd liet om Jehovah te dienen en voor zijn gezin te zorgen. Degenen die behagen scheppen in Jehovah, zijn wet en zijn dienst zullen beslist succes hebben. — Psalm 1:1-3.
Ulysses Glass, het hoofd van de Gileadschool, sprak met lof over de ernst en achting die de afgestudeerden aan de dag hadden gelegd. Hij had opgemerkt welke belangstelling zij voor hun studie hadden getoond en dat zij het vurige verlangen bezaten de leerstof volledig te begrijpen. Zulke dingen, zo zei hij, zouden hen in hun toewijzing helpen. Gileadleraar Jack Redford voegde hieraan toe dat het eerste jaar in hun toewijzing een uitdaging zou zijn. Om evenwel succes te hebben, is het noodzakelijk dat zij nauw met andere zendelingen samenwerken, geduldig zijn en geestelijke vreugde aankweken. — Prediker 7:8, 9.
De laatste spreker, de president van het Wachttorengenootschap Frederick Franz, begon zijn lezing met de woorden: „Het was het waard 92 jaar oud te worden om deze gelegenheid bij te wonen!” Vervolgens vertelde hij de afgestudeerden de geschiedenis van het begin van Gilead en spoorde hij hen aan in hun toewijzing getrouw te blijven.
Na de lezingen ontvingen de studenten hun diploma en was er een pauze voor het nuttigen van verfrissingen. Daarna gaven zij commentaar tijdens de lopende Wachttoren-studie, onder leiding van Dean Songer van het Drukkerijcomité. En zij brachten iedereen in verrukking met een programma van ervaringen, muziek en enkele sketches waarin zij tot uitdrukking brachten hoe blij zij waren op Gilead geweest te zijn en dat zij vastbesloten waren „de belangrijkere dingen” na te streven (Filippenzen 1:10). Tot slot voerden de afgestudeerden het actuele drama op: Zoek Gods rechtvaardigheid om te overleven.
En zo kwam er een einde aan de historische dag. Het was een dag die de studenten zich lang zullen herinneren als zij de ontvangen raad opvolgen en in hun zendingstoewijzing werkelijk succes nastreven.