Inzicht in het nieuws
„De grote krachtmeting” onder Southern Baptists
De spanning was onmiskenbaar tijdens een in juni gehouden religieuze bijeenkomst in het Congrescentrum van Dallas (VS). Meer dan 45.000 baptistische afgevaardigden kwamen voor wat The New York Times Magazine „de grote krachtmeting” noemde „tussen de fundamentalisten en gematigder groeperingen om het presidentschap over de Southern Baptists Convention”, de grootste protestantse denominatie in de Verenigde Staten. Tenslotte viel de keus op de fundamentalistische predikant Charles Stanley en niet op zijn gematigder rivaal Winfred Moore. Maar het congres heeft er weinig toe bijgedragen de onenigheid tussen de kerkleden te sussen.
Terwijl Southern Baptists geloven dat de bijbel geïnspireerd is, zijn gematigder leden onder hen — de liberalen zoals de fundamentalisten hen noemen — van mening dat de Schrift niet noodzakelijkerwijs onfeilbaar is. De fundamentalisten vrezen dat de gematigder leden zich niet zuiver aan de traditionele baptistische theologie houden. Aan de andere kant stuit het de gematigden tegen de borst dat hun fundamentalistische broeders geen strikte scheiding tussen Kerk en Staat houden, maar zich met de politiek inlaten, zoals door te lobbyen ten gunste van het schoolgebed en een verbod op abortus. Er is geen enkel vooruitzicht op een spoedige oplossing van de geschillen tussen deze twee groeperingen. De situatie stemt dus overeen met de vermaning van de apostel Paulus dat ware christenen „in overeenstemming met elkaar” moeten spreken en ’nauw verenigd moeten zijn in dezelfde geest en in dezelfde gedachtengang’. — 1 Korinthiërs 1:10.
Geweld in de sport
„Europese voetbalstadions beginnen steeds meer op gladiatorenarena’s te lijken.” Dat merkte het tijdschrift Time op in een verslag over het tragische geweld tussen Britse en Italiaanse voetbalsupporters dat tijdens de in Brussel gehouden Europacupfinale in mei jl. 38 doden tot gevolg had. Geweld door supporters is ook in andere delen van de wereld een groeiend probleem. In mei veroorzaakten Chinese fans in Peking ernstige ongeregeldheden — bussen werden vernield, auto’s omgegooid en buitenlanders bedreigd — toen hun voetbalteam door Hongkong werd uitgeschakeld voor de strijd om het wereldkampioenschap.
Waarom verliezen sportfans hun zelfbeheersing? Deskundigen beweren dat het komt doordat veel sportfans arm zijn, zich vervelen, en slecht in staat zijn een nederlaag of vernedering te verwerken. „Maar de maatschappelijke klasse of economische overwegingen vormen niet de hoofdoorzaken”, zegt Dr. Jeffrey H. Goldstein, een deskundige op het gebied van geweld dat met sport in verband staat. „Het is zuiver en alleen nationalisme. In een tijdperk met de mogelijkheid tot onmiddellijke communicatie, veranderen mensen internationale sportevenementen steeds vaker in nationalistische geschillen, en de mensen worden opgehitst door wat de pers, sportofficials, politici en de spelers zelf doen.” Goldstein voegt eraan toe dat voor supporters „internationale sportevenementen toetsen zijn geworden op de juistheid of onjuistheid van een ideologie”.
Al worden veel sportfans dan door nationalisme tot geweld aangezet, ware christenen zijn neutrale, vredelievende voorstanders van Gods koninkrijk. Bovendien laten zij zich niet meeslepen door de wereldse geest van wedijver. — Johannes 17:16; Romeinen 12:18; Galáten 5:26.
Zij ’houden zich niet aan hun rol’
„Een van de eigenaardige kanten van onze zo welbespraakte politieke bisschoppen is, dat zij absoluut geen besef schijnen te hebben van christelijke prioriteiten”, schrijft columnist Paul Johnson in de Londense Daily Telegraph. De bisschoppen besteden te veel tijd aan politieke zaken, zo zegt hij, en negeren een veel belangrijker probleem. „Zowel in de Verenigde Staten als in Groot-Brittannië ligt de voornaamste op zichzelf staande oorzaak voor armoede bij het één-oudergezin”, wat vaak een uitvloeisel is van immoraliteit onder tieners. „Vreemd genoeg echter is het lang geleden dat ik een geestelijke, en een bisschop nog minder, een preek hoorde houden over het kwaad van hoererij”, aldus Johnson. Als bisschoppen „zich alleen maar aan hun oorspronkelijke en traditionele rol als bewakers van de goede zeden zouden houden”, besluit hij, dan zouden zij „een belangrijk aandeel kunnen hebben in het verminderen van economische ontberingen”.
Johnsons commentaren herinneren aan een situatie in het oude Israël. Religieuze leiders van die tijd schoten er ook in te kort Gods Woord te onderwijzen opdat de mensen zich „van hun slechte weg” zouden afkeren. Over zulke mannen zei God: „Ik ben tegen de profeten, . . . degenen die mijn woorden wegstelen, een ieder van zijn metgezel” (Jeremia 23:22, 30). Evenzo kunnen hedendaagse geestelijken verwachten zich Gods misnoegen op de hals te halen daar zij in gebreke blijven juiste christelijke morele maatstaven te onderwijzen, misschien zelfs bijbelteksten om politieke of andere redenen verkeerd toepassen. — Vergelijk Lukas 11:52.