Bermuda verheugt zich over Koninkrijkstoename
„JEHOVAH zelf is koning geworden! Laat de aarde blij zijn. Laten de vele eilanden zich verheugen.” Zo zong de bijbelse psalmdichter (Psalm 97:1). Tot deze „vele eilanden” behoort Bermuda, een Britse kolonie met zelfbestuur, gelegen in het westelijke deel van de Atlantische Oceaan, ongeveer 1100 km ten zuidoosten van New York.
Met zijn beroemde roze stranden en heldere blauwe water is Bermuda beslist een van de schoonheden onder de eilandengroepen in de Atlantische Oceaan. Bezoekers zijn verrukt over de charmes van het leven daar. „In plaats van autoclaxons, fabrieksfluiten, verkeerslichten, wolkenkrabbers, metro’s en jachtige mensenmassa’s”, merkte een trouwe bewonderaar eens op, „vond men er het geklepper van paardehoeven, het gerinkel van fietsbellen, koetsiers met helmhoeden op, ’bobby’s’ die het links houdende verkeer regelden, zakenlieden in korte broek, caféterrasjes, de oogverblindende properheid van pastelkleurige gebouwen en lage huizen met witte daken.”
Deze waarneming dateert uit 1939. Hoe is het er nu mee gesteld? De moderne vervoer- en communicatiemiddelen hebben dit eilandengroepje radicaal bij de westerse wereld ingelijfd. Dat heeft veel voordelen en materiële voorspoed opgeleverd. Maar is het resultaat geweest dat de eilanders volmaakt gelukkig zijn in hun levenswijze? Eerlijk gezegd niet.
Een krant schreef bijvoorbeeld onlangs: „Premier waarschuwt Bermudanen krachtig . . . economie van het Eiland staat voor ernstige uitdagingen.” Een later verschenen artikel meldde: „Minister zegt dat maatregelen noodzakelijk zijn omdat toerisme afneemt.”
Vergeleken met veel andere oorden heeft Bermuda misschien nog veel weg van een paradijs. Maar volgens de berichten neemt de misdaad met ongeveer 4 procent per jaar toe. Andere kranteartikelen spreken over „het bestaan van een hard-drugcultuur op Bermuda” en ’burgers met vuurwapens op zak’ die ’geen uitzondering meer zijn’. Geen wonder dat uit een onlangs gehouden enquête bleek dat „ongeveer één op de vier Bermudanen meent dat de toestand niet meer zo goed is als in het verleden en in de komende vijf jaar nog zal verslechteren”.
Maar is er hoop op een vrolijker toekomst? Is er voor de Bermudanen een deugdelijke basis voor geluk en ware vreugde te vinden?
Verheugende boodschap vindt haar weg naar Bermuda
De hoop op een vreugdevolle toekomst door middel van Gods koninkrijk bereikte Bermuda in 1913 voor het eerst. In die tijd verspreidde een Bijbelonderzoeker die Nelson heette enige Wachttoren-publikaties op de eilanden. Later werd hij echter door de autoriteiten uitgewezen.
Jarenlang heeft het religieuze vooroordeel tegen Jehovah’s Getuigen standgehouden. Zo werd in 1933 de familie Roberts uit West-Indië gedwongen Bermuda te verlaten. Vele anderen zijn op dezelfde manier behandeld — eenvoudig omdat zij probeerden de verheugende boodschap van de bijbel te verbreiden. Een van hen was Fredricia „Freddy” Johnson, die deze eilanden in de jaren ’30 dikwijls als volle-tijdbedienaar heeft bezocht. Maar in 1940 werd zij voor de rechter gedaagd en kreeg te horen: „U bent niet van het slag dat wij op Bermuda graag zien, en hoe eerder u vertrekt, hoe beter.”
Ondanks de aanhoudende druk staakten de Koninkrijksverkondigers het verbreiden van de vreugdevolle bijbelse boodschap niet. In 1945 arriveerden er twee gegradueerden van de Wachttoren-Bijbelschool Gilead. Hoewel zij in 1947 gedeporteerd werden, was hun zo’n 19 maanden durende bediening vruchtbaar geweest; zij hadden de eilanders geholpen erachter te komen wat de hoop van Jehovah’s Getuigen is en wat voor mensen het zijn. De Getuigen lieten hun gedrag voor hen spreken en Jehovah beloonde hun volhardende krachtsinspanningen.
In 1951 arriveerden er weer twee speciaal opgeleide gegradueerden van de Gileadschool. Inmiddels was de houding van de autoriteiten ten opzichte van de Getuigen verdraagzamer geworden.
Koninkrijkstoename schenkt vreugde
In 1950 waren er slechts vijf Koninkrijksverkondigers met de ene gemeente op Bermuda verbonden. Tien jaar later was het aantal verkondigers gestegen tot 43, en tegen 1970 dienden 118 getuigen van Jehovah vreugdevol in die gemeente. Na nog een decennium bleek de Koninkrijkstoename uit het aantal gemeenten, dat tot vier was gestegen, met in totaal 214 verkondigers. Tegen januari 1985 waren met deze gemeenten meer dan 310 personen verbonden die actief hun vreugdevolle hoop aan anderen bekendmaakten.
Niet alleen de numerieke groei schenkt echter vreugde. Het zien van de veranderingen in het leven van degenen die het goede nieuws aanvaarden, stemt tot opgetogenheid. Terwijl steeds meer jonge zowel als oude mensen hun heil zoeken in drugs en alcohol, maken anderen een begin met de werkelijk gelukkige levenswijze.
Randy bijvoorbeeld begon drugs te gebruiken toen hij twaalf jaar was. „Door mijn slechte omgang begon ik aan de marihuana. Dit leidde tot hard drugs als ’speed’ en LSD. Mijn eerste vijftien trips waren schitterend — dat vond ik toen tenminste. Daarna begonnen de slechte trips. Bij één gelegenheid heb ik vier of vijf uur achtereen melk en water gedronken omdat ik dacht dat mijn ingewanden in brand stonden. Nog een angstaanjagende ervaring beleefde ik toen ik in een hoek zat en dacht dat mijn lichaam kromp terwijl mijn voeten steeds groter werden. Als ik toen een pistool bij de hand had gehad, zou ik mijzelf doodgeschoten hebben. . . .
Er ging bijna geen dag voorbij zonder dat ik marihuana rookte. . . . Ook leidde ik een erg immoreel leven, wat ik toen heel gewoon vond.”
Na elf jaar op die manier geleefd te hebben, kwam Randy in aanraking met de waarheid. Zijn broer en zuster waren de bijbel gaan bestuderen met Jehovah’s Getuigen en zijn zuster legde telkens bijbelse lectuur in zijn kamer — die hij nooit las. Toen werd op een dag zijn oog getrokken door de omslag van een Ontwaakt! over het onderwerp wereldvrede. Hij las het tijdschrift met belangstelling en gaf dit toe tegenover zijn zuster, die hem onmiddellijk het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt gaf. „Ik nam het iedere dag mee naar mijn werk”, zei Randy, „en ik las het in één week uit. Dit was het eerste boek dat ik helemaal uitgelezen heb.”
Randy’s broer nodigde hem uit om een vergadering in de Koninkrijkszaal bij te wonen, maar hij aarzelde een beetje, omdat hij „er een hekel aan had zich op te doffen”. Maar hij ging, en nu zegt hij: „Sindsdien geniet ik aan één stuk door van de schitterende regelingen waarin Jehovah voorziet.” Kort daarop werd hij gedoopt als symbool van zijn opdracht aan Jehovah God. „Van toen af aan was ik 75 tot 90 uur per maand bezig anderen over mijn hoop voor de toekomst te vertellen”, vervolgde Randy. „Ik zorgde er vooral voor dat al mijn vroegere vrienden dit goede nieuws te horen kregen.” Na verloop van tijd trouwde Randy met een ijverige verkondigster van het goede nieuws. In januari 1983 ging zij in de gewone pioniersdienst. Een jaar later kon hij zich bij haar aansluiten in deze zinrijke en vreugdevolle dienst voor Jehovah. Ook dient hij al meer dan zes jaar als aangestelde ouderling in een van de plaatselijke gemeenten. Randy zegt: „Ik dank Jehovah elke dag dat hij mijn hart voor de waarheid heeft geopend!”
Vele anderen op Bermuda hebben eveneens hun leven kunnen veranderen en zijn betere en gelukkigere echtgenoten, echtgenotes, moeders, vaders, broers en zusters geworden. Vooral onder de jongeren en jonge volwassenen zien wij een levendige belangstelling voor een betrouwbare toekomsthoop. Laten wij eens een gezin bekijken dat hiervan een treffend voorbeeld is.
Gretchen begon in 1961 met Jehovah’s Getuigen de bijbel te bestuderen. Zij zag de dwalingen in de leerstellingen van andere religies en verwachtte dus onjuistheden te vinden in de dingen die zij van de Getuigen leerde. Maar dat gebeurde niet. Gretchen werd in 1963 gedoopt. Nu, meer dan twintig jaar later, dienen ook twee van haar zoons en drie van haar dochters als gedoopte, vreugdevolle getuigen van Jehovah.
Vreugdevolle dienst in het verschiet
Al deze jonge mensen oogsten samen met hun oudere geestelijke broeders en zusters de vreugde van heilige dienst voor Jehovah.
In 1984 was de verhouding één Getuige op 170 inwoners. Maar is er hoop op grotere Koninkrijkstoename? Ja zeker, want er worden op het ogenblik ongeveer driehonderd huisbijbelstudies met belangstellenden gehouden. Het is dus duidelijk dat er grootse vooruitzichten zijn op verdere Koninkrijkstoename, die beslist de vreugde op Bermuda nog zal vergroten.
[Kaarten op blz. 28]
(Zie publicatie voor volledig gezette tekst)
N
Hamilton
[Kaart]
ATLANTISCHE OCEAAN
[Illustraties op blz. 30]
Koninkrijkszalen — centra van ware aanbidding op Bermuda