Inzicht in het nieuws
De toekomst voorspellen
„De toekomst is zeker niet meer wat ze geweest is!” stond in een redactioneel artikel in een recente uitgave van Compressed Air Magazine te lezen. Daarmee werd gedoeld op voorspellingen die tussen de jaren ’30 en ’50 van deze eeuw zijn gedaan, toen „de toenmalige denkers een nagenoeg blind geloof hadden in regering en wetenschap, en de ontwikkeling van een bijna utopische levensstijl vóór het jaar 2000 voorzagen”. Het artikel zegt dat „de meeste van deze grootse visioenen de realiteit nooit benaderen”. Waarom niet? Na de Tweede Wereldoorlog werd aangenomen dat „alle . . . problemen achter ons lagen” en, toegegeven, „er werden verbazingwekkende technologische vorderingen geboekt”. Toch brachten de naoorlogse jaren „herhaaldelijk menselijke, politieke en financiële beroering, terwijl ook het milieu reden tot ernstige bezorgdheid gaf”. Nu, zo zegt het artikel, „zijn wij wijzer en beschouwen wij regering en technologie niet langer als een wondermiddel tegen alle maatschappelijke kwalen”.
Zo’n „blind geloof” in menselijke prestaties is vermeden door ernstige bijbelonderzoekers die acht sloegen op de raad: „Stelt uw vertrouwen niet op edelen, noch op de zoon van de aardse mens, aan wie geen redding toebehoort” (Psalm 146:3). Op basis van de onfeilbare bijbelse profetieën kondigden deze bijbelonderzoekers aan dat de toestanden in deze eeuw zouden verslechteren, totdat God zou ingrijpen en alle menselijke regeringen zou vervangen door zijn koninkrijk. — Daniël 2:44; Matthéüs 24:6-8, 14.
Hoewel dienstknechten van God met dezelfde maatschappelijke beroering om hen heen te kampen hebben, vertonen zij niet de „onzekere berusting” waarvan de schrijver melding maakt. In plaats daarvan volgen zij Jezus’ raad op: „Richt u . . . rechtop en heft uw hoofd omhoog, omdat uw bevrijding nabijkomt.” — Lukas 21:28.
Nog steeds ruimte voor meer
Naar verwachting zal de bevolking der aarde, die onlangs op 4,5 miljard werd geschat, tegen het jaar 2000 tot 6 miljard gestegen zijn en tegen het jaar 2110 zelfs de 10,5 miljard bereiken. „Is 4,5 miljard mensen veel? Te veel? Is 10 miljard ondraaglijk of zou de aarde hen allemaal van het nodige kunnen voorzien?” vraagt Hans W. Jürgens, hoogleraar in de antropologie en demografie aan de Universiteit van Kiel (Duitse Bondsrepubliek). In een artikel in het tijdschrift Geo zegt hij dat de aarde voldoende „ruimte voor vele miljarden mensen meer” heeft, die vrij goed zouden kunnen leven als er dienovereenkomstige wijzigingen in de levensomstandigheden en de economische situatie werden aangebracht. Het nationalisme, zo zegt hij, staat dit in de weg. „Zolang wij het nationale egotisme toelaten en zelfs bevorderen — en de organisatie der Verenigde Naties speelt op dit punt onopzettelijk een rampzalige rol — zullen wij nauwelijks in staat zijn onze aarde zo ten volle te benutten als, in principe, volstrekt mogelijk zou zijn.”
Wij behoeven ons dan ook niet af te vragen of de aarde het grote aantal mensen dat op Gods bestemde tijd uit het gemeenschappelijke graf der mensheid wordt verlost, wel van het nodige kan voorzien (Johannes 5:28, 29; Openbaring 20:12, 13). Zij zullen niet op een aarde terugkomen die verdeeld is door zelfzuchtige nationalistische belangen, maar op een aarde die rechtvaardig en vredig is en die iedereen voedsel in overvloed kan verschaffen. — Psalm 72:7, 8, 16.
„Religieus braakland”
Mensen in televisiestukken staan voor „dezelfde problemen en dilemma’s als waarmee de gewone man die je op straat ziet elke dag te maken heeft”. Dit zegt de romanschrijver Benjamin J. Stein in een artikel in The Wall Street Journal onder bovenstaande titel. „Maar een van de voornaamste factoren waarop in het werkelijke leven beslissingen worden gebaseerd, ontbreekt op de televisie geheel: religie.” Hoewel er soms in de films wel een zweem van religie te bespeuren valt, merkt de heer Stein op dat er „op de uren dat de kijkdichtheid het grootst is, nagenoeg helemaal geen religie op de tv verschijnt. Steeds wanneer er een probleem aan de orde komt dat een morele beoordeling vergt — iets wat in bijna elke show gebeurt — is de geboden oplossing gebaseerd op een intuïtieve kennis van wat goed of kwaad is, de raad van een vriend, een advies dat men zich herinnert of, waarschijnlijker nog, de onzichtbare hand van het toeval”.
Vooral ouders moeten op hun hoede zijn voor een medium waar „niemand . . . ooit zelfs maar over religie als een gids in zijn leven praat”, zoals de heer Stein opmerkt. De geest van jonge mensen is vatbaar voor indrukken en is geneigd de daden en zienswijzen van beroemdheden waarnaar zij kijken, te imiteren. Het zou zeker wel zo verstandig zijn om nauwlettend in de gaten te houden waarnaar op de tv gekeken wordt. En wat nog belangrijker is, ouders doen er goed aan hun kinderen te leren de bijbel als hun gids te gebruiken. Kinderen moeten worden grootgebracht „in het strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah”. — Efeziërs 6:4; Filippenzen 4:8.