’Mijn eigen religie is goed genoeg voor mij!’
HEBT u ooit op die manier gereageerd als er Jehovah’s Getuigen bij u aan de deur kwamen? Misschien hebt u er nog aan toegevoegd: ’Ze was ook goed genoeg voor mijn ouders en mijn grootouders. Dus waarom zou ik me druk maken om een andere religie?’
Natuurlijk trekken wij veel profijt van de wijsheid en ervaring van onze ouders. Maar is dat wel altijd een verstandige basis voor het aanhangen van een religie? Wij volgen beslist niet in alles wat wij doen het voorbeeld van onze ouders en grootouders. Waarom niet? Omdat er vooruitgang is geweest in kennis en begrip.
Bij wijze van illustratie: Als de mensen meer dan veertig jaar geleden ziek werden, gingen zij soms dood omdat de behandelingsmogelijkheden eenvoudig ontoereikend waren. Sedert 1943 zijn er antibiotica ter beschikking gekomen en die hebben heel wat levens gered. Weigeren wij het gebruik van antibiotica te overwegen, alleen maar omdat onze grootouders er nooit van hadden gehoord? Neen, wij blijven ontvankelijk voor nieuwe ontwikkelingen en beoordelen ze op hun waarde. Diezelfde houding is verstandig als het om religie gaat.
Verder maakt het geval van de apostel Paulus duidelijk dat de religie van onze voorouders niet altijd de ware religie is die God behaagt. Voordat Paulus zich tot het christendom bekeerde, ageerde hij uitermate gewelddadig tegen de christelijke „Weg”, want ’hij bleef de gemeente van God tot het uiterste vervolgen en verwoesten’. Maar waarom? Omdat hij ’ijverig was voor de overleveringen van zijn vaderen’. Zijn oprechte trouw aan zijn religie belette hem aanvankelijk de waarheid omtrent Jezus Christus te erkennen — en dat kan God niet hebben behaagd. — Handelingen 9:1, 2; Galáten 1:13, 14.
Uw religie — Keuze of toeval?
In de meeste gevallen is iemands religie in feite een gevolg van de omstandigheden. Hoe dat zo? Welnu, u bent misschien als katholiek, protestant, hindoe, taoïst of boeddhist geboren omdat uw ouders die religie aanhingen. Maar veronderstel dat u in een ander land of een ander gezin geboren was. Misschien was u dan nu een ijverig belijdend lid van een heel andere religie. Is het derhalve logisch ervan uit te gaan dat de religie waarin u geboren bent, automatisch de ware is?
Of u nu al dan niet in uw religie geboren bent, u kunt van mening zijn dat ze voor u goed genoeg is. Maar is de juiste religie alleen een kwestie van persoonlijke mening of smaak? Kunt u daar werkelijk veilig op afgaan?
Misschien kunnen wij dit illustreren met voedsel. Vraag eens aan een kind wat hij liever heeft — een plak cake of een bord spinazie. Tien tegen één dat hij cake kiest. Maar is dat uit een oogpunt van voedingswaarde de beste keus? Zo betekent ook het feit dat een religie bij u persoonlijk wel in de smaak valt, niet noodzakelijkerwijs dat ze voor u in geestelijk opzicht de beste is. — Vergelijk Romeinen 10:2, 3.
Religie is niet slechts een kwestie van persoonlijke opinie. Het heeft te maken met de aanbidding van God, en dus moet ze hem behagen. De belangrijke vraag is dan ook niet: Is mijn religie goed genoeg voor mij? Maar: Schept God werkelijk behagen in mijn religie?