Moet de bijbel het veld ruimen voor polygamie?
IN BIJEEN, een rooms-katholiek Nederlands tijdschrift, besprak columnist Sjef Donders het conflict dat in sommige Afrikaanse landen bestaat tussen het bijbelse gebod inzake monogamie en het heersende gebruik van polygamie. Dat conflict wordt opgelost, zo zei hij, door „eenvoudigweg de kerkelijke leer [omtrent monogamie] ongeldig te verklaren”.
Om de tweeslachtige zienswijze van de kerk te illustreren, haalde Donders de woorden aan van Eugene Hillman, een Amerikaanse priester die behoort tot de Paters van de Heilige Geest, een rooms-katholieke orde die aan de spits heeft gestaan van het katholieke missiewerk in Afrika. In een boek over polygamie schreef Hillman: „Indien er ten gevolge van een natuurramp of een door mensen veroorzaakte catastrofe ooit plotseling vrijwel geen mannen meer zouden zijn, doch bijna alleen nog vrouwen, dan zouden er in de bijbel beslist redenen gevonden worden om deze mannen toe te staan betrekkingen met verscheidene vrouwen te hebben.”
Is dat zo? Hoe liberaal de zienswijze van deze priester ook is, polygamie is ongeoorloofd voor een christen, ongeacht zijn nationaliteit of zijn omstandigheden. Monogamie was de regeling die God in Eden voor de mensheid had getroffen, en Jezus Christus gaf te kennen dat in de christelijke gemeente deze regeling moest worden hersteld (Matthéüs 19:4-6). De apostel Paulus schreef onder inspiratie: „De opziener moet . . . onberispelijk zijn, de man van één vrouw” (1 Timótheüs 3:2). En met alle christenen in gedachten gaf hij de raad: „Wegens het algemeen voorkomen van hoererij moet iedere man zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man” (1 Korinthiërs 7:2). Dit laat geen ruimte voor polygamie onder ware christenen.