Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 1/5 blz. 5-7
  • Waarom God zijn oordeel nog niet heeft voltrokken

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waarom God zijn oordeel nog niet heeft voltrokken
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Een tweevoudige bijeenvergadering
  • Politieke ontwikkelingen
  • Jehovah zal het niet uitstellen — maar wat doet u?
  • Stelt God zijn oordeel uit?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Oordeelsdag
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Oordeelsdag
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Dit is een tijd van oordeel
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 1/5 blz. 5-7

Waarom God zijn oordeel nog niet heeft voltrokken

ONGEVEER twee decennia na de dood van Jezus verwachtten sommige christenen al dat Jehovah zou „komen” om zijn oordeel te voltrekken. Dit was er voor de apostel Paulus aanleiding toe hun te schrijven: „De dag van Jehovah . . . komt niet tenzij eerst de afval komt en de mens der wetteloosheid wordt geopenbaard, de zoon der vernietiging.” „Het mysterie van deze wetteloosheid” was, zoals Paulus toegaf, in zijn tijd „reeds aan het werk”, maar blijkbaar niet op zo grote schaal als noodzakelijk was, wilde het goddelijk oordeel kunnen komen. — 2 Thess. 2:2, 3, 7, 8.

Een tweevoudige bijeenvergadering

De afval, hoe zeker die ook zou komen, zou geen beletsel vormen voor Gods voornemen om 144.000 getrouwe christenen uit te kiezen die mederegeerders met zijn Zoon Jezus in de hemel zouden zijn. (Zie Openbaring 14:1-5.) Pas wanneer hun aantal volledig was en zij uiteindelijk het zegel van God hadden ontvangen, zou Jehovah’s oordeelsvoltrekking kunnen plaatsvinden. Openbaring 7:2, 3 verklaart: „Tot de vier engelen [werd gezegd]: ’Brengt geen schade toe aan de aarde noch aan de zee noch aan de bomen [door de verwoestende winden van Gods oordeel tegen de natiën los te laten] tot nadat wij de slaven van onze God in hun voorhoofd verzegeld hebben.’” Zoals wij thans weten, was dit werk nog niet voltooid toen in 1914 het Koninkrijk werd opgericht.

Derhalve kon Gods oordeelsvoltrekking niet op dat tijdstip plaatsvinden, ook al hoopten sommigen daar wel op. De uitgave van The Watch Tower van 1 januari 1914 liet ruimte voor deze ontwikkeling en verklaarde dat hoewel „1914 het laatste jaar is van wat de bijbel de ’tijden der heidenen’ noemt . . . wij er allerminst zeker van zijn dat dit jaar, 1914, zulke radicale en snelle veranderingen van bedeling te zien zal geven als wij hebben verwacht”. Toch, zo vervolgde het artikel zijn verklaring, waren christenen dankbaar omdat de bijbelse chronologie hen erop attent had gemaakt dat het goddelijk oordeel ophanden was. Er stond: „Wij geloven dat de chronologie een zegen is. Als ze ons wellicht een paar minuten of een paar uur vroeger in de ochtend gewekt heeft dan wij anders ontwaakt zouden zijn, dan zoveel te beter! De zegen is voor hen die wakker zijn.”

Tot de gezegenden zouden ook degenen behoren die in de bijbel worden beschreven als „een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natiën en stammen en volken en talen”. Pas in 1935 werd ten volle begrepen dat deze „grote schare” zou bestaan uit personen „die uit de grote verdrukking komen”, dat wil zeggen, degenen die Satans organisatie de rug toekeren en zich aan Gods zijde scharen, zodat zij Gods oordeelsvoltrekking kunnen overleven. In overeenstemming met Gods voornemen is de bijeenvergadering van deze „grote schare” nu ongeveer vijf decennia gaande. Wij kunnen verheugd zijn dat het goddelijk oordeel niet voltrokken zal worden voordat dit levenreddende werk voltooid is. — Openb. 7:9, 14.

Politieke ontwikkelingen

Ook werd voorzegd dat er bepaalde politieke ontwikkelingen zouden plaatsvinden voordat Gods oordeel voltrokken zou worden. Thans is duidelijk te zien dat de vervulling van Daniëls profetie omtrent de „twee koningen” (hfdst. 11) haar voltooiing nadert.a Op het hoogtepunt van deze vervulling zal God het oordeel voltrekken. — Vergelijk Daniël 2:44.

Hoewel de supermogendheden en hun blokken — „de koning van het zuiden” en „de koning van het noorden” — elkaar tegenstaan, zijn beide kampen vertegenwoordigd in de wereldomvattende politieke organisatie die maakt dat mensen in deze tijd „zich vol bewondering verbazen”. Hoezeer gaat dit op voor de Volkenbond na de Eerste Wereldoorlog en zijn opvolger na de Tweede Wereldoorlog, de organisatie der Verenigde Naties. — Dan. 11:40; Openb. 17:8.

Deze „twee koningen”, die ideologisch en politiek verdeeld zijn en toch terzelfder tijd „verenigd”, hebben de mond vol over het handhaven van „vrede en veiligheid” in de wereld. Ook dit is veelbetekenend, want de bijbelse profetie zegt: „Terwijl zij zeggen: ’Er heerst vrede en veiligheid’, juist dan overvalt hen plotseling het verderf.” In hoeverre deze „twee koningen” elk afzonderlijk en in samenwerking met de organisatie der Verenigde Naties in staat zullen zijn de politieke, economische, sociale en milieuproblemen in de wereld zodanig op te lossen dat ze zich gerechtigd achten deze roep te laten weerklinken, weten wij op dit ogenblik niet. — 1 Thess. 5:2, 3, Willibrordvertaling.

Wat wij wel weten, is dat de organisatie der Verenigde Naties te eniger tijd gedurende haar bestuur samen met alle lidstaten — en daarvan zijn deze „twee koningen” de meest vooraanstaande — Gods oordeel zal ondergaan en ’de vernietiging tegemoet zal gaan’. Ook weten wij dat de levensavond van het geslacht van 1914 reeds vrij vergevorderd is, zodat er slechts weinig tijd rest voor de vervulling van deze profetie. Maar wij weten bovendien — en hiervoor hebben wij de belofte van Jezus zelf — dat „dit geslacht geenszins zal voorbijgaan totdat al deze dingen gebeuren”. — Openb. 17:11; Mark. 13:30.

Jehovah zal het niet uitstellen — maar wat doet u?

Indien u de bijbel bestudeert en Jehovah’s voornemens leert kennen, stel dan het vluchten naar Gods symbolische plaats van bescherming niet uit. „Zoekt rechtvaardigheid, zoekt zachtmoedigheid”, opdat „gij verborgen [zult] worden op de dag van Jehovah’s toorn”. — Zef. 2:1-3.

Denk aan de eerste-eeuwse christenen die in 66 G.T. uit Jeruzalem vluchtten toen zij het teken herkenden dat Jezus met betrekking tot de ophanden zijnde oordeelsvoltrekking had verschaft. Allen die — om wat voor reden ook — hun vlucht hadden uitgesteld, hebben zich waarschijnlijk tot een misplaatst gevoel van zekerheid laten verleiden toen de Romeinen, die de stad omsingeld hadden en zich vervolgens onverwacht hadden teruggetrokken, niet terugkwamen. De weken groeiden uit tot maanden. De maanden groeiden uit tot jaren. Sommigen hebben wellicht gedacht dat Jehovah de voltrekking van zijn oordeel uitstelde. Maar plotseling keerden de Romeinen in 70 G.T. terug. Voor degenen die zich in de stad bevonden, was geen ontsnappen mogelijk. — Luk. 21:20-22.

Anderzijds dienen in deze tijd personen die hun leven reeds hebben opgedragen om Gods wil te doen en naar zijn veilige plaats zijn gevlucht, de vervulling van hun christelijke verplichtingen niet uit te stellen. Zij dienen zich niet te onttrekken aan het prediken van Jehovah’s oordeelsboodschap, zoals Jona probeerde toen hij de opdracht kreeg de Ninevieten voor het goddelijk oordeel te waarschuwen. Ook dienen zij zich niet, zoals hij deed, mokkend terug te trekken in inactiviteit, omdat de dingen zich niet zo hebben voltrokken als zij hadden verwacht of niet zo snel als zij hadden gehoopt. — Jona 1:1, 2; 4:2, 5, 10, 11; 2 Petr. 3:15.

Terecht verklaarde The Watch Tower van 1 juni 1906 met betrekking tot Gods oordeelsvoltrekking: „De tijd zal de goddelijke wijsheid van wat de kortzichtige mensheid meedogenloos uitstel toeschijnt, volledig aan het licht brengen . . . God heeft ons in zijn goedheid tot zijn zienswijze gebracht en ons uitgenodigd een blik in de glorierijke toekomst te werpen . . . en naarmate wij die kunnen bevatten en erin kunnen geloven, kunnen wij gerust zijn en ons erop verheugen. Maar intussen moeten wij, nu wij door dit opwekkende vooruitzicht zo barmhartig zijn verkwikt, geduldig wachten op het einde, hoe pijnlijk deze periode van wachten ook mag zijn.”

En wachten zullen wij, volstrekt overtuigd van deze waarheid: „Het zal zonder mankeren uitkomen. Het zal niet te laat komen.” — Hab. 2:3.

[Voetnoten]

a Deze profetie wordt tot in details uitgelegd in het boek „Uw wil geschiede op aarde”, in 1958 in het Engels uitgegeven door de Watchtower Bible and Tract Society of New York, Inc., en in 1961 in het Nederlands verschenen.

[Kader op blz. 6]

WAT AAN DE OORDEELSVOLTREKKING VOORAF MOET GAAN

De afval — 2 THESSALONICENZEN 2:2, 3

De verzegeling van de 144.000 — OPENBARING 7:2, 3

De bijeenvergadering van de „grote schare” voor overleving — OPENBARING 7:14

Het verschijnen van de Volkenbond en daarna de Verenigde Naties — OPENBARING 17:8

De laatste confrontatie tussen de twee grote blokken van natiën — DANIËL 11:40, 44, 45

De wereldomvattende roep „Vrede en veiligheid” — 1 THESSALONICENZEN 5:2, 3, WV

[Illustratie op blz. 7]

Petrus beschouwde Gods geduld als redding; Jona daarentegen beklaagde zich. Wiens voorbeeld zult u navolgen?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen