Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 1/5 blz. 23-26
  • Hoe de christelijke verwachting is weggeëbd

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe de christelijke verwachting is weggeëbd
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Hoe de verwachting is weggeëbd
  • De genadeslag
  • Middeleeuwse duisternis
  • Protestantse rationalisaties
  • Katholieke verwachtingen
  • De christelijke waakzaamheid is niet dood
  • Gelukkig degenen die blijken te waken!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Augustinus en „De stad Gods”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • De grote afval neemt vorm aan
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Wat is er met de christelijke waakzaamheid gebeurd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 1/5 blz. 23-26

Hoe de christelijke verwachting is weggeëbd

JEZUS droeg zijn discipelen op waakzaam uit te zien naar zijn tegenwoordigheid en de komst van zijn koninkrijk (Mark. 13:37). In de christelijke Griekse Geschriften staat een overvloed van bewijzen dat de eerste-eeuwse christenen dat zeker deden. Sommigen werden zelfs nogal ongeduldig (2 Thess. 2:1, 2). Aan de andere kant schreven Paulus, Jakobus, Petrus en Johannes allen brieven waarin zij, om een eventueel verflauwen van de christelijke verwachting te voorkomen, hun broeders aanspoorden geestelijk wakker te blijven, in geduldige afwachting van Christus’ „tegenwoordigheid” en „Jehovah’s dag”. — Hebr. 10:25, 37; Jak. 5:7, 8; 1 Petr. 4:7; 2 Petr. 3:1-15; 1 Joh. 2:18, 28.

Dit feit wordt erkend in naslagwerken die zijn uitgegeven door geschiedkundigen en theologen van de christenheid. In het uitgebreide Supplément op de gezaghebbende Franse katholieke Dictionnaire de la Bible wordt verklaard: „Het is zinloos om te trachten koste wat het kost de voortdurende verwachting van het einde te ontkennen die duidelijk uit de meeste nieuwtestamentische teksten spreekt. . . . In het vroege christendom . . . speelt de verwachting van de Parousia [tegenwoordigheid] een uiterst belangrijke rol, en men komt dit begrip door het gehele N[ieuwe] T[estament] heen tegen.”

Maar waarom proberen sommige theologen van de christenheid „koste wat het kost de voortdurende verwachting van het einde te ontkennen” die onder de vroege christenen zo duidelijk heerste? Ongetwijfeld om de staat van geestelijke lethargie te rechtvaardigen die thans duidelijk onder veel zogenaamde christenen en hun geestelijke leiders heerst. Hoe is die verandering tot stand gekomen?

Hoe de verwachting is weggeëbd

Het verflauwen van de christelijke verwachting was een van de gevolgen van de afval die zich vóór de dood van Christus’ apostelen al was gaan manifesteren. De apostel Paulus waarschuwde dat de afval binnen de christelijke gemeente in zijn tijd „reeds aan het werk” was (2 Thess. 2:3, 4, 7). Enkele jaren later waarschuwde de apostel Petrus zijn medechristenen op hun hoede te zijn voor „valse leraren” en „spotters” die zouden zeggen: „Waar is nu de beloofde tegenwoordigheid van hem? Ach wat, van de dag af dat onze voorvaders zijn ontslapen, blijven alle dingen precies zo als sedert het begin der schepping.” — 2 Petr. 2:1; 3:3, 4.

Het is interessant dat de gepaste christelijke verwachting enige tijd in stand werd gehouden door personen die in de schriftuurlijke waarheid geloofden dat Jezus’ beloofde „tegenwoordigheid” zal aankondigen dat zijn duizendjarige regering over de aarde nabij is. Justinus Martyr (gestorven ca. 165 G.T.), Irenaeus (gestorven ca. 202 G.T.) en Tertullianus (gestorven na 220 G.T.) geloofden allemaal in Christus’ Duizendjarige Rijk en raadden aan vurig naar het einde van het huidige goddeloze samenstel van dingen uit te zien.

Naarmate de tijd verstreek en de afval zich ontwikkelde, nam een denkbeeldige verwachting gebaseerd op het aan de Griekse filosofie ontleende idee van inherente menselijke onsterfelijkheid geleidelijk de plaats in van de hoop op een millennium waarin de aarde herschapen zou worden in een wereldomvattend paradijs onder Christus’ koninkrijk. De hoop op het aardse Paradijs werd vervangen door de hoop op een hemels paradijs, dat men bij de dood deelachtig zou worden. Op die manier verflauwde de christelijke verwachting van Christus’ parousia of tegenwoordigheid en van de komst van zijn koninkrijk. ’Waarom vurig uitzien naar het teken van Jezus’ tegenwoordigheid’, zo redeneerde men, ’als je mag hopen je bij de dood bij Christus in de hemel te voegen?’

Dit wegebben van de christelijke waakzaamheid was er voor afvallige christenen aanleiding toe zich te organiseren tot een goedgestructureerde kerk die het oog niet langer gericht hield op de komende parousia of tegenwoordigheid van Christus, maar veeleer op het overheersen van haar lidmaten en, zo mogelijk, van de wereld. De New Encyclopædia Britannica vermeldt: „Het [ogenschijnlijk] uitblijven van de Parousia leidde tot een verzwakking van de verwachting in de vroege kerk dat de Parousia voor de deur stond. In dit proces van het ’de-eschatologiseren’ [het verzwakken van de leer der „laatste dingen”] nam de gevestigde kerk steeds meer de plaats in van het verwachte koninkrijk Gods. Dat de Katholieke Kerk uitgroeide tot een hiërarchisch instituut houdt rechtstreeks verband met het tanen van de gespannen verwachting.”

De genadeslag

De kerk-„vader” of „leraar” die de christelijke waakzaamheid de genadeslag toebracht, was ongetwijfeld Augustinus van Hippo (354-430 G.T.). In zijn beroemde werk De civitate Dei (De stad Gods) verklaarde Augustinus: „De kerk die nu op aarde is, is zowel het koninkrijk van Christus als het koninkrijk des hemels.”

De New Bible Dictionary verklaart welk effect deze zienswijze op de katholieke theologie had: „In de rooms-katholieke theologie is een onderscheidend kenmerk de vereenzelviging van het koninkrijk Gods met de Kerk in de aardse bedeling, een vereenzelviging die voornamelijk aan Augustinus’ invloed toe te schrijven is. In de kerkelijke hiërarchie wordt aan Christus als Koning van het koninkrijk Gods gestalte gegeven. Het gebied van het koninkrijk heeft dezelfde grenzen als de macht en het gezag van de Kerk. Het koninkrijk des hemels wordt uitgebreid door de missie en de opmars van de Kerk in de wereld.”

Daarmee was elke noodzaak weggenomen om waakzaam uit te zien naar het teken dat te kennen zou geven dat Gods koninkrijk nabij was. In The New Encyclopædia Britannica bevestigt professor E. W. Benz dit met de woorden: „Hij [Augustinus] ontnam de dringendheid aan de oorspronkelijke verwachting dat de Parousia voor de deur stond door te verklaren dat het koninkrijk Gods in deze wereld reeds een aanvang heeft genomen met de stichting van de kerk; de kerk is de historische vertegenwoordigster van het koninkrijk Gods op aarde. De eerste opstanding vindt volgens Augustinus voortdurend binnen de kerk plaats in de vorm van het sacrament van het Doopsel, door middel waarvan de gelovigen toegang krijgen tot het koninkrijk Gods.”

Augustinus heeft er ook voor gezorgd dat de christenheid definitief afscheid nam van de schriftuurlijke hoop op het Duizendjarige Rijk van Jezus Christus, waarin Hij het Paradijs op aarde zal herstellen (Openb. 20:1-3, 6; 21:1-5). De Catholic Encyclopedia geeft toe: „St. Augustinus hield het uiteindelijk op de overtuiging dat er geen millennium zal zijn. . . . De sabbat van duizend jaar na de zesduizend jaar der geschiedenis, is het gehele eeuwige leven; of, met andere woorden, het getal duizend is bedoeld om volmaaktheid uit te drukken. ”De Macropædia van de Britannica (1977) voegt hieraan toe: „Voor hem [Augustinus] was het millennium een geestelijke toestand geworden die de kerk met Pinksteren collectief was binnengegaan. . . . Er werd geen spoedig bovennatuurlijk ingrijpen in de geschiedenis verwacht.” En zo werd voor katholieken de bede „uw Rijk kome” een holle frase.

Middeleeuwse duisternis

Augustinus’ uitleg werd, naar verluidt, „standaardleer in de middeleeuwen”. De christelijke verwachting bereikte dan ook een ongekend dieptepunt. Wij lezen: „In de middeleeuwse christenheid kreeg de nieuwtestamentische eschatologie een plaatsje in een dogmatisch stelsel waarvan de filosofische fundamenten eerst Platonisch [van de Griekse filosoof Plato] en, later in het westen, Aristotelisch [van de Griekse filosoof Aristoteles] waren. De traditionele opvattingen over de parousia, de opstanding en dergelijke werden gecombineerd met Griekse denkbeelden over de ziel en haar onsterfelijkheid. . . . Het middeleeuwse christendom . . . [liet] maar weinig ruimte voor de eschatologische passie. Die passie was echter niet dood; ze leefde voort in bepaalde ketterse bewegingen.” — Encyclopædia Britannica, uitgave van 1970.

De Rooms-Katholieke Kerk spreekt denigrerend over zulke „ketterse bewegingen” en noemt ze „millenarische sekten”. Haar geschiedkundigen spreken kleinerend over de „paniek rondom het jaar 1000”. Maar wiens schuld was het dat velen uit het gewone volk bang waren dat de wereld in het jaar 1000 zou vergaan? Die „paniek” was een rechtstreeks gevolg van de theologie van de katholieke „Sint” Augustinus. Hij beweerde dat Satan ten tijde van Christus’ eerste komst was gebonden. Daar Openbaring 20:3, 7 en 8 zegt dat Satan voor duizend jaar gebonden zou worden en dan zou worden „vrijgelaten . . . om de volken te verleiden” (Willibrordvertaling), is het niet verwonderlijk dat sommigen in de tiende eeuw bang waren voor wat er in het jaar 1000 zou kunnen gebeuren.

Natuurlijk veroordeelde de officiële Rooms-Katholieke Kerk deze „paniek”, zoals ze ook de cisterciënzer abt Joachim van Fiore veroordeelde, die zei dat het einde van het christelijke tijdperk in het jaar 1260 zou komen. Ten slotte, in 1516, bij het vijfde Lateraans concilie, verbood paus Leo X elke katholiek officieel, te voorspellen wanneer de antichrist en het laatste oordeel zullen komen. Overtreding van die wet werd met excommunicatie bestraft!

Protestantse rationalisaties

In theorie had de 16de-eeuwse Reformatie met haar zogenaamde terugkeer tot de bijbel een opleving van de christelijke verwachting te zien moeten geven. En een tijdlang was dat ook zo. Maar ook in dit opzicht, zoals in zoveel andere, heeft de Reformatie haar beloften niet waargemaakt. Ze heeft geen terugkeer betekend naar het ware bijbelse christendom. De uit de Reformatie geboren protestantse kerken verloren al snel hun christelijke waakzaamheid en kwamen tot een vergelijk met de huidige wereld.

Wij lezen: „De reformatorische kerken werden echter al spoedig gevestigde territoriale [nationale] kerken, die op hun beurt het uitzien naar de eindtijd de kop indrukten, en zo werd de leer der ’laatste dingen’ een aanhangsel bij de dogmatiek.” „In het religieuze liberalisme dat tegen het einde van de achttiende en gedurende de gehele negentiende eeuw vooral onder protestanten en joden opkwam, was geen ruimte voor eschatologie. Ze werd beschouwd als een onderdeel van de ruwe, primitieve, verouderde opschik der traditionele religie die in een tijdperk van verlichting niet langer aanvaardbaar was. In de meeste gevallen werden de eschatologische denkbeelden geheel en al prijsgegeven en werd een simpele onsterfelijkheid van de ziel na de dood als het einde van de mens gepresenteerd. Andere theologen herinterpreteerden de verwachting van het koninkrijk Gods in ethische, quasi-mystieke of sociale termen.” — Encyclopædia Britannica.

Zo hebben de protestantse theologen, in plaats van christenen te helpen waakzaam uit te zien naar Christus’ tegenwoordigheid en de komst van Gods koninkrijk, de ware christelijke verwachting weggeredeneerd. Voor velen van hen „werd het koninkrijk Gods . . . steeds sterker iets dat in individualistische termen opgevat moest worden; het is de heerschappij van genade en vrede in het hart van mensen”. Voor anderen „bestaat de komst van het koninkrijk in het voortschrijden der sociale rechtvaardigheid en ontwikkeling van de gemeenschap”. — The New Bible Dictionary (protestants).

Katholieke verwachtingen

Zeker in theorie dienen katholieken geestelijk waakzaam uit te zien naar Christus’ tegenwoordigheid. Niettegenstaande Augustinus’ theologie, die voor katholieken een eind maakte aan de Koninkrijksverwachting en de hoop op het millennium, omvat het dogma van de Rooms-Katholieke Kerk nog steeds de christelijke plicht om waakzaam uit te zien naar Christus’ wederkomst. Zo zond de Vaticaanse Congregatie van de Geloofsleer de katholieke bisschoppen overal ter wereld een door paus Johannes Paulus II goedgekeurde brief, gedateerd 17 mei 1979, waarin werd verklaard: „In overeenstemming met de Schrift wacht de Kerk op ’de glorierijke manifestatie van Onze Heer Jezus Christus’.”

Dat is de leer van de Katholieke Kerk in theorie. Maar hoe vaak hoort de gemiddelde katholiek in de praktijk zijn priester prediken over de noodzaak waakzaam uit te zien naar Christus’ tegenwoordigheid en de komst van Gods koninkrijk? Het is interessant dat de bovenaangehaalde brief van de Romeinse Curie juist ten doel had „het geloof van christenen op punten waarover twijfel is gerezen, te sterken”. Maar waarom is er bij zogenaamde christenen twijfel gerezen over Christus’ wederkomst? Zou het antwoord kunnen liggen in de volgende citaten uit The New Encyclopædia Britannica? „Lange tijd heeft de kerk de leer over het gehele terrein der laatste dingen veronachtzaamd.” „Sedert de Reformatie is de Roomse Kerk nagenoeg immuun geweest voor eschatologische bewegingen.”

De christelijke waakzaamheid is niet dood

De christelijke verwachting is binnen de kerken der christenheid weggeëbd omdat ze de duidelijke bijbelse waarheden vaarwelzeiden en liever de Griekse filosofie en de theologie van „Sint” Augustinus aanhingen. Uit het volgende artikel zal blijken dat Gods ware dienstknechten altijd in de verwachting van Christus’ tegenwoordigheid hebben geleefd en dat er thans een volk bestaat dat door de jaren heen zijn christelijke waakzaamheid heeft bewezen en een prachtige hoop heeft herontdekt die ook de uwe kan zijn. Lees alstublieft verder en vraag dan een van Jehovah’s Getuigen om u te helpen waakzaam uit te zien naar de verwezenlijking van die bijbelse hoop.

[Inzet op blz. 23]

„Het is zinloos om . . . de voortdurende verwachting van het einde te ontkennen die duidelijk uit de meeste nieuwtestamentische teksten spreekt”

[Illustratie op blz. 24]

Augustinus was van mening dat de kerk op aarde het koninkrijk van Christus is

[Illustratie op blz. 25]

Paus Leo X verbood elke katholiek te voorspellen wanneer het laatste oordeel zou komen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen