Vragen van lezers
◼ Zou het verkeerd zijn tabaksloze sigaretten te roken als hulpmiddel om de tabaksverslaving te overwinnen?
Er zijn een aantal redenen waarom dit dient te worden vermeden door personen die schriftuurlijke raad willen toepassen en leden van de christelijke gemeente willen zijn.
Velen die verslaafd waren aan het roken, en met name aan het verdovende middel nicotine in tabak, hebben geprobeerd met de gewoonte te breken. Een van de methoden is die van de vervanging geweest — het roken van sigaretten die zijn vervaardigd uit ander plantaardig materiaal, dat geen nicotine bevat. Dit zou om de volgende reden zeer wenselijk kunnen schijnen: De roker vermijdt de nicotine, maar de spanning die het breken met een langdurige gewoonte meebrengt, lijkt minder erg omdat hij nog steeds iets kan vasthouden en roken, namelijk een sigaret zonder tabak.
Om te kunnen begrijpen waarom dit voor christenen niet kan, moedigen wij ertoe aan eens na te denken over enige van de redenen waarom Jehovah’s Getuigen niet roken.
Ten eerste is de wijdverbreide gewoonte tabak te roken — in sigaret, pijp of sigaar — in strijd met wat de apostel Paulus aan de gemeente in Korinthe schreef: „[We] moeten . . . ons, dierbare vrienden, schoonwassen van alles wat ons naar ziel en lichaam bevuilt” (2 Korinthiërs 7:1, GNB). Vlak voor deze woorden had Paulus gesproken over religieuze activiteiten die neerkwamen op ’het aanraken van het onreine’ (2 Korinthiërs 6:17). Vervolgens weidde hij over de kwestie uit met zijn commentaar in 2 Korinthiërs 7:1, dat van toepassing is op iedere activiteit die een christen moreel, geestelijk of lichamelijk zou bevuilen. Dat beginsel is beslist van toepassing op de betrekkelijk moderne gewoonte tabak te gebruiken.
Waarschijnlijk hebt u bij tabaksgebruikers wel eens de vlekken op hun vingers en tanden gezien, en vermoedelijk bent u op de hoogte van de zwarte, vervuilde staat waarin de longen van rokers verkeren. Hun gewoonte is onrein en brengt hun gezondheid en leven ernstig in gevaar. Maar schuilt het kwaad uitsluitend in het roken van tabak? Stellig niet. Zelfs al rookt iemand geregeld sigaretten van een andere plant — of het nu marihuana, sla, maïs of iets anders is: dag in dag uit rook inhaleren is en blijft onnatuurlijk. Bent u het er niet mee eens dat het geregeld inhaleren van elke soort rook de longen bevuilt en vermoedelijk de gezondheid in gevaar brengt? Dus of de rook nu afkomstig is van tabak, marihuana of een of andere nicotinevrije sigaret, roken is eenvoudig ongepast voor mensen die in overeenstemming met de raad in 2 Korinthiërs 7:1 willen leven. — Vergelijk Romeinen 12:1.
Ook kan niet gezegd worden dat iemand naastenliefde aan de dag legt jegens zijn gezin en het gezelschap waarin hij verkeert als hij hen dwingt zijn rook in te ademen, zelfs al is die van iets anders dan tabak afkomstig. — Markus 12:31.
Bovendien is het roken van tabak zo algemeen dat wanneer men iemand een sigaret, sigaar of pijp ziet roken, het nauwelijks een overijlde conclusie mag heten als men aanneemt dat het tabak is. Dus zelfs indien iemand zich tot nicotinevrije sigaretten zou beperken, zouden waarnemers heel goed tot struikelen kunnen worden gebracht of de conclusie kunnen trekken dat Jehovah’s Getuigen niet consequent zijn in het vermijden van de bevuilende, voor de gezondheid schadelijke tabaksgewoonte. — Lukas 17:1, 2.
Velen die thans reine, gezonde christelijke dienstknechten van Jehovah zijn, hebben de tabaksgewoonte kunnen overwinnen zonder over te stappen op een andere vorm van roken. Nuttige informatie hierover is te vinden in het artikel „Die zwakheden kunnen worden overwonnen” in De Wachttoren van 15 januari 1983.