Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w85 1/3 blz. 23-27
  • ’Gij moet eigenlijk leraren zijn’

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • ’Gij moet eigenlijk leraren zijn’
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • De leraar . . .
  • . . . en zijn manier van onderwijzen
  • De kunst van onderwijzen ontwikkelen
    Handleiding voor de Theocratische Bedieningsschool
  • Onderwijzer, onderwijs
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderwijs met inzicht en overredingskracht
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1999
  • Volg de Grote Onderwijzer na
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2002
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1985
w85 1/3 blz. 23-27

’Gij moet eigenlijk leraren zijn’

’Een slaaf van de Heer moet bekwaam zijn om te onderwijzen.’ — 2 TIMÓTHEÜS 2:24.

1, 2. Op welke in het oog springende wijze moeten christenen Jezus navolgen?

OP EEN lentedag in het jaar 31 G.T. hield Jezus in de open lucht een toespraak voor een groot, gemengd publiek dat was bijeengekomen om naar zijn onderwijs te luisteren. Hij sprak zonder behulp van een moderne geluidsinstallatie, maar trok profijt van de natuurlijke akoestiek van een berghelling om zich verstaanbaar te maken. En wat hij zei, was verbazingwekkend. Nadat hij zijn toespraak had beëindigd, waren zijn toehoorders het erover eens dat zij nog nooit zo iets hadden gehoord. Het verslag vertelt ons: „De scharen [stonden] versteld . . . over zijn manier van onderwijzen” (Matth. 7:28). Bij deze en vele andere gelegenheden gaf Jezus er blijk van dat hij werkelijk een meesteronderwijzer was.

2 Bovendien zei hij tot zijn volgelingen dat ook zij leraren zouden zijn. Hij zei: „Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën . . . en leert hun onderhouden alles wat ik u geboden heb” (Matth. 28:19, 20). Ook de apostel Paulus legde er de nadruk op dat christenen een verantwoordelijkheid hadden om onderwijs te geven. Tot de Hebreeuwse christenen zei hij: „Gij [moest] eigenlijk leraren . . . zijn met het oog op de tijd” (Hebr. 5:12). En aan Timótheüs zei hij: „Een slaaf van de Heer behoeft echter niet te strijden, maar moet vriendelijk zijn jegens allen, bekwaam om te onderwijzen.” — 2 Tim. 2:24.

3. Op welke terreinen kan er van een christen worden verlangd onderwijs te geven?

3 Waarom deze nadruk op het geven van onderwijs? Welnu, christenen moeten weten hoe zij onderwijs dienen te geven wanneer zij van huis tot huis en op straat prediken, of wanneer zij belangstellende personen opnieuw bezoeken en met hen de bijbel bestuderen. Zij proberen al hun contacten met andere mensen aan te grijpen als gelegenheden om te onderwijzen. (Zie Johannes 4:7-15.) Bovendien moet een christelijke bedienaar onderwijs geven wanneer hij in de Koninkrijkszaal de gemeente toespreekt, of wanneer hij op persoonlijke basis raad geeft. Aan rijpe vrouwen wordt de raad gegeven „het goede” te onderwijzen aan jongere vrouwen (Tit. 2:3-5). Ook christelijke ouders proberen hun kinderen „in het strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah” groot te brengen, hetgeen grote onderwijsbekwaamheid vergt (Ef. 6:4; Deut. 6:6-8). Geen wonder dat de apostel Paulus zei dat een christen „bekwaam om te onderwijzen” moet zijn!

4, 5. Waardoor worden wij geholpen om goede onderwijzers te worden?

4 Maar onderwijzen is niet gemakkelijk. Het is een kunst (2 Tim. 4:2). Hoe kunnen christenen, onder wie „niet veel wijzen naar het vlees” zijn, deze kunst aankweken? (1 Kor. 1:26) Dit kan alleen met Jehovah’s hulp gedaan worden (Matth. 19:26). Jehovah geeft wijsheid aan degenen die erom vragen (Jak. 1:5). Zijn heilige geest ondersteunt degenen die zijn wil trachten te doen, en hij heeft ons de bijbel gegeven, een boek dat ’nuttig is om te onderwijzen’ en dat ons kan helpen ’volledig toegerust te zijn tot ieder goed werk’, met inbegrip van het geven van onderwijs. — 2 Tim. 3:16, 17.

5 De bijbel helpt ons om betere onderwijzers te worden, vooral omdat daarin een nauwkeurig verslag opgetekend staat over de bediening van Jezus, wiens onderwijsbekwaamheden zijn tijdgenoten zo versteld deden staan (Mark. 1:22). Indien wij vernemen wat hem tot zo’n goede onderwijzer maakte, kunnen wij trachten hem te imiteren. Feitelijk moeten wij met betrekking tot deze kwestie van onderwijs geven, twee aspecten beschouwen: de hoedanigheden van de leraar zelf en de manier waarop hij onderwijst. Laten wij eens zien hoe dit in het geval van Jezus zo was en wat wij uit zijn voorbeeld kunnen leren.

De leraar . . .

6. Wat is één aspect van Jezus’ onderwijs dat wij vooral dienen na te volgen? Waarom?

6 Bij één gelegenheid zei Jezus: „Wat ik leer, is niet van mij, maar behoort hem toe die mij heeft gezonden” (Joh. 7:16). Een andere keer zei hij: „Ik [doe] niets uit mijzelf . . .; maar deze dingen spreek ik, zoals de Vader mij heeft geleerd” (Joh. 8:28). Aldus vestigde Jezus de aandacht op zijn hemelse Vader. Ofschoon hij de Messías was, werd hij gedreven door het verlangen Jehovah’s naam, niet zijn eigen naam, te verheerlijken (Matth. 6:9; Joh. 17:26). Deze nederige houding droeg ertoe bij Jezus tot een in het oog springende leraar te maken. Christelijke onderwijzers in deze tijd moeten insgelijks nederig zijn. Hun beweegreden is niet zichzelf als leraar te verheerlijken, maar alle lof te doen toekomen aan Jehovah als de Auteur van hetgeen zij onderwijzen. Aldus worden hun leerlingen dienstknechten van God en geen discipelen van een of ander mens. — Vergelijk Handelingen 20:30.

7, 8. (a) Welke voortreffelijke houding ten aanzien van de waarheid bezat Jezus? (Ps. 119:97) (b) Hoe zal een soortgelijke houding onze onderwijsbekwaamheid verbeteren?

7 Beschouw vervolgens dat Jezus kwam om „getuigenis af te leggen van de waarheid”, en dat hij heel goed op de hoogte was van datgene waarover hij het had (Joh. 17:17; 18:37). Zelfs op de leeftijd van twaalf jaar was hij zeer geïnteresseerd in schriftuurlijke zaken (Luk. 2:46, 47). Het is duidelijk dat Jezus de waarheid liefhad (Ps. 40:8). Dit diepe begrip van de waarheid en de liefde ervoor overtuigden Jezus ervan dat anderen zijn boodschap moesten horen, en hij was vastbesloten die boodschap zo doeltreffend mogelijk te onderwijzen. — Joh. 1:14; 12:49, 50.

8 Hoe staat het met ons? Waarschijnlijk weten wij heel wat over de waarheid, maar hebben wij de waarheid ook lief? Besteden wij tijd aan studeren ten einde de waarheid bekwamer te kunnen hanteren? Vinden wij het fijn om er met anderen over te spreken? Naarmate onze kennis van de waarheid zich verdiept, zal onze liefde ervoor groeien en zal ook ons enthousiasme om de waarheid met anderen te delen, toenemen. De psalmist verklaarde de man gelukkig wiens „lust is in de wet van Jehovah, en in diens wet leest hij dag en nacht met gedempte stem”. Over zo’n man zegt de bijbel dat „al wat hij doet, zal gelukken”, met inbegrip van het geven van onderwijs. — Ps. 1:1-3.

9. Welke andere hoedanigheid van Jezus droeg tot zijn voortreffelijke onderwijsbekwaamheid bij?

9 Doch louter het feit dat wij goed op de hoogte zijn van een onderwerp zal ons niet noodzakelijkerwijs tot bekwame onderwijzers maken. Toen u nog op school zat, had u misschien een leraar die zijn onderwerp weliswaar goed beheerste maar toch een slechte onderwijzer was. Hoe kwam dat? Misschien schoot hij te kort in een hoedanigheid die Jezus in grote mate bezat: diepe liefde en bezorgdheid voor anderen. Het bericht vertelt ons wat bij een bepaalde gelegenheid Jezus’ reactie was: „Bij het zien van de scharen had [Jezus] medelijden met hen, omdat zij gestroopt en heen en weer gedreven waren als schapen zonder herder” (Matth. 9:36). Hij was nooit te moe of had het nooit te druk om anderen te helpen (Joh. 4:6-26). Hij was vriendelijk, zachtaardig en geduldig ten aanzien van hun zwakheden. Hij wilde helpen (Luk. 5:12, 13). Indien een christelijke onderwijzer in deze tijd succes wil hebben, moet hij deze zelfde hoedanigheden bezitten.

10. Waarom speelt een goed voorbeeld een belangrijke rol bij het geven van succesvol onderwijs?

10 Merk ook een vierde punt op waardoor Jezus zich als een leraar onderscheidde. „Hij heeft geen zonde begaan, noch werd er bedrog in zijn mond gevonden” (1 Petr. 2:22). Hij deed niets waardoor afbreuk aan zijn onderwijs werd gedaan. Is dit in ons geval ook zo? Paulus schreef aan de Romeinen: ’Gij echter die een ander onderwijst „steel niet”, steelt gij?’ (Rom. 2:21) Is het, om in dezelfde trant te blijven, dan ook zo dat de ouderling die de gemeente over de belangrijkheid van de velddienst onderwijst, zelf actief is in de velddienst? Volgt degene die een lezing houdt waarin hij tot het lezen van de bijbel aanmoedigt, zelf een programma voor bijbellezen? In sommige situaties kan een tegenstander alleen al door iemands gedrag, zonder woorden, „gewonnen” worden (1 Petr. 3:1). Daden kunnen inderdaad luider spreken dan woorden. Indien onze daden in tegenspraak zijn met onze woorden, zal een leerling het verschil beslist gauw opmerken en zal ons onderwijs waarschijnlijk vergeefs zijn.

11. Welk verdere aspect van onderwijzen wordt hier besproken?

11 Het verlangen van de onderwijzer om Jehovah te loven, zijn begrip van de waarheid en zijn liefde ervoor, zijn vriendelijke bezorgdheid voor anderen en zijn goede voorbeeld zijn allemaal uiterst belangrijke factoren waardoor wordt bepaald of hij een goede onderwijzer is. Oprechte leerlingen worden sterk aangetrokken door zulke hoedanigheden, ook al beschikt de leraar niet over een bijzondere onderwijsstijl en -techniek. Niettemin is onderwijzen werkelijk een kunst, en door een studie te maken van onderwijsmethoden en onderwijstechnieken kan onze manier van onderwijzen verbeterd worden. Beschouw eens enkele van de technische aspecten van Jezus’ onderwijs en zie eens of ze u kunnen helpen een betere onderwijzer te zijn.

. . . en zijn manier van onderwijzen

12. (a) Welk kenmerk van Jezus’ onderwijs treedt in Matthéüs 5:3-12 op de voorgrond? (b) Hoe zou u dit kenmerk kunnen toepassen om uw eigen onderwijsbekwaamheid te verbeteren?

12 Ten einde te ontdekken wat de specifieke kenmerken van Jezus’ onderwijs waren, nodigen wij u uit voor uzelf de eerste paar verzen van zijn Bergrede te lezen (Matth. 5:3-12). Wat valt u onmiddellijk op? Welnu, Jezus koos zijn woorden zorgvuldig. De opeenvolgende korte zinnen die worden ingeleid met de woorden „Gelukkig zijn . . . ” vormen een gedenkwaardige inleiding. Maar merk ook het volgende op: Hij gebruikt geen gecompliceerde, hoogdravende woorden of zinnen. De waarheden die worden geuit, zijn diep maar ze worden op een eenvoudige wijze onder woorden gebracht. Hier is een geheim van doeltreffend onderwijs: EENVOUD. Lees ook de rest van Jezus’ toespraak door en neem nota van enkele andere voorbeelden van diepe waarheden die op een eenvoudige en duidelijke wijze onder woorden worden gebracht (Matth. 5:23, 24, 31, 32; 6:14; 7:12). Laat er vervolgens eens uw gedachten over gaan hoe u enkele diepe waarheden, zoals misschien de tijden der heidenen of waarom er in de bijbel zowel over een hemelse als een aardse hoop wordt gesproken, op eenvoudige wijze zou kunnen verklaren.

13, 14. Hoe verlevendigden illustraties Jezus’ woorden?

13 Lees nu Matthéüs 5:14-16. Jezus moedigt zijn nederige toehoorders ertoe aan door hun voortreffelijke woorden en daden de waarheid alom te verbreiden. Misschien heeft deze gedachte hen wel verrast. In die tijd werden immers de schriftgeleerden en Farizeeën als de leraren van de joodse natie beschouwd. Maar Jezus liet het punt goed uitkomen, zodat het zijn toehoorders heel redelijk in de oren klonk. Hoe deed hij dit? Door een meesterlijke illustratie te gebruiken. Hier is een door Jezus vaak gebruikt, waardevol hulpmiddel bij het geven van onderwijs: ILLUSTRATIES.

14 Waarom illustraties? Omdat onze geest het beste in beelden denkt. En door bekende dingen als uitgangspunt te nemen, kunnen illustraties geestelijke zaken gemakkelijker te begrijpen maken. Zo vergeleek Jezus Jehovah, de Hoorder van gebeden, met een vader die zijn kinderen goede dingen geeft. Het moeilijke pad des levens werd beschreven als een nauwe poort die toegang gaf tot een smalle weg. Valse profeten werden vergeleken met wolven die zich als schapen vermommen of met bomen die rotte vruchten voortbrengen (Matth. 7:7-11, 13-21). Deze uit het leven gegrepen illustraties verlevendigden Jezus’ woorden. Zijn lessen werden gedenkwaardig, onvergetelijk.

15. Geef enkele voorbeelden van de wijze waarop christenen in deze tijd illustraties kunnen gebruiken om hun onderwijs te verbeteren.

15 Christelijke onderwijzers in deze tijd maken insgelijks gebruik van illustraties ten einde nieuwe ideeën aanvaardbaarder voor anderen te maken. Sommigen hebben de onredelijkheid van de leer van het hellevuur geïllustreerd door te vragen hoe de toehoorder zou denken over een ouder die zijn ongehoorzame kind zou straffen door diens hand in een vuur te houden. De waarheid dat betrekkelijk weinigen van de mensheid naar de hemel gaan, terwijl de meesten de hoop koesteren voor eeuwig op aarde te leven, kan worden geïllustreerd door uiteen te zetten dat in een land slechts enkelen deel uitmaken van de regering, terwijl de meesten zich verheugen in de voordelen waarin door die regering wordt voorzien. Maar een illustratie dient gewoonlijk ontleend te worden aan zaken waarmee de toehoorder vertrouwd is. Er dient geen uitvoerige uitleg van de illustratie nodig te zijn, noch dient ze zo lang te zijn dat het punt waar het om gaat, overschaduwd wordt.

16. Wat voor illustraties zijn vooral levendig?

16 Vergeet niet dat illustraties ook visueel kunnen zijn. Toen aan Jezus werd gevraagd of het geoorloofd was belasting aan caesar te betalen, vroeg hij om een geldstuk, een denarius, en gebruikte deze ter illustratie van zijn antwoord (Matth. 22:17-22). Toen hij de noodzaak van nederigheid beklemtoonde, illustreerde hij het punt door een jong kind bij zich te roepen (Matth. 18:1-6). En toen hij over algehele toewijding sprak, wees hij op een weduwe die alles wat zij bezat — twee kleine geldstukken — aan de tempelschatkist gaf (Mark. 12:41-44). Zo vinden ook sommige sprekers op christelijke bijeenkomsten in de Koninkrijkszaal een schoolbord, platen, kaarten en dia’s zeer nuttig, terwijl op huisbijbelstudies gedrukte illustraties of andere hulpmiddelen gebruikt kunnen worden. Visuele illustraties zijn veel doeltreffender dan enkel woorden.

17. Noem nog een onderwijsmethode waarvan Jezus zich heel dikwijls bediende.

17 Lees ten slotte hoe Jezus de Farizeeën van repliek diende bij de gelegenheid die in Matthéüs 12:10-12 staat opgetekend. Merk op hoe bekwaam hij een zeer sluwe vraag beantwoordde. Ja, hij gebruikte een illustratie, maar hebt u opgemerkt hoe hij die inkleedde? In de vorm van een vraag. Aldus hielp hij zijn toehoorders op bekwame wijze de sabbat op een evenwichtiger wijze te bezien. VRAGEN zijn dus nog een door Jezus gebruikt, zeer waardevol hulpmiddel bij het geven van onderwijs. Merk op hoe Jezus gebruik maakte van vragen om zijn toehoorders tot nadenken te brengen en tegenstanders te dwingen hun positie opnieuw te beschouwen. — Matth. 17:24-27; 21:23-27; 22:41-46.

18. Geef enkele voorbeelden van de wijze waarop christenen in deze tijd gebruik kunnen maken van vragen bij het bespreken van leerstellingen.

18 Christenen in deze tijd kunnen insgelijks gebruik maken van vragen. Wanneer bijvoorbeeld iemand die in de Drieëenheid gelooft, Matthéüs 28:18 aanhaalt om te bewijzen dat Jezus almachtig en daarom gelijk aan God is, hebben ervaren onderwijzers het nuttig gevonden vragen te gebruiken om hem te helpen dit punt te beredeneren. Wij zouden misschien kunnen vragen: ’Indien alle autoriteit aan Jezus werd gegeven, zoals het vers zegt, wie gaf hem die autoriteit dan? En wat was Jezus’ positie voordat hem alle autoriteit werd gegeven?’ Aldus wordt de drieëenheidsaanhanger geholpen die schriftplaats in een nieuw licht te zien. Zo kan ook iemand die in het hellevuur gelooft, de gelijkenis van de rijke man en Lazarus aanhalen om te trachten te bewijzen dat er een vurige hel bestaat (Luk. 16:19-31). Vragen die hem kunnen helpen, zijn bijvoorbeeld: Waar ging de arme man naar toe toen hij stierf? Als hij naar de hemel is gegaan, betekent dit dan dat iedereen in de hemel aan de boezem van Abraham ligt? Wat deed Abraham daar bovendien, aangezien Jezus zei dat er tot op Zijn tijd geen mens naar de hemel was opgestegen? (Joh. 3:13) Zulke vragen zouden een hulp zijn om aan te tonen dat de in de gelijkenis beschreven toestand van de arme man na zijn dood symbolisch moet zijn. Derhalve was de toestand waarin de rijke man zich bevond nadat hij was ’gestorven’, eveneens symbolisch en moet die niet letterlijk worden opgevat — vooral met het oog op datgene wat andere schriftplaatsen over de hel zeggen. — Pred. 9:10.a

19. Waarom zijn vragen zo waardevol in alle situaties waarbij onderwijs wordt gegeven?

19 Door een leerling vragen te stellen, heeft hij een aandeel aan het onderwijsproces. Zelfs retorische vragen (waarbij de spreker geen antwoord van zijn toehoorders verwacht) stimuleren het denken van de toehoorder. Merk Jezus’ gebruik van retorische vragen in Matthéüs 11:7-11 op. Vragen zijn ook nog in een ander opzicht nuttig. Vaak moeten wij weten wat iemand denkt voordat wij hem kunnen helpen. Aangezien wij, in tegenstelling tot Jezus, geen harten kunnen lezen, is er slechts één manier om deze inlichtingen te verkrijgen: door goed doordachte vragen te stellen. — Spr. 18:13; 20:5.

20. Wat zijn de beloningen indien wij ’voortdurend aandacht schenken aan onszelf en aan ons onderwijs’? (1 Tim. 4:16)

20 Ja, onderwijzen is een kunst. Om deze kunst aan te kweken, moet de onderwijzer hoedanigheden in zichzelf ontwikkelen en zich erop toeleggen te leren hoe te onderwijzen. Hoewel het niet gemakkelijk is, kan deze kunst worden aangekweekt. Maar om een christen te zijn, moet men een onderwijzer zijn. Bij het voldoen aan zo veel christelijke verplichtingen komt onderwijs te pas. Daarom doen wij er goed aan Paulus’ raad toe te passen: „Schenk voortdurend aandacht aan uzelf en aan uw onderwijs.” Zeker, sommigen zijn wat dit betreft van nature meer begiftigd dan anderen. Maar allen kunnen succesvol onderwijzen indien zij zich erop toeleggen en voor hulp naar Jehovah opzien. Indien zij dit doen, zijn de beloningen buitengemeen groot. Paulus vervolgde dan ook met te zeggen: „Blijf bij deze dingen, want door dit te doen, zult gij zowel uzelf redden als hen die naar u luisteren.” — 1 Tim. 4:16.

Andere aspecten van dit onderwerp zullen in een volgende uitgave worden beschouwd, onder de titel: Nieuwelingen naar Gods organisatie leiden.

[Voetnoten]

a Zie de New World Translation Reference Bible, voetnoot; ook Appendix 4B.

Weet u het antwoord?

◻ Welke hoedanigheden hielpen Jezus een goede onderwijzer te zijn?

◻ Hoe zullen deze hoedanigheden ons helpen?

◻ Waarom is eenvoud belangrijk voor een onderwijzer?

◻ Waarom zal het gebruik van illustraties en vragen ons onderwijs verbeteren?

[Illustratie op blz. 23]

Jezus verschilde van de religieuze leiders in zijn manier van onderwijzen

[Illustratie op blz. 25]

Net als Jezus gebruiken christenen in deze tijd alle gelegenheden om te onderwijzen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen