Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w84 1/11 blz. 3-5
  • Hoe innig is uw band met God?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoe innig is uw band met God?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Nadert tot God”
  • Wat het betekent God te „kennen”
  • ’Nader tot God’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2002
  • Hoe kun je God als persoon leren kennen?
    Vragen over de Bijbel
  • Kun je echt dicht ‘tot God naderen’?
    Nader dicht tot Jehovah
  • Hoe krijgt u een band met God?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2000
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
w84 1/11 blz. 3-5

Hoe innig is uw band met God?

RAPHAËL, drie jaar oud, begon zijn gebedje eenvoudig met: „Jehovah, hoe gaat het met u?” Hoewel wij zo’n aanhef bij volwassenen niet kunnen aanmoedigen, roept de kinderlijke oprechtheid van dit kereltje toch een glimlach te voorschijn. Het gaat erom dat Raphaël duidelijk een innige band met God heeft. Voor hem is God meer dan een abstracte kracht. Hij is een echte persoon. Is God ook voor u zo echt, zo dichtbij?

Is het niet vreemd dat veel mensen die beweren in God te geloven, nooit proberen meer over hem te weten te komen of een innige band met hem te ontwikkelen? Sommigen worden er door een hoogmoedige houding van weerhouden een innige band met God te ontwikkelen. Gods „ogen zijn tegen de hoogmoedigen”, zei koning David (2 Samuël 22:28). Anderen zijn zo bescheiden en bedeesd dat de gedachte dat het mogelijk zou zijn een band met God te hebben, niet bij hen opkomt. De hoogmoedigen zullen kinderlijke ontvankelijkheid moeten aankweken. Jezus zei: „Voorwaar, ik zeg u: Indien gij u niet omkeert en wordt als jonge kinderen, zult gij het koninkrijk der hemelen geenszins binnengaan” (Matthéüs 18:2-4). En de al te bescheidenen zouden misschien gebaat zijn met iets meer van de kinderlijke houding die Raphaël in staat stelt zo onbeschroomd tot God te naderen.

Maar ook al is de juiste houding een goed begin, er is meer nodig om werkelijk een innige band met God te hebben. Allereerst moet u zich van hem bewust zijn. Wordt u, wanneer u naar Gods wonderbare scheppingswerken kijkt, ertoe bewogen aan hem te denken, hem te loven en te danken zoals de psalmist David deed? Hij vroeg: „Wanneer ik uw hemel zie, het werk van uw vingers, de maan en de sterren die gij hebt bereid, wat is dan de sterfelijke mens, dat gij aan hem denkt, en de zoon van de aardse mens, dat gij voor hem zorgt?” (Psalm 8:3, 4) Wanneer u met waardering over Gods schepping mediteert, zal de band van liefde tussen u en God beslist sterker worden.

„Nadert tot God”

Twee goed gerichte magneten trekken elkaar aan. Hoe dichter ze naar elkaar toe worden bewogen, des te sterker is die aantrekkingskracht. Iets dergelijks kan gebeuren in onze verhouding met God, want de discipel Jakobus zegt: „Nadert tot God en hij zal tot u naderen.” — Jakobus 4:8.

Eén manier om tot God te ’naderen’, is meer over hem te weten te komen (Johannes 17:3). Alleen door de bijbel te bestuderen, kan men zijn naam, Jehovah, en de waarheid over zijn voornemen met de aarde en zijn eigenschappen zoals liefde, wijsheid, gerechtigheid en macht leren kennen (Psalm 83:18). ’Maar,’ zou u kunnen zeggen, ’ik weet al dat God almachtig, volstrekt rechtvaardig en vol wijsheid en liefde is.’ Betekent dat op zichzelf echter dat u de ware kennis omtrent God bezit en dat u voldoende over hem weet? Dat hoeft niet zo te zijn.

Uiteenzettingen over God en zijn hoedanigheden kunnen op zichzelf genomen tamelijk nietszeggend klinken, vooral indien u geen aanknopingspunt hebt in uw eigen ervaring. Hoe zou bijvoorbeeld iemand die van zijn geboorte af doof is, kunnen bevatten wat „luid” en „zachtjes” betekent? Hoe kan hij het verschil weten tussen het getjilp van een mus en het gekoer van een duif als hij niet bij machte is ze met elkaar te vergelijken? Zo kan het ook zijn dat de uitspraak „God is liefde” op zichzelf genomen niets anders lijkt dan de constatering van een nuchter feit (1 Johannes 4:8). Maar om zowel mentaal als emotioneel een volledig beeld van Gods liefde te krijgen, moet men beschouwen hoe die liefde jegens de mensheid tot uiting is gekomen (Johannes 3:16). Ook moet men Gods liefde in verband kunnen brengen met eigen ervaringen. „Proeft en ziet dat Jehovah goed is”, zei de psalmist (Psalm 34:8). Wanneer iemand dit doet, moet hij zich wel tot God aangetrokken voelen.

Kleine Larry vroeg eens, terwijl hij zijn vader aanstaarde: „Ik weet wel dat ik meer van Jehovah moet houden dan van iets anders, maar hoe kan ik nu meer van hem houden dan van jou? Jou kan ik zien en ik houd van je, maar Jehovah kan ik niet zien.” De vader stelde het ventje gerust door uit te leggen dat zo’n gevoel in het begin heel gewoon is. En het kind kreeg de verzekering dat hij, als hij eenmaal geleerd had wat de bijbel over Jehovah’s wonderbare hoedanigheden en werken zegt, en persoonlijk Gods liefderijke zorg zou hebben ervaren, een inniger band met Jehovah zou kunnen krijgen dan met wie maar ook! (Matthéüs 22:37, 38) Dat geldt voor ieder van ons die de tijd neemt om meer over Jehovah God te weten te komen.

Wat het betekent God te „kennen”

Wij gebruiken het woord „kennen” dikwijls als wij bedoelen dat wij iemand wel eens vluchtig ontmoet hebben of misschien alleen maar herkennen. ’Als ik me niet vergis, ken ik die man’, hebben wij misschien wel eens gezegd. Wij zeggen dit soms al als wij alleen maar eens ergens een glimp van iemand hebben opgevangen of alleen maar even aan hem zijn voorgesteld.

De apostel Johannes helpt ons inzien dat God „kennen” meer inhoudt dan oppervlakkig kennis gemaakt hebben. Kijk eens naar enkele punten in de eerste brief van Johannes. Kort gezegd staat daar onder meer: God kennen is God liefhebben. God kennen en God liefhebben, betekent zijn geboden onderhouden. Het betekent niet langer in duisternis wandelen maar de waarheid in praktijk brengen. Het betekent zich voegen naar de leiding van Gods Woord en geest en vasthouden aan de waarheid. Wanneer wij God kennen, voelen wij ons vrij om in gebed tot hem te naderen, in de overtuiging dat hij ons hoort en zal verhoren door ons alles te geven wat nodig is om zijn wil te volbrengen. — 1 Johannes 1:5-7; 2:3, 4, 13, 14; 3:19-24; 4:6-8, 13; 5:3, 14, 15.

Het is dus duidelijk dat God kennen niet iets passiefs is. Het vereist veel inspanning Jehovah God te leren kennen en een innige band met hem te hebben. Er is beslist meer voor nodig dan voor de vorm meedoen aan bepaalde religieuze riten. Ook betekent God kennen niet een of andere plotselinge emotionele gewaarwording, zoals veel „wedergeboren christenen” die beweren te hebben ervaren. De psalmist zei: „Maak mij úw wegen bekend, o Jehovah; leer mij úw paden. Doe mij in uw waarheid wandelen en leer mij, want gij zijt mijn God van redding. Op u heb ik de gehele dag gehoopt” (Psalm 25:4, 5). God „kennen” is derhalve niets minder dan een levenswijze!

Verder zegt de psalmist, na ons te hebben aangespoord om te ’proeven en te zien dat Jehovah goed is’: „Keer u af van wat slecht is en doe wat goed is; tracht vrede te vinden en streef die na” (Psalm 34:8, 14). In sommige gevallen vereist het doortastend optreden om ’zich af te keren van wat slecht is’.

Mari bijvoorbeeld, was in de jaren ’60 een hippie en was zwaar verslaafd aan drugs. Dit leidde weer tot diefstal, immoraliteit, abortus — en zelfs prostitutie. Maar na verloop van tijd kwam zij in contact met Jehovah’s Getuigen en begon de noodzaak in te zien veranderingen aan te brengen als zij een innige band met God wilde hebben. „Ik brak met de gewoonte twee à drie pakjes per dag te roken en met alle drugs, en besloot in mijn hart Jehovah’s gebod met betrekking tot hoererij te gehoorzamen. Ik deed al mijn boeken over dromen, astrologie en spiritisme weg en ruimde ook mijn afgodische beeldjes, kaarsen en prenten op.” Uiteindelijk droeg zij zich aan God op en zij is hem tot op de dag van vandaag blijven dienen.

Maar zult u zich de inspanning getroosten die nodig is om God te leren kennen? Hoewel uw levensstijl misschien niet zo buitensporig is als die van Mari, moet ook u misschien echte veranderingen aanbrengen. Wees er echter van verzekerd dat God degenen die hem met de gretigheid van een kind oprecht en nederig zoeken om zijn wil te leren doen, niet teleurstelt.

[Illustratie op blz. 4]

Het verlangen God te leren kennen, beweegt velen ertoe ingrijpende veranderingen in hun leven aan te brengen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen