Waarom aarzelen? Luister en gehoorzaam!
„MET aarzelen kom je nergens”, is een populaire stelling. Dat is beslist waar wanneer het erom gaat te doen wat onze Schepper, Jehovah God, van ons vraagt.
De bijbel bevat veel treffende voorbeelden van personen die aarzelden God te gehoorzamen of die verkozen onafhankelijk van hem te handelen. De lessen die ze ons leren, zijn voor onze tijd van levensbelang.
Lot en zijn vrouw
Een van de gevallen in kwestie was dat van Lot en zijn vrouw, zo’n 3900 jaar geleden. Lot en zijn oom Abram waren nomaden, inwonende vreemdelingen in het land Kanaän. Een tekort aan weidegrond werd aanleiding tot conflicten tussen hun respectieve veehoeders. Om verdere problemen te vermijden, kwamen Abram en Lot overeen dat elk zijns weegs zou gaan. Onzelfzuchtig liet Abram Lot als eerste een gebied uitkiezen. Zijn neef koos de goed geïrrigeerde streek langs de benedenloop van de Jordaan en de Zoutzee. Ten slotte sloeg hij zijn tenten op in de buurt van de steden Sodom en Gomorra. Vanuit materieel standpunt bezien, leek dit een verstandige keus. Van geestelijk standpunt uit had het nauwelijks erger gekund.
Lots stadgenoten in Sodom „waren grove zondaars tegen Jehovah”. Het waren ontaarde homoseksuelen, „van knaap tot grijsaard” (Genesis 13:13; 19:4). Hoe bezag Lot de situatie? De apostel Petrus antwoordt: „Die rechtvaardige man heeft door wat hij zag en hoorde toen hij onder hen woonde, dag aan dag zijn rechtvaardige ziel gefolterd wegens hun wetteloze daden.” Hun verdorvenheid zou echter niet ongestraft blijven. Het bijbelverslag licht toe: „Dientengevolge zei Jehovah: ’Het klaaggeschrei over Sodom en Gomorra, ja, het is luid, en hun zonde, ja, ze is zeer zwaar.’” Zo zwaar zelfs, dat Jehovah besloot die steden en hun perverse inwoners te vernietigen. De vooruitzichten voor Lots goed geïrrigeerde gebied waren niet meer zo rooskleurig. — 2 Petrus 2:6-8; Genesis 18:20, 21.
Hoe zouden Lot en zijn gezin ontkomen aan de vernietiging die ophanden was? Dezelfde engelen die moesten optreden als terechtstellers van de inwoners van de steden werden naar Lot gezonden om hem levenreddende instructies te geven. Wat moesten hij en zijn gezin doen? De stad onverwijld verlaten!
Op besluiteloosheid rust geen zegen
Hoe reageerden Lot en zijn gezin op die duidelijke instructies? Nadat Lots schoonzoons, die het dreigement van vernietiging als een grap beschouwden, hem voor het hoofd gestoten hadden, bleef hij dralen. In plaats van onmiddellijk Gods gebod om de stad te ontvluchten te gehoorzamen, bleef hij talmen. Maar de engelen niet. Zij hadden hun instructies en hielden zich eraan. „Toen . . . grepen de mannen [gematerialiseerde engelen], op grond van Jehovah’s mededogen ten aanzien van hem, zijn hand en de hand van zijn vrouw en de hand van zijn twee dochters vast, waarop zij hem naar buiten brachten en buiten de stad zetten.” — Genesis 19:15, 16.
Vluchtten Lot en zijn gezin toen naar het bergland, zoals hun was opgedragen? Niet direct. Of hij al dan niet door zijn vrouw werd beïnvloed weten wij niet, maar hij smeekte Jehovah’s engel of hij ontkoming mocht zoeken in een naburige stad. Dit werd toegestaan en zij vluchtten naar Zoar (Genesis 19:18-22). Hoe reageerde Lots vrouw op deze evacuatie en plotselinge verandering van woonplaats? Kennelijk had zij geen vertrouwen in Jehovah’s oordeel in deze kwestie. Net als haar man was zij besluiteloos, maar met dit verschil, dat híj uiteindelijk gehoorzaamde. Zij niet. Zij „ging van achter hem [Lot] omkijken, en zij werd een zoutpilaar” (Genesis 19:26). Zij aarzelde en was verloren.
Gehoorzaamden de vroege christenen?
Zoals Lot en zijn gezin de opdracht kregen onverwijld weg te vluchten van hun goddeloze stadgenoten, zo gaf Jezus zijn generatiegenoten een soortgelijke waarschuwing. Hij zei dat na verloop van tijd Jeruzalem door vijandelijke legerkampen ingesloten zou worden en dat de enige mogelijkheid tot ontkoming gelegen was in een vlucht naar de bergen (Lukas 21:20, 21). Hij waarschuwde voor het gevaar van aarzelen of talmen: „Laat de man die zich op het dak bevindt, niet naar beneden komen om de goederen uit zijn huis te halen; en laat de man die op het veld is, niet naar het huis terugkeren om zijn bovenkleed op te halen.” — Matthéüs 24:17, 18.
Toen de Romeinse legers hun belegering van Jeruzalem in het jaar 66 G.T. tijdelijk ophieven, dachten waakzame christenen aan de instructies van Jezus. Zij luisterden en gehoorzaamden. Zij vertrokken onverwijld uit Judéa en vluchtten naar de bergen ten oosten van de Jordaan. De ongelovige joden en alle christenen die twijfelden, bleven achter in wat een door God beschermde heilige stad scheen. Vier jaar later kwamen de Romeinen in volle hevigheid terug en roeiden meer dan een miljoen van Jeruzalems inwoners uit. Zij lieten van de stad niet veel meer dan een puinhoop over. Hoe gelukkig en opgelucht waren die gehoorzame christenen daar in de bergen toen zij het nieuws van de vernietiging van Jeruzalem vernamen! Hun prompte gehoorzaamheid was gezegend.
Is er een moderne toepassing?
Wat kunnen wij leren van deze levendige beelden van de verwoesting van Sodom en Gomorra en van Jeruzalem? Jezus Christus gebruikte de verdelging van die steden als een parallel voor de tijd waarin „de Zoon des mensen geopenbaard zal worden” (Lukas 17:28-30; 21:5-36). Voor ernstige bijbelonderzoekers geven de gebeurtenissen sinds 1914 te kennen dat wij die tijd waarin het oordeel voltrokken zal worden snel naderen. Weldra zullen Jehovah en Christus handelend optreden om de aarde van alle grove zondaars te zuiveren. — Openbaring 19:11-21.
Welke uitwerking dient deze kennis op u te hebben? Indien u bijvoorbeeld de christelijke doop in water overweegt, moet u dan aarzelen deze levensbelangrijke stap te doen? Moet de beslissing iets zijn waar u als een berg tegen opziet? Niet als u naar Jezus’ gebod luistert en hem gehoorzaamt (Matthéüs 28:19, 20). Wanneer u kennis van Jehovah en het Koninkrijk hebt verworven, kunt u de waterdoop ondergaan en aldus tonen dat u waarde hecht aan een juiste verhouding tot Jehovah door bemiddeling van Christus. Dit zou een openbare belijdenis zijn van uw onvoorwaardelijke opdracht aan God. — Matthéüs 10:32, 33.
Ook christenen die reeds gedoopt zijn, dienen hun situatie te analyseren. Hoe? Door na te denken over de houding van Lots vrouw. Zij kwam om doordat zij niet met een onverdeeld hart op God vertrouwde. Zij ging niet in vertrouwen voorwaarts (Lukas 17:31, 32). Misschien zijn sommigen in deze tijd wat terughoudend wanneer het erop aankomt een vollediger aandeel aan de christelijke dienst te hebben, hoewel hun omstandigheden dit wel toelaten. Zo zijn sommigen misschien in de gelegenheid om als hulp- of gewone pionier te dienen. Denk eens aan de zegeningen die daaruit kunnen voortvloeien! Velen in deze tijd die gebruik hebben gemaakt van hun mogelijkheden dienen thans vreugdevol als Gilead-zendelingen, of op Bethel, of als speciale pionier of kring- of districtsopziener. Zij zijn blij dat zij deze geopende deur van dienst zijn binnengegaan. — Openbaring 3:8.
Voor christenen is het thans niet de tijd om te aarzelen. Dit corrupte samenstel van dingen is ten ondergang gedoemd. Waarom dan twijfelend achteromzien? Wees altijd gereed om te luisteren en te gehoorzamen. Kijk vooruit en vertrouw op Jehovah. Wees als Abraham, die zonder aarzelen gehoorzaamde, zoals de apostel Paulus verklaart: „Vanwege Gods belofte wankelde hij niet in ongeloof, maar werd krachtig door zijn geloof, en hij gaf God heerlijkheid en was er ten volle van overtuigd dat hij hetgeen hij had beloofd, ook in staat was te doen.” — Romeinen 4:20, 21.