Gods Woord is levend
Hoe belangrijk is het gebed voor u?
Ongeveer 2500 jaar geleden stelde Daríus, de koning van de Meden, Daniël aan als een van de voornaamste hoogwaardigheidsbekleders in zijn koninkrijk. Daríus had zo veel waardering voor het werk van Daniël, dat de bijbel vertelt hoe hij „voornemens [was] hem over het gehele koninkrijk te verhogen”. De andere hoogwaardigheidsbekleders werden jaloers en broedden een plan uit om Daniël in moeilijkheden te brengen. Dat plan stond met bidden in verband, en dat doet de vraag rijzen: Hoe belangrijk is het gebed thans voor u?
DE vijanden van Daniël gaan naar koning Daríus toe en vragen hem een verbod of decreet te ondertekenen, „dat al wie in de loop van dertig dagen een smeekbede richt tot enige god of mens behalve tot u, o koning, in de leeuwekuil geworpen dient te worden”. Daríus beseft niet welke bedoeling erachter zit en ondertekent het decreet. Als u in die tijd een dienstknecht van Jehovah God was geweest, zou u dan zijn opgehouden tot Hem te bidden? Zodra Daniël van het decreet hoort, gaat hij zijn huis binnen om tot God te bidden. Net als anders bidt hij driemaal per dag.
Dan gaan zijn vijanden haastig naar Daríus om te melden dat Daniël zich er niet aan heeft gehouden. Nu krijgt Daríus spijt dat hij het decreet heeft ondertekend en hij zint op middelen om Daniël te redden. Maar die avond komen Daniëls vijanden bij Daríus en zeggen: „Weet, o koning, dat de wet bij de Meden en Perzen is, dat welk verbod of welke inzetting ook die de koning zelf bevestigt, niet te veranderen is.” Dus is Daríus wel gedwongen bevel te geven dat Daniël in de leeuwekuil moet worden geworpen.
Daríus is zo van streek dat hij die nacht niet kan slapen. De volgende ochtend is hij al vroeg op en haast zich naar de leeuwekuil. Als hij er in de buurt komt, roept hij verdrietig: „O Daniël, knecht van de levende God, heeft uw God die gij met standvastigheid dient, u van de leeuwen kunnen verlossen?” Onmiddellijk antwoordt Daniël: „O koning, . . . Mijn eigen God heeft zijn engel gezonden en de muil der leeuwen gesloten, en ze hebben mij niet te gronde gericht.”
Wat is Daríus blij! ’Haal Daniël uit de kuil’, beveelt hij. En wat doet de koning daarna met degenen die een plan bedacht hadden om Daniël door de leeuwen te laten verslinden? Nu, hij laat die goddeloze mannen in de leeuwekuil werpen! Nog voordat zij de bodem van de kuil bereiken, grijpen de leeuwen hen. Na afloop schrijft Daríus aan het hele volk in zijn koninkrijk om hun te zeggen dat zij eerbied moeten hebben voor de God van Daniël, omdat Hij grote wonderen doet. Ja, Jehovah heeft Daniël van de leeuwen gered. — Daniël 6:1-28.
Hebt u hetzelfde soort geloof in Jehovah God als Daniël? Gelooft u dat God, wanneer hij een eind maakt aan dit goddeloze samenstel van dingen, u zal redden als u hem trouw blijft? Zo ja, dan zal geen enkele van mensen afkomstige wet of bedreiging kunnen bereiken dat u ermee ophoudt hem te dienen.