Gods Woord is levend
Eeuwig leven — Waar zullen zij het ontvangen?
Jezus zegt hier tot zijn discipelen: „In het huis van mijn Vader zijn vele woningen. . . . Ik ga heen om een plaats voor u te bereiden. En wanneer ik heen ga en een plaats voor u bereid, zo kom ik terug en zal u thuis bij mij ontvangen.” — Johannes 14:2, 3.
De hemel was Jezus’ thuis. God had hem vandaar naar de aarde gezonden. Nu beloofde Jezus zijn apostelen dat zij in zijn huis zouden worden opgenomen om bij hem in de hemel te leven. Maar wat zullen Jezus en zijn discipelen in de hemel doen?
Wij weten dat God Jezus als Koning van Zijn koninkrijk had uitgekozen. Maar anderen zullen mederegeerders met Christus in Gods hemelse regering zijn. „Ik sluit een verbond met u,” zei Jezus tot zijn apostelen, „evenals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten, voor een koninkrijk” (Lukas 22:29). Paulus en Timótheüs zouden tot die regeerders met Christus behoren. Om die reden schreef Paulus aan Timótheüs: „Indien wij blijven verduren, zullen wij ook te zamen als koningen regeren.” — 2 Timótheüs 2:12.
Wie zullen echter de aardse onderdanen van Gods koninkrijk zijn? De man door wie Jezus wordt gedoopt, is zijn neef, Johannes de Doper. Jezus zei over hem: „Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er geen grotere verwekt dan Johannes de Doper.” Door voor Christus getrouw de weg te bereiden en zelfs degenen bijeen te brengen die later Jezus’ eerste discipelen zouden worden, gaf Johannes er inderdaad blijk van groot te zijn. Toch zei Jezus over hem: „Wie een mindere is in het koninkrijk der hemelen, is groter dan hij” (Matthéüs 11:11). Johannes zal dus niet tot degenen behoren die naar de hemel gaan om met Christus te regeren. Hij zal tot de vele aardse onderdanen van het Koninkrijk behoren.
De bijbel toont aan dat slechts een beperkt aantal personen, een „kleine kudde”, naar de hemel zal gaan om koningen met Jezus Christus te zijn. De bijbel vermeldt dat hun uiteindelijke aantal 144.000 bedraagt. De rest van de getrouwe mensheid zal als de onderdanen van deze regeerders op aarde leven. — Lukas 12:32; Openbaring 14:1, 3.
Onder de rechtvaardige heerschappij van Gods koninkrijk zal de aarde een paradijs worden, zoals God dit oorspronkelijk had bedoeld toen hij Adam en Eva in het paradijs van Eden plaatste. Dan zal de bijbelse belofte worden vervuld: „De rechtvaardigen, díe zullen de aarde bezitten, en zij zullen er eeuwig op verblijven.” — Psalm 37:29.