Inzicht in het nieuws
„Mensen hebben God vergeten”
De verbannen Russische schrijver en Nobelprijswinnaar Alexander Solzjenitsyn, die vorig jaar in Buckingham Palace (Engeland) de Templeton-prijs in ontvangst nam, wees in zijn toespraak nauwkeurig aan wat de oorzaak is van de wereldwijde achteruitgang in geestelijk leven. Hij zei: „Als mij gevraagd zou worden in het kort de voornaamste wezenstrek van de hele 20ste eeuw aan te duiden, zou ik het ook op dit moment niet preciezer en bondiger kunnen zeggen dan opnieuw te herhalen: ’Mensen hebben God vergeten.’ De tekortkomingen in het menselijk bewustzijn — dat beroofd is van zijn goddelijke dimensie — zijn een bepalende factor geweest bij alle ernstige misdaden van deze eeuw. De eerste van die misdaden was de Eerste Wereldoorlog, en een groot deel van onze huidige moeilijkheden is daarop terug te voeren.”
De heer Solzjenitsyn zag dit „zelfde soort gebrek” vanaf de Tweede Wereldoorlog tot op heden met de maatschappij verweven, en hij verklaarde vervolgens: „De wereld van vandaag is in een toestand gekomen die, indien ze aan voorgaande eeuwen was beschreven, de kreet zou hebben ontlokt: ’Dit is de Apocalyps!’”
Sinds de Eerste Wereldoorlog bevindt de mensheid zich in de door de bijbel genoemde „laatste dagen” — een tijdsperiode die zou worden gekenmerkt doordat de mensen „een vorm van godvruchtige toewijding hebben, maar de kracht ervan niet blijken te bezitten” (2 Timótheüs 3:1, 5). Met welk gevolg? In een bepaalde periode van Jeruzalems geschiedenis zei God tot die oude stad: ’Gij hebt mij vergeten en uw vertrouwen blijft gij in de leugen stellen.’ Net als die geleidelijk van alle geestelijke gezindheid beroofde stad in de oudheid staat ook de christenheid te zamen met deze goddeloze wereld een zekere vernietiging te wachten. — Jeremia 13:25.
„Dodelijke fascinatie”
Onder deze kop bracht de Seattle Times het verhaal van de 16-jarige Craig Hunt. Behalve dat hij tot de intelligentste leerlingen behoorde en klassevertegenwoordiger was, blonk hij ook uit in sport en stond bekend als een opgewekte, hartelijke jongeman. Hij ging regelmatig naar de kerk en was lid van een evangelische jongerengroep. Toch pleegde hij ondanks dit alles zelfmoord door bij de Snoqualmie Watervallen van 98 meter hoogte de dood tegemoet te springen. In een briefje dat hij had achtergelaten, zo meldt de krant, „maakte Hunt zijn vrienden duidelijk dat hij zich niet uit woede of bitterheid het leven benam, maar veeleer omdat hij werd gefascineerd door het leven na de dood”.
Volgens de Times zei zijn beste vriend dat hij „’werkelijk op zoek scheen te zijn’ naar iets dat zijn leven een bepaalde inhoud en waarde zou geven”, dat hij „een sterke drang had ontwikkeld te weten te komen ’wat er precies na de dood kwam’”.
Zulke tragische gevolgen hadden zeker vermeden kunnen worden door een gedegen kennis van de bijbelse leer over de toestand van de doden (Prediker 9:5, 10; Johannes 8:32). Het is inderdaad verstandig als ouders hun kinderen grootbrengen in het „strenge onderricht en de gezaghebbende raad van Jehovah”. — Efeziërs 6:4.
’Armageddon-generatie’?
„Vijf dagen voordat een terroristische bomaanslag honderden Amerikaanse soldaten in Beiroet doodde,” zo luidt een bericht in de Newyorkse Daily News, „memoreerde president Reagan naar verluidt een bijbelse profetie en zei dat hij zich afvroeg of de wereld voor ’Armageddon’ stond.” Volgens het bericht zei Reagan in een telefoongesprek met Thomas Dine, voorzitter van het Comité voor Amerikaans-Israëlische Staatszaken: „Weet je, ik sla jullie oude profeten in het Oude Testament erop na en de tekenen die Armageddon aankondigen, en ik bemerk dat ik mijzelf afvraag of — of wij het geslacht zijn dat dat zal zien gebeuren.” Hij voegde eraan toe: „Ik weet niet of je onlangs nog een van deze profetieën hebt gelezen, maar geloof me, ze beschrijven beslist de tijd die wij doormaken.”
Het is opmerkenswaardig dat wereldleiders tegenwoordig tekenen zien die erop duiden dat wij in kritieke tijden leven. Maar zijn zij zich ervan bewust dat deze tekenen die op dit moment in vervulling gaan, wijzen op „de laatste dagen” van dit samenstel van dingen? (2 Timótheüs 3:1-5; Matthéüs 24:3-14) Klaarblijkelijk niet, aangezien zij niet bereid zijn hun soevereiniteit te onderwerpen aan Gods opgerichte koninkrijk dat spoedig alle menselijke regeringen zal vervangen. — Daniël 2:44.