Vragen van lezers
◼ Bestaat er enige schriftuurlijke reden waarom Jehovah’s Getuigen geen bloedvervangingsmiddelen of „kunstbloed” zouden mogen aanvaarden?
Het is algemeen bekend dat Jehovah’s Getuigen op religieuze gronden geen bloedtransfusies aanvaarden. Sedert de dagen van Noach hebben ware aanbidders van God geweigerd bloed te nuttigen (Genesis 9:3, 4). Het bloed dat men uit een dier had laten lopen, moest worden weggedaan; het mocht niet bewaard worden (Deuteronomium 12:22-25). Christenen hebben het gebod ontvangen ’zich te onthouden van bloed’. Daarom aanvaarden Jehovah’s Getuigen geen transfusies van donorbloed; ook staan zij niet toe dat hun eigen bloed wordt afgetapt, opgeslagen en later weer in hun aderen teruggevoerd. — Handelingen 15:28, 29.
Jehovah’s Getuigen hebben er op religieuze gronden echter geen bezwaar tegen dat bloedverlies wordt gecompenseerd door vloeistoffen die geen bloed of bloedbestanddelen bevatten. Enkele van deze middelen die vrij algemeen worden gebruikt zijn zoutoplossing, Ringers lactaat, dextran en Hespan.
Artsen erkennen dat zulke plasma-aanvullende vloeistoffen voordelen hebben. Eén belangrijk voordeel is dat deze middelen de patiënt niet blootstellen aan de talloze ziekten en andere risico’s die aan bloedtransfusies kleven. Bovendien toont het bewijsmateriaal aan dat de meeste patiënten een veel lager hemoglobinegehalte kunnen verdragen dan men eens voor mogelijk hield.
In recente jaren experimenteert men met Fluosol-„kunstbloed”, dat het vermogen schijnt te bezitten zuurstof naar de lichaamscellen te transporteren. Men acht beslist nog risico’s aan het gebruik ervan verbonden, totdat het middel volledig is getest. Maar het is niet uit bloed vervaardigd en dus zou het gebruik ervan niet indruisen tegen het door de bijbel geoefende geweten van een christen.