Hoed u voor aanmatigend gedrag!
WIE wil niet graag voorkomen dat hij fouten maakt? Fouten kunnen ons behoorlijk in verlegenheid brengen, zijn dikwijls kostbaar en betreurenswaardig. Willen wij voorkomen dat wij onaangename fouten begaan? Dan moeten wij op onze hoede zijn voor een eigenschap die er gemakkelijk toe leidt. Wij moeten ons hoeden voor aanmatiging!
Wat is aanmatiging? Het is „onrechtmatige opeising of toeëigening”; zich aanmatigen betekent „op onpassende of wederrechtelijke wijze aanspraak maken op”, „ten onrechte voor zich opeisen”, „zijn bevoegdheid te buiten gaan”. Ja, als iemand aanmatigend wordt, gaat hij naar zijn eigen ideeën te werk en verzet hij zich tegen raad of correctie.
Maar wie zijn nu aanmatigend? Zijn het alleen degenen die onmiskenbaar goddeloos zijn? Wie moet zich nu werkelijk hoeden voor aanmatigend gedrag?
Aanmatigende vervolgers
De eerste plaats onder de aanmatigenden der mensheid wordt ingenomen door de vervolgers van Gods volk. Zij staan erop dat zíj worden gehoorzaamd in plaats van Jehovah. Is er een daad van grotere aanmatiging denkbaar?
De wereldmacht Babylon uit de oudheid maakte zich schuldig aan die vorm van aanmatigend of overmoedig gedrag. Daarom kondigde God bij monde van zijn profeten de ondergang van Babylon aan. „Ik zal werkelijk de trots der overmoedigen doen ophouden, en de hoogmoed der tirannen zal ik vernederen”, verklaarde God. En wij lezen: „’Zie! Ik ben tegen u, o Overmoed’, is de uitspraak van de Soevereine Heer, Jehovah der legerscharen, ’want uw dag moet komen, de tijd dat ik aandacht aan u moet schenken.’” — Jesaja 13:11; Jeremia 50:31.
In de moderne tijd hebben veel personen die net zo aanmatigend zijn, Jehovah’s Getuigen vervolgd. Maar het is niet goed afgelopen met deze arrogante vervolgers. Waar zijn bijvoorbeeld nu die aanmatigende vervolgers zoals de nazi Adolf Hitler en de beruchte Duplessis van Canada?
Waarschuwingen uit het verleden
Toch zijn behalve vervolgers van Gods volk ook anderen in de strik van aanmatigend gedrag terechtgekomen. Hoe duidelijk blijkt dit in het geval van Saul, de eerste menselijke koning over de twaalf stammen van het oude Israël! Toen hij aanvankelijk werd uitgekozen, was hij een bescheiden man. Ja, toen hij als koning aan het volk zou worden voorgesteld, verborg hij zich zelfs (1 Samuël 10:17-24). Na verloop van tijd echter bracht deze buitengewone eer Saul ertoe zichzelf te serieus te nemen. Het gevolg? Hij maakte zich schuldig aan de ene aanmatigende daad na de andere.
Het eerste incident deed zich voor tijdens de oorlog tegen de Filistijnen. De profeet Samuël had er regelingen voor getroffen dat hij Saul op een bepaalde tijd zou ontmoeten om een slachtoffer aan Jehovah op te dragen. Maar toen de situatie wanhopig scheen te worden en Samuël maar niet kwam opdagen, matigde Saul zich aan zelf het slachtoffer op te dragen. Wat waren de consequenties? Nu, hem werd aangezegd dat zijn aanmatigende daad hem het koningschap zou kosten! — 1 Samuël 13:5-14.
Enige tijd later beval Jehovah Saul de lafhartige aanval te wreken die de Amalekieten hadden uitgevoerd op de Israëlieten tijdens hun tocht door de wildernis. Saul moest Amalek uitroeien, maar hebzuchtig spaarde hij het beste van het klein- en rundvee van de Amalekieten, en beweerde achteraf dat deze dieren bewaard waren om als slachtoffers te dienen. Ook spaarde hij Agag, de koning van de Amalekieten. Wegens deze aanmatigende handelwijze deelde Samuël Saul mee: „Daar gij [aanmatigend] het woord van Jehovah hebt verworpen, verwerpt hij dienovereenkomstig u als koning” (1 Samuël 15:1-23). Wat kwam zijn aanmatigende gedrag hem duur te staan!
Nog een waarschuwend voorbeeld is dat van de aanmatigende koning Uzzía of Azarja. Onrechtmatig trachtte hij reukwerk te offeren in de tempel van Jehovah. Met welk gevolg? Welnu, wegens zijn aanmatigende daad werd Uzzía met de gevreesde melaatsheid geslagen! Ja, „Jehovah [sloeg] de koning met een plaag, en hij bleef een melaatse tot op de dag van zijn dood” (2 Koningen 15:5; 2 Kronieken 26:16-23). Wat een waarschuwing om ons te hoeden voor aanmatigend gedrag!
Neem de schriftuurlijke voorschriften in acht
Vervolgers van Jehovah’s volk, en zelfs sommige aan God opgedragen personen, zijn in het verleden ten prooi gevallen aan de strik van aanmatiging. Maar hoe staat het met ons in deze tijd? Het gevaar aanmatigend te worden, bestaat nog steeds. Ten gevolge van overgeërfde zondige neigingen, de verleidingen van deze goddeloze wereld en de „bedoelingen” van Satan de Duivel, moeten wij ons allen hoeden voor een aanmatigend optreden. — 2 Korinthiërs 2:11; Psalm 51:5; 1 Johannes 2:15-17.
Door middel van zijn Woord waarschuwt Jehovah God ons liefdevol tegen aanmatigend of overmoedig gedrag. Wij lezen bijvoorbeeld: „Is overmoed gekomen? Dan zal oneer komen; maar wijsheid is bij de bescheidenen” (Spreuken 11:2). Koning David begreep hoe verkeerd aanmatigend gedrag in feite is, en daarom bad hij in zijn wijsheid: „Houd uw knecht ook terug van overmoedige daden; laten ze niet over mij heersen. In dat geval zal ik . . . onschuldig zijn gebleven aan veel overtreding.” — Psalm 19:13.
Trots leidt tot aanmatigend gedrag
Willen wij echter aanmatigend gedrag voorkomen, dan moeten wij ons wapenen tegen trots. U herinnert u misschien nog dat Saul aanvankelijk bescheiden was toen hij tot koning van Israël werd gekozen. Maar aan het eind van zijn leven was dat niet meer zo. Zeker, bij verschillende gelegenheden heeft hij aanmatigend gehandeld. Maar in ten minste één geval was trots de drijfveer van zijn aanmatigende, goddeloze daad.
Bij een bepaalde gelegenheid hoorde Saul de vrouwen van Israël zingen: „Saul heeft zijn duizenden verslagen, en David zijn tienduizenden.” Saul was hierdoor zo in zijn trots gekrenkt, dat hij David met achterdocht en afgunst bezag. Saul ging er zelfs toe over jacht op David te maken, met het doel hem om te brengen. In zijn trots en woede heeft Saul zelfs 85 priesters en de mannen, vrouwen en kinderen van Nob ter dood laten brengen — en dat alles omdat een van hen David vriendelijk had bejegend. — 1 Samuël 18:6-9; 21:1-10; 22:16-19.
Uiteindelijk heeft Saul, volhardend in zijn trotse, aanmatigende handelwijze, zelfmoord gepleegd (1 Samuël 31:4). Wat een tragisch einde voor een eens bescheiden man!
Mogen wij de aanmatigende handelwijze van Saul en Uzzía vermijden. Laten wij liever acht slaan op schriftuurlijke raad en ons voordeel doen met de waarschuwende voorbeelden die in Gods Woord te vinden zijn (Romeinen 15:4). Laten wij bovendien zo verstandig zijn de eigenschap bescheidenheid aan te kweken, die in de volgende artikelen zal worden besproken. Deze goddelijke hoedanigheid zal ons helpen trots en zondig aanmatigend gedrag te vermijden.