Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w84 15/4 blz. 3-4
  • Waar is de eerlijkheid gebleven?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waar is de eerlijkheid gebleven?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Waarom al die oneerlijkheid?
  • Spieken — Waarom niet?
    Ontwaakt! 1986
  • Is het erg om te spieken?
    Ontwaakt! 2012
  • De druk om oneerlijk te zijn
    Ontwaakt! 2012
  • „Eerlijk duurt het langst” — Is dat nu echt zo?
    Ontwaakt! 1982
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
w84 15/4 blz. 3-4

Waar is de eerlijkheid gebleven?

EEN bepaalde firma in de Verenigde Staten hield met de zaak op. Meer dan zestig jaar had ze tuinzaden verkocht. Haar vertegenwoordigers waren jonge jongens en meisjes, die schriftelijk zaden bestelden, ze aan hun buren verkochten en een gedeelte van het geld aan het bedrijf terugstuurden. Waarom hield de firma ermee op? Omdat de jeugdige vertegenwoordigers oneerlijk waren. Er waren er te veel die de zaden niet terugstuurden of het geld hielden dat zij ervoor ontvangen hadden.

Welke conclusie zou u trekken uit het feit dat een firma die op de eerlijkheid van kinderen bouwde, het zestig jaar kon volhouden maar nu genoodzaakt was te sluiten? Lijkt het er niet op dat kinderen niet zo eerlijk meer zijn als vroeger? Kinderen zijn echter niet de enigen die oneerlijker zijn geworden. Mensen van middelbare leeftijd kunnen zich de tijd nog herinneren dat zij onbezorgd van huis konden gaan zonder de voordeur op slot te doen, of een fiets op de stoep konden laten staan zonder dat deze gestolen werd. Op de meeste plaatsen is dat nu niet meer zo.

In een schriftelijke enquête door het tijdschrift Psychology Today gaf het merendeel van de duizenden die reageerden, kleinere of grotere oneerlijkheden toe. Drieënnegentig procent gaf toe dat zij af en toe harder reden dan de toegestane maximumsnelheid. Achtenzestig procent had kantoorartikelen of andere dingen van het werk meegenomen. Zevenenzestig procent had waar mogelijk gespiekt bij examens of proefwerken. Vijfenveertig procent had de huwelijkspartner bedrogen. En velen hadden onjuiste belastingaangiften gedaan, hadden bij de douane geen aangifte gedaan van een artikel waarover invoerrechten betaald moesten worden, hadden ten onrechte gebruik gemaakt van de telefoon van hun bedrijf voor lange-afstandsgesprekken, of hadden gefraudeerd met hun onkostendeclaraties.

Waarom al die oneerlijkheid?

Er zijn vele redenen voor oneerlijkheid geopperd. Hier volgen er enkele:

Voorbeeld van de ouders: Als de zaadhandel naar de ouders van de kinderen die geld schuldig waren schreef, kreeg men dikwijls een brief terug in deze trant: ’U bent een groot bedrijf; u hebt het geld niet nodig en u probeert alleen maar mijn kind af te zetten.’ Het is niet moeilijk te begrijpen hoe die kinderen hebben geleerd oneerlijk te zijn.

Omdat het gemakkelijk is: In zijn antwoord op de bovengenoemde enquête schreef een scholier: „Altijd sta je onder druk om uit te blinken of hoge cijfers te halen, en zelfs als ik op een examen voorbereid ben, spiek ik nog wel eens. . . . De leerlingen spieken openlijk en veel docenten doen er weinig of niets aan. Kortom: Ik doe het omdat ik het ongestraft kan doen.”

Armoede: Ongetwijfeld leidt armoede — of angst voor armoede — tot veel diefstal en bedrog, hoewel naar het schijnt de mensen tijdens de vooroorlogse crisisjaren ondanks wijdverbreide armoede eerlijker waren. En veel oneerlijke mensen zijn helemaal niet arm. In Japan werd ontdekt dat een groep mannen een spoorwegmaatschappij oplichtte. Zij hadden een manier gevonden om iets minder te betalen dan verschuldigd was voor de reis naar huis na een dagje golfen. Pleegden zij bedrog uit armoede? Dat is onwaarschijnlijk. Een van de oplichters was president-directeur van een bedrijf!

Hebzucht: Een journalist schreef: „Deze onverbloemde begeerte naar geld ligt ten grondslag aan de meeste morele problemen van de natie.”

Slecht voorbeeld: Dezelfde journalist schreef: „Kijkt u alstublieft eens naar onze leiders. Onze parlementariërs nemen dank zij steekpenningen en allerlei ’emolumenten’ schandalig rijk en met een vet pensioen afscheid van wat zij ’openbare dienst’ believen te noemen. En wat zou u denken van onze grootindustriëlen? De magnaat met lange vingers is nog niet uitgestorven.”

Een klimaat van oneerlijkheid: Een bericht in het tijdschrift Newsweek luidde: „Veel van diezelfde Amerikanen die luidkeels klagen over witte-boordenmisdadigers, zijn in werkelijkheid zelf kruimeldieven. Arme Amerikanen lichten de sociale voorzieningen op, en zowel burgers met een modaal als die met een hoog inkomen gebruiken hun onkostendeclaraties als ’zwendelpapiertjes’ en doen een te lage opgave van hun belastbaar inkomen aan de federale belastingdienst. ’In deze maatschappij doet iedereen eraan mee.’”

Maar wat de oorzaken ook mogen zijn, hoe denkt u over oneerlijkheid? Vindt u het leuk om belogen of bedrogen te worden? Vindt u het prettig hogere verzekeringspremies te moeten betalen omdat er zo veel verzekeringsfraude wordt gepleegd, of hogere prijzen om winkeldiefstallen en diefstallen door het personeel te dekken? Zou u het goed vinden dat uw vrouw of uw man u bedroog? Waarschijnlijk niet. Maar dat is wat er heden ten dage gebeurt, en wij ontkomen geen van allen aan de gevolgen. Moet het nu allemaal zo?

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen