Inzicht in het nieuws
Leve de leugen
„Buurt dringt aan op vrijlating van vermeende gangster”, verkondigde een recente krantekop in The New York Times. Het verslag gaf een beschrijving van een twee en een halve dag durend getuigenis van meer dan dertig buren ten gunste van een „vermeend lid van de Maffia”. Hij werd afgeschilderd als „een stabiliserende invloed en vredestichter in een harde, misdadige arbeidersbuurt”. Eén man zei: „Hij is erg geliefd, een ordelievend burger.” Toch werden geluidsbanden van door de FBI afgeluisterde telefoongesprekken van de man beschreven als „vol met obsceniteiten en verwijzingen naar Maffia-zaken”.
Deze situatie illustreert hoe gemakkelijk de hedendaagse wereld achter de schermen gemanipuleerd kan worden. Hoewel de bijbel duidelijk zegt dat ’de hele wereld in de macht van de goddeloze ligt’, worden de meesten om de tuin geleid doordat Satan opereert onder de fraaiste religieuze en politieke dekmantels (1 Joh. 5:19; 2 Kor. 11:13-15). Zelfs wanneer zij met feiten geconfronteerd worden — zoals de FBI-bandjes — verkiezen velen op goede voet te blijven staan met dit gecamoufleerde kwaad. Zij hebben het graag zo!
Een op treffende wijze hiermee overeenkomende situatie in het oude Israël bewoog God zelf tot de bedroevende uitspraak: „Gruwelijke, verschrikkelijke dingen gebeuren er in het land: de profeten profeteren valselijk, de priesters onderwijzen wat hun zelf uitkomt. En mijn volk heeft het graag zo!” Dan geeft Jehovah hun iets om over na te denken: „Maar wanneer het einde komt, wat doet gij dan?” — Jer. 5:30, 31, The Jerusalem Bible.
Excommunicatie ouderwets?
„Excommunicatie . . . roept niet meer de vrees en het stigma van vroeger tijden op”, zo schrijft columnist Charles W. Bell in de New York Sunday News, opmerkend dat „de Lutherse Kerk in Amerika . . . het woord ’excommunicatie’ uit haar Aanbevolen Statuten voor Gemeenten heeft laten vallen”. „Het is een merkwaardig overblijfsel uit het verleden”, aldus Wolfe Kelman van de Rabbijnse Vergadering van Orthodoxe rabbi’s. Priester Edwin F. O’Brien, een hoge kerkelijke functionaris in het aartsbisdom New York, merkt op dat er „zelden en met terughouding gebruik van wordt gemaakt”. Bell schrijft dan ook: „De glorietijd van de excommunicatie ligt achter ons, behalve misschien bij Jehovah’s Getuigen en Mormonen, waar deze maatregel nog vrij algemeen is en serieus wordt genomen.”
Moderne religieuze leiders blijven ermee voortgaan bijbelse richtlijnen te verwateren ten einde geen betalende leden kwijt te raken. Het hedendaagse kerkelijke „deeg” blijkt doortrokken van het „zuurdeeg” dat er deel van mag blijven uitmaken. Daarom juist eiste de apostel Paulus dat christenen in de gemeente Korinthe ’de goddeloze man uit hun midden zouden verwijderen’, en ’met zo iemand zelfs niet zouden eten’. Jehovah’s Getuigen nemen de kwestie van het uit de gemeenschap sluiten van personen die ondanks vriendelijke hulp geen berouw hebben, ernstig op. — 1 Kor. 5:6, 9-13.
„Heilige afperserij”
„Naar het schijnt worden ware christelijke beginselen snel onder het tapijt geveegd, nu er door moderne bedienaren buitensporige tarieven worden gerekend voor gebruikelijke rituelen, die in het verleden gratis werden verricht”, verklaart Echo, een bijvoegsel van de in Zuid-Afrika verschijnende krant The Natal Witness. Priesters in Lesotho „’verkopen’ de heilige communie” en rekenen tevens een hoog tarief voor „enkele druppels water die voor de doop worden gebruikt”, bericht de krant, die meldt dat de anglicaanse bisschop bezorgd is over de „heilige afperserij”, maar niet in staat is die praktijken een halt toe te roepen.
Ook werd het voorbeeld aangehaald van „een welbekende leider van een grote onafhankelijke kerk”, die de gewoonte had R10 (ruim $9) te berekenen voor een gewone handdruk, en zijn zoon die nu „minimaal R5 incasseert alleen om met Blue Seal Vaseline een kruisteken te smeren op het gezicht van een volgeling”.
Waarom ondersteunen de volgelingen zulke op winst beluste ondernemingen? „Het algemene motief achter het ’bid en betaal’-syndroom is, dat als iemand de Kerk rijkelijk voorziet van geldelijke bijdragen, hij of zij een behoorlijke begrafenisdienst zal krijgen”, zegt Echo. Toch bracht Christus, die degenen die hem vertegenwoordigen ’een model heeft nagelaten opdat zij nauwkeurig in zijn voetstappen zouden treden’, niets in rekening voor de diensten en wonderen die hij verrichtte (1 Petr. 2:21). En toen hij zijn discipelen instructies gaf voor hun bediening als zijn vertegenwoordigers, gebood hij: „Gij hebt om niet ontvangen, geeft om niet.” — Matth. 10:8.