Een getrouwe ’strijder’ in Duitsland ontvangt zijn beloning
KONRAD FRANKE kwam in 1920, toen hij nog maar net tien jaar oud was, voor het eerst in aanraking met de Koninkrijksboodschap en werd in 1924 gedoopt. Elke zondag begonnen hij en zijn vader al vroeg met hun bediening. Zij namen dan altijd grote tassen vol bijbelse lectuur op hun fiets mee. Als zij ’s avonds moe maar blij thuiskwamen, fristen zij zich op om de wekelijkse Wachttoren-studie bij te wonen.
In 1931 ging broeder Franke in de volle-tijddienst. Kort daarna trouwde hij met zijn vrouw Trudl, die net als hij de vervolgingen van het Hitlerregime doorstond. Na een paar maal kort gevangengezeten te hebben, werd broeder Franke in 1936 gearresteerd en voor een periode van negen jaar opgesloten, waarvan hij de laatste vier jaar in het concentratiekamp Sachsenhausen doorbracht. In april 1945 behoorde hij tot de verenigde groep van 230 Getuigen die de dodenmars van Sachsenhausen naar Schwerin overleefden.
Tegen het einde van de jaren ’40 nam broeder Franke de leiding bij de wederopbouw van het bijkantoor van het Wachttorengenootschap, deze keer in Wiesbaden, waar hij enige jaren als bijkantooropziener en tot op het moment van zijn dood als een lid van het Duitse bijkantoorcomité dienst heeft verricht. De recente ziekte van zijn vrouw Trudl greep hem erg aan, maar hij bezocht toch het „Koninkrijkseenheid”-districtscongres in München, waar hij op 31 juli 1983, de dag voordat hij zijn lezing zou houden, in zijn slaap overleed. Aldus ging hij zijn hemelse beloning tegemoet op de manier zoals hij dit altijd had gewild — actief in ’het strijden van de voortreffelijke strijd’ voor het Koninkrijk. — 2 Timótheüs 4:7, 8.
[Illustratie op blz. 31]
Konrad Franke — met zijn kampkleren aan — en Trudl Franke