Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w84 1/3 blz. 21-27
  • Dankbaar voor een heerlijk leven van dienst

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Dankbaar voor een heerlijk leven van dienst
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • Werk op Staten Island
  • Prediken in de omgeving van Wallkill
  • Prediken in het zuiden
  • Prediken in het noorden
  • Nieuwe toewijzingen
  • In de reizende dienst
  • Zonevergaderingen
  • Kingdom Farm en Watchtower Farms
  • „Uw liefderijke goedheid is beter dan het leven”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • Jehovah zorgt
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1972
  • Mijn leven in Jehovah’s door de geest geleide organisatie
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1988
  • Het goede nieuws zonder ophouden bekendmaken (1942–1975)
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1984
w84 1/3 blz. 21-27

Dankbaar voor een heerlijk leven van dienst

Zoals verteld door John Booth

IN OKTOBER 1921 werd aangekondigd dat in de zaal van ons stadhuis in Wallkill, New York, de lezing „Miljoenen nu levende mensen zullen nimmer sterven” zou worden gehouden. Ondanks onze nieuwsgierigheid ging niemand uit ons gezin erheen. Ik vroeg echter schriftelijk om lectuur die op het strooibiljet vermeld stond. Toen de brochure Wat leert de Heilige Schrift omtrent de hel? en het boek Het Goddelijk Plan der Eeuwen, beide door C. T. Russell, aankwamen, waren ze zo boeiend dat ik nauwelijks met lezen kon ophouden.

Eerder dat jaar had ik mijn eindexamen middelbare school gehaald en ik was op zoek naar een doel in mijn leven. Wij waren een religieus gezin, dat geregeld naar de Nederduits Hervormde Kerk ging, waar ik zondagsschoolonderwijzer was. De predikant wilde dat ik naar de universiteit ging om theologie te studeren, maar dat trok mij niet, want ik had de indruk dat predikanten maar een zelfzuchtig leven leidden. Toch had ik wel de wens om de mensheid te helpen, en dus leek het mij een uitstekend idee om zendeling in het buitenland te worden.

Nadat ik te weten was gekomen waar de Bijbelonderzoekers (zoals Jehovah’s Getuigen toen genoemd werden) vergaderden, kon men mij de volgende zomer 24 kilometer zien fietsen om de vergaderingen in Newburgh, New York, te bezoeken. Toen de predikant van onze kerk op een keer een preek over de „hel” hield in strijd met de leer van de bijbel dat de doden geen bewustzijn hebben, bedankten moeder en ik beiden als lidmaat (Prediker 9:5, 10). Hoewel mijn vader van onze bijbelse lectuur genoot, bleef hij bij de kerk van zijn jeugd. Wel zijn in de loop van de tijd mijn twee broers en drie zussen ook Getuigen geworden.

Werk op Staten Island

In de zomer van 1923 nam ik een uitnodiging aan om te komen helpen bij de bouw van het nieuwe radiostation WBBR van het Wachttorengenootschap op Staten Island. Onder degenen die van het hoofdbureau in Brooklyn overkwamen om in de weekends te helpen, bevond zich de achttienjarige Nathan H. Knorr, die in 1942 de derde president van het Wachttorengenootschap werd. Terwijl ik daar werkte en een congres in New York bijwoonde, werd ik op 19 oktober 1923 gedoopt. Het was de eerste gelegenheid die zich voordeed om mijn opdracht om Jehovah God te dienen te symboliseren.

Die winter keerde ik naar huis terug om op de kleine melkveeboerderij van ons gezin in de buurt van Wallkill te werken, maar in de lente was ik terug op Staten Island voor tuinaanleg en wegenbouw. Toen mijn tijdelijke werktoewijzing daar ten einde liep, waren velen plannen aan het maken om het grote congres in Columbus, Ohio, in juli 1924 bij te wonen. Ik kreeg het voorrecht er met de familie van het hoofdbureau per speciale trein heen te rijden. Op dit congres werden alle leden van de gemeenten georganiseerd voor de prediking van huis tot huis.

Prediken in de omgeving van Wallkill

Toen ik uit Columbus terugkwam, begon ik in de omgeving van de boerderij van onze familie te prediken, in het gebied waar nu de Watchtower Farms liggen. Eerst bewerkte ik het gebied per fiets, maar later kocht ik een T-Ford en gebruikte die om in verder weg gelegen gebied te werken. Toen in 1926 het boek Bevrijding werd vrijgegeven, organiseerde ik een bijbelstudie in een van de huizen van Scotts Corners, dicht bij Walden. Sommigen die daar kwamen maakten vorderingen en zijn later Getuigen geworden.

Mijn familie en ik bezochten geregeld de vergaderingen in Newburgh. Toen de midweekse Gebeds-, Lof- en Getuigenisvergaderingen op een gegeven moment werden veranderd in Dienstvergaderingen, waarmee de nadruk werd gelegd op onze bediening van huis tot huis, waren er enkelen die dit niet beviel. Maar ik was blij met de nadruk die het verbreiden van de Koninkrijksboodschap op deze apostolische manier kreeg (Handelingen 20:20). In april 1928 begon mijn dienst als gewone pionier.

Prediken in het zuiden

Het was in die jaren de gewoonte dat pioniers ’s zomers in het noorden werkten en dan ’s winters naar het zuiden gingen om te getuigen. Dus werkten mijn pionierpartner Rudolph Abbuhl en ik in de winters van 1928 tot 1935 in de staten Virginia, West Virginia, North Carolina, Georgia, Tennessee en Kentucky.

Getuigenisgeven in het zuiden was in die jaren een gedenkwaardige ervaring. Dikwijls waren er weinig geplaveide wegen en wij werden meesters in het bepalen hoe ver wij konden gaan zonder vast te lopen op stenen die in het karrespoor lagen of weg te zakken in de modder. Wij liepen veel omdat heel wat mensen op plaatsen woonden waar geen auto’s konden komen.

Op het platteland waren de mensen over het algemeen arm en verstoken van moderne gemakken. In gedeelten van Kentucky waren blokhutten zelfs niet ongewoon en hier en daar werd nog steeds een spinnewiel gebruikt. Het leven was niet veel veranderd sedert de dagen van Daniel Boone, een jaar of 150 geleden.

Als onderkomen huurden wij meestal een kamer, gewoonlijk voor ongeveer $10 per maand. Soms echter logeerden wij gewoon bij de plaatselijke bevolking thuis en betaalden dan ongeveer een dollar per nacht, maaltijden inbegrepen. Dikwijls vonden wij een huisbewoonster bereid onze was te doen in ruil voor lectuur. Aangezien de mensen weinig geld hadden, werd veel van onze lectuur verspreid in ruil voor levensmiddelen.

Dikwijls zei een huisbewoonster: „Je mag wel een kip hebben als je d’r kunt vangen.” Daar waren wij op voorbereid, want wij hadden achter in de auto een kippenmand bij ons. Wij werden er erg handig in een kip bij de poten te vangen met behulp van een stuk ijzerdraad met een haak. Ook eieren vormden een ruilartikel, maar wij ruilden ook tegen allerlei ingemaakte vruchten. Artikelen die wij niet zelf gebruikten, verkochten wij om benzine te kopen. Op een gegeven moment hadden wij zelfs een geregelde route langs restaurants waar wij de dingen verkochten die wij tegen lectuur hadden geruild.

Het winnen van het vertrouwen van de mensen hielp ons tegenstand en moeilijkheden te overwinnen. Dat was het geval in Cleveland, Georgia, waar een advocaat die tevens zondagsschoolonderwijzer was, ons liet arresteren op de beschuldiging dat wij verkochten zonder vergunning. Een aantal mensen kwam ons ter rechtszitting verdedigen, onder wie de man van het huis waar wij logeerden. Toen wij in staat waren uit te leggen wat de aard van ons werk was, werd de zaak afgewezen en werden ons excuses aangeboden.

In de heuvels in de buurt van Ferrum, Virginia, werd evenals in sommige andere plaatsen vrij algemeen clandestien sterke drank bereid. Gewapende mannen bewaakten de distilleerderijen en er werden geen vreemden in het gebied toegelaten. Maar zonder het te weten hadden wij het vertrouwen van de mensen gewonnen en onze goede reputatie ging voor ons uit. Zo konden wij ongehinderd en ongedeerd in het gebied prediken. Wij vonden een vrouw die naar aanleiding van onze radioprogramma’s die zij had gehoord, lectuur had gekocht en haar waardering toonde door met anderen te spreken over de dingen die zij leerde. Later werd zij gedoopt en zij is jarenlang een getrouwe Getuige geweest.

Toen wij in het district Harlan, Kentucky, waren, stond dat bekend als bloederig Harlan, en met recht. De mensen hadden geweren en gebruikten ze. Mijn pionierpartner Raymond Hall werd eens in zijn schouder geschoten door een stel mannen die hem schijnbaar alleen maar bang probeerden te maken. In het ziekenhuis waar wij hem heen brachten, werden niet eens vragen gesteld; zulke wonden waren blijkbaar aan de orde van de dag. Nadat wij in het gebied gepredikt hadden, kwam het ons geloofwaardig voor dat er in het jaar dat wij daar waren acht hulpsheriffs en ongeveer honderd anderen werden gedood. Wij waren echter opgetogen toen wij twee gezinnen vonden die gunstig op de waarheid reageerden. Later is een van de zoons op Brooklyn Bethel gekomen.

Prediken in het noorden

Tijdens de zomermaanden was onze boerderij in de buurt van Wallkill mijn thuisbasis vanwaar uit ik in de vier districten in de omgeving ging prediken. Ik nam dan mondvoorraad en andere benodigdheden mee en ging een week kamperen om in dat gebied te werken. In de weekends kwam ik thuis om naar de vergaderingen in Newburgh te gaan. Op deze manier kon ik dagen van tien uur besteden aan het predikingswerk in afgelegen gebied. Ik vond het lonend om bij tal van geïnteresseerden nabezoeken te brengen. Wat voelde ik mij gelukkig toen er later op een congres een vrouw naar mij toe kwam om te vertellen dat de boeken die ik bij haar had verspreid, haar de weg ten leven hadden gewezen.

De Getuigen werden in die tijd om de haverklap gearresteerd, vooral in New Jersey. Ik was ’s zomers in de buurt en gaf altijd gehoor aan de oproep als er een veldtocht werd georganiseerd om in een plaats waar moeilijkheden waren getuigenis te geven. Soms werden wij gearresteerd en dan ’s avonds vrijgelaten, maar het kwam ook voor dat wij vastgehouden werden tot de rechtszitting. Toen wij eens een gevangenisstraf van tien dagen uitzaten, gaven wij getuigenis aan een van de andere gevangenen, die het goede nieuws aannam en later Getuige en pionier is geworden.

Omstreeks die tijd begonnen wij bij onze bediening van huis tot huis intensief gebruik te maken van grammofoonopnamen van korte bijbelbesprekingen. Ook werden er draagbare apparaten op auto’s gemonteerd zodat er een geluidswagen ontstond. Ik ging naar het hoofdbureau in Brooklyn en liet er voor $175 een op mijn auto zetten. Op zomeravonden stelde ik mij op aan de kop van een dal en de opnamen waren dan een kilometer ver of verder nog te horen. De jaren daarop heb ik vele duizenden kilometers afgelegd met deze grote hoorns op de auto, waarbij ik veel mensen met de Koninkrijksboodschap heb bereikt.

Een hoogtepunt van ons leven in de zomer was het bijwonen van de grote congressen. Vooral dat van 1931 in Columbus, Ohio, waar wij de schriftuurlijke naam Jehovah’s Getuigen aannamen, was een gedenkwaardig evenement.

Nieuwe toewijzingen

Laat in de herfst van 1935 keerden wij terug uit onze pionierstoewijzing in het zuiden om te gaan helpen bij het werk op Brooklyn Bethel. Toen ik nog maar enkele dagen in de drukkerij had gewerkt, riep broeder Knorr mij bij zich op kantoor en vroeg of ik de buitendienst in wilde als regionaal dienstleider, om de groepen (zoals de gemeenten toen werden genoemd) te bezoeken. „Ik heb nog nooit een lezing gehouden voor een groep en ik weet niets van de groepsorganisatie af”, zei ik.

„Welbespraakte redenaars hebben wij niet nodig, maar wel gewoon iemand die van de dienst houdt en er de leiding in neemt en op de vergaderingen over de dienst zal spreken”, legde broeder Knorr uit.

Dus werd ik de eerstvolgende maanden enigszins opgeleid voor mijn nieuwe toewijzing en vergezelde ik broeder Knorr en anderen bij weekendbezoeken aan groepen. De grote opgave was, de groepen te organiseren voor het nabezoek- en bijbelstudiewerk, dat toen een betrekkelijk nieuwe activiteit was. Ik ging een weekend naar huis (mijn laatste bezoek voor zes jaar), ontdeed mij van alle spullen die ik niet nodig had en bereidde mij voor op een reizend bestaan. Toen, in maart 1936, toog ik op pad met het gevoel dat ik lang niet bekwaam genoeg was voor zo’n toewijzing.

In de reizende dienst

Mijn eerste bezoek gold Easton in Pennsylvania. Ik kwam gewoonlijk ’s ochtends op tijd voor de velddienst in de plaats waar ik zijn moest aan, had dan vroeg in de avond een vergadering met de dienaren van de groep en daarna nog een met de hele groep. Gewoonlijk bracht ik slechts twee dagen door bij een groep en maar één dag bij een kleinere groep, zodat ik soms wel zes van die groepen in een week bezocht. Ik was voortdurend onderweg.

In de loop van 1936 en 1937 bewerkte ik gedeelten van Pennsylvania, West Virginia, Ohio, Indiana, Illinois, Iowa, Nebraska, Wyoming, Colorado, New Mexico en Texas. Het westen was volkomen nieuw en interessant voor mij — de manier van leven, de vlakten, de bergen en de grote afstanden. Ik heb in twee weken tijd alle groepen in New Mexico bezocht. Toen de zomer van 1937 aanbrak, zat ik in Texas. Er waren daar geen Spaans sprekende regionale dienaren en dus bezocht ik ook de Spaanse groepen, met wie ik sprak via een tolk.

In een kleine Engelse groep in Texas fungeerde een achttienjarig meisje als groepsdienares. Verwacht werd dat haar vader die dag zou overlijden, wat ook inderdaad gebeurde, en zij vroegen of ik wilde blijven om de begrafenis te leiden. Wij trokken uit in de velddienst, hielden onze avondvergadering en de volgende dag leidde ik de begrafenisdienst. Hoe droevig de situatie ook was, zij waren bijzonder blij dat ik gekomen was en de lezing had gehouden.

Nadat ik in september 1937 het congres in Columbus, Ohio, had bezocht, bracht ik de winter door met het bezoeken van groepen in de noordelijke staten North Dakota, Montana en Idaho. In februari 1938 stak ik de bergketen over en was aangenaam verrast te constateren dat het langs de kust van de Grote Oceaan veel warmer was en het gras er groen was. Seattle had toen slechts één vergaderplaats, terwijl er nu 21 gemeenten zijn.

Zonevergaderingen

In het voorjaar van 1938 werd er een speciale vergadering georganiseerd voor de groepen in het gebied van de baai van San Francisco, en deze werd bijgewoond door zo’n 600 Getuigen. Het zou een voorloper blijken te zijn van de zonevergadering (die tegenwoordig kringvergadering heet). De nieuwe regeling voor regelmatige bezoeken van zone- ofte wel kringopzieners en voor zonevergaderingen ging op 1 oktober 1938 in.

Als regionaal dienaar had ik iedere week de verantwoordelijkheid voor een zonevergadering. Deze bijeenkomsten voor geestelijk onderricht boden degenen die ze bijwoonden ook de gelegenheid om deel te nemen aan het predikingswerk van huis tot huis en nieuwelingen konden zich laten dopen. Vóór de zonevergaderingen doopten wij nieuwelingen op elk willekeurig moment en iedere mogelijke plaats. Ik kan mij herinneren dat ik eens een man heb gedoopt in het ijzige water van een door de sneeuw gevoede bergstroom in Oregon en hoe ik bij een andere gelegenheid een man heb ondergedompeld in de drinkbak op zijn erf.

Tijdens deze zonevergaderingen begonnen wij met optochten waarbij borden met leuzen werden gedragen. Wij droegen borden waarop aan de ene kant „Religie is een strik en bedrog” stond en aan de andere kant „Dien God en Christus, de Koning”. Die trokken zeer de aandacht en lokten soms tegenstand uit. Toen in september 1939 in Europa de Tweede Wereldoorlog uitbrak, nam het verzet tegen onze activiteiten toe.

Acties van het gepeupel maakten een eind aan onze vergaderingen in Hannibal, Missouri; Columbus, Nebraska; en St. Cloud, Minnesota. In Marinette, Wisconsin, gaf de burgemeester ons bevel onze vergaderzaal te ontruimen, maar toen de politie zag dat wij wettelijk het recht hadden om daar te zijn, nam ze ons in bescherming. Aan de andere kant deed de politie van Huttonsville, West Virginia, mee aan de actie van het gepeupel tegen ons tijdens onze vergadering in Elkins, waarop wij hen lieten arresteren en zij $500 borgtocht moesten betalen. De zaak werd een aantal keren uitgesteld en ten slotte afgewezen, maar de politie daar legde ons werk geen belemmeringen meer in de weg.

Dikwijls stond ik in verband met zulke incidenten in de rechtszaal. Soms trad ik op als advocaat voor de verdediging, en in andere gevallen was ikzelf de beklaagde, zoals in Quincy, Illinois, waar wij de zaak wonnen. Hayden Covington, de toenmalige jurist van het Genootschap, en Fred Franz, thans president van het Wachttorengenootschap, hielpen ons in sommige zaken, zoals die in London, Kentucky, die wij eveneens gewonnen hebben.

Bij de rechtszaak in Indianapolis, Indiana, waar zo’n 60 Getuigen aangeklaagd waren wegens opruiing, stonden broeder Franz en ik tijdens het vijf dagen durende proces in de getuigenbank. Hoewel onze broeders schuldig werden bevonden, werden zij later door een hogere rechtbank vrijgesproken. Diezelfde week was ik beklaagde in een andere zaak in Joliet, Illinois, en advocaat voor een broeder in weer een andere in Madison, Indiana; bovendien had ik elk weekend de leiding over een zonevergadering. Het zou een heel boek vergen om bijzonderheden te geven over die opwindende tijden.

Een waar hoogtepunt was het vijfdaagse congres in augustus 1941 in St. Louis. Ik werd twee weken van tevoren opgeroepen en kreeg een werktoewijzing in het trailerkamp. Nadat wij de hooioogst voor een boer hadden binnengehaald, legden wij een stad voor 5000 personen aan in het hooiland. Maar al voordat het congres begon, hadden wij 10.000 personen in het kamp en stonden er rijen auto’s, vrachtauto’s en kampeerwagens op de weg te wachten om binnen te komen. Uiteindelijk hadden wij meer dan 15.000 man in het kamp, waar velen bleven om het programma via de luidsprekers te volgen. Toen in de grote zaal de 15.000 kinderen opstonden en hun gratis exemplaar van het boek Kinderen ontvingen, deelde ik gratis exemplaren van het boek uit aan de vele kinderen buiten in het kamp.

Kingdom Farm en Watchtower Farms

Kort na het congres in St. Louis werd het steeds moeilijker om onze zonevergaderingen te houden. Dus werd het besluit genomen die te staken. Ik kreeg opdracht mij op Brooklyn Bethel te melden. Ik was pas een paar dagen terug toen broeder Rutherford mij vroeg of ik zou willen dienen op de Kingdom Farm bij Ithaca, New York. Voordat ik naar deze nieuwe toewijzing vertrok, bracht ik een bezoek aan ons huis bij Wallkill. Moeder was gestorven en mijn broers en zussen waren allemaal getrouwd. Vervolgens reed ik door naar de Kingdom Farm, waar ik de kamer kreeg toegewezen waarin ik de daaropvolgende 28 jaar heb gewoond.

Na meer dan dertien jaar in de volle-tijdprediking was het moeilijk mijn draai te vinden in het boerenwerk. Maar het lukte, en ik heb vele dienstvoorrechten genoten in verband met de activiteiten op de Kingdom Farm. Maar tegelijkertijd bleef ik ’s avonds en in de weekends deelnemen aan het predikingswerk. Ik heb bij veel personen bijbelstudies geleid, van wie een aantal gedoopte Getuigen zijn geworden.

Toch hielden mijn voornaamste activiteiten nu verband met werktoewijzingen op de boerderij. Ik legde mij toe op een studie van de voeding voor plant en dier, waarvoor ik mij wendde tot de in de buurt gevestigde Cornell University en de erbij behorende bibliotheek. Door onze inspanningen waren wij in staat de produktie van de boerderij op te voeren. Na verloop van tijd produceerden wij het grootste deel van het voedsel voor zowel de voortdurend groeiende Bethelfamilie in Brooklyn als de familie op de Kingdom Farm.

Een drastische uitbreiding van het personeel op de Kingdom Farm deed zich voor op 1 februari 1943, toen de nieuwe Gileadschool van start ging. Van toen af aan kregen wij elke zes maanden een nieuwe klas van ongeveer honderd studenten die uit de hele wereld kwamen. Wat was het een genoegen persoonlijk kennis te maken met de ongeveer 3700 studenten van de 35 klassen die op de boerderij werden opgeleid voor het zendingswerk, voordat de Gileadschool in 1961 naar Brooklyn werd verplaatst! Gedurende die jaren hebben wij met veel tegenstand te kampen gehad, met één actie van het gepeupel en een rechtszaak, die wij gewonnen hebben. Ten slotte was ons ene groepje in het gebied uitgegroeid tot vier gemeenten.

Toen de Gileadschool haar werkzaamheden op de Kingdom Farm beëindigde, ging daar net de nieuwe Koninkrijksbedieningsschool voor opzieners in de gemeenten van start. De daaropvolgende zeven jaar of daaromtrent hebben wij ongeveer 7000 oudere mannen verwelkomd voor de cursus van een maand, die later werd teruggebracht tot twee weken.

In januari 1963 werd het Genootschap eigenaar van onroerend goed in de buurt waar ik opgegroeid was, in Wallkill, New York. De bezitting werd Watchtower Farms genoemd. Door de jaren heen is de accommodatie vergroot en uitgebreid en zijn er zelfs drukkerijen aan toegevoegd. Op 1 januari 1970 werd ik daarheen overgeplaatst en zo was ik weer terug in het gebied waar ik een jaar of 45 tevoren met de prediking was begonnen! Enkele oudere personen in de gemeenschap wisten zich mij nog te herinneren.

Toen ik op de Watchtower Farms kwam, telde de familie 55 leden, maar nu dienen er ver over de 750 broeders en zusters! Daaronder zijn drie van mijn neven. Ik heb ook een nichtje dat met haar echtgenoot in het kringwerk rondreist. Wat een vreugde te bedenken dat meer dan dertig leden van mijn familie met Jehovah’s Getuigen verbonden zijn. In november 1974 kreeg ik het voorrecht aangesteld te worden als lid van het Besturende Lichaam van Jehovah’s Getuigen, en met die benoeming keerde ik terug op het hoofdbureau in Brooklyn.

Ik ben zo dankbaar dat Jehovah God mij, toen ik de middelbare school doorlopen had, de ogen heeft geopend voor het geweldige levensdoel hem te dienen. Het nastreven van dat doel gedurende de afgelopen zestig jaar is alleszins de moeite waard en voldoening schenkend geweest. Het heeft mij dicht tot onze hemelse Vader gebracht en mij de gelegenheid gegeven zijn bescherming en zegen op zijn volk op zeer reële wijze te ervaren.

[Illustratie op blz. 23]

Achter de tralies wegens de prediking

[Illustraties op blz. 25]

In de jaren ’30 gebruikte ik een geluidswagen voor het getuigeniswerk

[Illustratie op blz. 26]

Ik heb 28 jaar doorgebracht op de Kingdom Farm, waar oorspronkelijk de Gileadschool gevestigd was

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen