In de schaduw van een rolstoel leven
„IK VREES dat je eenvoudig zult moeten aanvaarden dat sommige mensen al vóór hun dertigste in een rolstoel terechtkomen.”
Ik kon het gewoon niet geloven. „Hoor eens! Ik ben 19, geen 90!” flapte ik eruit.
„Wij kunnen er niets tegen doen”, kwam het bedaarde antwoord. „Je moet het aanvaarden. Er zijn mensen in deze wereld die niet meer kunnen lopen tegen de tijd dat ze 30 zijn, en daar ga jij er één van worden.”
Die ijzingwekkende woorden van een orthopedisch specialist waren de eerste aanwijzing dat de aangeboren afwijking aan mijn ruggegraat uiteindelijk tot blijvende invaliditeit zou leiden. In volstrekt ongeloof sprong ik op mijn fiets en reed haastig weg.
Mijn tijd zo goed mogelijk gebruiken
Twee jaar lang had ik hier in Engeland als pionierster een aandeel gehad aan de volle-tijddienst, en wat een gelukkige jaren waren dat geweest! Ik wilde er zielsgraag mee doorgaan, maar ik moest telkens weer denken aan de woorden van de specialist. Zou het mogelijk zijn dat hij gelijk kreeg? „Nou, gelijk of ongelijk”, weet ik nog dat ik tegen mijzelf zei, „het heeft geen zin mijn dienst op te geven voordat het zover is, of wel soms?” Ik zou blijven pionieren.
Gedurende de volgende tien jaar werd het steeds duidelijker dat mijn ruggegraat achteruitging. Dat ik door kon gaan met het volle-tijd predikingswerk was hoofdzakelijk te danken aan de aanmoediging en fysieke hulp van Elsa, mijn partner in de pioniersdienst. Wij fietsten honderden kilometers om getuigenis te geven in steden langs de kust, doorkruisten het prachtige platteland, werkten in de voorsteden en concentreerden uiteindelijk onze activiteiten op de binnenstad van Londen. Wat schonk het ons een intens gevoel van vrijheid en voldoening al onze tijd te kunnen besteden aan het prediken van Gods Woord en zijn schitterende belofte van een toekomstig aards paradijs bekend te maken!
Hoewel mijn activiteiten werden onderbroken door periodes in het ziekenhuis, waar ik een twaalftal operaties onderging, kon ik blijven pionieren. Ik ging beugels voor mijn benen gebruiken en ten slotte moest ik elleboogkrukken gaan gebruiken. Zo ben ik er de laatste twee jaar van mijn pioniersdienst in geslaagd mij te verplaatsen. De mensen waren bijzonder aardig. Er was één taxichauffeur die altijd naar mij uitkeek en me dan gratis van het ene bezoek naar het andere reed. Veel andere mensen nodigden me altijd wanneer ze mij zagen, even binnen om wat uit te rusten.
Toen werden de woorden van de specialist op pijnlijke wijze bewaarheid. Mijn ruggegraat begaf het plotseling. Na een langdurige periode in het ziekenhuis en daarna nog vele maanden in het gips, was ik aangewezen op een rolstoel. „Op een dag word ik wakker en dan is het niet waar”, hield ik mezelf voor. Op een of andere manier had ik het gevoel dat ik gewoon die dag zat af te wachten.
Mijn aanpassing aan mijn invaliditeit
In het begin zat ik vol wrok. Ik had wanhopig behoefte aan het medeleven en de hulp van anderen, maar voelde me opgelaten, zelfs gedemoraliseerd, omdat ik die moest aanvaarden. Maar ik was precies even gegriefd als er geen hulp werd aangeboden. Waarschijnlijk kunnen alleen zij die zelf een dergelijke ervaring hebben gehad, volledig begrijpen wat het is om plotseling zo afhankelijk te worden. De glimlach die ik in het openbaar vertoonde, moest mijn gevoelens van oneindig verdriet en nutteloosheid verhullen.
Naarmate de tijd verstreek, werkte ik me door de ergste van die negatieve gevoelens heen. Als ik terugkijk, kwam het keerpunt toen een mede-Getuige 2 Korinthiërs 12:8-10 met me las uit The Living Bible, waar onder meer staat: „Ik ben blij dat ik een levende demonstratie ben van de kracht van Christus, in plaats van te pronken met mijn eigen kracht en vermogens.” De Getuige die mij deze woorden van de apostel Paulus voorlas, was zelf ernstig gewond geraakt bij een ongeluk, en ik zag dat hij ze in zijn geval waar had gemaakt.
Ik smeekte Jehovah God mij iets constructiefs te laten zien dat ik nog zou kunnen doen opdat ik daardoor geholpen zou worden altijd voor hem en anderen bruikbaar te zijn in plaats van egocentrisch te worden. Mijn hele leven veranderde.
De vreugde van het helpen van anderen
Toen ik om mij heen keek, begon ik te zien dat veel mensen beperkt zijn in hun mogelijkheden en niet vrij zijn om te doen wat ze willen. Vrouwen met grote gezinnen om voor te zorgen bijvoorbeeld, mannen die de hele dag aan een eentonige baan gekluisterd zitten, en mensen die oud geworden zijn en niet meer de energie hebben om nog veel te doen. Ik begon over hen na te denken en erop te letten hoe zij zich redden.
Na enige tijd werd mij gevraagd: „Zou jij een bijbelstudie willen leiden met een dame die naar jouw huis kan komen?” Wat een aanmoediging! Zij bleek de eerste te zijn van een aantal personen met wie ik op deze manier heb gestudeerd. Het was een vreugde te beseffen dat mijn fysieke toestand geen enkel verschil maakte in mijn mogelijkheden om mijn jaren van ervaring met het maken van discipelen ten nutte te maken.
Ik was voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om een aandeel te hebben aan het maken van discipelen. Eerst gebeurde dat voornamelijk door het schrijven van brieven. Ik heb als toewijzing een blok flatgebouwen waar het moeilijk is toegang te krijgen voor de van-huis-tot-huisprediking. Als ik schrijf, probeer ik mij voor iedere flat een ander gezin voor te stellen en gebruik ik voor ieder een ander schriftuurlijk betoog. Op deze manier houd ik mijn geest actief, door mij in de openbare bediening van Gods Woord te verplaatsen.
Ten slotte besloot ik mijn laatste hindernis te overwinnen en weer deel te gaan nemen aan de evangelisatie van huis tot huis. Wat ben ik blij dat ik dat gedaan heb. Niets is zo geloofversterkend als het mondeling bekendmaken van je geloof. Nu komen vrienden in de gemeente mij en mijn rolstoel geregeld ophalen, zodat ik zelfs van tijd tot tijd als hulppionierster kan dienen.
Het is nu zes jaar geleden dat ik voor het laatst op mijn fiets heb gereden. Er zijn dagen dat ik snak naar de bewegingsvrijheid die ik toen had, naar de frisse lucht en het drukke leven waar ik zo volop van genoot. Aan de creditkant staat echter het feit dat het actieve leven dat ik in de pioniersdienst heb geleid, de jaren waarin ik mij nog kon bewegen, heeft verlengd van de tien jaar die mij waren voorspeld tot meer dan vijftien.
De afgelopen paar jaar heb ik op mijzelf gewoond. Maar Elsa en haar man behandelen mij als een deel van hun gezin. Hun kinderen zijn mij even dierbaar alsof ze van mijzelf waren.
Ook houd ik mijzelf steeds voor dat ik er goede dingen bij gekregen heb die ik voordien niet bezat. De voornaamste daarvan is tijd. Ik ben altijd beschikbaar om te luisteren naar hen die behoefte hebben aan een horend oor. Ik heb meer medeleven gekregen met hen die moeilijkheden ondervinden. En boven al het andere is er de steeds hechtere band met Jehovah God, die mij zo liefdevol heeft geleerd van het leven te genieten zoals het komt en die mij de kracht en de vaste wil heeft gegeven om hem te blijven dienen.