Een gevangene die ziet wat rechtbanken niet zien
In de rubriek „Mijn beurt” van het tijdschrift Newsweek stond onlangs een korte verhandeling afgedrukt van een gedetineerde. Onder het thema „Mijn schuld jegens de maatschappij vereffenen”, schreef hij vanuit zijn cel in de strafgevangenis in Indiana dat niet hij degene was die „boette” voor de misdaad — zijn slachtoffer is degene die betaalt:
„Natuurlijk is er allereerst de aanvankelijke schade voor het slachtoffer. Bovendien betaalden zijn belastingdollars voor mijn verdediging en nu dragen ze bij in mijn onderhoud in deze gevangenis, een bedrag van $10.000 tot $15.000 per jaar. Als mijn gezin bij de bijstand moet aankloppen, betaalt hij weer en als ik na mijn vrijlating geen werk kan vinden, blijft hij nog langer betalen. Ik doe eenvoudig een beroep op de sociale uitkeringen en hij betaalt de rekening. . . . In de tijd die ik in de gevangenissen heb doorgebracht, is mij herhaaldelijk en nadrukkelijk onder de aandacht gebracht dat ik mijn schuld jegens de maatschappij moet vereffenen. En wat doet de maatschappij dus? Ze voedt me, kleedt me en huisvest me voor zolang ik achter de tralies zit en misschien ook nog wel daarna; dit is niet het terugbetalen van een schuld maar eerder een volledig afleggen van alle verantwoordelijkheid.”
Wat voor deze gevangene zo duidelijk is, en de meeste juristen blijkbaar te hoog gaat, is dit simpele feit: „Ik ben mijn slachtoffer $1444 schuldig, en de maatschappij is hem de gelegenheid verschuldigd om dat bedrag terug te krijgen. Alleen dan kan er aan gerechtigheid worden voldaan als ik terugbetaal wat ik heb genomen. . . . De misdadiger te dwingen zijn slachtoffer terug te geven wat hij hem eerst had ontnomen, biedt de mogelijkheid hem niet alleen respect bij te brengen voor het bezit van anderen, maar ook weer een mate van zelfrespect te bezorgen.” Dat een dergelijk ongecompliceerd rechtsstelsel werkelijk goed kan functioneren, is gedemonstreerd in het oude Israël, waar Gods Wet vereiste — en inderdaad bewerkstelligde — dat er een vergoeding werd betaald. — Ex. 22:3, 4, 7.