Welk standpunt neemt u in ten aanzien van de Koninkrijksstrijdvraag?
WAT betekent het woord „strijdvraag” hier? Het betekent een kwestie waarover twee of drie personen of groepen van personen een geschil hebben en die door een gezaghebbende beslissing of door een overtuigend bewijs opgelost moet worden. De strijdvraag die thans aan de orde is, is wereldomvattend. Ze houdt verband met het koninkrijk van God in handen van de door hem aangestelde regeerder, Jezus Christus. Sinds het naoorlogse jaar 1919, zo’n 64 jaar geleden, hebben Jehovah’s Getuigen in 205 landen de door die aangestelde regeerder geuite profetie in vervulling doen gaan, namelijk: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen.” — Matth. 24:14.
Waartoe heeft dit geleid? Tot het volgende: Alle heerschappijen op aarde zijn sindsdien met de strijdvraag geconfronteerd, of ze dit nu prettig vinden of niet. Het is langzamerhand volkomen duidelijk geworden dat ze het niet prettig vinden. De toekomst van de koninkrijken der aarde is thans als het ware in het schemerduister gehuld. Als gevolg van twee wereldoorlogen zijn veel aardse koninkrijken omvergeworpen en vervangen door andere vormen van heerschappij — republieken, socialistische dictaturen of andere autoritaire regeringsvormen.
Verwijdering van menselijke koninkrijken
Alle menselijke koninkrijken staan voor een totale vernietiging, niet louter omdat koninkrijken als regeringsvorm in de minderheid zijn, maar omdat alle menselijke regeringsvormen verwijderd zullen worden om plaats te maken voor een wereldomvattende regering die niet van menselijke makelij is. In de meer dan 2580 jaar geleden geuite profetie van Daniël 2:44 wordt hierover gezegd: „In de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal worden gericht. En het koninkrijk zelf zal aan geen ander volk worden overgedragen. Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan.” De Eerste Wereldoorlog, die in 1914 begon, duidde niet op de vervulling van die aanmoedigende profetie van Daniël, maar deze oorlog gaf wel te kennen dat de God des hemels zijn uitverkoren Koning op een hemelse troon had geïnstalleerd en de macht had geschonken om die profetie snel in vervulling te doen gaan.
Thans staat alle aardse regeringen vernietiging te wachten, een vernietiging die zij zich met hun wetenschappelijk zeer ontwikkeld oorlogstuig zelf toebrengen. Goed geïnformeerde commentators op het gebied van wereldaangelegenheden geven zelf aan ons allen de waarschuwing dat zo’n dreigende gebeurtenis ophanden is. Zij beseffen dat wij in de periode leven die de bijbel „de tijd van het einde” of „de laatste dagen” noemt (Dan. 12:4; 2 Tim. 3:1). De natiën zijn er heel huiverig voor een derde wereldoorlog te beginnen, gezien hetgeen dit voor hen allen zal betekenen — wederzijdse vernietiging. Zij zouden graag een toestand willen scheppen waarin zij vol vertrouwen „Vrede en zekerheid!” kunnen uitroepen (1 Thess. 5:3). Wanneer zij binnenkort inderdaad zo’n openbare bekendmaking doen, zal dit niet betekenen dat zij vrede met de God des hemels genieten. Neen, want sinds 1914 zijn de natiën in oorlog met hem. Zij handelen in strijd met zijn goede voornemen voor de mensheid. Krachtens Gods toelating hebben zij door de gehele menselijke geschiedenis heen getoond dat zij niet bij machte zijn de aarde zo te regeren dat dit tot blijvend nut voor de mensheid is, laat staan tot eer van God.
De Almachtige God heeft zelf bepaald wanneer hij het onbevredigende samenstel van dingen definitief zal doen eindigen. Precies op de door hem vastgestelde tijd zal hij dit samenstel van dingen verwijderen. De natiën zijn hier bij monde van Jehovah’s Getuigen van in kennis gesteld. Ze zijn niet te verontschuldigen.
Heerschappij door de mens of door God?
De natiën, dat wil zeggen, hun regeringen, hebben vastberaden getoond welk standpunt ze innemen ten aanzien van de strijdvraag inzake Gods koninkrijk in handen van Christus. Ze hebben gekozen ten gunste van een voortgezette heerschappij door de mens in plaats van heerschappij door God. Ze nemen hardnekkig hun standpunt in tegen de regering van Jehovah God en zijn Christus. Ze staan aan de zijde van Satan de Duivel, de onzichtbare ’vorst van de wereld’, zoals Jezus hem noemde toen hij tot zij apostelen zei: „De heerser [„de vorst”, volgens sommige vertalingen] van de wereld is op komst. En hij heeft geen vat op mij.” — Joh. 14:30; zie ook Matthéüs 4:8-11; 2 Korinthiërs 4:4
Aangezien de natiën hun besluit hebben genomen en eraan vasthouden, moet elke afzonderlijke persoon voor zichzelf de uitermate belangrijke vraag beantwoorden: Welk standpunt neem ik in ten aanzien van de Koninkrijksstrijdvraag? Wij kunnen er niet aan ontkomen een beslissing in deze uiterst belangrijke wereldomvattende strijdvraag te moeten nemen. Er geen aandacht aan te schenken, zal niemand van ons ervoor vrijwaren de consequenties te ondervinden. Neutraliteit is ten enenmale onmogelijk. Wij moeten eenvoudig een standpunt vóór of tegen het koninkrijk van God innemen.
De overgrote meerderheid van de mensen in deze tijd heeft wellicht niet dat door oorlog geteisterde jaar 1914 meegemaakt. Zij kunnen zich dus niet uit eigen ervaring en waarneming herinneren welke opmerkelijke gebeurtenissen zich sindsdien allemaal hebben voorgedaan. Toch is het door Jezus Christus voorzegde „teken” dat een kenmerk vormt van het „besluit van het samenstel van dingen”, voor alle natiën en volken zichtbaar geworden, en het is nog steeds zichtbaar. Ze voelen allen de uitwerking van dat „teken”. Wij behoeven alleen maar te lezen wat Jezus Christus volgens het verslag in Matthéüs 24 en 25, Markus 13 en Lukas 21 heeft voorzegd, om te weten te komen dat hij niet alleen oorlogen heeft voorspeld maar ook hongersnoden, pestilentiën, aardbevingen, vervolging van zijn discipelen, aanhoudende benauwdheid van de in verwarring verkerende natiën, alsook dat het „goede nieuws van het koninkrijk” moedig gepredikt zou worden.
Natuurlijk hebben de ware christenen gedurende de eerste eeuw van onze gewone tijdrekening het goede nieuws van het komende Koninkrijk in een aanzienlijke mate in Azië, Afrika en Europa gepredikt. Dit gebeurde lang voordat Europeanen vanaf de vijftiende eeuw de werelddelen Noord- en Zuid-Amerika en Australië, alsook veel eilanden in de Atlantische en Grote Oceaan ontdekten. Er werden zendelingen naar deze pasontdekte gebieden gestuurd. In recentere tijd zijn bijbelgenootschappen opgericht die de bijbel in veel talen wijd en zijd hebben verspreid. Maar de zendelingen en geestelijken van de christenheid hebben niet de boodschap van het Koninkrijk gepredikt, neen, niet in zodanige vorm dat het Koninkrijk van Jehovah God in handen van Jezus Christus tot een wereldomvattende strijdvraag werd gemaakt. Het was niet de soort van prediking waardoor de Koninkrijksbekendmaking deel ging uitmaken van „het teken” waardoor „het besluit van het samenstel van dingen” zou worden gekenmerkt.