Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w82 1/9 blz. 9-15
  • Een onderwezen tong — „om de vermoeiden aan te moedigen”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Een onderwezen tong — „om de vermoeiden aan te moedigen”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „Last veroorzakende vertroosters”
  • Raadgevers met inzicht
  • Hulp door zinvolle gebeden
  • Help de vermoeiden inzicht te verwerven
  • Hulp bij het herstellen van het evenwicht
  • Hoe depressieve personen te helpen weer vreugdevol te worden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1990
  • Zij willen helpen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1983
  • ’Spreek bemoedigend tot de terneergeslagen zielen’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
  • Het overwinnen van depressiviteit — Hoe anderen kunnen helpen
    Ontwaakt! 1987
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
w82 1/9 blz. 9-15

Een onderwezen tong — „om de vermoeiden aan te moedigen”

„IK WIL u herders geven naar mijn hart, en zij zullen u stellig weiden met kennis en inzicht”, beloofde Jehovah God. Is het niet verfrissend door geestelijke herders verzorgd te worden die zowel kennis als inzicht bezitten? — Jer. 3:15.

Inzicht vereist meer dan een oppervlakkige behandeling. Iemand die inzicht heeft, zal onder de oppervlakte kijken. In Jesaja 44:18 wordt een onderscheid gemaakt tussen het oog en het hart, waarbij inzicht in verband wordt gebracht met het hart. Dit uit het hart voortspruitende inzicht is vooral noodzakelijk wanneer herders te maken hebben met „terneergeslagen zielen”. Jesaja vermeldde wat er nog meer nodig is: „De Heer GOD geeft Mij de spraak van de onderwezenen, opdat Ik weet hoe te spreken om de vermoeiden aan te moedigen.” — Jes. 50:4, Beck’s translation.

Men moet door Jehovah worden onderwezen om te weten „hoe te spreken om de vermoeiden aan te moedigen”. Door goed op de hoogte te raken met de bijbel, door deze te gebruiken en blijk te geven van een uit het hart voortspruitend inzicht, kunnen ouderlingen op succesvolle wijze veel terneergeslagen of depressieve personen helpen. De meeste ouderlingen waarderen het wanneer zij nuttige suggesties ontvangen over de manier waarop zij de schapen kunnen weiden. Het kan zijn dat zij tot het besef zijn gekomen, misschien wel door een verdrietige ervaring, dat sommige, weliswaar goedbedoelde krachtsinspanningen teleurstellend kunnen blijken te zijn. Wat nu volgt, handelt over de manier waarop personen die depressief zijn geworden, geholpen kunnen worden. Het spreekt vanzelf dat ouderlingen iemand die ’wanordelijk’ wandelt of die een ’zinloze prater’ in de gemeente is geworden, op een wat andere manier zullen behandelen. — 1 Thess. 5:14; Tit. 1:10-13.

Door voorbeelden met elkaar te vergelijken, kunnen wij vaak worden geholpen juiste en onjuiste methoden te onderscheiden.

„Last veroorzakende vertroosters”

Toen Job depressief was, hoorden drie van zijn metgezellen over zijn toestand en kwamen zij om „hem hun deelneming te gaan betuigen en hem te gaan troosten” (Job 2:11). Omdat zij een verkeerde kijk op de zaak hadden, waren zij slecht toegerust. Zij kwamen met een vooropgezette theorie in gedachten: als iemand lijdt, dan komt dit doordat hij iets slechts heeft gedaan. Als gevolg hiervan begrepen zij niet wat er allemaal bij Jobs problemen betrokken was. De Interpreter’s Bible zegt over hun ’vertroosting’:

„Ze wordt een bron van irritatie. . . . Ze komt neer op commentaar van de buitenwacht, met af en toe een paar goede raadgevingen. . . . net als iemand die zich veilig op de kust bevindt en enkele opbeurende woorden spreekt tot arme zielen die in de grote, donkere diepten worstelen, terwijl enorme golven tegen hen aanslaan en hun de adem afsnijden. Job heeft behoefte aan het mededogen van een menselijk hart. Hij ontvangt daarentegen een reeks absoluut ’ware’ en absoluut prachtige religieuze clichés en morele gemeenplaatsen.”

Wat waren enkele van de benaderingen die irritatie wekten? Elifaz redeneerde koel: ’Kijk, je hebt anderen gesterkt. Nu jíj in moeilijkheden verkeert, raak je van streek. Dien je geen vertrouwen te hebben in je eigen rechtschapenheid?’ Bildad voegde hieraan toe: ’Als je alleen een beetje meer naar God zou opzien, zou hij je herstellen.’ Hoe ongevoelig! Vooral aangezien Job reeds op God vertrouwde. Hoe zou u zich gevoeld hebben? In plaats dat deze schijnbaar goedbedoelde woorden troost verschaften, ’verbrijzelden’ ze Job. Geen wonder dat hij verzuchtte: ’Jullie zouden eens in mijn positie moeten verkeren!’ — Job 4:3-6; 8:5, 6; 16:2, 4, 5; 19:2.

Natuurlijk zal geen enkele christelijke gemeentelijke ouderling de houding of de door demonen geïnspireerde filosofie van die „vrienden” willen weerspiegelen (Job 4:15, 16). Toch moeten herders die anderen troosten, zich er af en toe aan herinneren dat zij geen overeenkomstige fouten mogen begaan. Wanneer ouderlingen een ’terneergeslagen ziel’ proberen te helpen, zullen zij waarschijnlijk informeren waarom de persoon zich zo ellendig voelt. Misschien denkt de depressieve persoon dat hij Gods geest heeft verloren. Ouderlingen weten door schriftuurlijke voorbeelden, zoals dat van David, dat zondig gedrag neerslachtigheid of depressie kan veroorzaken (Ps. 38:1-6). Zij zullen samen met de persoon misschien bijbelgedeelten willen lezen die over het gedrag van een christen handelen en zullen dan misschien vragen: ’Heb je met het oog op wat de bijbel zegt een werkelijke reden om te denken dat God zijn geest van je heeft weggenomen?’ In plaats dat zij de persoon vertellen dat hij niets verkeerds heeft gedaan of misschien suggereren dat hij wel verkeerd heeft gehandeld, kan het nuttig zijn de persoon ertoe te brengen zijn eigen conclusie te trekken. Misschien beseft hij dat zijn schuldgevoelens totaal ongegrond zijn. Of als hij betrokken is geraakt bij kwaaddoen, kunnen de ouderlingen hem helpen ’rechte paden voor zijn voeten’ te maken en opnieuw Jehovah’s goedkeuring te genieten. — Hebr. 12:12, 13.

Depressieve personen voelen zich vaak overweldigd door schuldgevoelens waarvoor geen echte reden bestaat. Door inzicht zullen ouderlingen worden geholpen zulke situaties te onderkennen. Een depressieve christelijke vrouw die veel waardering had voor de bezoeken die haar liefdevolle herders bij haar brachten om haar te helpen, was ervan overtuigd dat zij Gods geest had verloren. „Probeer toch eens heel goed na te denken en probeer te weten te komen of je iets slechts hebt gedaan”, zei een ouderling op zeker moment. De vrouw zat daar maar en huilde. „Maar ik kan me niets herinneren. Willen jullie dat ik iets verzin? Zal dat helpen?” snikte ze. Toen begrepen de ouderlingen dat zij de kwestie verkeerd aanpakten en probeerden zij op andere manieren hulp te bieden.

Jobs raadgevers gingen ervan uit dat Job iets verkeerds gedaan had. Ouderlingen die weten ’hoe de vermoeiden aan te moedigen’, zullen elke situatie „zonder vooroordeel” aanpakken en „niets . . . doen overeenkomstig een neiging tot vooringenomenheid” (1 Tim. 5:21). De manier waarop zij hun onderzoekende vragen stellen, houdt geen beschuldiging in, maar geeft blijk van empathie, waarbij zij zichzelf werkelijk in de plaats van de ander stellen.

Raadgevers met inzicht

Hoewel Elihu soms rechtstreeks was in het geven van raad, toonde hij inzicht. Hij was een goede luisteraar. Hij ’antwoordde niet alvorens te luisteren’, hetgeen de bijbel ronduit „dwaas en beledigend” noemt (Spr. 18:13, Beck). Hij prees Job wegens zijn getrouwheid en moedigde hem aan zich te uiten. Zo’n inzicht voegde „overredingskracht” aan Elihu’s woorden toe. — Job 32:4, 11; 33:5-7, 32; Spr. 16:23.

Jehovah is het grootse voorbeeld van een raadgever met inzicht. De manier waarop hij met de profeet Jona handelde, verraadt van goed inzicht getuigende empathie en mededogen. Jona werd boos toen Jehovah besloot de Ninevieten niet te verdelgen, met het gevolg dat de oordeelsboodschap van de profeet niet in vervulling ging. Jona werd zo depressief dat hij wilde sterven. Welnu, hoe handelde Jehovah toen ten aanzien van hem? Zei hij: ’Luister eens, Jona, je bent werkelijk egocentrisch. Heb je dan helemaal geen liefde in je hart? Je denkt er alleen maar aan hoe je er in de ogen van anderen uitziet!’ Zo’n verklaring kan beslist waar geweest zijn. Maar hij zou zich er waarschijnlijk alleen maar nog schuldiger en neerslachtiger door hebben gevoeld. Wat deed Jehovah?

„Zijt gij met recht in toorn ontbrand?” vroeg Jehovah. Ja, dit was een eenvoudige vraag die bedoeld was om hem ertoe te brengen over de situatie na te denken. Geen beschuldiging. Geen veroordeling. Ook al reageerde Jona hier niet onmiddellijk op, toch liet Jehovah hem niet vallen maar hij verschafte een grote plant om hem beschutting te geven tegen de gloeiende zon. Toen gebruikte Jehovah een illustratie die klaarblijkelijk Jona’s hart bereikte. Hij liet de grote plant sterven. Toen Jona boos was over de dood van de plant, hielp Jehovah hem inzien hoeveel kostbaarder het leven van de Ninevieten was dan het leven van die plant. Diende hij hun dood niet veel erger te vinden dan de dood van alleen maar een plant? Eenvoudig, maar doeltreffend! — Jona 4:1-11.

Wanneer ouderlingen terneergeslagen zielen proberen aan te moedigen, moeten zij Jehovah en Elihu navolgen. Wees kwistig met het schenken van oprechte lof. Gebruik eenvoudige, rechtstreekse verklaringen en vragen. Gebruik gemakkelijk te begrijpen taal. Wees specifiek, maar vermijd daarbij intimiderende vragen. Illustraties die de persoon tot nadenken kunnen stemmen of tot gevolg kunnen hebben dat hij op een enigszins andere manier emotioneel wordt geraakt (bijvoorbeeld Jona’s opkomende boosheid over de dood van de plant) kunnen worden gebruikt om de persoon te helpen inzien dat zijn eigen zienswijze verkeerd is. Maar houd in gedachte: „Als gouden appels in zilver beeldsnijwerk is een woord, gesproken op de juiste tijd ervoor” (Spr. 25:11). Als de persoon verkeerd denkt, help hem er dan bij dit euvel geleidelijk aan te overwinnen. Doe er moeite voor hem te laten inzien niet zo’n lage dunk van zichzelf te hebben. „Hoe kan een vriendelijk woord een hart dat door bezorgdheid is neergebogen, verkwikken!” — Spr. 12:25, Knox.

Maar wat zijn enkele suggesties waarmee een ouderling een depressief persoon kan proberen te helpen?

Hulp door zinvolle gebeden

„Ook al besefte ik dat Jehovah alles volledig begreep, waren er ook tijden waarin de depressie of de paniek zo hevig was dat ik dacht dat het geen zin had om te bidden”, bericht één terneergeslagen ziel. Toch kunnen ouderlingen, hoewel zij weten dat dergelijke gevoelens normaal zijn voor depressieve personen, hen ertoe aanmoedigen in gebed te volharden. Maar waar zouden zij om kunnen bidden?

„Ik bad of Jehovah mij wilde helpen te volharden of mij wilde wijzen waar ik hulp kon vinden”, berichtte één depressieve jonge vrouw. Een drieëndertigjarige moeder met een echtgenoot die haar grof behandelde, werd depressief. Zij verklaarde: „Als ik heel erg bezorgd of gespannen of angstig werd, ging ik op datzelfde moment tot Jehovah in gebed, soms op mijn handen en knieën, terwijl ik hem huilend smeekte of hij me wilde helpen dit te overwinnen. Het was erg belangrijk om specifiek te zijn in het gebed. Vaak kreeg ik onmiddellijk verlichting.” Een eenenveertigjarige vrouw zei: „Als ik depressief was, vond ik het moeilijk een gebed te formuleren. Maar Romeinen 8:26 was een werkelijke bron van troost. Ik kon Jehovah daarom gewoon vragen: ’Helpt u mij alstublieft!’”

Ouderlingen kunnen met en voor de persoon bidden. Natuurlijk moeten zij verklaringen vermijden waardoor de persoon zich nog schuldiger zal gaan voelen. Het zal beslist opbouwend zijn wanneer de ouderlingen samen met de depressieve persoon in gebed gaan en Jehovah vragen of hij die persoon wil helpen inzien hoeveel anderen en zelfs Jehovah van hem of haar houden. Ook kan aan degene die aan een depressie lijdt, worden getoond welk een verlichting een oprecht gebed, gepaard aan vertrouwen in Jehovah, kan brengen. — 1 Sam. 1:9-18.

Help de vermoeiden inzicht te verwerven

„Soms denken mensen dat zij hun geloof hebben verloren, waar zij zich vaak erg schuldig over voelen”, verklaart Dr. Nathan Klein, directeur van het Rockland Research Institute van het departement voor geestelijke gezondheid van de staat New York. „Hoewel het af en toe voorkomt dat iemand in geestelijk opzicht heeft gefaald, geloof ik dat het in veel gevallen waarschijnlijk niet een kwestie is van falen op het gebied van religieus geloof, maar een vroeg teken van een depressie.” Hij deed deze verklaring nadat hij deze symptomen had waargenomen bij een aantal van zijn patiënten die zeer religieus waren. Door iemand met een ernstige depressie te helpen dit te beseffen, kan men dan ook vaak veel onnodige schuldgevoelens wegnemen.

Eén Getuige die verscheidene „terneergeslagen zielen” heeft mogen helpen weer gezond te worden, zegt: „De onnodige schuld waaronder sommigen gebukt gaan, is ongelooflijk groot. Ik voel mij schuldig over verkeerde dingen die ik heb gedaan, maar ik geloof ook dat als Jehovah de losprijs heeft verschaft om deze dingen ongedaan te maken, ik mij er niet eeuwig om kan blijven slaan. Dit is een van de dingen die ik heel goed duidelijk probeer te maken aan degenen die ik help.” De persoon moet worden geholpen in te zien dat als hij werkelijk berouw heeft over de een of andere slechte daad, als hij het verlangen heeft deze daad nooit meer te herhalen en werkelijk probeert ’het onrecht te herstellen’, hij het vertrouwen kan hebben dat de losprijs zijn geweten zal reinigen. Wanneer personen die ’op godvruchtig wijze bedroefd’ zijn, worden geholpen de barmhartigheid en vergevensgezindheid van Jehovah in te zien, zal dit hun depressie vaak verlichten. — Ps. 32:1-5, 11; 103:8-14; 2 Kor. 7:9-11.

Zelfs wanneer een terneergeslagen ziel geplaagd wordt door verkeerde gedachten, bestaat er geen reden om zich waardeloos en ’door God veroordeeld’ te voelen. De bijbel waarschuwt voor het aankweken en ’ten uitvoer brengen’ van zulke gedachten (Jak. 1:14, 15; Gal. 5:16). Zolang iemand er dus moeite voor doet om zulke gedachten kwijt te raken, dient hij zich niet overweldigd te voelen door schuldgevoelens.

Zo kan er bijvoorbeeld toorn of wrok in de geest van een depressief persoon opkomen. Er wordt niet veel tot stand gebracht wanneer een ouderling tot de persoon zegt: ’Je moet niet zulke gevoelens hebben’, of ’Je mag zulke gevoelens niet hebben’. De persoon heeft die gevoelens nu eenmaal! De bijbel erkent op realistische wijze dat iemand soms kwaad zal zijn, maar de waarschuwing wordt gegeven die kwaadheid of boze gevoelens niet in daden om te zetten (Ps. 4:4; 37:8). De bijbel moedigt ons ertoe aan niet in een geërgerde stemming te blijven verkeren (Ef. 4:26, 27). Een ouderling met onderscheidingsvermogen zou daarom, door middel van enkele eenvoudige vragen, kunnen proberen te weten te komen waarom de depressieve persoon boze gevoelens heeft. Nadat de persoon is geholpen de situatie te analyseren (zoals ook Jona hierbij geholpen werd) zal hij misschien inzien dat er geen deugdelijke reden is voor zijn kwaadheid. En als iemand hem gekrenkt zou hebben, zou hij geholpen kunnen worden bepaalde schriftuurlijke stappen te doen en daardoor de wrok te overwinnen. — Kol. 3:13; Matth. 5:23, 24; Luk. 17:3, 4.

Indien een ouderling negatieve houdingen bij vermoeide personen kan onderkennen wanneer de depressie nog in een beginstadium verkeert, kunnen deze personen vaak op tijd hersteld worden en ervoor worden behoed in een ernstige depressie te geraken — een kwaal waarbij medische hulp noodzakelijk kan zijn. Ook in dit opzicht kan de ouderling de depressieve persoon of zijn gezin helpen inzien wanneer de kwaal het punt heeft bereikt dat medische aandacht nodig is. Dit wil niet zeggen dat ouderlingen zich als artsen zullen opwerpen of zullen voorschrijven welke behandelingsvorm gevolgd moet worden. Zij zullen de betrokkenen misschien willen verwijzen naar het artikel „Bestrijding van ernstige depressiviteit — Professionele behandelingsmethoden” in de Ontwaakt! van 22 februari 1982, waarin verscheidene therapieën worden vermeld zonder dat een ervan wordt gepropageerd.

Hulp bij het herstellen van het evenwicht

„Ik voelde me alsof ik mij iedere minuut van elke dag met alle macht aan het leven moest vastklampen”, beschreef een veertigjarige christelijke moeder de periode waarin zij aan een ernstige depressie leed. Na haar herstel analyseerde zij een van de oorzaken: „Doordat ik het mij ten doel stelde niemand teleur te stellen en het op geen enkel terrein van mijn gezinsleven of dienst ook maar iets rustiger aan wilde doen, hield ik mij aan een schema waardoor ik uitgeput raakte. Ik hield dit acht jaar vol; en ten slotte zei de dokter dat ik was ’opgebrand’. Wanneer ik terugkijk, ben ik van mening dat ook al had ik er goede redenen voor om mij aan zo’n schema te houden, ik redelijker had moeten zijn.”

Omdat het gevaar bestaat dat iemand onredelijk wordt, moeten ouderlingen een depressief persoon er af en toe bij helpen zijn activiteiten weer met elkaar in evenwicht te brengen. Zij zullen beslist aanmoedigen tot van ganser harte verrichte dienst voor God. Wanneer iemand die aan een ernstige depressie leed, niet in staat was aan de van-huis-tot-huisprediking deel te nemen, zijn er af en toe zelfs regelingen voor getroffen dat hij, wanneer zijn toestand dit toeliet, aanwezig was op een bijbelbespreking die door een andere Getuige werd geleid. De depressieve persoon gaf commentaar wanneer hij zich hiertoe in staat voelde.

Houd in gedachte dat de apostel Paulus christenen opdroeg hun „lichaam aan te bieden als een slachtoffer dat levend, heilig en aan God welgevallig is, een heilige dienst met uw denkvermogen” (Rom. 12:1). Ja, iemands verstandelijke vermogens moeten erbij betrokken zijn. Het Griekse woord dat met „denkvermogen” is vertaald (logikos) betekent letterlijk „logisch” zijn. God verwacht dus van ons dat wij doen wat redelijk, logisch, is. De vermogens, het fysieke uithoudingsvermogen en de omstandigheden verschillen van persoon tot persoon. Van ganser harte verrichte dienst betekent dat u alles doet waartoe uw ziel en kracht in staat zijn, niet die van iemand anders. — Mark. 12:30; Kol. 3:23.

Wanneer iemand ziek is, heeft hij minder kracht, ook al verlangen zijn hart en geest er misschien naar om evenveel in Gods dienst te doen als voorheen. Het is waar dat allen die eeuwig leven zullen verwerven, ’zich krachtig moeten inspannen’, maar zo’n inspanning wordt niet altijd afgemeten naar de hoeveelheid werk die iemand verricht. De hoeveelheid krachtige activiteit die Epafrodítus in „het werk des Heren” aan de dag kon leggen toen hij ziek was, zou niet in verhouding staan tot datgene wat hij had gedaan toen hij gezond was. Toch werd hij, alles in aanmerking genomen, door Paulus geprezen voor zijn inspanning. — Luk. 13:24; Fil. 2:25-30.

Veranderde omstandigheden, zoals ziekte, kunnen ons beletten volledig te doen wat ons hart ons ingeeft. De vrouw van een reizende opziener geraakte bijvoorbeeld in een ernstige depressie. Zij berichtte: „Mijn leven lang ben ik heel erg actief geweest en heb ik intens genoten van mijn dienst voor God. Maar toen heb ik ongeveer negen maanden lang, zonder ophouden, het afschuwelijke gevoel gehad dat ik door een heel diep dal ging.” Zij en haar man moesten verlof nemen van hun dienst waarin zij gemeenten bezochten en zij werd voor haar kwaal door een dokter behandeld. Na ruim een jaar was haar gezondheid dermate hersteld dat haar man en zij deze veel energie eisende diensttoewijzing weer konden vervullen. Zij verricht haar dienst op het ogenblik net zo van ganser harte als vroeger en schrijft: „Ik ben weer gelukkig in mijn dienst. Maar als ik mij nu oververmoeid en uitgeput voel, blijf ik thuis en rust ik en probeer ik op de signalen van mijn lichaam te letten. Nu herken ik de symptomen en ik ben Jehovah zo dankbaar dat ik herstellende ben.”

Ja, wat kunnen wij allemaal dankbaar zijn dat onze God iemand is die blij is met onze gaven en offers ’naar hetgeen wij hebben, niet naar hetgeen wij niet hebben’. Dit is waar of wij nu geestelijke of stoffelijke offers brengen of offers op het gebied van onze fysieke kracht. — 2 Kor. 8:12.

Toch moet een depressief persoon er soms misschien bij worden geholpen verstandiger te zijn in de wijze waarop hij zijn kracht gebruikt. Een zuster die aan een ernstige depressie leed, merkte op: „Ik was onevenwichtig. Ik kon geen ’nee’ zeggen. Iedere keer wanneer iemand mij vroeg iets te doen, zei ik altijd: ’Ja hoor.’ Ik moest leren zeggen: ’Nee, het spijt me. Ik kan het echt niet. Misschien kan ik je een andere keer helpen.’ Ik moest dit leren omdat ik anders helemaal doordraaide.” Iemand die voortdurend probeert boven zijn kracht te werken, zou in een ernstige depressie kunnen geraken. De wijze man adviseerde: „Word niet al te rechtvaardig, en betoon u niet bovenmate wijs. Waarom zoudt gij verwoesting over uzelf brengen? Wees niet al te goddeloos, en word niet dwaas. Waarom zoudt gij sterven als het uw tijd niet is?” — Pred. 7:16, 17.

Het kost werkelijk moeite om vertroostend tot terneergeslagen zielen te spreken. Men moet dit leren door acht te slaan op de raad van Gods Woord. Ook moet men leren met inzicht te handelen. Maar de resultaten zijn het alleszins waard.

Stelt u zich de vreugde eens voor te zien dat iemand die gebroken is door smart — en die onder tranen zijn of haar gevoelens uit — begint te veranderen; geleidelijk aan begint een sprankje vreugde de tranen te vervangen. Een glimlach verwarmt nu het gezicht. Hoe dankbaar is zo’n persoon voor de hulp van een liefdevolle, begrijpende herder! En hoe behaagt dit bovenal onze meedogende hemelse Vader, die „de terneergeslagenen troost”. — 2 Kor. 7:6.

[Illustratie op blz. 10]

Wij moeten het vermijden evenals Jobs metgezellen „last veroorzakende vertroosters” te worden

[Illustratie op blz. 11]

Vergroot u de problemen van depressieve personen, of vertroost u hen echt?

[Illustratie op blz. 13]

Ouderlingen kunnen met en voor de persoon bidden, waarbij zij verklaringen vermijden waardoor hij of zij zich nog schuldiger zal voelen

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen