„Het goede nieuws van vrede” werpt vrucht af in Zwitserland
IN DE geschiedschrijving is Zwitserland dikwijls beschreven als een „eiland van vrede”. En het is een feit dat het land vanaf de tijd dat Napoleon Europa in het begin van de negentiende eeuw een ander aanzien gaf, in geen enkele oorlog betrokken is geweest.
Thans verheugen de 6.000.000 inwoners van Zwitserland zich in een van de hoogste levensstandaarden ter wereld. Bovendien is deze welvaart bereikt zonder conventionele natuurlijke hulpbronnen. In een uitzonderlijk vreedzame omgeving kon het niet uitblijven dat hard werken, gepaard aan gewetensvolle nauwgezetheid, tot resultaten zou leiden. Maar wanneer men even onder de oppervlakte van deze schijnbare idylle graaft, komen de problemen die inherent zijn aan de levensstijl van de westerse wereld aan het licht. Ook hier vindt men gestrande huwelijken en aan drugs verslaafde tieners. Oprechte personen zijn werkelijk ernstig bezorgd, en „het goede nieuws van vrede”, gebaseerd op Gods Woord de bijbel, is ook voor het Zwitserse „eiland van vrede” goed nieuws. — Ef. 6:15.
„Het goede nieuws van vrede” bereikt Zwitserland
Toen Charles Taze Russell, de eerste president van het Wachttorengenootschap, in 1891 voor het eerst een bezoek aan Zwitserland bracht, kreeg hij de indruk dat ’de oogst rijp was’ (Matth. 9:37, 38; Joh. 4:35-38). Maar wie zou helpen deze oogst binnen te halen? Het bleek dat Adolf Weber bij dit werk een rol zou spelen. Als jongeman had Weber zijn vaderland verlaten en was naar de Verenigde Staten gegaan. Daar leerde hij de bijbelse waarheid kennen en werkte hij vervolgens als tuinman voor C. T. Russell. Maar toen nam hij de aanmoediging ter harte om naar Zwitserland terug te keren als „tuinman in de wijngaard des Heren”.
In zijn kleine geboorteplaats Les Convers vond Weber werk als tuinman en houthakker. Hij was nu weer terug in het kanton Neuchâtel, hoog in het Juragebied met zijn eenzame door bossen omzoomde valleien, waar bijna geen enkele rivier ontspringt, omdat het regenwater snel wegsijpelt door de poreuze kalksteen. Waar gaat dat water heen? De prachtige meren aan de zuidelijke voet van het Juragebergte, het Meer van Neuchâtel en het Bieler Meer, vormen een deel van het antwoord.
Adolf Weber bracht zijn tijd echter niet door met het bekijken van het vredige landschap. Vooral gedurende de lange wintermaanden trok hij te voet of op de fiets rond in het laagland, om overal „het goede nieuws van vrede” te prediken. Zijn activiteiten beperkten zich beslist niet tot het westelijke, Frans-sprekende Zwitserland en het aangrenzende gebied in Frankrijk. Webers kennis van het Duits en het Italiaans stelde hem in staat de Koninkrijksboodschap te verbreiden door heel Zwitserland tot aan het gebied van de St. Gotthard toe en over de Alpen naar Milaan in het noorden van Italië. Jehovah liet niet na hem en andere van harte toegewijde werkers in de oogst te zegenen.
De boodschap werpt vrucht af
In het jaar 1899 berichtten 14 personen in het schilderachtige stadje Thun, 30 kilometer ten zuidoosten van Bern, de hoofdstad van het land, dat zij de Gedachtenisviering ter herdenking van de dood van Jezus Christus hadden gehouden. Later vormden zich zowel in het Duitse als in het Franse gedeelte van het land studiegroepen en het duurde niet lang of twee bijkantoren van het Wachttorengenootschap gaven leiding aan het predikingswerk, ingedeeld naar taalgebied. Vervolgens werd in de jaren twintig het opzicht toevertrouwd aan het vergrote bijkantoor in Bern, waaraan een flinke drukkerij was toegevoegd. Een halve eeuw later werd een groot bijkantoorcomplex gebouwd in Thun, waar het nu al een aantal jaren functioneert.
Ook de prediking onder de verscheidene honderdduizenden buitenlandse arbeidskrachten heeft zegeningen gebracht. Ten gevolge daarvan zijn Italiaans en Spaans de talen van veel getuigen van Jehovah in dit land. Afzonderlijke personen van vele verschillende nationaliteiten zijn aangetrokken door de kracht van „het goede nieuws van vrede”. Van de meer dan 11.000 Koninkrijksverkondigers in Zwitserland spreekt de helft Duits, een derde Italiaans of Spaans en nog niet een vijfde Frans. In 1981 woonden hier in totaal 19.785 personen in 231 gemeenten de Gedachtenisviering bij.
Een opmerkelijke verandering in levensstijl
De omstandigheden waaronder „het goede nieuws van vrede” de harten van sommigen heeft bereikt, zijn dikwijls uiterst merkwaardig geweest. Zo kwam een zekere jongeman, samen met een goede vriend, vanuit Spanje naar Genève. Drugverslaving was reeds hun voornaamste ondeugd geworden en zij opereerden als professionele winkeldieven. Op een dag werd de vriend van de jongeman gepakt en in de gevangenis gezet, maar niettemin zette de jongeman zijn winkeldiefstallen voort. Weldra bracht de eenzaamheid hem tot nadenken over de werkelijke zin van het leven. Dikwijls bladerde hij in een bijbel en in het boek De waarheid die tot eeuwig leven leidt, een publikatie van het Wachttorengenootschap die hij in Spanje had aangeschaft. Langzaam maar zeker ontwikkelde hij een hoge dunk van de uitgevers en hij begon uit te zien naar Jehovah’s Getuigen. Op de dag dat hij twee goedgeklede mannen met aktentassen uit het huis waar hij woonde zag komen, raapte hij dan ook zijn moed bij elkaar en sprak hen aan met de vraag: „Zijn jullie Jehovah’s Getuigen?” Stel u zijn vreugde voor, toen zij bevestigend antwoordden! Er werd onmiddellijk een bijbelstudie opgericht.
Na vier maanden had de jongeman genoeg geleerd om belangrijke veranderingen in zijn leven aan te brengen. Hij vertelde de Getuigen met wie hij studeerde het verhaal van zijn loopbaan als winkeldief en bracht hen naar de gestolen goederen die nog in zijn kelder verborgen lagen: mantels, kostuums, dassen en zelfs radio- en televisietoestellen. Hij had het oprechte verlangen de goederen aan hun eigenaars terug te geven. Het leek wenselijk contact te zoeken met een advocaat, die zo verbaasd was dat hij gratis zijn diensten aanbood. „Ik heb nog nooit zo’n eerlijke dief gezien!” riep hij uit. Bij het teruggeven van de gestolen artikelen legde de advocaat elke keer uit dat een bijbelstudie tot deze onverwachte wending had geleid, en op die manier werd er een voortreffelijk getuigenis gegeven (Hebr. 13:18). Kort daarop werd de jongeman als een getuige van Jehovah gedoopt.
Het „goede nieuws” verbreiden in geïsoleerde bergvalleien
Tussen de Jura in het westen en de Alpen in het oosten wordt een derde deel van het Zwitserse grondgebied ingenomen door zacht glooiend agrarisch gebied, dat Mittelland wordt genoemd en waar het grootste deel van de bevolking zich heeft gevestigd. Maar dichter in de buurt van de uitlopers van de Alpen en in de Alpen zelf hebben traditionele levenswijzen, dikwijls gekoppeld aan de katholieke religie, de overhand. De mensen hier, die veelal een karig inkomen hebben, wonen in kleine dorpsgemeenschappen. Angst voor de buren is een bijzonder verraderlijke strik in deze landstreken (Spr. 29:25). Hoewel de gemeenten van Jehovah’s Getuigen in deze gebieden klein en weinig in aantal zijn, wordt geen moeite gespaard om de bergbevolking met „het goede nieuws van vrede” te bereiken. Een paar jaar geleden bijvoorbeeld namen honderden Getuigen uit de vlakten deel aan een speciale voorzomerveldtocht.
In die tijd waren ijverige Getuigen ook actief in het drietalige kanton Graubünden in het zuidoosten. Voor een filmvertoning werd een zaal gehuurd in een nieuw hotel in het wereldberoemde St. Moritz. In de buurt van dit druk bezochte oord in de Alpen vloeien de Duitse, Italiaanse en Raetoromaanse taalgebieden in elkaar. Onder het verrassend grote publiek dat het Italiaanse programma bijwoonde, bevonden zich de gerant van het hotel en zijn gezin. Na de bijeenkomst bedankte hij de broeders hartelijk en hij weigerde zelfs de betaling voor de vergaderzaal aan te nemen.
Vanuit St. Moritz leiden twee verschillende wegen naar Italië. Via de Maloja Pas daalt de reiziger af naar de overwegend protestantse Bregaglia Vallei, terwijl hij, als hij verkiest de Bernina Pas over te steken — met een schitterend gezicht op de magnifieke 4049 meter hoge Piz Bernina — terechtkomt in de vallei van Poschiavo, een katholiek bolwerk. In beide valleien wordt Italiaans gesproken. Dicht bij het dorp Poschiavo weerspiegelt een heel klein meertje de omringende bergen. Daar vlak in de buurt begon een gezin — de vader een belijdend katholiek en de moeder een van de zeldzame plaatselijke protestanten — de bijbel te bestuderen. Hun contact met Jehovah’s Getuigen bleef niet onopgemerkt, en na verloop van tijd maakten de geestelijken van beide kerken hun opwachting. Hoewel dit gezin behoorlijk onder druk werd gezet, zegevierde uiteindelijk de bijbelse waarheid. Thans zijn de ouders gedoopte Getuigen, en zij en hun drie kinderen komen geregeld met medechristenen over de grens in Italië bijeen.
Maar vanaf de kansel van zijn kerk zette de katholieke priester de parochianen ertoe aan de zaak van deze broeder te boycotten. Talrijke familieleden in de dorpsgemeenschap verbraken de omgang met het gezin (Matth. 10:35). Niettemin is dit gezin dankbaar voor hun verhouding tot Jehovah. Ook hebben zij hun medemensen lief en zijn zij, voor zover het van hen afhangt, vredelievend jegens allen. — Rom. 12:18.
Drugverslaving overwinnen
Een jongeman uit Zürich was een enthousiast atleet en voetballer. Hij geloofde dat het zijn leven zin zou geven als hij zijn uiterste best deed op de baan en op het voetbalveld. Maar dikwijls raakte hij gedeprimeerd door de rivaliteit en zelfs haat onder zijn mede-atleten. Bovendien had hij te maken met de voortdurende druk om betere prestaties te leveren, alsook met de verheerlijking van baanrecords en kampioenen, terwijl de inspanningen van de minder succesvollen eenvoudig werden genegeerd. Deze omstandigheden droegen er in belangrijke mate toe bij dat hij de drugs aannam die een vroegere schoolkameraad hem op een dag aanbood. De drugs schenen zijn problemen inderdaad tijdelijk te verlichten, maar natuurlijk losten ze die niet op.
Toen hij op een avond thuiskwam van zijn werk, ontdekte hij een exemplaar van Koninkrijksnieuws dat bij hem was achtergelaten. De dingen die hij over het naderende einde van dit samenstel van dingen las, wekten zijn belangstelling. Hij bestelde de in het traktaat genoemde boeken en bestudeerde gretig de inhoud ervan. Kort daarop kreeg hij bezoek van een oudere broeder en zijn vrouw. De zuster was nog maar pas geleden begonnen te studeren met de moeder van deze zelfde jongeman. De zoon stemde eveneens toe in een bijbelstudie, maakte snelle vorderingen en stopte al gauw met het gebruik van drugs en tabak. Ook zijn moeder maakte goede geestelijke vorderingen en beiden werden op het districtscongres van 1977 in Zürich gedoopt. Een tijdlang heeft deze jongeman dienst verricht als een ijverig lid van de Bethelfamilie in Thun.
Een gelukkige Bethelfamilie
„God is geen God van wanorde, maar van vrede”, schreef de apostel Paulus (1 Kor. 14:33). Aangezien talrijke aanmoedigingen voor de verspreiding van „het goede nieuws van vrede” uitgaan van het bijkantoor van het Wachttorengenootschap in Thun, is het van belang dat de medewerkers daar de orde en vrede binnen de Bethelfamilie bewaren. Dag aan dag draagt het wondermooie natuurlijke decor rondom het bijkantoorgebouw het zijne bij tot hun diepgevoelde waardering voor de „God van vrede” die zij dienen (Fil. 4:9). Hoe groots is het panorama van sneeuwbedekte bergen! Vanaf het dakterras vangt het oog een glimp op van de Thuner See, om vervolgens geboeid te worden door de aanblik van het indrukwekkende middenstuk van de Berner Alpen, het trio Eiger, Mönch en Jungfrau.
Het zal geen verbazing wekken dat de Bethelfamilie even veeltalig is als het veld dat ze bedient. De Duits-, Frans-, Italiaans- en Spaans-sprekende Bethelleden behoren tot acht verschillende nationaliteiten. De jongste werker is net 20 en de oudste — een broeder die in 1909 werd gedoopt — is 95 jaar en verricht nog steeds een volledige dagtaak.
Geestelijke bijstand voor de gemeenten die in 13 kringen (zes Duitse, vier Italiaanse, twee Franse en een Spaanse) zijn ondergebracht, is een van de aspecten van de activiteiten van het bijkantoor. Een ander aspect is de drukkerijproduktie. Op het ogenblik worden er jaarlijks 18.000.000 tijdschriften gedrukt en verzonden. Hoofdzakelijk wordt daarmee de prediking van „het goede nieuws van vrede” in Zwitserland, Oostenrijk, België, Portugal, Spanje en de Frans-sprekende staten van Afrika bevorderd. In de loop van het jaar 1978 werd het bijkantoor in Thun uitgebreid, waardoor meer werkruimte werd geschapen voor toekomstig gebruik.
Vreedzame vruchten blijven afwerpen
Jehovah’s volk in Zwitserland is hard aan het werk. En steeds meer oprechte personen beseffen dat Gods „goede nieuws van vrede” van vitaal belang is voor de bewoners van het „eiland van vrede” in de Alpen, willen zij eeuwigdurend geluk verwerven.
Op vrijdagavond 26 januari 1979 werd een documentaire van een half uur, gewijd aan Jehovah’s Getuigen in dit land, vertoond door het Italiaanstalige televisiestation van Zwitserland. Het opvallend objectieve programma wierp een gunstig licht op het leven en de activiteit van de Getuigen. Het was ontroerend het antwoord van een 97-jarige zuster te horen op de vraag van de interviewer, hoe haar leven was veranderd sedert zij op de leeftijd van 80 jaar de waarheid had aanvaard. „Ik ben gelukkig!” was haar spontane antwoord. En in dat gevoel delen alle duizenden Jehovah’s Getuigen en hun vrienden. Voortdurend worden er nieuwe huisbijbelstudies opgericht. Hoe zullen deze personen, en nog vele anderen, voordeel trekken van Gods lankmoedigheid? De toekomst zal het leren.
Intussen zal Jehovah’s volk in Zwitserland volharden in de bekendmaking van de Koninkrijksboodschap. Zij zullen ermee voortgaan „het goede nieuws van vrede” te brengen naar alle soorten van mensen, of zij nu leven in steden en dorpen in het laagland, of in afgelegen plaatsen en stille valleien, verscholen in de bergen.
[Inzet op blz. 13]
„Ik heb nog nooit zo’n eerlijke dief gezien!” riep de advocaat uit
[Inzet op blz. 14]
Niet door drugs maar door een exemplaar van „Koninkrijksnieuws” werd een jonge atleet geholpen blijvende verlichting van neerslachtigheid te vinden